Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 67 Alaska 2 > 2012
Auke Bay > Swanson Bay > 3-6-’12 > 58 13 1N/135 08 3W > 30 nm
Het is of Gijs nooit is weggeweest. Na een korte stop bij het dieselstation koersen we de haven uit terwijl de adelaars laag over suizen. De boot snelheid wordt aangepast aan de traagheid van de momenteel binnenkomende King salmon terwijl ik een heuse haring dusdaning aan een lijn rijg dat er uit zijn staart drie gemene weerhaken steken. Volgens de lokalen hier is dit de enige manier om een zo gewenste verse konings-zalm te verschalken en wie zijn wij om dat in twijfel te trekken.
De zeilen zijn gezet, de vislijn hangt uit dus tijd genoeg voor Jan om een nieuw spel te bedenken. Wie de meeste dieren spot op een dag wint een rum voor de mast dus het is uitkijken geblazen. Jammer is wel dat Jan de regels in zijn eentje vast- en bijstelt zonder dat Gijs of ik daar enige invloed op kunnen uitoefenen. Zo wordt het soort dier teruggebracht tot zoogdieren en tellen vogels als de adelaar, de puffin en de harlekijn duck niet mee en er moet minstens één getuige zijn voor het dier meetelt. Lastig vooral met de bruinvissen die vaak maar even aan de oppervlakte te zien zijn. Jan scoort als eerste met een zeeleeuw en al snel ziet Gijs een zeehond waardoor ik achter sta. Zodra we de eerste bultruggen zien wordt de puntentelling even vergeten want dieren van deze schoonheid vragen om een andere aandacht. Prachtig om te zien hoe ze zich niets aantrekken van alle bootjes die met duur betalende toeristen walvissen zoeken en gewoon doen wat ze moeten doen, namelijk eten.
Na hun trek vanuit Mexico en Hawaï tijdens welke ze niet eten, is het nu zaak hun magen te vullen en hun speklaag voor de terugreis te verdikken, toerist of geen toerist. Iedere keer opnieuw ben ik er stil van, met welke souplesse deze toch plompe dieren, onderduiken waarbij hun staart als een vlinder onder water glijdt zonder golf achter te laten.
Als beide heren even lekker onder zeil zijn en ik tijdens mijn wacht wordt vergast op een stel prachtige Dall bruinvissen en een bultrug in de verte  gebruik ik mijn splinternieuwe camera als getuige. Telt niet, meldt mijn schipper met kleine slaperige oogjes, de tiran!

We ruiken ze eerder dan dat we ze zien. Een hele kudde Steller zeeleeuwen vindt dit uitgelezen weer net zo lekker als wij en doen zich uitgesterkt op Rocky Island te goed aan de zon. Opa ligt wat verwijderd van de groep maar de rest ligt als een kluwen koppen, vinnen, lijven en staartvlerken bij voorkeur op elkaar. Naast de penetrante stank is hun gebrul oorverdovend waarmee ze elkaar constant duidelijk maken dat ze het ergens, wat is voor ons homosapiens niet duidelijk, niet
mee eens zijn. We kunnen hier tot vlak onder de kust komen en drijvend zo zonder motor hebben ze totaal geen aandacht voor ons. Veel te druk met kiften om dat ene kleine stukje rots of gewoon omdat het leuk is je tanden in een ander te zetten. Een aantal forse mannetjes moeten hun ego opblazen en doen dit met verve terwijl ze recht tegenover elkaar omhoog komen met hun massale blubberlijven.

De ankerplek in Swanson Harbour is rondom beschut en biedt voldoende ruimte om een ‘eigen’ plekje te vinden. Eerst een stuk van het zalmlijk in de krabbenval en uitzetten want dat zou op deze paradijselijke plek met uitzicht op wit besneeuwde bergen, een lekker voorgerechtje of misschien zelfs een hoofdmaaltijd kunnen opleveren.
Zomer in Alaska, we zitten heerlijk met een borrel in de kuip terwijl er twee krabben zo lief zijn in onze val te lopen. Mmmmmmm,........Tegen negenen ga ik nogmaals kijken en nu zit er eentje in maar deze is dus-danig gehandicapt, door gebrek aan een poot en een schaar waarvoor al een nieuw heel kleintje is terug gegroeid, dat hij terug mag.

Swanson Harbour > Plesant Island > 3-6-’12 > 58 23 1N/135 37 2W > 36.6nm
Jan komt jubelend terug met een fuik vol krabben. Acht stuks maar liefst die allemaal mogen rondlopen op de kuipvloer nadat ik eerst angstvallig het slaapkamerraam heb gesloten want zo’n koud knijpding in je bed is me toch net iets teveel.  De vrouwtjes gaan overboord voor de broodnodige voortplanting en ook twee agressieve maar nog wat kleinere mannetjes mogen terug. Ga nog maar even groeien jongens, wij hebben
genoeg aan deze vier grote knapen. Het dood maken van deze lekkernij blijft een moeilijk aspect maar hoort nu eenmaal bij de jacht dus na tien keer diep ademhalen, langdurig aaien en kloppen op de schilden, daar schijnen ze rustig en relaxed van te worden, breek ik ze doormidden waarna ze schoongespoeld in onze grootste pan verdwijnen.
Samen met Gijs breken we poten en scharen open en peuteren we een enorme hoeveelheid prachtig krabvlees tevoorschijn. Ondertussen zijn we ankerop en net buiten de baai ontwaren we de eerste zeeotter. O o, dat is het einde van de krabben in Swanson Bay want daar waar zeeotters zijn,…………………… Even verderop zien we een vlotje van aan elkaar plakkende otters, de invasie komt er aan!
Hier en daar een condensatiepluim van een bultrug en vlakbij opduikende nieuwsgierige zeeleeuwkoppie’s. We scoren om de beurt punten tot Jan met zijn haviksoog een grizzly op de wal ziet. De rum voor de mast is voor hem, onderwijl genieten we van bruintje en een vlakbij opduikende bultrug. De diergaarde is weer open.

Voor alles is een eerste keer en vandaag bestaat deze première uit het uitzetten van de garnalenfuik. Vandaag is het krabdag maar morgen willen we graag scampie’s. Nu laten deze makkers zich volgens de adviezen alleen op een diepte van zo’n honderd meter vangen dus heeft Jan een mooi plekje aan de westkant van Pleasant Island uitgezocht waar we vanaf Witte Raaf de fuik kunnen laten zakken. Ons kleine rode boeitje is misschien wat miezerig om morgenochtend  terug te vinden dus knopen we er op het laatste moment nog een fender aan en dan 1,2,3, in godsnaam.

Aan de andere kant van het eiland gaan we achter een strekdammetje voor anker en genieten van de zon in goed gezelschap terwijl er even verderop zich een vlucht zeekippen ligt te poedelen. Net als we ons afvragen welke natuurlijke vijand er voor zorgt dat deze kippen zo schuw zijn zien we in de verte een condensatiepluim. Terwijl de zeekippen de vlucht nemen herkennen we dankzij de verrekijker een grote zwarte driehoekige vin van een orka.  Eéntje? Daar ook en daar en daar! Het zijn er minstens tien! Een kleine baby orka heeft zichtbaar moeite om zijn moeder bij te houden en ondertussen koerst het mannetje, te herkennen aan een veel grotere rugvin dan de rest, recht op ons af. Voor onze boeg duikt hij onder en terwijl wij met camera’s in de aanslag zitten te speuren waar hij weer boven komt neemt hij ons in de maling door recht onder ons door te zwemmen en vlak achter ons weer tevoorschijn te komen. Wauw wat een festijn, kan het nog mooier? We eten overheerlijke krabsalade op brood en krabpasta als hoofdgerecht en hebben het goed.

Pleasant Island > Bartlet Cove > South Fingers > 58 33 6N/136 10 7W > 31.3nm
Vandaag zijn we vroeg op want we willen met het opkomende tij Glacier Bay invaren en voor die tijd moeten we ons avondmaaltje nog ophalen. Geen wind, geen mist, het wateroppervlak is spiegelend vlak en ondanks dat kunnen we onze fender niet vinden. Gelukkig hebben we de positie van onze fuik in de GPS opgeslagen dus op aanwijzing van Gijs vaart Jan ons keurig naar de plek maar al wat er is, er is in de verre omtrek geen boeitje en/of fender te ontdekken. Als Glacier Bay niet op ons zou wachten, dan hadden we het misschien niet zo gauw opgegeven maar nu nemen we ons verlies. Gewoon gehaktballen vanavond!

Op het kleine stukje naar de ingang hebben we dik drie knopen stroom tegen maar terwijl we de juiste richting opkruipen is zelf voor onze ontroostbare schipper genoeg te zien want het stikt hier van de buitelende zeeotters, opduikende zeeleeuwen, een bultrug in de verte en talloze vogels. Jan heeft het goed berekend want zodra we toestemming hebben van de parkranchers om hun nationale park in te varen kentert het tij en spoelen we naar binnen. Schijnbaar weten de bultruggen nog niet dat het park open is
want die ontbreken hier.
Keurig afgemeerd aan het steiger in Bartlett Cove moeten we wachten op de briefing van elf uur die wordt ingeleid met een mooie video van het gebied
waarna we worden geïnformeerd over de do’s en vooral don’ts. Oké, wegwezen want dan hebben we in de aankomende vernauwingen nog stroom mee.

Aangezien Jan en ik vorig jaar in de noord vinger hebben gelegen kiezen we nu voor de zuidelijke arm waar we bij binnenkomst een zwarte beer zien rond kuieren. We kruipen helemaal in het zuidelijkste puntje weg waar Witte Raaf zo dicht bij de kant ligt dat we de zeepokken kunnen tellen vlak bij een stroompje met mooi beren gras en in de verte een vennetje omgeven door sneeuw. Een plaatje zonder plaatjesboek.   

Terwijl we nog wat lopen te rommelen vangt een beweging op de wal ons oog. Een vrouwtjes eland wandelt op ranke veel te hoge poten langs de waterkant en vindt ons het aankijken nauwelijks waard. Prachtige alerte ogen, met een mooi hoofd. Jammer van haar bovenlip, die lijkt wat te lang voor haar onderkaak en flubbert er een beetje overheen terwijl haar sikje heen en weer slingert als een klepel aan een klok.
Zo te zien heeft ze er geen last van en is ze bekend met dit gebied want ze loopt vastberaden richting stroompje, steekt over en verdwijnt aan de andere kant in het struikgewas.
Met de zwarte beer in gedachten besluiten de heren tot een uurtje lezen in de kuip terwijl ik er met Lieke op uittrek. Eerst natuurlijk de krappot met een nu toch adembenemende stinkende zalmkop te water en daarna richting stroompje met als enig geluid het fluiten van vogels en het ruisen van het smeltwater dat overal via de bergwanden omlaag komt.
Met de emmer met zalmafval die luchtdicht voor mij lijkt en een fles met berenlokmiddel die mijn schipper heeft gekocht om beren te lokken zodat we ze van dichtbij vanuit onze veilige kuip kunnen bekijken, in mijn bootje peddel ik toch minder ontspannen want wat als een beer al die lekkere geurtjes met zijn superieure reukorgaan wel oppikt en meent dat, dat veel lekkerder is dan gras. Het is hier ondiep genoeg voor zo’n zwarte knuffel om mij een spontaan bezoek te brengen. Terug dan maar want op die
grote hoge Raaf voel ik me toch veiliger. Terwijl ik terug roei zitten de jongens naar de wal te kijken en jawel daar kuiert op hetzelfde pad waar een uurtje geleden de eland nog liep een mooie zwarte beer. Ze heeft een rode gloed aan de binnenkant van beide voorpoten en op haar borst en kijkt niet op of om, veel te geïnteresseerd in lekkers plukjes gras, de koe.
Zowel de aas-emmer als het lokmiddel vergetende, dobber ik met mijn gloednieuwe camera in Lieke naar de wal. Soms wel heel erg dichtbij maar het gesplasch van mijn peddels stoort haar niet in haar zoektocht naar eten. Puur natuur, wat heerlijk dat er hier niet op haar gejaagd mag worden.
Beren zijn blijkens niet de meest subtiele lopers want de volgende horen we duidelijk aankomen door het gekraak van takken. Een kleine dit keer maar wel oud genoeg om alleen op pad te mogen. Aan de overkant komt er ondertussen ook één tevoorschijn die raar loopt alsof hij zijn geurstoffen op de takken wil achterlaten en vol op zijn achterpoten gaat staan terwijl hij met zijn rug tegen het struikgewas schuurt. Wat nou lokmiddel, we hebben er drie om ons heen!

Maar mijn schipper zal geen Jan heten als hij zijn nieuwste speeltje niet wil uitproberen dus als hij de krabpot gaat verzetten, welke te ondiep staat, moet de fles met rode jelly donut mee. Hij besmeurd twee rotsen met dit aanlokkelijke goedje terwijl wij de iets verderop grazende beer in de gaten houden. Het zal wel aan de wind liggen want de beer houdt zich bij zijn gras. Twijfelachtiger wordt het als een andere beer op zo’n vier meter de rots passeert zonder blijk te geven van enige speekselvorming, maar niet getreurd want die beer is verkouden volgens Jan. Als een derde beer op nog geen dertig centimeter van het gewraakte lokmiddel rustig door haar achterpoten zakt en op haar achterwerk gaat zitten genieten van zeepokken, algen en korstmos wordt het ronduit hilarisch. Alle beren in deze baai zijn volgens Jan diabetisch en naast verkouden zijn ze ook allemaal blind. De fles Jelly Donut kunnen we rustig op nummer één zetten als miskoop van de maand al hebben we er wel veel lol mee gehad.  

South Fingers > Reid Inlet > 5-6-’12 > 58 51 8N / 136 48 48W > 31.8nm
Vroeg op, anker op. Tijdens de vierde mooie dag in rij willen we zover mogelijk noord komen zodat we de gletsjers als het even mee zit bij mooi weer kunnen bewonderen. Op hun rug peddelende otters blijven vertederen zeker als we een moeder met jong zien dobberen. Blijkbaar is deze baby jonger dan drie maanden want moeders duikt niet en houdt haar knoedeltje bont stevig tussen haar voorpoten geklemd terwijl ze zigzaggend een veilig heenkomen zoekt. Even lijkt ze gedoken maar daar plopt ze alweer op terwijl het nu natte bontbobbeltje hoge kreetjes slaakt. Was dit zijn eerste onderdompeling? Schijnbaar zijn we voor hun gevoel van veiligheid te dichtbij dus wijzigen we koers en laten ze met rust.
Bij twee duikende bultruggen minderen we vaart en genieten van het geluid van hun ademhaling terwijl ze hun staarten tonen als ze duiken. Dit schouwspel wordt ruw verstoort door het bildge-alarm.
Wat zullen we nu hebben, dat gaat alleen maar af als er water in de machinekamer staat? Jan duikt naar binnen en brult naar buiten dat we achteruit moeten slaan. Gijs die achter het roer staat reageert direct.
Shit, shit, shit, de schroefas lekt! Toen Jan ging kijken spoot er een forse straal zeewater naar binnen maar gelukkig is dat door het achteruit slaan gestopt. Het lijkt er dus op dat de afdichting oké is maar hoe kan hij dan lekken? Zodra de bildge-pomp het water heeft weggepompt, is het tijd voor testen. In neutraal lekt de schroefas niet maar zodra er met lage toeren beweging in wordt gezet is de afdichting zo lek als een vergiet. Zodra het toerental daarentegen wordt opgeschroefd houdt de lekkage op. Zou het een vuiltje in de afdichting kunnen zijn?
Na beraad varen we verder maar besluiten rechtstreeks naar Reid te gaan omdat het voor een bezoek aan de Magerie Gletsjer waarschijnlijk toch te laat wordt. Ons haviksoog ontdekt een adelaarsnest waarbij de ouders beiden thuis zijn. Waarschijnlijk wordt daar gebroed.
Om de hoek ligt onze ankerbaai met aan het einde de Reid Gletsjer in volle glorie. Veel vuiler en grijzer dan vorig jaar maar even indrukwekkend en facinerend om te zien hoe de voorzijde van de gletschertong is veranderd. We zoeken een mooi plekje direct naast een waterval voor de gletsjer maar we liggen nog niet of we constateren weer water in de machinekamer. Ondanks dat we vier keer hebben gekeken op weg hier naar toe is de schroefas toch weer gaan lekken. En nu heeft het bildge-alarm ons niet gewaarschuwd!
Waarschijnlijk is het gebeurd bij het vermogen terugnemen bij het adelaarsnest  maar dat blijft gissen
want nu we stilliggen komt er geen water meer binnen. Hard varen of stilliggen lijken beiden dus veilig, langzaam varen daarentegen lijkt niet te kunnen zonder natte voeten.
Wat heerlijk dat Gijs er is. Drie weten meer dan twee en hij vormt voor de relativering van dit toch angstaanjagende probleem een belangrijke input. Voorlopig zijn we oké, eerst maar eens even bijkomen van de spanning!

Reid > John Hopkins glacier > Margerie glacier > Reid 6-6-‘12
Wow, mooier dan mooi kan een dag voor gletsjerbezoek niet beginnen. Stralend blauw met volop zon. Onze lekke schroefas kan hoe erg hij ook zijn best doet hier geen domper opzetten al zijn we wel maximaal gehandicapt en knaagt de onzekerheid over hoe dit kan. Is er iets kapot in het systeem, maakt varen het erger en mogelijk onbeheersbaar? We weten dat op zo’n 120 mijl van hier een dorpje ligt waar ze een
hydraulische trailer hebben waarmee Witte Raaf uit het water gehaald zou kunnen worden. Moeten we kiezen voor zekerheid en daar nu rechtstreeks naar toe varen? Maar Gijs heeft nog geen gletsjer gezien en dat was toch mede de reden voor hem om hier helemaal naar toe te vliegen. We komen tot de conclusie dat we niet voldoende gegevens hebben om tot een conclusie te komen. Gisterenavond hebben we een extra bildge-alarm op de pomp aangesloten, een spatzeil gemaakt rondom de elektronica, de reserve pomp opgezocht en een noodplan bedacht voor als we de lekkage niet meer kunnen stoppen dus we zijn er klaar voor en besluiten anker op te gaan om te testen wanneer het wel en niet lekt. De motor wordt gestart in neutraal en in tegenstelling tot normaal niet gebruikt bij het ophalen van het anker. Dit moet de ankerlier maar even zelf klaren.
Zodra de koppeling in zijn werk wordt gezet, nog op laag toerental, spuit er een stevige straal water naar binnen die stop zodra er meer dan driekwart vermogen op wordt gezet. Onze gedachte van gisteren klopt, we kunnen niet langzaam manoeuvreren maar wel op snelheid droog varen. Zodra we de baai uitkomen zien we het eerste drijfijs al dobberen en des te dichter we bij de ingang van de John Hopkins Gletsjer komen des te dichter wordt de ijsdeken. Hier komen we met Witte Raaf niet doorheen, zelfs niet als we wel langzaam hadden kunnen varen.
Er zit niets anders op dan het met BB te proberen terwijl Witte Raaf hier dobberend wacht. Gijs en ik gaan op expeditie!
Warme waterdichte kleding en zwemvesten aan, VHF radio en luchtpomp mee, koffie en koek en natuurlijk camera’s. Het eerste stuk kunnen we zigzaggend redelijk opschieten met onze 2 pk, Aangezien we ongeveer net zo groot zijn als een redelijke ijsschots houden we eventueel achteropkomend verkeer goed in het oog want zo klein als we zijn, zijn we vanaf de brug van een passagiersschip beslist onzichtbaar. Tot aan de Lamplugh gletsjer gaat het goed maar dan wordt het ijs zo dik dat we onze schroef van de buitenboordmotor er niet meer aan durven wagen dus roeiend verder. Nou ja roeien, het is meer afzetten en
schrapen over de omringende ijsschotsen maar ondanks deze hindernissen komen we toch verder en zien in de verte de eerste zeehonden op het ijs liggen. De zon brandt op onze koppen en overal piept en kraakt het ons omringende ijs terwijl Gijs een omtrekkende beweging probeert te maken om een zonnende zeehond te kunnen naderen.
Een moeder met pup glijden in het water en even verderop ook een vrijgezelle hond die op nog geen tien meter van ons vandaag oppiept tussen het ijs. Oké misschien wel schuw maar de nieuwsgierigheid wint het duidelijk bij deze jongen want hij kan er geen genoeg van krijgen ons steeds vanachter een ander ijsblokje te bespieden. Zulke gekke wezens heeft hij waarschijnlijk nog nooit gezien. We laten ons opnemen in de ijsdans van de schotsen om ons heen die, voortbewogen door het smeltwater van de verscheidene gletsjers en watervallen, in verschillende tegengestelde cirkels langs elkaar draaien. Volledig in balans in totale tijdloosheid.
Ondertussen worden zowel de MS Westerdam als een motorjacht ver achter ons gestopt door het ijs. We hebben dit ijsparadijs voor ons alleen. Na ruim twee uur aanvaarden we de terugweg richting Witte Raaf waar Jan vast met smart op ons zit te wachten. Terwijl Gijs ons uit de ons omringende ijsmassa probeert los te schrapen, zie ik in de verte onze mast met stevige snelheid onze richting opkomen. De ijsschotsen zijn daar dusdanig uit elkaar gedreven dat Jan er zigzaggend omheen kan.
Met Witte Raaf in zicht worden we plotseling door een dikke opstuwende rand ijs ruim tien meter teruggezet zonder dat er iets aan te stoppen is maar dan wordt het weer rustig en prikken we verder. Ruim drie uur later stappen we weer bij onze schipper aan boord en vist Gijs traditie getrouw een stuk gletsjerijs op voor de borrel van vanavond.    
Nu stroom en wind de ijs-schotsen uiteen zetten gaan we toch kijken of we bij de Margerie Gletsjer kunnen komen want dat is een prachtige massieve ijswand met zo’n 80 meter boven de waterlijn en dertig meter eronder. Deze stabiele gletsjer is ongeveer een 1865 meter breed, zo’n 39 km lang en verschuift per dag zo’n twee meter waardoor er regelmatig afkalving te zien is en wat is er nu mooier dan het imposante gekraak en geknal van een afkalvende gletsjer.
Na een korte zigzag route tussen wit, zwart, blauw en glashelder ijs is de route ijsvrij tot aan de baai van de Margerie dus leggen we Witte Raaf stil en genieten gedrieën van het uitzicht.  Na een half uur toont zich een redelijk ijsvrije baan dus stomen we dichterbij. Krrrrrtssssss. Krrrrrtssssss, tingel, tangel, ijs knarst en tinkelt langs de romp.
Brrrruuoochchtssss er breekt een stuk van de snuit van de gletsjer af, het geluid bereikt ons zo’n vier seconden later dan de werkelijke breuk en even later zien we aan het opspattende water en de daarop volgende golf waar het ijs aan de snuit in afgebroken. Hoe lang zou dit stukje zijn voort geschoven door deze eeuwenoude ijskolom voordat hij terug mocht keren tot zijn originele vorm? Volgens de informatie van Glacier Bay zou deze gletsjer per dag zo’n twee meter omlaag schuiven en met een lengte van 39 km zou dit dus neerkomen op iets minder dan tweeduizend jaar.  

Terug richting Reid gaat het goed tot de kruising bij Russel eiland. Alle ijsschotsen lijken zich daar te hebben verzamelt.  Gijs zoekt een alternatieve ankerplek maar Jan wil toch nog even kijken of we ertussen door kunnen. Als een ware koerier slalomt hij met samengeknepen billen tussen de schotsen door terwijl sommigen door onze voorwaartse beweging kantelen. Razend spannend vind ik het. Jan moet zijn route steeds vooruit plannen want stoppen of snelheid minderen betekend water in de machinekamer en dat willen we niet. Links en rechts schuiven grote ijsbrokken voorbij. Pffffft, we hebben het gehaald, Jan’s billen zijn verkrampt maar voor ons ligt de opening van Reid Inlet en even later liggen we weer op ons oude vertrouwde plekje, links van de gletsjertong. Tijd voor een borrel!

Reid Inlet > 7-6-’12
Vandaag nemen we vrij. In tegenstelling tot gisteren is het grauw en grijs en regent het regelmatig. Wat een mazzel hebben we gehad met de dag van gisteren! Na een uitermate ontspannen ochtend is het gedaan met de luiheid. We gaan op onderzoek uit. Met de speciaal voor Gijs tevoorschijn gehaalde BB,
Lieke is echt te klein voor ons drieën, tuffen we naar de kant. En jawel, hoebedoelu Hollanders. Bij de eerste bergstroom komt het ‘dambouwersgen’ direct in actie. Grote en kleine stenen worden aangesjouwd en tactisch neergelegd en een half uurtje later is de zojuist nog rustig kabbelende bergstroom omgelegd. De zichzelf poedelende oistercatcher trekt zich
van al dit geploeter niets aan. Die heeft genoeg aan haar eigen verenkleed.
Door de grote hoeveelheid smeltwater die in een woeste stroom onder de gletschertong uitkomt, kunnen we niet bij het ijs komen. Er zit niets anders op dan terug naar BB en omvaren. Onderweg ontdekken we poot-afdrukken van iets zo groot als een marter of een wasbeer, een veelvraat of misschien wel een coyote. Ondanks de ogenschijnlijke verlatenheid dus toch leven al blijft dit voor ons ongeoefende oog onzichtbaar.
De ijswand is imposant en ondanks dat de zon niet schijnt ontdekken we toch grotten waar blauw-tinten elkaar proberen te overtreffen. Ik kan er geen genoeg van krijgen en zou er het liefst onder kruipen maar dit wordt door de jongens afgekeurd.
We drinken ijskoud water uit een bergbeek en genieten van de tijdloosheid die van deze plek uitgaat.
Terug aan boord horen we een enorme knal. Die kwam van binnen uit de gletsjer! Terwijl we gedrieën naar buiten schieten zien we een reusachtig stuk ijs loskomen van de wand. Terwijl het over het strand uitrolt realiseren we ons dat we daar net nog stonden. Gelukkig was het blijkbaar onze tijd nog niet.

Reid Inlet > Blue Mouse Cove > 8-6-’12 > 58 46 6N/136 29 1W > 14nm
Oké, het lijkt erop dat we het schroefas probleem onder controle hebben, al zeurt er natuurlijk wel steeds een stemmetje dat pesterig vraagt of dat straks nog zo is, dus we hoeven niet in één ruk terug maar we willen het lot ook niet te tarten dus besluiten we geen extra routes noordwaarts te plannen maar langzaam in korte etappes af te zakken richting Hoonah.
Vandaag brengt ons dat naar Blue Mouse Cove waar we in de zuidoosthoek ankeren. Nou ja ankeren eigenlijk kun je onze huidige procedure met goed fatsoen geen ankeren noemen want om zo min mogelijk te manoeuvreren varen we met volle snelheid tot een tiende nautische mijl voor het punt waar we het anker willen laten vallen. Daar schakelt Jan terug naar neutraal en even kort achteruit om eventuele lekkage te stoppen terwijl Witte Raaf doorglijdt. Zodra we op de gewenste plek stilliggen ratelt het anker omlaag met de gewenste hoeveelheid ketting er gezellig bovenop. Mocht er wind komen dan hopen we dat de ketting het anker ondertussen voldoende in de modder heeft geduwd om het dan alsnog in te laten graven. Het wint geen schoonheidsprijs maar het is even niet anders.

De jongens zijn blij met de regen en nestelen zich beiden op de bank terwijl ik me werp op het uitzoeken en weggooien van honderden foto’s. van de afgelopen dagen. Leve het digitale tijdperk!
Zodra het opklaart gaan we aan de wal waar Gijs bij gebrek aan droge laarzen zijn bootschoenen laat vollopen. Met ijskoud smeltwater welteverstaan! Ondanks de vele tekenen van dierenleven in de vorm van massa’s elandenkeutels, berenpoep, aangevreten krabben, talloze gangenstelsels en een uitgepoepte lintworm, zien we alleen razendsnelle kleine boerenzwaluwen en een adelaar hoog in de boom.
Voor Gijs zijn tenen eraf vallen gaan we terug aan boord maar niet voordat we de krabbenval hebben gezet met het laatste stuk nu tranentrekkend stinkende zalmgraat.

Blue Mouse Cove > North Sandy Cove > 9-6-’12 > 58 43 1N/ 135 59 0W > 19nm
Onze krabbenfuik levert vandaag een geheel nieuw gerecht op in de vorm van kleine zeer actieve groene zee-egeltjes en grote wulken. Jan ziet hier wel een maaltje in maar Gijs en ik zien alleen het slik en kiepen de hele vangst opgewekt overboord. Dan maar geen eten!
Zodra we de baai uitvaren zien we aan de overkant twee condensatie-pluimen dus erop af! Twee om elkaar heen cirkelende bultruggen laten stukjes walvis zien die ik nog nooit heb gezien. Wat doen ze? Staartvinnen en borstvinnen wisselen elkaar af met tussentijds opeens een snuit en een borst waar de groeven van de baleinen zichtbaar zijn. Zijn ze aan het paren of is dit gewoon spel?
De eerste berggeit levert vijf punten op dus speur ik met de verrekijker de bergenwanden af terwijl de jongens tussen de ons omringende zeeotter door laveren. Onvoorstelbaar zoveel als er dit jaar zijn.
De vijf punten haal ik binnen met vijf hele vage beige stipjes heel hoog in de bergen die pas na maximaal uitvergroten met de camera zichtbare beentjes krijgen. Yes, ze zijn er, al zijn ze moeilijk te vinden met al die sneeuw.
Sandy Cove, bij de ingang bewaakt door een adelaar op haar nest, ligt erbij als een sprookje. We hebben de baai voor ons alleen en kiepen op het juiste moment ons anker met ketting op de bodem. Ondertussen is het wolkendek opengetrokken en kunnen we heerlijk in de zon zitten.
Twee kleine prachtige zwaluwtjes vinden Witte Raaf de gewezen plek. Als ze nu maar niet denken dat ze een goede nestplek biedt want dan zouden ze wel eens bedrogen uit kunnen komen. Ze zijn helemaal niet
schuw en bivakkeren getweeën voor een fotosessie op de zeereling waarna ze verhuizen naar de david’s om daar een waar toneelstuk neer te zetten. Terwijl de ene luid kwetterend op de david’s zit te roepen dat de ander moet komen, vliegt die doerak heel hard rondjes om de Raaf. Te leuk voor woorden en we kunnen het niet laten ze woorden in de snavel te leggen.    
Volledig in de ban van de zwaluwen, gaat de grote zwarte beer in eerste instantie helemaal aan onze aandacht voorbij maar als we haar dan eindelijk in de gaten hebben, brengen we haar een bezoek met BB. Tot op minder dan tien meter laat ze zich door ons naderen zonder blijk te geven, last van ons te hebben. Soms kijkt ze met een snuit vol gras even onnozel op om daarna gewoon door te grazen. Het blijft gek om zo’n groot roofdier te observeren terwijl ze zich gedraagt als de eerste beste
Hoe zit dat eigenlijk met de berenmaag? Een koe heeft er zeven! Na een kwartier vind ze dat ze genoeg is bewonderd en wandelt ze op haar gemak het struikgewas in. Onzichtbaar voor ons maar wie weet bekijkt ze ons wel van daaruit.

Sandy > Marble Island > Beartrack 58 35 7N/135 51 1W     
We hebben toestemming van de parkranchers om een dagje langer te blijven dus we hebben geen haast. Bij het verlaten van Sandy Cove zien we een zwarte beer op het strand en een aangespoelde dikke bleke fender op de rotsen die bij nader inzien een ‘zonnende’ zeehond blijkt. Terwijl we langzaam naderen glijden er verschillende zeeotters het water in. Dit is de eerste keer dat we deze waterjongleurs op land zien. Hoe zit dat eigenlijk met zeeotters? Werpen ze hun jongen op land of in het water? Volgens mijn gids heeft een volwassen zeeotter een miljoen holle haartjes op iets minder dan drie vierkante centimeter en babyottertjes kunnen de eerste weken nog niet onder water duiken omdat hun bontvachtje een te grote dichtheid aan die holle haartjes heeft waardoor ze als een badeendje opploppen als je ze onderdompelt. Daarom worden ze die periode consequent op de buik van hun moeder vervoerd.

Marble eiland laat al van verre van zich horen. Aan de noordkant van het eiland schakelt Jan de motor in neutraal zodat we rustig dobberend op de stroom kunnen kijken naar dit dieren spektakel. Iedere rotspartij vormt de behuizing voor een zeeleeuwenmannetje met zijn harem al heeft de één wel veel meer vrouwtjes dan de ander. En is een mannetje eenmaal onttroont dan brengt hij het tij ergens onderaan de rots door waar vandaan hij smachtend omhoog kijkend terug denkt aan zijn eigen glorietijd. Naast al die brullende zeeleeuwen families, nestelen de meeuwen en de aalscholvers tegen de rotsen en azen jonge adelaars op verlaten nesten. We komen ogen te kort. Beartrack Cove is een grote, minder beschutte baai die niet nood tot exploratie en aangezien het regent bekijken we hem van achter de ramen.

Beartrack Cove > Hoonah > 11-6-’12 > 58 05 6N/ 135 26 8W > 45.7 nm
Het zit er op, vandaag verlaten we Glacier Bay, maar niet zonder een beer langs het strand van een klein eiland te zien kuieren en terwijl wij op de  ebstroom naar buiten stomen, koersen vier bultruggen de baai in.
Wow, er staat wind, hop met de genua en uit met de motor. Even geen gebrom en de dreiging van lekkage aan de draaiende schroefas. We gaan niet echt hard maar we hebben geen haast en met deze langzame voortgang hebben we de juiste snelheid voor de vislijn. Overal om ons heen zien we condensatiepluimen maar deze blijven op afstand en als we al in de buurt dreigen te komen doen ze wedstrijdje adem inhouden waardoor Jan ze niet op film krijgt.
Nadat we kaap Adolphus hebben gerond, gaat de motor weer aan en zetten we aan op Hoonah waar in de ingang een groot cruiseschip ligt. De passagiers worden met tenders naar de wal gebracht waarna ze met busjes naar het dorp worden gereden. Hoonah heeft de grootste Tlingit gemeenschap van Alaska en is daarom waarschijnlijk aantrekkelijk voor toeristen maar wat het te bieden heeft is ons op het eerste oog niet duidelijk. Na een inspectie langs de kade waar we een grote kraan zien waarmee Witte Raaf waarschijnlijk wel uit het water kan worden getild, besluiten we te ankeren in een baai verderop want aanleggen is lastig aan een overvolle steiger als je niet kunt manoeuvreren.
De ankerbaai is daarentegen ruim en met de wat harder doorstaande wind liggen we sinds tijden voor het eerst weer eens echt op ons anker. Het water komt al op en met dit tij kunnen we niet zien of en zo ja waar we Witte Raaf droog zouden kunnen laten vallen voor de inspectie van de schroefasafdichting. Vannacht om half drie is het laag en dan morgenmiddag pas weer dus dat betekend dat we een dag verliezen voor omgevingsonderzoek tenzij we vannacht op onderzoek uit gaan. Waarom eigenlijk niet vannacht? Oké het is donker maar zowel helling als ondergrond laten zich ook wel met zaklantaarns bekijken en rotsen is boem dus dat is ook duidelijk!
We organiseren alles wat we nodig denken te hebben en zetten de wekker op twee uur. Arme Gijs die momenteel in het rijke bezit is van twee paar natte en nog maar één paar droge schoenen die hier niet aan gewaagd mogen worden, mag op de Crocs van Jan. Om twee uur is het nog donker maar als we om half drie in BB rondtoeren hebben we de zaklantaarns al niet meer nodig. Na een paar afgekeurde plekken in verband met een te zachte bodem of teveel rotsen vinden we een plek die voldoet. Alleen de stroom blijft een onzekere factor maar dat merken we morgen wel. We markeren de plek op de kant met een takkenbos terwijl we een boom aan de achterkant nemen voor de correcte aanvaarroute. Na nog wat kleine stenen te hebben verwijderd valt er niets meer te doen dus hop terug naar ons warme mandje dat in het bijzonder voor Gijs zijn voeten zeer wenselijk is.

Hoonah > 12-6-‘12
Het hekanker staat klaar voor gebruik, BB is bijgetankt, alle gereedschappen voor de reparatie liggen gereed, we zijn er klaar voor. Om half elf gaan we anker op en varen richting strand. Voor de extra aandrijving zit Gijs in BB zodat hij Witte Raaf het laatste eindje de kant op kan duwen. Hé wat is dat, gaan we niet te ver? Ligt daar niet net het stapeltje stenen dat we hadden verwijderd? Bij twijfel niet doen dus laten we ons door de stroom terugzetten terwijl Jan het anker laat zakken. Na een uurtje proberen we het nogmaals en nu loopt Witte Raaf vlot vast en terwijl Gijs haar met BB mooi op de plek houdt zakt het water verder zodat we al snel op de kiel staan.
Ayayay het stapeltje stenen dat we nu ruim drie meter voor ons zien liggen was het gewraakte stapeltje. We zijn te laat! Nu moeten we maar afwachten of de schroef überhaupt boven water komt!
In deze situatie kan ik de jongens alleen maar in de weg lopen dus ga ik met schrapers en borstels de baard op de waterlijn te lijf. Nu het water zakt laat het aangegroeide wier zich het makkelijkst verwijderen met een oude girobetaalkaart. Multifunctioneel die giro.
Ondanks dat we al sinds Panama niet meer droog hebben gestaan, valt de aangroei op de waterlijn en de boegschroefholte na, alles mee. Wat een verschil met de warme tropische wateren waar je de zeepokken bij wijze van spreken kunt horen aangroeien.
Opeens verschijnt er een opgeluchte blije Gijs aan dek die me het goede nieuws verteld. Jan heeft ondanks dat de schroef niet watervrij kwam het manchet los kunnen maken en ontdekt dat de daarachter liggende klemband die het op de schroefas vastzittende gedeelte op zijn plek moet houden, los zat. De schroefas is oké, het seal is oké, het was gewoon een kwestie van schoonmaken en vastzetten en geklaard lijkt de klus. Natuurlijk weten we het pas zeker als we kunnen proefdraaien maar vooralsnog ziet het er heel hoopgevend uit. Joepie, als het even mee zit hoeven we dus de kant niet op, hoeven er geen nieuwe onderdelen uit Duitsland te worden opgestuurd, hoef ik geen cursus berkenbastmandjes vlechten te volgen en kunnen we Gijs met Witte Raaf terug varen naar Auke Bay,…….
We kunnen niets anders dan afwachten maar dat duurt minder lang dan we berekend hadden omdat we veel later zijn drooggevallen dus rond vier uur, als we de eerste beweging voelen, kunnen we al beginnen met het inhalen van de hekankerlijn. Onze Fortress bewijst zijn waarde weer eens als we hem nauwelijks los kunnen krijgen uit de vette klei terwijl we weer vrij ronddobberen. Nu gaat het erom spannen, terwijl Jan de motor in zijn versnelling schakelt, ligt Gijs op zijn buik op het machinekamerluik. Langzaam vooruit, ……geen water, iets sneller vooruit,……… geen water, achteruit,………. geen water, YEH WE ZIJN WEER WATERDICHT!

Dit moet worden gevierd! We varen naar het dorp waar het publieke steiger helemaal vol ligt dus vragen we toestemming bij een visser om langzij te mogen. Na wat weifeling is het oké dus knopen we Witte Raaf vast. Eerst op zoek naar een douche om de vette klei en antifouling van me af te wassen en daarna uit eten want het kan toch niet zo zijn dat Gijs straks naar Nederland terugvliegt zonder dat hij verse wilde zalm heeft geproefd alleen omdat wij er geen kunnen vangen!

Hoonah bestaat uit een kleine verzameling houten huizen met een aantal souvenirwinkels en een soort afhaal restaurantje en zo op het eerste oog, vijf kerken. Allen gesloten nu de laatste cruiseschippassagiers terug aan boord gaan. De douche is meer dan heerlijk maar uit eten wordt hier nog een uitdaging. Onze buurman brengt soelaas want nadat hij een nieuw schip en een visvergunning heeft gekocht is hij volledig platzak maar zalm heeft hij wel. Willen wij niet een sixpack bier ruilen voor een visje? Een sixpack voor een zalm, natuurlijk willen we dat!
Om de hand te houden aan de visquota mogen vissers geen vis verkopen aan particulieren maar ruilen mag wel. Terwijl hij een gisteren gevangen roze jongen uit het ijs haalt en fileert verzamelen wij de biertjes en doen we er tien dollar bij die hij direct omzet in een fles witte wijn voor z’n meisje. En wij? Wij eten grote dikke verse wilde zalmsteaks!

Hoonah > Funter Bay > 13-6-’12 > 58 14 6N/134 53 0W > 27.1nm
We hebben alle drie geslapen als marmotten en komen maar moeizaam op gang. Rond half elf gooien we de lijnen los en nemen afscheid van ‘onze’ visserman. Aan de overkant zien we condensatie pluimen maar zodra we in de buurt komen, zijn ze verdwenen.
Tot aan Point Couverden hebben we wind tegen maar zodra we wat kunnen afvallen, kunnen we zeilen. Met de vislijn uit mogen we niet te hard dus varen we eerst op de kotterfok, dan op de genua en daarna weer op de kotterfok maar dat houdt de gewrichten soepel. Voor de ingang van Funter Bay zien we een massa water opspatten. Dat is een jumper!
Zeilen weg en erop af. Onze jumper blijkt een orka die aan spyhoppen doet om de omgeving te verkennen. En hij of zij is niet alleen, want nu we beter kijken zien we her en der zwarte vinnen door het water snijden. Is dit dezelfde groep die we vorige week bij Pleasant Island zagen? Voor we het weten zijn ze de ingang gepasseerd. Jan draait het roer, ‘kom we gaan kijken of we een stukje met ze kunnen opvaren zodat we ze beter kunnen bekijken’. In het totaal zien we vijf vinnen, drie waaronder het mannetje direct voor ons en verderop nog twee. De jongen zijn er niet bij vandaag.  
Jan geeft ze voldoende ruimte aan bakboord terwijl we ze langzaam inhalen. Eén van de wijfjes slaat met haar prachtig hartvormige, naar verhouding kleine, aan de onderkant spierwitte staart op het water terwijl we ze langzaam passeren. Vooral de ruim anderhalve meter hoge rugvin van het mannetje is imposant. Niet te begrijpen dat deze zonder steun van het skelet toch zo fier rechtop staat. Wow, hij komt zijwaarts uit het water omhoog en laat zich ook zo terugvallen waarna hij zijn snelheid weer oppakt en aanhaakt bij de twee
wijfjes. Ook hij zwiept zijn staart hoog op uit het water waarbij zo’n tweederde van zijn lijf boven komt. In tegenstelling tot de staart van het wijfje vouwt de zijne samen. Waarom doen ze dit? Is het een vorm van communicatie? En zo ja met wie? Onderling hebben ze hun eigen taal die mijlen ver reikt.
Zouden ze last hebben van ons motorgeronk? De twee die voor ons zwommen, duiken plotseling achter ons op en komen beiden vlakbij langzij. Wie kijkt er nu naar wie? We worden duidelijk uitgecheckt door deze twee waarna ze hun snelheid aan ons aan lijken te passen en met ons mee zwemmen. Wat een kracht en souplesse gebundeld in dit prachtige roofdier. De orka, wordt als grootste dolfijn - verwarrend genoeg - niet voor niets de killer whale genoemd. Als bovenste in de voedselketen heeft hij geen vijanden en jaagt hij op alles dat beweegt ongeacht de
grote. Hun voorkeur gaat uit naar zoogdieren zoals zeehonden, -leeuwen, -otters en baby bultruggen waarvan ze alleen de tong consumeren, de fijnproevers. Met hun hoogstaande intelligentie en hun groepsgerichte inzet zijn ze in staat situaties te beoordelen en hun aanvalsgedrag daarop aan te passen. Niet alleen mooi dus maar ook krachtig en slim.
Terwijl zij verder koersen richting Icy Strait, keren wij om en varen op ons gemakje onder zeil terug naar Funter Bay terwijl we bijkomen van alle opgedane emoties.
In Funter Bay ligt de Tarpan met Bram en Anya, afgemeerd aan het publieke steiger. Dit is een drijvend ponton dat geen aansluiting met de wal heeft, waar schepen kunnen aanleggen. We leggen bijna helemaal zeilend aan waarbij de motor alleen op het laatste moment een klein duwtje moet geven om vrij te blijven van de achter ons liggende motorboot. Bram en Anya gaan morgen naar Glacier Bay en naar alle waarschijnlijkheid daarna buitenom richting Mexico dus dit is de laatste keer dat we ze zien. Maar voor ze een borrel komen halen hebben we eerst nog het galgenmaal voor Gijs. Zalmfilé in whiskyroomsaus wordt het met vers gesneden frietjes en courgette. Het wordt een genoeglijke avond op Witte Raaf.

Funter Bay > Auke Bay > 14-6-‘12
De gisteren gespotte rivierotters houden zich onzichtbaar maar de  grizzly laat zich daarentegen uitgebreid bewonderen terwijl hij over het strand waggelt. Samen met Tarpan varen we de baai uit waarna
zij links en wij rechtsaf gaan. Dag Bram, dag Anja, tot een volgende keer, whereever that may be.  
De wind die even het idee gaf dat we konden zeilen houdt het voor gezien dus tuffen we op de motor terug richting Auke Bay waar we een mooi plekje vinden in de langzaam met gilnet vissers vollopende haven. Zondag is voor deze vissers de eerste vangstopening in het Lynn Canal en iedereen is bezig met de laatste voorbereidingen voor het seizoen. We sluiten deze unieke gezamenlijke trip af met een traditie getrouw etentje bij de Thai.
Naar verslag 68