Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag 68 Alaska 3 > 2012
Auke Bay
Normale huishoudelijke zaken als wassen en stofzuigen slokken de dag op en de volgende wordt ingevuld door verschillende bezoeken aan supermarkt ketens om de voorraad weer aan te vullen met een speciaal hiervoor aangeboden truck van een aller vriendelijkste Alaskaan.
Jan fiedelt eindeloos met het internet opdat we morgenochtend de voetbalwedstrijd Portugal > Nederland kunnen horen en ondertussen wennen we aan de afwezigheid van natte schoenen.
Yeh, de eerste twintig minuten en daarmee het eerste doelpunt van "onze jongens’ horen we en eureka opeens hebben we ook beeld. Jammer dat Jan daarbij de eerste tien minuten de Portugezen voor oranje aanziet want die spelen na die eerste Nederlandse spurt, aanzienlijk beter. De rest van de wedstrijd behoeft geen woorden, al is het triest voor de fraai beschilderde oranjefans.

Auke Bay > William Henry Bay > 18-6-’12 > 58 42 60N /135 14 56W > 27.9nm
De kogel is door de kerk, we gaan naar Haines en Skagway, in het noordelijkste puntje van Lynn Canal. Vanuit hier trokken in vroeger tijden  de gouddelvers te voet en later per stoomtrein naar de goudvelden waar vooral de caféhouders en de prostitué's veel geld aan overhielden.
Rond elf uur varen we uit terwijl de zon schijnt en de voorspelde zuidenwind uit het noorden komt. Rondom zijn vissers bezig hun netten uit te zetten en in te halen en we kunnen er eentje maar net op tijd ontwijken. Volgens een visser waar we gaan kijken als hij zijn net binnenhaalt, is het seizoen nog wat slapjes. Hij verwacht dat het volgende week beter zal zijn maar ondanks de ‘slappe’ vangst krijgen we van hem spontaan
een Sockey aangeboden waar hij pertinent niets voor wil hebben. Alaskaanse gastvrijheid noemt hij het! De Sockey is qua vlees de roodste en volgens velen de lekkerste maar onze visser is uit op Dog zalm voor de eitjes want die leveren op de Japanse markt veel geld op.

Heerlijk dat we met onze waterdichte schroefasafdichting weer normaal kunnen ankeren en we liggen hier op een diepte waarop we onze krabben-
fuik vanaf de boot kunnen uitzetten. Rust alom, op de muggen na die opeens in grote getale verschijnen. Ramen en deuren dicht en lui met een boek op de bank!

We liggen hier heerlijk rustig en besluiten een dagje te blijven. De krabbenfuik levert een krab op die onze schipper voor het eerst zelf ‘slacht’ en we hebben verse zalm in de koelkast dus wie doet ons wat?
’s Middags stropen we de baai af en vul ik, tot verdriet van mijn schipper, mijn stenenverzameling aan met prachtexemplaren terwijl we een berenspoor volgen tot waar het in het bos verdwijnt. Bij terugkomst zijn er nog twee krabben onze val ingewandeld. Een kleiner vrouwtje dat terug mag om zich te reproduceren en een groot mannetje. Het leven van het land bevalt ons meer dan uitstekend. Verse krab vooraf, wilde zalm en sugar beens als hoofdgerecht, wat heeft een mens nog meer te wensen.

William Henry Bay > Sullivan Island > 20-6-’12 > 58 55 81N / 135 19 22W > 11.7nm
Een hele grote mannetjes krab en drie nog veel grotere zeesterren met veel te veel, negentien per stuk, armen behuizen onze krabbenfuik. Jammie krabsalade voor de lunch. Voor die slijmerige zeesterren heb ik nog geen smakelijk recept gevonden dus die mogen terug. Het is alweer mooi weer, wat nou Alaska is alleen maar nat en koud? We willen de 21ste in Haines  zijn dus varen we vandaag maar een mijl of vijftien waar we in de luwte van het eiland Sullivan kunnen ankeren. Eigenlijk is het korte broeken weer maar dat is de goden verzoeken dus lopen we rond in ons ondergoed. De enige geluiden die we horen is het fluiten van de vogels en het geraas van vallend water ergens ver weg. Soms opeens een vis die opspringt uit het water en het gespetter van een vissende zeeleeuw, Phoeah, phoeah, een walvis! We zien nog net zijn condensatie  boven het water uiteen waaien. Met foto- en filmcamera in de aanslag zitten we muisstil te wachten tot hij weer opduikt. Iedere keer als we denken te weten waar, hebben we het mis. Jammer voor de camera’s maar o wat een schouwspel. Je zou verwachten  dat het na zoveel bultruggen went, maar dit………., deze bijzondere momenten van pure schoonheid,……… zo eenvoudig, zo in balans,……….ik hoop dat het nooit went!

Sullivan Island > Haines > 21-6-’12 > 59 13 9N/135 26 3W > 21nm
Windstil en zonovergoten. We kunnen er niet om heen en moeten op zoek naar onze korte broeken. Even later zitten er twee paar witte melkflessen in de kuip aan de koffie. We dobberen een uurtje op de genua voorwaarts maar we gaan niet hard genoeg voor de automatische piloot dus moet de motor helpen. Zodra we achter Sullivan eiland vandaan zijn hebben we weer
wind dus uit met dat gebrom. Twee bultruggen foerageren onder de kust van een klein eilandje terwijl we omringd zijn door hoge scherpe bergtoppen met al teruggetrokken gletsjers die  abrupt lijken te stoppen in het niets.
We varen plat voor het lapje op de genua die ons in combinatie met de vloedstroom, zes knopen snelheid geeft. Wat zeg ik, zes? De wind neemt een loopje met ons want er staat nu al dertig knopen! Waarschijnlijk wordt hij aangewakkerd door de steeds donker wordende lucht achter ons. We spuiten met ruim acht knopen naar de vernauwing in het kanaal bij Haines waar net een bultrug opduikt. Ay, die hoort ons nu we onder zeil zijn mogelijkerwijs niet en met de snel hoger wordende golven is de kans dat hij ons ziet ook klein. We wachten gespannen op de knal van koppie tegen romp en halen opgelucht adem als hij drie meter naast ons opduikt. PPfffft dat was close!
De wind blijft toenemen tot windkracht acht terwijl we bakboord uitgaan richting Haines en de haven-meester oproepen. Hij heeft nog wel een plekkie al kan het een beetje tricky zijn met deze wind. We draaien de genua weg en ik maak Witte Raaf klaar om af te meren terwijl Jan zo langzaam mogelijk de haven invaart. De ruimte tussen de pontons is zeer beperkt en met onze kiel omhoog kunnen we geen precisie manoeuvre uithalen dus het moet in één keer goed. De havenmeester staat aan het einde te wuiven dat we daar moeten zijn. Maximaal aan lager wal maar dat is nu even niet anders.
Passen we daar tussen? De doorgang is zo smal dat Jan niet kan indraaien maar ook niet achteruit kan terwijl de wind ons een ongewenst extra duwtje in de rug geeft. Lieke schampt één van de meerpalen.
"Vooruit, vooruit", brullen de mannen op het steiger alsof we nog iets anders kunnen. De wind blaast ons met de boeg schuin op ze af. Ons anker grijpt de lantaarnpaal op het dok terwijl drie man sterk de boeg omduwen. Lijnen hebben we hier niet nodig, de wind houdt ons stijf tegen het steiger gedrukt.

Tja en dan is het een uurtje later windstil en schijnt de zon weer. De wind zat in de squal die ondertussen is overgetrokken. Haines ligt erbij als een glimmend pareltje met op de achtergrond een wit besneeuwde bergketen met scherpe pieken. Een ini-mini pareltje welteverstaan want de hoofdstraat houdt na drie blokken op, net als de trottoirs. Gelukkig zijn er nog wat zijstraten waar we kunnen verdwalen maar dan hebben we echt alles gezien.
Rond 1800  werd dit gebied bewoont door de Chilkat- en de Chilkoot-Tlingits. Vanzelfsprekend was dit voor de gelovige Amerikaanse gemeenschap reden hun geloof hier te komen prediken om de heidense Indiaanse ziel te redden. Van de vijf welvarende Indiaanse dorpen toentertijd is nog maar één gemeenschap aan de Chilkat rivier over met zo’n 130 bewoners. Haines huisvest daarentegen wel twaalf verschillende geloofsgemeen-schappen. Nu maar hopen dat al de heidense Indianen zielen daarbinnen een goed heenkomen hebben gevonden.
Het tot National Historic Landmark uitgeroepen Fort William H. Seward ligt ten zuiden van Haines en is in tegenstelling tot onze verwachting geen fort zoals wij het kennen maar een fraaie verzameling goed onderhouden officiers woningen met belendende barakken voor de manschappen. Deze worden hedentendage bewoond door kunstenaars die er hun kunstnijverheid creëren en verkopen. De belangrijkste attractie van het fort is het Chilkat Center for the Arts, waar Chilkat dansers in traditionele kleding hun mythen en legenden in rituele dansen uitbeelden  maar dit is helaas maar eenmaal per week open als er een cruiseschip aanlegt.

Haines > Skagway > 22-6-’12 > 59 27 N / 135 19W > 12.3nm
Ook vandaag weer prachtig weer en de wind komt vandaag uit een betere hoek al jaagt hij soms nog wel joelend door het want. Voor zondag wordt er stormkracht voorspelt dus als we naar Skagway willen, moeten we dit vandaag of morgen doen. We nemen het zekere voor het onzekere en ronden hier onze zaken af zodat we klaar zijn voor vertrek. Als de wind zich even koest houdt, gooien we los op een achterspring na zodat Jan, Witte Raaf uit dit benauwde gaatje kan wurmen en even later varen we schadevrij de haven uit. Zodra we uit de baai van Haines weg zijn, valt de wind weg achter het bergketen en varen we tussen hoge bergruggen over een spiegelglad kanaal vormig water naar het op bijna zestig graden noorderbreedte, meest noordelijkste puntje, van zuid-oost Alaska terwijl aan beide zijde grote watervallen omlaag storten.

Skagway is historisch gezien een interessante plaats want voor de Klondike goldrush van 1896 was hier helemaal niets. Pas toen het eerste goud gevonden werd in de Bonanza kreek besloot William Moore met zijn vooruitziende blik dat deze uitloper van het Lynn Canal de uiterste route over water vormde waarna de goudzoekers via de uiterst ruige Chilkoot Pass naar de goudvelden konden lopen, dus claimde hij de grond en bouwde een werf, een zagerij en een winkel waar alle bouwmaterialen en overige benodigdheden voor dit avontuur te verkrijgen waren. Door de financiële depressie in Amerika zagen veel mensen dit als hun kans om uit de malaise te komen en kwamen met tienduizenden tegelijk op schepen vanuit Seatlle naar Alaska. Ondertussen had Moore samen met Skookum een nieuwe makkelijkere route onderzocht naar de Yukon rivier die in lengte langer was maar niet over een steile onbegaanbare bergpas leidde waardoor de goudzoekers lastdieren mee konden nemen om hun vrachten met benodigdheden te dragen. Deze route kreeg de naam White Pass vernoemd naar de Canadese minister van het betreffende gebied.
Zowel de Chilkoot trail als de White Pass route kosten velen, waaronder ook veel paarden, het leven.
Ondertussen ontstond Skagway als opvang voor de arriverende goudzoekers en sommigen besloten hun geluk niet in het goud te zoeken maar in de noden van de mens die hier aankwamen. Cafés, hotels, bordelen en restaurants schoten als paddestoelen uit de grond, allen gebouwd met hout uit de houtzagerij van William Moore. Ondertussen werd er tussen juli en november 1898 in Sealtte en San  Francisco ruim tien miljoen dollar aan goud uit het Klondike gebied binnengebracht.
Reden genoeg om te onderzoeken of een eenvoudigere vorm van vervoer naar de velden mogelijk was waaruit het idee een spoorlijn aan te leggen ontstond. Transcrede en Heney voegden hun plannen samen en op 28 mei 1898 werd de eerste biels gelegd voor de White Pass and Yukon Route. Dwars door hoge bergen, over bulderende rivieren langs steile hellingen met scherpe bochten werd door vijfendertig duizend werknemers met gebruik van dynamiet dit uit staal en hout opgetrokken wonder in iets meer dan twee jaar gerealiseerd. Triest is wel dat de eerste goudzoekers die met de trein bij de Yukon aankwamen nergens meer een claim konden leggen omdat alle grond ondertussen al geclaimd was.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd, uit angst voor een Japanse inval in het noorden, de spoorlijn gebruikt voor de aanvoer van materialen voor de Alaska Highway die het noorden met het zuiden verbindt.
Blaadjes op de rails is hier geen issue, de winterse sneeuwval van zo’n vier meter was daarentegen een uitdaging waarvoor een speciale sneeuwploeg werd ontworpen die voor de locomotief met tien grote ronddraaiende bladen de sneeuwlaag in centrifugerende bewegingen verwijderde. Ondertussen wordt de spoorlijn met zijn stoom- en diesellocomotief alleen nog gebruikt voor toeristische trips door dit adembenemend mooie ruige gebied.
We hebben een mooi plekje in de haven en gaan het stadje verkennen. Tijdens een wandeltocht met gids horen we de geschiedenis van dit uit hout opgetrokken goed onderhouden dorp waar de meeste gebouwen nog origineel behouden zijn al zijn er nu hoofdzakelijk souvenierswinkels in gevestigd voor de duizenden cruiseschip passagiers die Skagway dagelijks bezoeken. Ondanks dit toeristen-circus is de sfeer plezierig en is het beeld van oude tijden nog goed op te roepen.
’s Avonds gaan we kijken bij de lokale midzomernacht viering waar naast verschillende spelen een BBQ en een bar op de sportvelden zijn opgezet samen met een veel te harde en soms valse rockband maar dat kan niemand deren want de zon schijnt. Voldoende reden
voor lokale winkels zoals de bakker om te sluiten. Aangezien de zomer hier volgens zeggen naar verwachting twee dagen duurt, besluiten we dit buitenkansje te pakken en dan maar met de dieseltrein in plaats van de stoomtrein die alleen op maandag rijdt, naar Fraiser in Canada te tuffen.  
Prachtige vergezichten trekken aan ons trein balkonnetje voorbij terwijl de wielen over het antieke spoor ratelen. Rechte rotswanden op nog geen halve meter van onze wagon getuigen van de enorme rotspartijen die hier honderd jaar geleden zijn weggeblazen en de over de ravijnen opgetrokken bruggen bestaan grotendeels uit hout. Zodra we over de White Pass zijn, veranderd het gebied abrupt in een uitgestrekte vlakte met grote en kleine meren die her en der nog bedekt zijn met ijs en sneeuw dat de zon weerkaatst.    
Het is onvoorstelbaar dat ze dit spoor in zo’n korte tijd en in die omstandigheden hebben kunnen bouwen, we zijn er beiden stil van.
In Fraiser stop de trein en mogen we de benen strekken terwijl de cruiseschip passagiers overstappen. Deze gaan met bussen terug naar hun boot terwijl anderen met ons mee terugrijden met de trein. Heerlijk dat wij in de niet gereserveerde wagon zitten want die delen we maar met vijf anderen waardoor we allemaal de gehele rit buiten op het balkon kunnen staan.Terug in Skagway lunchen we in The Red Onion, de in originele staat behouden hoerentent waar de serveersters in antieke push-up jurken flaneren en je een rondleiding langs de peeskamertjes kunt krijgen voor vijf dollar.

Het regent en het waait zoals de herfst betaamd. De zomer is voorbij en we verstoppen ons heerlijk onderdeks. Met Jim en Valleri van Kluane brengen we een bezoek aan de plek waar vroeger Dyea stond, het dorp waar de Chilkoot trail begint. Van het dorp is niets over en de huidige wandelaars die dit oude spoor willen lopen vertrekken uit Skagway.
Het Lynn kanaal staat bekend om de hoge windsnelheden door de omliggende bergketens en zelfs als de rest van zuid oost Alaska rustig weer heeft, kan het hier spoken.

Skagway > William Henry Bay > 28-6-’12 > 58 42 69N / 135 14 49W > 45Nm
Als we het weerbericht mogen geloven valt er vandaag een gaatje van wat minder wind om morgen weer hernieuwt te blazen dus we vertrekken vroeg. Het is windstil en de rook van de aan de kade liggende cruiseschepen die vanochtend vroeg zijn aangekomen, blijft als een vuile smoglaag tussen de smetteloos wit getopte bergen hangen. We passeren Haines in de zon en worden vergast op verschillende bultuggen die rondom ons blazen en duiken. Twee adelaars en een meeuw vechten buitelend in de lucht om een vis.
De regen wacht tot we goed en wel achter ons anker liggen in William Henry Bay en de krabbenfuik hebben uitgezet.
Na een uurtje hebben we een krab maar eentje is geentje zeker daar we als het goed is morgen Ria en Waldy van Talagoa treffen. Aangezien een krab op het droge het geen uur uithoudt en in een emmer zeewater misschien net een uurtje overleeft, construeren we een mandje dat we afgesloten in zee kunnen
laten zakken met onze krab erin. Als we er vannacht nog één vangen, mag hij blijven anders moet hij terug naar zijn vriendjes en moet ik een ander voorgerecht bedenken.

William Henry Bay > Admiralty Bay > 29-6-’12 > 58 10 60N / 134 35 62W > 39.4nm
Yes, joepie, hij blijft en ligt een half uur later samen met zijn broer in de pan. Met regen en wind op de kop kriskrassen we tussen de gilnet vissers door die drie dagen opening voor chum of dogzalm hebben. In die drie dagen mogen ze zoveel vangen als ze kunnen en aangezien het visseizoen hier maar kort is en de vangst totnogtoe tegenvalt, wordt alles op alles gezet en kijken ze nergens anders naar dan naar hun netten en de vangst. Het is zodoende aan ons om de met kleine witte drijvers gemarkeerde netten te ontwijken wat goed te doen is als we hun schepen maar blijven volgen. Met uitzicht op Auke Bay draait de wind dusdanig dat we zelfs een uurtje kunnen zeilen en ’s avonds kunnen we na ruim twee maanden weer eens uitgebreid bijpraten met Ria en Waldy.
Ze hebben een probleem met hun motor. Er worden vanuit Nederland nieuwe onderdelen opgestuurd die als het goed is volgende week aankomen. Aangezien ze wel kunnen varen besluiten we gezamenlijk naar Tracy Arm te gaan om daar de Sawjer gletsjer te bekijken.

Amiralty Bay > No Name Bay > 30-6-’12 > 57 48 66N / 133 38 03W > 46.8nm
Het is koud en nat en de wind die er is, staat recht op de neus. We varen door bekend gebied langs hoge bergen waarvan de toppen zich in de wolken verstoppen. Pas bij de ingang van Tracy Arm zien we de eerste ijsschotsen met hun intense blauw aan de binnenkant en de geërodeerde witte buitenkant. Meeuwen laten zich in grote groepen door de langs drijvende schotsen vervoeren. Drie bultruggen voeden zich dicht onder
de ingang met kril en haring. Het blijft onvoorstelbaar dat zulke grote dieren zich kunnen vullen met zulk klein grut. Om de beurt verheffen ze hun staart ten teken van hun volgende duik.
Mijn schipper stuurt keurig tussen de rode en de groene boei door de ingang in. Dit keer zijn de boeien niet verschoven door reusachtige ijsmassa’s die tussen de ondiepte door naar Stephens Passage dobberen.
No Name Bay ligt om het hoekje en we gaan naast elkaar voor anker. Morgen wordt er regen voorspelt dus blijven we een dagje hier en gaan pas overmorgen naar de gletsjers.

No Name Bay
De zon schijnt het is prachtig weer maar ondertussen te laat om alsnog naar de gletsjers te gaan dus besluiten we de benen te strekken. Terwijl we langs de waterkant strompelen over met gras bedekte stenen vangen onze stemmen en Ria’s berenbel de aandacht van een jonge grizzly die ons vanuit het hoge gras op
zijn achterpoten bestudeerd. Hij komt maar net met kop en afhangende schoudertjes boven het bloeiende gras uit en laat zich zodra hij onze aandacht heeft gevangen, snel zakken. Toch gek om daar te lopen terwijl we nu weten dat in het hoge gras op nog geen twintig meter een levensecht roofdier schuilt. Gelukkig blijkt hij bang of in ieder geval niet geïnteres-seerd in ons en we laten elkaar in wederzijds respect
klauwen los krabt van de rotsen. Om haar beter te kunnen observeren gaan we er met Lieke naar toe en kunnen tot heel dichtbij komen. Soms komen de twee jonkies even bij moeders kijken waarna ze zich weer bij de struiken verstoppen. Doen ze dit uit zichzelf of krijgen ze een voor ons onzichtbaar signaal om afstand te houden. Na ons een paar keer bekeken te hebben negeert de moederbeer ons totaal terwijl wij de hardnekkig wegdrijvende Lieke iedere keer opnieuw terugpeddelen naar de kant. Wat is dit fantastisch! Tegen schemer vertoont onze jonge ‘grasbeer’ zich weer langs de kant en zien we moeder met kids verdwijnen in het hoge gras. Slaap lekker!

No Name > Tracy Arm > No Name > 2-7-’12         
Om 08.00 uur gaan we langzij bij Talagoa zodat Ria en Waldy kunnen overstappen op Witte Raaf.  Ze varen vandaag met ons mee op en neer zodat hun zieke motor wat rust krijgt en hoe meer zielen hoe meer vreugd! Ook vandaag werkt het weer gelukkig mee terwijl we langs hoge granieten wanden schuiven die glimmen in de zon. Zou dit ontstaan zijn door het langs schurende ijs in vroeger tijden? Het water kleurt van smaragd naar aquamarijn terwijl de groteske ijsschotsen alle andere tinten blauw in zich herbergen. In tegenstelling tot vorig jaar worden we al veel eerder afgeremd door velden van kleine en grotere ijsblokken die ons de weg versperren. Maar Jan laat zich niet door een blokje weerhouden en we hebben ondertussen
ervaren dat een muur van ijs in de verte, dichterbij vaak openingen biedt. Met rustig vermogen laveert onze schipper tussen de schotsen door terwijl wij met de verrekijker een redelijk ijsvrij pad proberen te ontdekken. Een zonnende zeehondenmoeder houdt ons angstvallig in de gaten terwijl ze zich terwijl we langsvaren tussen ons en haar jong posteert. Zodra het slapende jong daarentegen wakker wordt, vindt die ons toch te griezeling en laat zich na een paar onhandige voorwaartse schokbewegingen van de schots het veilige water in glijden met moeders in zijn kielzog. Des te dichter we bij de gletsjer komen des te meer zeehonden zien we. Rondom liggen worstjes met genietend dichtgeknepen oogjes in de zon op hun toch koude ondergrond.
De motor gaat uit, we laten ons drijven in de on-begrijpelijke rondedans van ijs die Witte Raaf bereidwillig opneemt terwijl achter ons een Frans jacht opduikt. Met zijn 36 ft verdwijnt hij soms met zijn hele romp achter een ijsschots. Het lijkt wel een ongeschreven wet, iedere zeiler heeft nu eenmaal graag foto’s van zijn of haar boot in een bijzondere omgeving. Zonder enig overleg fotograferen we elkaar met de gletsjerwand op de achtergrond.
Voor ons opent de muur van ijsbrokken zich ver genoeg om nog een stukje dichterbij de gletsjerwand te kunnen kruipen. Zodra de motor zwijgt keert de rust bij de ons omringende zeehonden terug. Overal liggen ze, vaak nog met streepjes oude wintervacht die als een manenkam over hun ruggengraat loopt. Het zijn net nieuwsgierige edoch voorzichtige kinderen. Voor hun zijn we eng maar ook uitermate interessant. Beslist reden om zich veilig wanend achter ijsschotjes iedere keer een klein beetje dichterbij te komen om ons te bekijken met hun mooie grote honden ogen. Maar wat willen ze zien? De scheepsromp kunnen ze veilig van onderuit bekijken dus die kan het niet zijn. Zijn wij het die hun nieuwsgierigheid wekt?
De gletsjer wand ligt rustig te schitteren in de zon. Op twee kleine instortinkjes na vindt er geen afkalving plaats al kan het niet lang geleden zijn geweest dat het reusachtige stuk ijs dat langzaam op de stroom achter ons verdwijnt, is losgekomen.
We besluiten naar de noordelijke arm te gaan want daar zijn we vorig jaar niet geweest. Mijn schipper heeft ondertussen al heel wat ervaring opgedaan met het laveren tussen schotsen door en vindt ook nu weer een ijsvrije baan tussen al die dobberklonten.
De noordelijke arm is veel smaller en steiler maar redelijk vrij van ijs tot vlak bij de wand waar een gigantisch prachtig groenblauw stuk oer-ijs drijft. Dit wijkt duidelijk af in kleur en ijs samenstelling van de schotsen die we totnogtoe hebben zien drijven. Waarschijnlijk komt het van onder uit de ijs wand waardoor het sterker gecomprimeerd is en door het ontbreken van luchtbelletjes, helderer toont.
Ik zou hier nog uren willen blijven maar als we op de terugweg het tij niet tegen willen hebben moeten we terug. Bij het verlaten van de noordelijke arm zien we de MS Amsterdam van de Holland Amerika lijn net uit de zuidelijke arm terugkeren. Hun passagiers staan in grote getale voorop terwijl hun schipper de mijne oproept om afspraken te maken over het hoe en wanneer passeren. Toch leuk twee Nederlandse schepen op deze bijzondere plek. De zon laat het water oplichten in scherp contrast met de prachtige grijstinten van de granieten wanden om ons heen terwijl er overal door smeltwater ontstane watervallen omlaag kletteren. Idyllisch is te zacht uitgedrukt! Na vijfenvijftig mijl van pure schoonheid liggen we weer geankerd naast Talagoa waar we genieten van een borrel met door Waldy opgeschept gletserijs.

No Name Bay > Juneau > 3-7-’12 > 58 17 40N / 134 24 34 > 36.4 nm       
Na alle indrukken van gisteren zouden we het liefst nog een dagje blijven liggen maar aangezien het morgen de fourth of july is en dat wordt ingeluid met vuurwerk in de nacht van drie op  vier, moeten we vroeg op. Om kwart over acht varen we No Name uit richting groene boei waar een grote ijsschots is gestrand op de hoek van de ondiepte. Hij is meer dan prachtig met een blauw hart en overhangende witte dakjes. Terwijl we er langs varen grap ik tegen Jan dat die niet naar de ondiepte kan kantelen maar wel naar ons. Of hij ons nu gehoord heeft of dat wij hem met onze hekgolf hebben gestimuleerd zullen we nooit weten maar terwijl wij hem ronden, storten de witte dakjes in waarna ze vrolijk achter ons aan dobberen.
De walvissen zijn niet thuis en de vaart zou saai geweest zijn, ware het niet dat een oerlelijk wit varend
flatgebouw dat ze in Amerika cruiseschip noemen niet net door de vernauwing van Stephens passage wil terwijl Talagoa daar vaart en hem niet hoort oproepen. De cruiseschip kapitein moet blijkbaar zijn ego even rechtzetten ten opzichte van dat ‘kleine zeilbootje’ dat hem de weg verspert en laat zijn scheepshoorn vijf keer achter elkaar over het water galmen, de bruut. Talagoa gaat dwars uit en klaart de route terwijl wij na giebelen over dit toneelstuk van arrogantie want dat
‘kleine zeilbootje’ bood, ondanks dat hij misschien midden in het vaarwater voer, nog ruim voldoende ruimte om te passeren.
We gaan aan de overkant van de stad Juneau voor anker en we liggen nog niet of we worden spontaan uitgenodigd om te komen eten bij mensen die Ria en Waldy een week of wat geleden hebben ontmoet. Na een bezoek aan de Red Dog Saloon worden we opgehaald door Lindy, een zeiler en hier praktiserende huisarts. Even later ontdekken we dat hij ook geen onverdienstelijke kok is want de door hem bereidde zalm is om je vingers bij op te eten. We beleven een uiterst genoeglijke avond met hele leuke  Juneauenaren waaronder een krabvisser die zijn inkomsten zienderogen terug ziet lopen door de snel aanwassende zeeotter populatie. In tegenstelling tot anderen klaagt hij hier niet over. ‘Zij horen hier en als hun terugkomst betekend dat ik een andere inkomstenbron moet zoeken dan is dat zo’, is zijn nuchtere reactie.

Terug aan de kade tuffen we met de bijboot van Waldy en Ria terug naar de overkant waarbij we achtervolgt worden door,………………. jawel, sh… een politie-boot. Ik frommel onze zwemvesten uit de rugzak en schuif er één naar Ria die hem net als ik op schoot neemt. Het is ondertussen elf uur en donker, we hebben geen identificatie bewijzen (verplicht in de US) en geen verlichting bij ons. Stug de andere kant opkijken en doorvaren!
Wat genegeerd wordt, wenst aandacht en dus komen de stoere mannen met de nog stoerdere boot naast ons varen. Onze schippers laten het woord aan ons over als ons gevraagd wordt of we geen verlichting hebben. ‘Uh, no, but we are going to our boats over there’. ‘Don’t you have lifejackets?’ wordt ons direct daarop gevraagd. ‘Yes, yes’, stamel ik terwijl ik de mijne omhoog houd. ‘Those are PDF’s, you shoudn’t carry them but wear them’, klinkt het streng van bovenaf. ‘Okay sir’, stamelen Ria en ik tegelijkertijd terwijl we met onze vesten rondrommelen. Eén agent blijft streng op ons neerkijken maar degene die het woordt heeft gevoerd, vindt het blijkbaar genoeg en loopt terug naar de brug. Pfffft dat was op het nippertje, hadden we bijna het vuurwerk gemist doordat we op een Amerikaans politiebureau zaten!

Terug aan boord genieten we van het onafhankelijksheid vuurwerk waar we vorig jaar zo hard voor hebben gevaren. Pas nu begrijpen we dat, als ze vorig jaar the fourth of july in Sitka wel op de vierde hadden gevierd in plaats van op de tweede, we het vuurwerk toch gemist zouden hebben omdat ze hier vuurwerk als inleiding en niet als afsluiting gebruiken.

Juneau 4-7-‘12
We gaan tijdig aan de wal want we willen alle lokale festiviteiten die bij de viering van deze Amerikaanse feestdag horen, zien. Langs de route van de optocht staan en zitten overal complete gezinnen waarvan de kinderen allemaal een plastic tasje hebben. Zodra de optocht begint wordt al
snel duidelijk dat deze dient als verzamelbaken voor het snoep dat er wordt gestrooid. Naast een aantal themawagens en de gemeentediensten waaronder een antieke brandweerauto doen er veel bedrijven en natuurlijk alle sportverenigingen in allerlei vormen mee. Verrassend is het enorme leeftijdverschil tussen de deelnemers. Kortom een optocht zoals wij die ook in Nederland kennen.  
Waldy en Ria moeten terug naar Auke Bay voor de aankomst van de motoronderdelen. Wij blijven nog een nachtje hier omdat we morgen op jacht willen naar een nieuw statief voor Jan zijn filmcamera.

Juneau > baai naast Auke Bay > 5-7-’12 > 58 18 29N / 134 40 30W > 26.9nm
We vinden het onzin om de haven van Auke Bay pas tegen de avond in te gaan want slapen doen we ‘s nachts en zo sparen we een nachtje havengeld uit. We laten de krabpot vanaf de Raaf zakken en laten ons verrassen door de vele rotsen, die bij laag water, achter ons ‘boven’ komen.

Auke Bay > 6-6-’12
Ons boeitje van de krabpot is in de verre omtrek niet te vinden en tot mijn grote schrik ontdek ik dat we gisteren vergeten zijn de vislijn binnen te halen. Ayayay zouden we de lijn met het achteruit slaan tijdens de ankermanoeuvre in onze schroef hebben gedraaid? Jan gaat op onderzoek uit en komt uit bij de ankerketting. Zodra hij deze een stukje omhoog haalt, plopt het krabbenboeitje op. De vislijn heeft alles kunstig in elkaar gedraaid en het vraagt heel wat kunst en vliegwerk om de boel heelhuids aan dek te krijgen inclusief drie reusachtige zeesterren met in het totaal 57 armen.

De haven van Auke Bay ligt propvol dus eerst maar even tanken. De enige plek voor ons, is langzij bij Talagoa die gelukkig wel een plekje aan het steiger hebben weten te bemachtigen. Het is hier als vanouds gezellig met Kluane II met Valeri en Jim, die bij ons komen eten en David, onze jonge zeilersvriend.
We besteden een dag aan het noodzakelijk kwaad van wassen en inkopen waarna we klaar zijn voor een volgend avontuur. De motor van Talagoa is gefikst dus gaan we samen op pad maar daarover meer in ons volgende verslag.