Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 66 Alaska 1 > 2012
Ketchikan (Tomas Basin / Bar Harbour)
We zijn in Ketchikan, ingeklaard in de USA en al. Gisteravond hadden we geen fut meer om het stroom probleem op te lossen dus dat heeft vanmorgen samen met de stakende waterpomp prioriteit. Alle banken gaan open op zoek naar een passende stekker maar al wat er tevoorschijn komt en dat is veel, geen passende stekker. Als Jan nogmaals gaat kijken welke we nu precies nodig hebben, ontdekt hij dat er twee verschillende stopcontacten zijn en dat onze huidige stekker wel past maar het goede gaatje nodig heeft. Nadat we al het uitgepakte materiaal hebben opgeborgen gaan we op zoek naar een passend gaatje maar helaas ons snoer blijkt te kort voor de buurpaal en de elektra paal die voor is ons bedoelt, levert geen stroom. Aangezien we als we in een haven liggen onze scheepskachel die op diesel loopt niet willen gebruiken en de boot warm willen stoken met een elektrisch kacheltje, besluiten we te verkassen en als we dan toch moeten varen dan maar direct naar de drie mijl verderop gelegen Bar Harbour, een visserhaven die dan wel buiten het centrum van de stad ligt maar wel in de directe omgeving van een wasserij, douches, watersportzaken en een grote supermarkt. Alle zaken die we nodig hebben.

We krijgen dezelfde plek toegewezen als vorig jaar en een uurtje later liggen we keurig vast maar wat schets onze verbazing ook hier krijgen we geen stroom van de paal. Zou het dan toch aan ons snoer liggen? Stap voor stap meten we stroomvoorziening door, stekker, snoer en scheepscontact. Alles oké maar geen stroom op het boordnet?
Eureka! Jan’s lichtjes gaan aan terwijl hij de bank induikt die we net helemaal hebben ingepakt. De daar geplaatste zekering staat uit! Met een snorrent elektrisch kacheltje aan onze voeten constateren we dat deze waarschijnlijk per ongeluk in omgehaald tijdens onze zoektocht naar de gewreekte stekker.

Energie probleem opgelost, nu het water nog. Ook dit laat zich door logisch nadenken oplossen. Voordat Jan de hydrofoor uit elkaar schroeft eerst even de afsluiter tussen de twee watertanks checken. Ayayay die staat dicht, geen wonder dat onze hydrofoor het niet doet, onze bakboord tank is leeg en er is dus geen druppel op te pompen! Tja soms lijkt het aan de techniek te liggen terwijl de mens die met die techniek werkt er rare dingen mee kan uithalen!

Naast de nodige echte klussen, de startaccu is aan vernieuwing toe, we hebben een lekkage in het verwarmingssysteem in de voorraadbank, de kachel heeft meer waterdruk nodig, de antislip op de trap moet worden vernieuwd en nog een paar van dat soort kleinigheden, brengen we een bezoek aan het dorp en het zuidelijk gelegen Saxman totempaalpark.
Bij deze verzameling vrij menselijke totempalen staat een schuur waar twee tinglit indianen aan nieuwe totempalen werken. Frappant dat je in Canada deze mensen geen indiaan maar first native moet noemen omdat je ze anders beledigd terwijl ze hier trots zijn op hun indiaanse afkomst.
Zo aan het einde van de dag is de cruiseschip passagiersmassa vertrokken en hebben ze wel zin in een praatje. Beiden zijn aan het werk aan een nieuwe totempaal gemaakt uit rode ceder. Hier in Alaska hebben ze nog genoeg van dit vrij zachte hout terwijl deze houtsoort in Canada zeldzaam is geworden door de veelvuldige kap.
De oude houtbewerker, Nathan, met een prachtig indiaans profiel heeft een fotoalbum vol met zijn werken die over de hele wereld verspreid staan.
De jonge kunstenaar heeft rood haar, een bleekblanke huid met sproeten maar is een volbloed indiaan met een Haida moeder en een Ierse vader. Nathan een volbloed Tinglit indiaan behorend bij de ravenclan heeft een indiaans uitziende zoon bij een Amerikaanse vrouw waardoor deze zoon geen indiaan is. Het indianenbloed wordt net als bij de joden, doorgegeven door de vrouw.  Deze zoon is pas indiaan geworden toen hij geadopteerd werd door in dit geval een volbloed ravenfamilie.
Hier in Alaska zijn twee grote clans, de raven en de eagles. Je wordt dus als raaf of als eagle geboren ongeacht bij welke indianenstam je hoort. om inteelt te voorkomen mag een raaf alleen met een eagle trouwen en vise versa.

Ketchikan > Lyman Anchorage (Prince of Whales) 18-5-’12 > 55 32 26N / 132 17 33W – 27nm
De noordenwind die vanochtend nog doorstaat, gaat volgens de voorspellingen naar het zuiden en dat zou betekenen dat we vanmiddag weg kunnen. Wel jammer dat we hierdoor Bram en Anja van de Tarpan maar heel kort zien, ze zijn gisteravond binnengekomen, maar onze vergunning voor Glacier bay is al over twee weken en aangezien het weer hier in Alaska redelijk onvoorspelbaar is en de noordenwind vaak dagen lang aanhoudt, moeten we pakken wat we pakken kunnen.
We verdelen de taken en een paar uur later zijn we er klaar voor. Losgooien blijkt nog niet eenvoudig want daarvoor moet je ALLE landvasten losmaken, maar we komen zonder brokken onze box uit en tanken bij het watervliegtuigsteiger zo’n slordige 290 liter diesel. Opgetopt met water, brandstof en eten passeren we in de Tonga narrow de Crystal Princes, een reusachtig wit varend flatgebouw en een uurtje later varen we Clarence Strait op waar de beloofde zuidenwind waait vanuit een blauwe lucht met ZON. Yeh, de witte lappen erbij en de motor uit, we zeilen!  

Met zo’n zes knopen koersen we recht op onze geplande baai af terwijl we in de verte een groep bultrug walvissen zien. Twee dieren springen, soms om de beurt maar soms ook bijna simultaan, geheel uit het water en veroorzaken enorme witte waterfontijnen als ze terugvallen. Eén keer, twee keer, drie, vier, vijf, ze kunnen er net als wij geen genoeg van krijgen. Ter ver voor film of foto maar oh wat een spektakel.
Lymann anchorage heeft een smalle ingang naar binnen maar we besluiten in de buiten ring te ankeren, goed beschut tegen wind uit het zuiden en lekker veel ruimte om te swingen. Rond een uur of acht terwijl het licht al wat minder wordt ziet Jan een grote zwartbruine vlek op het strand. Een reusachtige grizzly loopt een beetje te grazen terwijl hij regelmatig onze kant op kijkt. Nu weten we dat beren niet echt goed kunnen zien dus het zal waarschijnlijk onze geur zijn die zijn aandacht trekt. Zo net na zijn winterslaap zal dit bruintje vast wel hongerig zijn, ik ben blij dat we hem veilig vanuit ons bootje kunnen bewonderen. De afstand neem ik op de koop toe.

Lyman Anchorage > Excange Bay > 19-5-’12 > 56 12 09N / 133 04 30W > 59.9nm
We zijn allebei vroeg wakker en gaan al om 07.15 anker op want waarom langer blijven liggen terwijl de zon schijnt! De eerste uren is er geen noemenswaardige wind maar zodra die een beetje aanzet gaan de zeilen bij en de motor uit. Aan de overkant van Clarence Strait zien we een aantal condensatiepluimen van bultruggen  met op de achtergrond de witgepiekte bergen van Etolin eiland. We kiezen voor de Kashevarof Passage die volgens de boeken wel wat lastiger te navigeren is tussen verschillende kleine eilandjes en rotspartijen door maar deze moeite wordt meer dan beloond door twee vlakbij vissende bultruggen en prachtige vergezichten. Onder zeil is het stil op het ruisen van het water langs de romp na en zo nu en dan een schreeuw van een meeuw of een visarend, Alaska op haar mooist!

Excange Bay > Alvin Bay (Kuiu isl) > 20-5-’12 > 56 26 20N / 133 56 03W > 36.9nm
Excange Bay is groot, goed beschut en eenvoudig in en uit te varen maar heeft als nadeel dat je door de geringe diepgang niet dicht bij de kant kunt ankeren en dus midden in de baai ligt. Prachtig bij vervelend weer maar belemmerend voor het zien van dieren en aangezien het vandaag plenst en de voorspelling aangeeft dat dit ook morgen aanhoudt, besluiten we verder te gaan naar onze volgende bestemming zodat we morgen op mijn verjaardag een dagje vrij kunnen nemen,
De wolken hangen laag en de eerste uren is er geen wind. Heerlijk dat we tussen de bimini en de buiskap ons regenzeiltje kunnen spannen want hiermee blijft de kuip droog. Eén man op de uitkijk naar hout en kelp en de ander lekker binnen. Wat een verschil met gisteren. Zodra de wind zich laat voelen zet Jan de genua en spuiten we met ruim zeven knopen op ons doel af. Zo pakken we de stroom van de eb mooi mee. Een rode boei die we passeren wordt bewoond door een vette bruine zeeleeuw en vier aalscholvers en een grote boomstronk waar Jan voor uitwijkt blijkt een slapende zeeotter die zich een hoedje schrikt als hij nadat we al voorbij zijn dat grote witte gevaarte ziet. Oppassen kleine slaapkop!
Zodra we de baai indraaien zien we overal bruine dobbertjes wegpeddelen. Tientallen zeeotters, joepie ze wonen hier! We varen voorzichtig tussen twee rotspartijen in de ingang door en gaan helemaal achterin bij een stroompje met grasland voor anker voor het geval er hier beren wonen. Wat een plek!

Alvin Cove > 21 mei 2012
Jarig, oh zo jarig! Jan wekt me met vers geperste jus d’orange (en dat zonder pers), koffie, hele lieve verjaarsmailtjes die hij voor de gelegenheid heeft uitgeprint en twee cadeautjes, één van hem en één van Bram en Anja van de Tarpan. Het cadeau van Jan had ik per ongeluk al gezien omdat het net voor vertrek uit Victoria schildernat aan boord kwam en dus niet direct verstopt kon worden. Maar nu is de door een first native uitgesneden vliegende witte raaf officieel van mij en mag hij worden opgehangen. Het cadeautje van B&A is een prachtig stuk zwerfhout. De mailtjes laten zich niet lezen zonder tranen. Het blijft een rot gevoel, heimwee! Maar wat zeur ik, we liggen in de mooiste baai van Kuiu eiland en het regent pijpenstelen.
Na een gezellig ontbijt lunchen we de dag door met een goed gelukte appeltaart die we bij gebrek aan verjaarsvisite alleen moeten opeten. Onze krabbenpot heeft vannacht naast de boot niets opgeleverd en aangezien er op mijn verjaarsmenu krab staat gaan we hem verderop tussen de rotsen leggen. Terwijl we er met Lieke naar toe tuffen zwemmen er overal zeeotters om ons heen naar veiliger water terwijl ze regelmatig hoog uit het water komen om ons te bekijken. Eéntje duikt in een sierlijke duik onder, waarbij hij
geheel uit het water komt, terwijl een ander op zijn rug dobberen en met z’n voorpoten iets kapot slaat op zijn buik. Het plenst nog steeds maar met ons oliegoed aan kan dat niet deren. Jan laat de krabbenpot zakken en hengelt ondertussen een beetje naar rockfish terwijl ik probeer met ons waterdichte cameraatje die leuke dobbers vast te leggen wat moeilijk is want met deze afstand blijven ze op dit cameraatje kleine zwarte stipjes.
Op de terugweg zien we twee moeders met baby’s op de buik. Wat een cadeau! Dikke pluizige roodbruine bontballetjes die heerlijk liggen te slapen terwijl hun moeder ruggelings een veilig heenkomen proberen te vinden zonder onder te hoeven duiken. Kunnen deze jongen al zwemmen? Eén moeder vindt ons toch te dichtbij komen en duikt met haar jong weg die vanuit slaap toestand razendsnel veranderd in een prachtig duikertje. De andere moeder doet het rustig aan, ze ziet niet echt gevaar in ons en laat ons redelijk dichtbij komen. Frustrerend dat ik nu mijn grote camera niet bij me heb maar dat zou met deze regen funest zijn.  
Mijn verjaardagsmaal wordt vegetarisch want ondertussen hebben we ontdekt dat daar waar zeeotters zijn de krab op is! Er zat alleen een hele grote dikke vette paarse zonnezeester in de val. Jammer maar helaas, kaasfondue is ook lekker.

Excange Bay >Rocky pass> Goose Bay > 22-5-’12 > 56 44 68N / 133 52 10W > 45.4nm
Vandaag gaan we door een volgens ons boek, explorers dream and a navigators nightmare. De Rocky Pass is een ondiep en smal vaarwater tussen Kuiu - en Kupreanof eiland waar op verschillende plaatsen bij laag water maar één meter diepgang staat en aangezien we met de kiel omhoog, één meter veertig meten is dat niet voldoende. Het is dus zaak om op die specifieke punten te passeren met hoog water en in de Devils Elbow zelfs bij slack omdat daar door de extreme versmalling vier knopen stroom kan staan en dit teveel is om met een wat groter schip als Witte Raaf de negentig graden bocht op tijd te kunnen maken.
Het weer ziet er goed uit. De twintig knopen wind uit het zuiden verminderen volgens de voorspellingen tegen de middag en nu biedt hij ons een mooi zeiltripje naar de ingang. Ondertussen zijn de laatste buien weggedreven, schijnt de zon en is de wind afgenomen tot zo’n twaalf knopen. Ideale omstandigheden.  
Voor de zekerheid halen we de zeilen weg en dat is maar goed ook want sommige bochten zijn wel heel haaks, dusdanig dat we meestal in tientallen graden koers moeten veranderen.
Op de security call krijgen we reactie van een schip dat door de passage zuidwaarts komt en aangezien elkaar passeren er niet in zit, wachten we bij de ingang.
Vroeger werd deze doorgang niet gebruikt maar de laatste jaren heeft de kustwacht markeringen aangebracht en zelfs een heel ondiep gedeelte uitgebaggerd. Dit slipt langzaam weer dicht maar we hebben vandaag springtij en dus ruim viereneenhalve meter water bij vloed.
De eerste betonning die ze hadden aangelegd leverde dusdanig veel gestrande schepen op dat ze hem maar weer hebben verwijderd. Nieuwe ronde nieuwe kansen en ondertussen staan er her en der groene en rode staken en ligt er zelfs hier en daar een rode boei waarvan er eentje wel heel ver uit koers is geraakt maar de staken in combinatie met onze elektronische kaart werken fantastisch in dit doolhof van eilanden, zandbanken, rotsen en riffen. Na drie uur intensief zigzaggen zijn we er door en juist daar bij breder water ontdekt Jan een beer. We duiken de baai in waar ze aan het grazen is samen met haar jong. Jammer dat we niet dichterbij kunnen komen door de ondiepe afloop hier want op de foto en film blijven het nu kleine zwarte stipjes terwijl ze door de verrekijker haarscherp te bewonderen zijn. Als koeien lopen deze prachtige zwarte knuffels te grazen, de veggiewunders.
Ondanks dat we beiden moe zijn gaan we door naar Goose Bay want volgens ons boek stikt het daar van de zwarte beren en kun je er goed krabben vangen. Beiden zijn gewenst dus voorwaarts gaan we. Port Camden is een brede fjord met in de achtergrond hagelwitte bergen die reflecteren in de zon. Wat een prachtig stukje wereld!
Goose Bay is mooi maar zodra we de hoek omkomen zien we een boot. Nee hè, met een andere boot in de baai is de kans om beren te spotten een stuk kleiner zeker als we constateren dat het hier om een Amerikaans charterschip gaat met vier kleine aluminium bootjes waarmee ze hun gasten rondvaren om her en der te vissen. We zwalken tussen hun krabbenpotten door en gaan achter ze voor anker terwijl de visarenden, ‘schipper mag ik overvaren’ of is ‘het boompje wisselen’, spelen?
Het gebrom van onze buurboot’s generator en hun muziek verstoren onze wildernisbeleving. We eten
spaghetti terwijl we de hoop uitspreken dat ze morgen misschien wel weg gaan want alleen dan blijven we een dagje hier.

Goose Bay > Snug Cove > 23-5-’12 – 57 25 74N / 133 57 33W > 51.1nm
Vandaag is Hauke jarig! Van harte zusje! Het is acht uur, onze buren zien er niet uit alsof ze vandaag vertrekken dus we gaan verder. Onze krabpot heeft één minuscuul krabje te pakken dat nog maar even moet groot groeien. Terwijl we achter onze buurman langs varen zien we een prachtige zwarte beer op hun achterdek liggen. Dood welteverstaan met glanzende zachte zwarte voetjes. De hufters, vissen is schijnbaar niet genoeg voor hun vette Amerikaanse en Mexicaanse gasten, die thuis moeten
kunnen pochen over hoe ze een zwarte beer hebben geschoten. Geen wonder dat er geen beer te zien was, veel te gevaarlijk! Alhoewel zodra we de baai uitvaren zien we er één grazen, pas op zwartje ze hebben kogels!
De tien knopen wind die er is, staat recht op de neus maar binnen brand de kachel dus wie doet ons wat? Zeeotters, visarenden, bruinvissen, meeuwen, zeekippen, een vissende bultrug een voor onze boeg opduikende geschrokken zeeleeuw, ze zijn er allemaal terwijl Frederick Sound onder ons door glijdt. Het is sprookjesachtig weer in grijs- en blauwtinten met mistige witte flarden in de bomen, witte bergtoppen in de verte en het zonnetje dat door het wolkendek probeert te prikken. Een cruiseschip glijdt majestueus voorbij. Mijn god wat zijn die dingen toch lelijk.
De zon heeft gewonnen, ze heeft het wolkendek opgelost en reist met ons mee. Grappig om te ervaren dat de ingang van Gambier Bay met de paar ondieptes die we moeten passeren, na de Rocky Pass, een zacht gekookt eitje is. Gambier Bay is reusachtig wijds met her en der eilanden en verschillende mooie baaien. We checken er drie uit en kiezen voor de kleinste die Jim’s Bay wordt genoemd. Als er zich dan een beer langs het water vertoont kunnen we hem tenminste zien.
Wat is het hier mooi! In de verte wit besneeuwde bergen, naast ons het gegak van Canadese ganzen en
naast ons een familie adelaar. Nadat de zon achter een bergtop is verdwenen klautert de nieuwe maan erboven uit. Hoi maan!

Jim’s bay (Gambier Bay) > 24-05-’12
De dag straalt ons tegemoet, we nemen een dagje vrij! Het enige geluid dat we horen is de schreeuw van de kraaien, de roep van de adelaars en een prachtig weergalmende, ‘toekan’, van een vogel die we niet kennen.
Onze gisteravond van het achterdek neergelaten krabbenpot levert niets op dus het wordt tijd voor actie. We laden, vislijnen, koffie, koeken, de verrekijker en niet te vergeten de camera in Lieke en varen naar het puntje waar we ons overgeven aan het kleine beetje wind dat er staat en het opkomende tij. Een vanochtend binnen gevaren motorboot ligt een eindje verderop voor anker. Terwijl we ons lood de bodem om laten woelen bewegen we onze lijnen in schokjes zodat de haken er verleidelijk uit zien voor langs cruisende heilbotten. Gelukkig bieden koffie en koek afleiding want van bijtende vissen moeten we het niet hebben. De Amerikaanse eigenaren van de motorboot keren terug in hun dinghy dus we gaan een praatje maken. Het zijn Chris en Tom uit Juneau die net hun krabpotten hebben opgehaald die ze hier een dag of twee geleden hebben neergezet. Ook hun vallen zijn leeg.
Waarschijnlijk te wijten aan de temperatuur, meldt Chris, want het is langer koud geweest dan anders, de haring instroom bij Sitka was maar de helft van vorig jaar en de plankton bloeit nog niet waardoor ook het aantal walvissen veel lager is dan vorig jaar. Wel had ze op de weg hierheen een heilbot aan de haak maar die heeft ze niet aan boord kunnen krijgen. Op onze vraag welk aas ze daarvoor gebruikt, leren we dat er kleine potjes babyinktvis te koop zijn die het goed doen bij heilbot. We krijgen spontaan een potje van ze mee samen met het telefoonboek van Juneau en omstreken en waarin een fotocamera winkel staat vermeld.
Ik heb met mijn stomme hoofd mijn grote lens laten stuiteren en dat vond hij reden genoeg om geheel te blokkeren. Geen grote lens hier in Alaska is een ware straf want voor het welbevinden van dieren en soms ook van onszelf is afstand nodig en dat resulteert met mijn kleine lens in vage verre stipjes. Nu heb ik in Victoria tijdens een bezoek aan Wiebe en Patries, Wiebes nieuwe Nikon even mogen vasthouden en dat is een fenomenaal stuk apparatuur dat sindsdien door mijn gedachten speelt maar ja je koopt geen nieuwe dure camera als je er nog één hebt die het doet. Nu mijn lens daarentegen naar de gallemiezen is, wordt het een ander verhaal.
Jammer genoeg is Alaska niet het walhalla als het gaat om winkels laat staan een gevarieerd aanbod dus vingers kruisen dat de fotowinkel in Juneau me kan helpen want vier juni, Glacier Bay komt met de dag dichterbij. Voor ons reden genoeg om versneld noordwaarts te trekken.
Verder leren we van Chris dat heilbot beter vanuit de grote boot kan worden gevangen want de meeste zijn fors aan de maat en echte vechters wat voor onze kleine Lieke misschien niet helemaal ideaal is tenzij we een rondje door de baai willen worden gesleept. Op zich natuurlijk een leuk idee maar met de vraag hoe we na dat sleepje ooit nog terugkomen op Witte Raaf is voldoende om terug te keren.
Jan fabriceert een hele slimme constructie waardoor we languit in de kuip in de zon met hand en/of voet onze lijnen kunnen bewegen terwijl we onze aandacht bij ons boek kunnen houden. Hoebedoelu luie vissers? Ons gebrek aan motivatie en concentratie wordt navenant beloond, niet eens één keer beet!
We laten beide lijnen met een babyoctopusje aan de haak overboord hangen voor een eventuele verdwaalde bot die zijn heil in onze baai zoekt en vullen ook het netje in onze krabbenpot met een paar van deze aasjes.
Om half vier wordt Jan wakker van herrie onder de boot. De heilzoekende bot is inderdaad langs gekomen en heeft zijn heil gevonden in het babyinktvisje dat hij van de haak heeft afgetrokken zonder zich daarbij te spiezen, de slimmerik. Ook de krabben blijken het aas te appreciëren. Zodanig zelfs dat ze na ons maaltje op zoek gegaan zijn naar meer want het aas is weg en de krabben ook. Je eigen maal bij elkaar vissen blijkt nog lang niet zo gemakkelijk!

Jim’s Bay > Taku harbour > 25-05-’12 > 56 04 26N / 134 01 11W > 45.7nm
In mei zijn er veel mensen jarig dus zingen we weer, in dit geval voor Elsemiek en Willem. Rond 10.00 uur varen we de baai uit en zien voor ons de eerste bultrug van de dag. Gisteren hebben we geoefend met de filmcamera dus die komt aan dek terwijl de walvis duikt. Het blijft iedere keer opnieuw een verrassing waar hij zal opduiken maar voor ons zien we twee pluimen dus daar focussen we op. Moeder met jong duiken als we in de buurt komen maar komen vrij vlot weer aan de oppervlakte waardoor Jan een mooie opname kan maken. Onze eerste staart op film, joepie!
Als we Gambier Bay eenmaal uit zijn zien we er nog één aan bakboord maar worden afgeleid door een groepje razend snel zwenkende Dall bruinvissen. Deze kleine kopietjes van de orka qua tekening komen in tegenstelling tot hun soortgenoot de Harbour bruinvis, wel naar de boot en ze spletschen er vrolijk op los terwijl ze links en rechts opduiken. Als schichten schieten ze door het water en zijn moeilijk te vangen met lens.
De grote zwarte beer die Jan aan de wal ziet kan waarschijnlijk gedachten lezen want terwijl wij kijken of we er dichtbij kunnen komen verdwijnt deze het bos in. Geen behoefte aan pottenkijkers
vandaag. Met tien knopen wind uit het zuiden gaan we alleen dankzij de meestaande stroom vooruit op onze genua en uitgeboomde fok maar we hebben geen haast en genieten van de stilte.
Als de wind besluit af te nemen tot drie knopen en het tij dreigt te keren houden we het voor gezien. De motor gaat aan en we koersen recht op Taku Harbour af waar volgens zeggen krabben wonen maar dat geloven we zo langzamerhand niet meer.   

Taku Harbour > Admiralty Cove > 26-5-’12 > 58 10 66N / 134 35 61W > 30.1nm
Het regent. De wolken hangen zwaar tegen de berg naast ons en de wind staat op de neus. Zoals we gisteren al gedacht hadden zijn de krabben ook hier op. In eerste instantie zouden we nog kunnen denken dat het aan ons aas ligt maar de buurboot haalt ook legen netten op. Om kwart over tien gaan we anker op en varen we naar de ingang van het kanaal van Juneau. Zodra we de ingang invaren hebben we telefoon bereik en hoor ik dat de mogelijke camerawinkel het weekend dicht is dus het heeft voor ons geen zin om door te gaan naar Juneau. Dicht onder de kust varen overal kleine bootjes met vissers op jacht naar de grootste King zalm voor de Salmon Derby een lokale wedstrijd. Nu we de tijd aan ons zelf hebben kunnen we net zo goed meedoen dus hop de lijnen over boord en de snelheid terug naar 2 mijl want de zalm is een langzame zwemmer. Geweldig is dit, we kletsen met onze medevissers die we passeren en zien voor ons een grote bultrug die zich ook in de wedstrijd mengt. Dwars tussen al die kleine bootjes duikt hij op en weer onder. Mens en dier op nog geen vierkante kilometer, geen enkel probleem. Ondanks dat de walvis hier in ondiep water niet echt kan duiken laveert hij keurig tussen als de langzaam tuffende bootjes door en komt ook vlak naast ons even boven kijken waarna hij duikt en zijn staart toont. Wauwie!
We varen een trekje heen en weer terug en genieten van een adelaar die vlak naast ons een aanval doet op een vis maar mist. Terug bij de kaap houden we het voor gezien en trekken de genua. Voor een half uurtje welteverstaan want de stroom die ons naar de rotsen zet heeft meer vat op ons dan de vijf knopen wind van half in. Net voor onze ankerbaai neemt de wind toe tot zo’n knoop of 18. Helaas, pindakaas, je bent te laat, we zijn er.

Admiralty Cove > Auke Bay > 27-5-‘12 > 58 22 9N/134 39 1W > 14nm  
Vanavond eten we wiersoep met zeester als we ons aan het principe houden wat we vangen eten we op. Na een heerlijk ‘zondags ontbijt gaan we anker op en pikken voor het eerst onze krappot vanaf Witte Raaf op. Deze actie levert een waar slagveld van zeesla op het voordek op maar scheelt een ritje in Lieke. Met zo’n 18 knopen spuiten we onder genua de baai uit terwijl de laatste bui overwaait. Omringd door een hemelpallet van grijstinten en donkergroen begroeide bergen met sneeuwbedekte toppen met in de verte een eenzame condensatiepluim, Alaska!
Auke Bay
Wow, joepie, Gijs komt!
Via de mail hebben we
hem laten weten dat we
een vergunning hebben voor Glacier Bay en dat
hij vanzelfsprekend van harte welkom is om mee
te gaan en guess what? 1 juni landt hij in Juneau! Bedankt Michiel want zonder jou was dit natuurlijk niet mogelijk geweest!

De vijf dagen die we hier hebben vliegen om terwijl we een bezoek brengen aan de Mendenhall Glacier (prachtig), mijn nieuwe camera bestellen via internet (blijft spannend), Juneau bezoeken (blijft een toeristisch circus) en Witte Raaf optoppen met gas, water en etenswaar (blijft een klus).
Wij zijn er klaar voor, maar daarover meer in verslag 67.
Naar verslag 67