Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 64  Canada 1 > 2011
Naar verslag 65
Brundige Bay > Prince Rupert > 24-8-‘11 > 54 19N / 130 21W > 38.6 nm
We willen het lot niet tarten en gaan vroeg op. Vannacht ging de wind zelfs in onze baai fors tekeer en wat er vandaag bij de douane ook gebeurd, het was goed dat we veilig ‘binnen’ lagen. Ondertussen is het front gepasseerd en worden we getrakteerd op een blauwe lucht met zon! Voor het eerste stukje kan het grootzeil meehelpen maar zodra we rechtstreeks koers Prince Rupert zetten is het weer afgelopen. De noordelijke ingang blijkt ondanks de vele boeien die zonder overzicht van een kaart een soort labyrint vormen, een waar doolhof, maar met hulp van ons navigatie programma Maxsea, die hier in tegenstelling tot in Mexico tot op rots klopt, is het duidelijk waar we soms scherp de hoek om moeten om slikbanken en zich onderwater verstoppende rotsen te ontwijken. Na twee uur intensief zigzaggen, ontvouwt de baai van Prince Rupert haven zich. Mooi onderhouden huizen op zachtglooiende dichtbegroeide heuvels.
We gaan rechtstreeks naar het hiervoor bestemde douane steiger waar een speciale telefoon hangt waar de schipper zich persoonlijk moet aanmelden. Nadat Jan al onze gegevens heeft doorgegeven – gelukkig vraagt er niemand waar we gisteren waren - worden we verzocht te wachten op immigratie die onze paspoorten komt stempelen en zodra dit is gebeurd zijn we officieel ingeklaard in Canada. Yes het is weer gelukt!
We mogen de komende zes maanden legaal in Canada verblijven.
De marina hier is vrij prijzig dus gaan we aan de overkant voor anker. "t is daardoor wel een stief kwartiertje met BB naar de stad maar voor ons is het de enige manier om nog wat te ’verdienen’. In tegenstelling tot Alaska = US, gaan hier in Canada de winkels gewoon Europees om 18.00 dicht. Het uurtje tijdverschil tussen Canada en Alaska doet ons bijna de das om, maar gelukkig is de telefoonwinkel nog net open. Een Canadees simkaartje voor onze mobiele telefoon blijkt nog niet zo eenvoudig want ze hebben hier net als in Mexico, lokale – ‘in het dorp’ – werkende telefoons die zodra ze naar een plaats daarbuiten willen bellen, denk bijvoorbeeld aan Victoria, een interlokaal tarief rekenen. Het komt er dus op neer dat als we hier een sim kaartje kopen, we straks lokaal in Victoria constant interlokaal bellen. Toch maar even wachten dus want dat zou wel eens een dure grap kunnen worden. Op het brandweer museum na hebben we hier weinig te zoeken en aangezienTalagoa vanuit Mexico in Port Hardy op Vancouver Island is aangekomen en we willen proberen om ze nog te zien voordat ze voor de winter naar NL vertrekken, besluiten we morgen verder te gaan.
Pr. Rupert > Baker Inl > 25-8-‘11 > 53 49N / 129 56W > 38 nm
We verlaten Prince Rupert via het brede vaarwater van de zuidelijke ingang die gebruikt wordt door de commerciële scheepvaart. Het is prachtig zonnig weer en we genieten van de groene heuvelachtige omgeving en de vele vogelsoorten die we hier zien. Rond drie uur zijn we volgens onze kaart bij Watts Narrows, de ingang naar Baker Inlet maar het enige dat we zien is een klein wit paaltje op de wal. Pas als we vlak bij de kant zijn, opent zich een smal groen gaatje, waarvan we het einde niet kunnen zien door de bocht in het midden. Volgens ons boek moeten we een attentie sein geven voordat we de versmalling invaren want eenmaal onder-weg kan er door de stroom niet gestopt en/of gedraaid worden, laat staan dat twee schepen
Via de radio hebben we contact met het zeilschip Amati die dezelfde kant op gaat. Bishop Bay staat bekend als lastige ankerplek omdat het te diep is om te ankeren maar volgens ons boek is er een steigertje dus nu maar hopen dat deze vrij is. Yes, een kant is vrij dus daar kunnen we liggen en we nodigen Amatie uit langzij te komen. De eigenaar Juha is
een tot Amerikaan genationaliseerde Fin met zijn zoon Mattie en vriendin.
De Hot Springs zijn een waar wondertje der natuur. Op het punt waar het stomend hete water uit de rots tevoorschijn komt zijn twee grote baden geconstrueerd onder een afdak met uitzicht over de baai. Het aanhoudende hete stromende water ververst het bad constant en is bijna te
heet, maar eenmaal gewend, zo heerlijk dat we er niet meer uit willen. Om af te koelen nemen de ‘kinderen’ van Juha een duik in de baai en met mijn ingezeepte haren is dit ook voor mij ideaal om ze goed uit te spoelen. Mijn eerste zoute bad hier in het noorden, heerlijk. Sauna beelden met Vonnie en Jenny floepen door mijn hoofd terwijl mijn huid tintelt. Midden in de wildernis, zo’n luxe! Beiden een paar millimeter smaller keren we schoon en gerimpeld terug op Witte Raaf.
’s middags geeft zoon Matti een cello ‘concertje’ vanaf een rots, op de raarste cello die ik ooit heb gezien maar oh wat prachtig. Volledig omgeven door bossen zitten we in de zon op de rotsen terwijl de prachtige klanken van de cel over het spiegelgladde wateroppervlak wegsterven. We besluiten de dag met een drankje op Amati en een warm bad voor het slapen gaan. Wat een dag!

Bishops Bay > Butedale > Swanson Bay > 28-8-’11 > 52 30 8N / 128 17 25W > 34 nm
Amati is vanmorgen heel stilletjes vertrokken of wij waren bewusteloos, want we hebben niets gehoord en toch is onze buurman weg.
Volgens Juha is Butedale de moeite waard, het is mooi weer en van de harde wind die is voorspeld, is hier niets merkbaar dus we gaan. Er drijft lang niet zoveel hout rond als gisteren maar toch is het oppassen geblazen want de echte grote stammen drijven door hun gewicht vaak grotendeels onder water.
Butedale had in 1930 een florerende visconservatie waar de visserschepen hun vis naar toebrachten. De kreek achter het dorp die via een grote waterval in contact staat met Frasher Reach voorzag de ongeveer vijfhonderd inwoners van water en elektriciteit.
Door de terugval van de visstand door overbevissing hield een leefbaar bestaan hier op waardoor de inwoners wegtrokken en de natuur de vrije hand kreeg. Het gebrek aan onderhoudt en ruige weersomstandigheden deden de rest en nu staan er nog maar een paar gebouwen overeind aan een krakkemikkige steiger die her en der met touwen bij elkaar wordt gehouden. Het gebied is ondertussen opgekocht door een Amerikaan die zijn goudmijn ziet in het gratis opwekken van elektriciteit maar wat doe je met dit onzichtbare goud als er geen afnemers voor zijn?
Lou, een kunstenaar, die hier het gehele jaar door woont en voor zijn kost afbeeldingen schildert op zorgvuldig gedroogd cederhout, leidt ons rond en toont ons trots zijn met een waterschoep gemaakte stroomvoorziening. Een blij mens, zichtbaar dol op bloemen, die zich nu al verheugd op de eenzaamheid van de winter.
Twee weken geleden hebben ze een grote houten schuur die al half in het water hing, platgebrand. De volgende staat op instorten. Al met al biedt het een troosteloze aanblik waar we geen van beiden blij van worden. Een goede reden om verder te gaan dus zakken we met de ebstroom verder zuidwaarts tot Swanson Bay waar we bijna in een riviermondinkje liggen omdat het rondom overal te diep is om te ankeren. Een adelaar op een uitstekende tak bestudeerd ons terwijl rondom de zalmen uit het water opspringen.  

Swanson > Windy B > Rescue Bay > 29-8-’11 > 52 30 8N / 128 17 25W > 50.5 nm
Het tij is voor ons momenteel niet gunstig omdat we, nu we zuidwaarts trekken, hoofdzakelijk afgaand water nodig hebben. In Alaska waar we over het algemeen op breed water voeren was stroom leuk maar niet essentieel. Hier daarentegen voert onze weg regelmatig door versmallingen waarin stroom van vijf tot zes knopen niet ongewoon is. Met onze snelheid van gemiddeld vijf en een halve knoop is het dus uiterst wenselijk zo niet noodzakelijk om geen stroom tegen te hebben in de versmalling of het tij mee te hebben.
Vandaag staan er twee stroomversnellingen op het programma en het is door de afstand tussen deze twee niet haalbaar ze in één tij te halen. Dus gaan we vroeg op om de laatste twee uur afgaand tij mee te pakken tot de eerste versmalling, de Hiekish Narrows. Onderweg bak ik Brownies die door een verkeerde ovenstand gezellig de schaal uit komt rijzen en daarmee een zwarte aangebrande korst legt op de bakplaat maar daar merken we samen met Juha, Mattie en Tiffanie niets van als we in Windy Bay lekker aan de koffie zitten.
Rond twee uur is het hoog water en kunnen we door naar de Mathieson Narrows. Deze is  niet zo smal maar stroom mee is nu eenmaal leuker. Direct achter de versmalling duikt een bultrug op die gebruik maakt van de vernauwing om te vissen. Ze duikt net voor onze boeg onder en toont daarbij haar prachtige staart met een bijna geheel witte onderkant. De waterval in Kynoch Inlet stort zich langs een hoge rotswand stijl omlaag de diepte in waardoor we vlak bij kunnen komen. Om de beurt varen Amati en Witte Raaf vlak langs de waterval zodat we leuke plaatjes van elkaar kunnen schieten. Praten is niet mogelijk bij dit donderende geraas en terwijl we kletsnat worden door de hele fijne neveldruppeltjes communiceren we door middel van handgebaren.
Zodra we Rescue Bay invaren duikt een zeehondje op uit het water en horen we het piepende geluid van de vleugelslag van acht Canadese ganzen die laag over het water wieken. Eenmaal voor anker daalt de stilte neer terwijl de zon tussen de wolken door piept en de baai in een gouden licht legt. Twee adelaars zoeken hun slaapplaats op terwijl ook hier de zalm onophoudelijk uit het water opspringt.  

Rescue Bay > Shearwater > Fancy Cove > 30-8-‘11 > 52 03 6N / 128 00 7W > 47 nm
Met onze zuidelijke koers snijden we onszelf qua tij in de vingers want met de veertig mijl die we iedere dag afzakken verspringt het tij voor ons maar per half uur in plaats van het gangbare hele. Vandaag gaat de wekker daardoor al om kwart voor zes terwijl het aan de horizon pas licht schemert. Gelukkig is de uitvaart van Rescue Bay niet echt complex, we volgen simpelweg de koerslijn die we gisteravond invarend hebben gelegd. Dit alles om in de twaalf mijl verderop gelegen Percival Narrows geen stroom tegen te hebben. Klokslag acht uur varen we tussen de versmalling door en we besluiten nu de voorspelde wind uitblijft de smalle Reid Passage te nemen die er leuker uitziet dan gewoon simpelweg buitenom. Smal, smaller, smalst, soms denk ik dat Jan denkt dat we de afmetingen van een kajak hebben. Jongens dit is echt smal! De eb draagt bij aan het smalle beeld met in mijn ogen alleen en overal rotsen. Oké op de rotsen zit kleurrijk wier en de steen toont zich in prachtige contrasterende kleuren maar het blijven rotsen en boem is HO. ‘Relax’, grijnst mijn schipper terwijl ik als een nerveuze kip van de kaart in de kajuit naar de kuip wil en terug. ‘Ontspan en geniet, ik heb hem’, hoor ik vanuit de kajuit ingang. ‘ja, ja, je hebt mooi praten maar we zijn echt veel dikker dan jij doet voorkomen’, mompel ik ronddrentelend met mijn camera. Pas als het breder wordt, krijg ik weer praatjes en kan ik oprecht genieten van de rotseilandjes die her en der verspreid liggen als nonchalant omlaag gevallen strooisel.
Het brede vaarwater naar Bella Bella is op wat visserbootjes en grote boomstronken na bijna saai te noemen na de adrenalinegeul van hiervoor. Bella Bella een ‘orginal native indian village’ ziet er vanaf het water niet aantrekkelijk uit en dat in combinatie met een bezet steiger doet ons uitwijken naar Shearwater waar we bij het dieseldok een hartverzakking krijgen door de voor ons dure dieselprijs. Maar ja, je bent motorboot of je bent het niet, niet zeuren dus!
Om geld ‘te verdienen’ blijven we niet overnachten in de haven maar varen door naar de twaalf mijl verderop gelegen sprookjesachtige mooie Fancy Bay. Verstopt achter een klein eilandje, net breed genoeg en zo stil dat het zwaar
op mijn oren ligt.  

Fancy Cove > Pruth Bay > 31-8-‘11 > 51 39 2N / 128 07 6W > 35.4 nm
Om 06.00 uur, het tij dwingt ons nog steeds tot het aanschouwen van het ochtendgloren, schuifelen we voorzichtig de baai uit waarna Witte Raaf wordt opgenomen in een witte wereld en dat terwijl het nog helemaal niet licht is. Mist en niet zo’n klein beetje ook. Geen flarden dit keer, gewoon een ondringbaar witte muur rondom dus ‘battlestations’ wat er op neer komt dat ik als een blinde mol in de witheid om me heen tuur op zoek naar boomstammen en kelp-eilanden terwijl Jan jaagt op groter wild op zijn radar. Spannend en intensief varen en dat terwijl we onze ogen pas net open hebben. Ik hoor een vaag motorgeronk dat niet als het onze klinkt maar kan de herkomst met geen mogelijkheid vaststellen. Komt het dichterbij? De mist trekt voor een paar minuten op en ik haal al opgelucht adem waarna we in de volgende bank verdwijnen. Hopelijk zijn er geen andere gekken op het water.
Bij de ingang van Fitz Hugh opent alles tegelijk. De waterweg verbreed zich aanzienlijk terwijl we tegelijkertijd in de gouden gloed van de opkomende zon het reliëf van het tegenover liggend gebergte zien. Zo imposant mooi deze verstilde wereld waarin witte watten roze oplichten in het zachte ochtendlicht. Achter ons komt een visser uit de witte wereld opduiken. Toch nog een andere gek!

Pruce Bay, een zes mijl uit de richting liggende baai bij Calvert island heet ons welkom met borden waarop staat waar we onze dinghy kunnen parkeren.
We leggen Witte Raaf bijna op het steiger voor anker en hebben tegen alle verwachting in opeens internet! Het gebouwencomplex blijkt gelieerd te zijn aan de universiteit voor biologie, milieu en oceanografie. Je zal maar student zijn en hier een tijdje mogen bivakkeren! Een wandelpad leidt ons direct naar het Pacific strand aan de andere kant van de landtong. Heerlijk, strandjutten zonder achterom te hoeven kijken naar eventuele bruine of zwarte teddy’s is ook wel weer eens lekker. Zeker met alle rijpe frambozen op de terugweg waardoor we als rood gevlekte snoepkinderen terug aan boord komen. Het leven is goed!

Pruce Bay > Milbrook Cove > 1-9-‘11 > 51 19 6N / 127 44 1W > 31.5 nm
Om de ruim veertig mijl die we vandaag hebben gepland een beetje droog te houden, vertrekken we pas rond de middag want ‘s ochtends trekt er een koufront over met massa’s hemelwater gecombineerd met een straffe wind tegen. Conform de verwachting trekt de wolkenrand over en draait de wind en even later zeilen we. Echt waar, gewoon met grootzeil en genua met alleen het geruis van boegwater langs de romp. Om het gevoel van zeezeilen compleet te maken, worden we zodra we de uitvaart van Fitz Hugh bereiken  begroet door een vriendelijke Pacific deining die de ervaring compleet maakt. ’t Is bijna jammer dat we na een paar uur de binnenwateren al weer moeten opzoeken. De branding die stuk slaat op de omliggende riffen maakt het aanvaren van onze baai spannend maar het verdwijnen van de deining compenseert dit. Kruip-door sluip-door om rotsen en kleine eilandjes begroeid met dennen en dan liggen we in een schitterende doodstille baai.Terwijl Juha een borreltje bij ons drinkt komen twee zeilers die met vrienden op een motorboot meevaren ons krab aanbieden. Ze hebben er teveel!

Milbrook Bay > Port Mc Neill > 2-9-‘11 > 50 35 66 N / 127 05 48 W > 54 NM ?
Rond acht uur tuffen we achter elkaar de baai uit. We willen niet voor tien uur langs Cape Caution omdat er bij die kaap bij tij tegen wind een hele verwarde zeegang kan ontstaan. Beslist iets om rekening mee te houden ware het dat er van wind vandaag ondanks de voorspelling van 15 knopen geen sprake is. Waar geen wind is, ontstaat in deze contereien mist. Van Amati zien we regelmatig alleen het topje van zijn mast terwijl hij vlak achter ons vaart en de sleepboot met zijn grote containersleep zien we pas als een schim verdwijnen nadat hij eerst volkomen onzichtbaar op een halve mijl voorlangs geschoven is. ‘MIST – GROOT LICHT’, heeft hier totaal geen zin. We zitten aan de radar en de AIS geplakt en zijn als een kind zo bij met al deze elektronische hulpoogjes.
Bij de ingang van de Queen Charlotte strait, de grote invaart tussen het vasteland van Canada en Vancouver eiland, lost de mist op en onder een stralende blauwe hemel ontmoet de inkomende deining het nog ebbende water. De Zuiderdam passeert ons net voor de ingang naar Port Mc Neall en om vijf uur zet Jan me af aan een steiger in de haven. Terwijl hij Witte Raaf voor anker legt, ga ik op zoek naar de wasserij. Verwend geraakt door het Alaskaanse systeem waar in iedere wasserij een wisselautomaat hangt, dwaal ik door verlaten straten op zoek naar een winkel die bereidt is me Canadese dollarmunten te verschaffen.
Na een uurtje komt Jan met BB naar de wal, slaan we verse groenten in, schrobben we ons schoon onder een heerlijke warme douche en nemen we een pizza mee op de weg terug. Rond half negen zijn we terug aan boord. Verse spullen waaronder appels voor de appeltaart, verse lakens en verse lijven, nu kan mijn lief vers achter de geraniums. In Nederland is hij al jarig dus langer wachten kan echt niet meer, tijd voor cadeautjes!
Port Mc Neill > Alert Bay > 3-9-‘11 > 6.4 nm
Wat is internet toch geweldig! Ondanks de afstand en het huidige tijdverschil van negen uur weten heel veel lieve mensen hun felicitaties bij mijn onwillige jarige te krijgen waar hij zichtbaar en hoorbaar van geniet, de struisvogel.  Want jarig zijn is, vervelend en onzinnig maar oh wat is al die aandacht heerlijk!
Appeltaart worden appelflappen maar ook daar past slagroom bij. Rond twaalf uur gaan we anker op en varen bij stralend weer
naar het een uur verderop gelegen Alert Bay op Commorant Island. Aan de gemeentesteiger ligt een visser-schip te wachten op zijn inkopende bemanning en aangezien de schipper niet precies weet hoe lang het gaat
Vandaag willen we naar Cutter Cove, via de Clio channel en the blow hole. Om 8.30 draait de stroom mee en gooien we los. Rondom ons roer heeft zich een hele kluit kelp gekronkeld maar dit laat zich vrij simpel wegduwen met de pikhaak. Zigzaggend om kelpeilanden en boomstammen varen we vanuit een heldere baai de dikke soep van mist in die tot op het water in Johnstone Strait hangt. Voor ons vaart een charterboot met gasten die orka’s komen kijken en uit ervaring weten we dat zij over het algemeen weten waar deze huizen dus volgen we hem tot hij oplost in de mist.
We turen in de witte watten op zoek naar hout of kelpobstructies. Daar waar vogels op het water staan of zitten is het meestal mis dus daar gaan we met een bochtje omheen. Langzaam klaart het op en net op dat moment zien we drie grote zwarte rugvinnen op afstand langs koersen. Ondertussen ontdek ik in onze gids dat de door ons uitgezochte bestemming met het huidige tij niet te bereiken is omdat er in the blow hole voor ons niet voldoende water staat dus veranderen we ons plan.  
De enorme vlek voor ons blijkt een reusachtige tot vlot bij elkaar gebonden hoeveelheid boomstammen te zijn die door een sleepboot met de indrukwekkende snelheid van 1.3 mijl (=2km p/u) richting Vancouver vaart. De kapitein verwacht er een week over te doen, de ziel. Bij gebrek aan wegen moet alles hier over het water worden vervoerd en daar zijn we vandaag getuige van. Naast de gewone visserschepen zien we grote sleepbakken met daarop tussen de vele containers, graafmachines en de bekende gele schoolbussen en zelfs hele fabriekshallen waar tijdens de vaart de heftrucks gewoon in en uitrijden.  
Port Neville is een hele diepe baai maar we kiezen voor de monding direct achter Amati die er al ligt. Hij heeft zijn zoon met vriendin in Port McNeall op de bus gezet en vaart de boot nu alleen terug naar Seatlle en komt vanavond een hapje mee-eten.

Port Neville > Turn Island Cove > 5-9-‘11 > 50 21 1N / 125 27 7W > 27.3 nm
Ook vanochtend is onze ankerketting omringd door een indrukwekkende hoeveelheid kelp. De grote dikke stelen laten zich simpel doorsnijden, het zijn de dunne onderkantjes die venijnig stand houden terwijl Jan er lustig op los hakt met de machete.  
duren gaan we bij hem langszij. Een uurtje later vertrek hij en hebben we het steiger voor ons alleen.
Hier ligt de eeuwenoude begraafplaats van de Namgis indianen met tientallen totempalen en het Namgis house waar het culturele centrum U’mista is gevestigd. Middels een film  wordt de levenswijze van de ‘First Nation People’ getoond en zijn prachtige van cederbast geweven manden en houten maskers te bezichtigen. Een imposante verzameling die tot stand is gekomen door giften.
’s Avonds dineren we heel toepasselijk achter de geraniums met uitzicht op Witte Raaf in de gloed van de ondergaande zon.

Alert Bay > Port Nevile > 4-9-‘11 > 50 29 7N / 126 05 4W > 38.7nm
Het is stralend weer en we varen samen met Amati over de brede waterweg van Johnstone Strait. Voor ons steekt een visser over met achter zich een hele rits kleine witte boeitjes. Hij zet zijn net uit op de hoek voor de kaap waardoor we helemaal naar de andere kant van het vaarwater moeten om er omheen te varen. Gelukkig hebben we hem opgemerkt toen hij bezig was het uit te zetten en konden we tijdig anticiperen, anders had dit wel eens een ongewenste omweg kunnen worden van een mijl of wat. De baai achter Turn Island is prachtig en
zodra we liggen gaan we op onderzoek uit. Het ‘strand’ blijkt een slikbende met weinig interessants en de daarachter liggende bossen bestaan allemaal uit jonge aanplant dus besluiten we naar het kleine eilandje te varen waar we achter liggen. Bij een keurig houten steiger hangt een niet over het hoofd te zien bordje met NO TRESPASSING maar dat zal wel slaan op het steiger zelf.
We lopen langs een prachtig houten huis en volgen het pad de heuvel op. Er is verder geen sprake van enige bebouwing en eenmaal boven ontdekken we achtereenvolgens een kleine steengroeve, een helilandingsplaats en een moestuin. Zou het dan toch een privé eiland zijn? Terug bij het steiger ligt BB keurig op ons te wachten en bij Amati haalt Juha opgelucht adem. Terwijl wij over het eiland rond stiefelden hoorde hij twee schoten en in de USA mag een eigenaar, overtreders met geweld van zijn grond verwijderen dus hij was als een kind zo blij ons in levende lijven te zien. ’s Avonds worden we door hem verrast met rolmops die hij de dag daarvoor gevonden heeft op een eiland met veel Finse bewoners. Morgen scheiden onze wegen want dan gaan wij naar Comox waar Waldy en Ria liggen met Talagoa en Doug en Lyneita wonen, terwijl Juha langs het vasteland van de Canadese kust afzakt naar Seatlle.

Turn Island Cove > Comox > 6-9-‘11 > 49 40 12 N / 124 55 58 W - 55 nm
De Seymour Narrows wachten ons vandaag en aangezien er in deze waterwegvernauwing al meerdere schepen zijn gezonken, meegesleurd in reusachtige waterkolken en er bij springtij zeven mijl stroom tegen of mee kan staan is het zaak het tijdstip waarop we hierdoor heen gaan van te voren goed te plannen. Met behulp van de lokale stroomgids en ons navigatiesysteem berekenen we dat we er op het einde van afgaand tij en bij voorkeur met slack doorheen willen. De berekening blijkt nog niet zo eenvoudig vooral omdat de stroom in het ervoor liggende gebied helemaal niet doet wat we verwachten. Net voor de vernauwing hebben
we totaal geen stroom terwijl we hem tegen hadden verwacht dus dat ziet er goed uit! Volgens onze berekening zijn we een uur te vroeg. Ook op het nauwste punt lijkt er geen stroom te staan maar dan opeens, direct na de vernauwing, begint het water voor en naast ons te bruisen en te kolken. Grote
draaikolken trekken aan de romp van Witte Raaf terwijl de snelheidsmeter oploopt alsof het een secondewijzer betreft. 7.7 knopen, 7.8, 7.9, 8. Voor ons zwiept een viskotter sterk naar rechts, gevangen in een kolk. Even later wordt ook Witte Raaf hier in opgenomen. 8.5, 8.6, 8.7. Mijn blik zwalkt nerveus tussen het bruisende wateroppervlak en de snelheidsmeter heen en weer terwijl Jan het gas erop houdt en ons huis door deze chaos stuurt. 9.7, 9.8, 9.9, 10! Sh……t we gaan hard. Twee jaar geleden hebben ze hier met kunst en vliegwerk een zich direct onder het wateroppervlak bevindende rots opgeblazen om scheepvaart meer ruimte te geven. 11.5, 11.6,11.7. Jan geniet terwijl ik het zo wel genoeg vind en voor me uit tuur naar het einde dat maar niet in zicht wil komen. Iedere keer als ik denk dat de kolken nu voorbij zijn, strekt zich weer een spiegelglad wateroppervlak uit om daarna razendsnel te vervormen tot bruisende cirkels. Met 12.9, 13.1, 13........ mijl schieten we over de grond door het water!
Na de haakse bocht wordt het rustiger al lopen we nog steeds zo’n 9 knopen. Campbell River schiet aan ons voorbij en pas als we op het brede water van de Strait of Georgia varen kalmeert het echt. In stralend weer motoren we naar Comox.  
We genieten van het gezelschap van Ria en Waldy die we het laatst in Mexico hebben gezien en dat van Dough en Lyneita van Kasala die we het laatst hebben gezien in Honolulu. Tussen alle gezelligheid door vindt een monteur eindelijk ons koelvloeistoflek dat veroorzaakt werd door een slangklem die door de tand des tijds is losgekomen en brengen we een bezoek aan Mt Washington die in de zomer prachtige uitzichten biedt terwijl het in de winter hier een skiparadijs is.

Comox > Boat Cove > 12-9-’11 > 49 27 94 N / 124 14 53W > 32.3 nm
Het blijft lastig om te vertrekken en afscheid te nemen maar als we de stad Vancouver nog willen zien en op tijd in Nainaimo willen zijn voor de aankomst van de familie, wordt het hoog tijd. Met de wind op de kop varen we zuidwaarts. Boat Cove ligt ongeveer halverwege en biedt een acceptabele maar weinig spectaculaire ankerplek.

Boat Cove > Vancouver > 13-9-’11 > 49 16 15N / 123 07 50W > 46.7 nm
De wind blijft uit het zuidoosten komen dus ook vandaag zit zeilen er, als we tenminste vandaag aan willen komen, niet in. Meeliggend verkeer in de vorm van ferry’s en sleepboten met grote bakken vol containers, bussen, vrachtwagens en ander spul, bieden genoeg afleiding tot de baai van Vancouver waar we de eerste zeilschepen in actie zien, kruisend tussen grote voor anker liggende tankers en containerschepen. Het aanvaren van een nieuwe stad blijft leuk en spannend. False Creek, de ankerbaai voor kleine schepen zoals wij, ligt midden in de stad en is bereikbaar via twee bruggen die volgens onze kaarten beide hoog genoeg zijn maar veel te laag lijken voor onze mast. Stapvoets kruipen we eronder door terwijl we onze ogen uitkijken naar alle bedrijvigheid om ons heen. Aan bakboord liggen verschillende marina’s en aan stuurboord ligt Granville Island met een enorme variëteit aan winkeltjes, een grote overdekte markt waar werkelijk
alles te koop is en veel straat-artiesten. Dit is zowel voor de lokale bewoners als voor toeristen een trekpleister wat resulteert in een gezellige drukte.
We zoeken eerst een plekje voor de Raaf en gaan daarna met Lieke naar het kantoor waar we een permit halen die ons toestemming geeft hier twee weken te ankeren. De restrictie van twee weken in
de zomer en drie in de winter is in-gevoerd om te voorkomen dat de life-aboards, mensen die permanent op een boot wonen, de baai vullen waardoor er geen plaats meer zou zijn voor bezoekers zoals wij. We plakken onze
permit achter het raam en trekken er op uit. We verkennen de stad die breed en modern is opgezet, te voet. De stoomklok vlak bij Gastown is een fascinerend stukje techniek dat ieder
kwartier een deuntje speelt op zijn stoomfluit en rondom zijn terrasjes en dure maar mooie boetieks. Het veel geprezen Chinatown valt ons nogal tegen. Te breed opgezet en te clean al bieden de Chinese winkels wel allemaal gedroogde zeepaardjes en andere medicinale rariteiten waar we geen foto’s van mogen maken. Het is de bedoeling dat je hier als patiënt je probleem beschrijft waarna de apotheker bepaald welke ingrediënten vermalen moeten worden tot een genezend medicijn. Gelukkig zijn we beide zo gezond als een vis en hebben geen poedertjes waar mogelijk tijgerbotten in verwerkt zitten, nodig.
Vlakbij de drukke binnenstad ligt het ruim 400 hectare grote Stanley Park, een schiereiland omzoomd door English Bay en de Burrard Inlet, dat vroeger het jachtdomein van de Squamishindianen was. Dit groene hart met oerbos van douglas- en hemlocksparren, meertjes, stranden en wandel- en fietspaden is het grootste stadspark van noord Amerika. Voor de kust ligt Deadman’s Island, waar volgens de legende 200 krijgers zich opofferden in ruil voor hun vrouwen en kinderen die door een vijandelijke stam gevangen waren genomen. In het park ligt het Vancouver Aquarium Marine Science Center, het grootste oceanarium van Canada, waar ze volgens zeggen Beluga’s hebben dus daar moeten we naar toe. Bij de ingang valt ons de enorme hoeveelheid journalisten met camera;s op maar pas binnen ontdekken we welk drama hier vannacht heeft plaats gevonden. Eén van de vijf beluga’s is vannacht op onverklaarbare wijze gestorven terwijl er tegelijkertijd een inbreker zich toegang heeft verschaft. De vraag of deze twee gebeurtenissen op enerlei wijze verbonden zijn, verhit de gemoederen.
De beluga’s, zich niet bewust van alle onrust, zwemmen ontspannen rond. Ze zijn spierwit, en hebben een naar verhouding tot hun vrij logge lijf vrijkleine hartvormige staart. De wat scheefhangende vetkwabbel boven op hun kop is naar mijn mening niet schoonheid verhogend. Op verzoek van hun trainers verheffen ze zich hoog uit het water voor een vissige beloning. Het buitengedeelte huisvest naast de beluga’s, zeeleeuwen, -honden, -otters, walrussen, prachtig getekende dolfijnen ook uilen en visarenden. Binnen wordt een enorme variëteit aan aquaria geboden met zeedieren uit de gehele wereld. Al met al beslist een bezoek waard.

Vancouver > Nanaimo > 20-9-’11 > 49 10 66N / 123 79W > 34nm
Na een week is het tijd te vertrekken en na een schamele 200 liter diesel te hebben getankt, zigzaggen we tussen de grote beroepsvaart, English Bay uit. Voor het eerst sinds tijden kan de motor uit zodra we de baai uit zijn en steken we zeilend de Strait of Georgia over naar Nanaimo. In de goed beschermde natuurlijke baai van Nanaimo ligt Vreeland achter haar anker waar we uit balorigheid een rondje omheen varen voor we voor anker gaan. Patries en Wiebe hebben we sinds april niet meer gezien dus er valt heel wat  bij te praten.  

Nanaimo > 24-9-‘11
Vandaag komen Tjeerd, Bart, Martine en Lieke met de ferry aan dus verhuizen we Witte Raaf naar de marina waar we haar de komende dagen zullen achterlaten als we met de familie in een camper Vancouver Island gaan verkennen. De eerste ontmoeting heeft nogal wat voeten in de aarde doordat Jan en ik bij de verkeerde ferry op hun aankomst  wachten maar dat doet niets af aan het weerzien. Een uurtje later zitten we gezellig aan boord van Witte Raaf waar Lieke zich wonderlijk snel op haar gemak voelt en de trap als haar domein toe-eigent. Geweldig is dit!
Jan krijgt voor zijn verjaardag een prachtige filmcamera waar-mee hij alles wat hij zegt te zien nu als bewijs mag opnemen. De volgende dag gaan we op pad. De regen doet niets af aan de schoonheid van de natuur die ons omringd richting Ucluelet, een klein dorp aan de westkust van Vancouver eiland. Daar hebben we het geluk een zalmstroom te vinden waar zwarte beren zich tonnetje rond eten aan de inkomende zalm voor de winter invalt. Victoria, de hoofdstad van British Colombia, biedt naast prachtig weer de mogelijkheid voor Tjeerd, Bart en Martine om de hier residerende orca’s te bewonderen terwijl opa en Lieke samen ijsjes halen.    
De dagen vliegen om en veel te snel is het al weer tijd om afscheid te nemen. Gelukkig niet voor lang deze keer want we
zien ze als het goed is allemaal komende winter weer. ‘Jongens’ we vonden het heerlijk, we hebben intens van jullie aanwezigheid genoten!

Nanaimo > Montagne Bay > 1-10-’11 > 48 53 38N / 123 23 71W > 28.2 nm
Vandaag willen we door de Dodd Narrows naar de Southern Gulf Islands, een wirwar van ongeveer 200 eilanden in de Strait of Georgia tussen de zuidoostkust van Vancouver Island en het vasteland. Gezien onze ervaring bij de Seymour Narrows willen we precies op slack bij de vernauwing zijn dus gaan we om 07.00 anker op. We passeren een enorme houtverwerkingsfabriek waar boomstammen verwerkt worden tot planken en pulp. De toekomst van dit bedrijf was tot voor kort onzeker maar met een nieuw Japans contract voor houtpulp zijn ze voor de eerstkomende vier jaar onder de pannen.
De vernauwing ligt er stil bij. Net voor ons is er een schip zuidwaarts doorgegaan en nadat we de security call over de radio hebben gedaan en niets horen, volgen we onze voorganger. Aan de wal staan her en der bankjes. Waarschijnlijk is het een spectaculair schouwspel als de stroom hier goed doorstaat maar gelukkig zijn wij hier het onderwerp niet van. Het enige dat ons te doen staat, is het ontwijken van de vele boomstammen die de scherpe zaagtanden van de fabriek zijn ontvlucht.
Montagne Bay is zoals onze gids ons beschrijft, een grote goed beschutte baai. Na alle gezelligheid van de familie hebben we even geen behoefte aan contact en blijven lekker aan boord.

Montagne Bay > Stuart Island > Sidney > 2-10-’11 > 48 40 28N / 123 24 43WW > 15.8 nm
Geen wind is beter dan wind tegen en het is helder vandaag dus we gaan vroeg op pad. Onze volgende geplande bestemming, Stuart Island, één van de Gulf Islands blijkt terwijl we al onderweg zijn, Amerikaans grondgebied te zijn. Dat is niet de bedoeling want dat zou betekenen dat we uit Canada moeten uitklaren, in Amerika moeten inklaren en morgen weer vise versa. Gelukkig ontdekken we het net op tijd en kunnen ons roer nog omgooien naar Sidney, een kleine stad op Vancouver Island. Hier zijn volgens de boeken verschillende scheepswerven gevestigd en na een seizoen van nauwelijks bootjeswinkels lijkt dat wel aantrekkelijk. De baai van Sidney ligt vol met afmeerboeien die rond deze tijd van het jaar allemaal vol zijn. We willen niet in de marina en vinden maar met moeite een plekje waar we ons anker kunnen laten vallen. Sidney is een slaperig geheel waar de gemiddelde leeftijd rond de zestig ligt en de rolator het algemene verkeersbeeld vult. Eén ding is zeker hier willen we de winter niet doorbrengen, voor dit bejaardentehuis zijn we nog veeeeel te jong.  

Sidney > Victoria binnenhaven > 5-10-’11 > 25nm
We gaan naar onze winterbestemming. Er staat nauwelijks wind en de Juan de Fucca Strait is rustig. Bij de vuurtoren zien we zeehondenkoppies opduiken. Pas maar op kleintjes, de orka’s lusten jullie rauw. Net binnen de strekdam van Victoria wordt het water in tweeën gedeeld met kleine gele boeitjes die het scheeps- en vliegverkeer regelen. Noodzakelijk voor de vele watervliegtuigen die hier naast het scheepsverkeer opstijgen en landen. Doordat we hier met de familie al zijn geweest, is het bekend terrein en weten we waar we naar toe moeten. Onze steiger ligt direct onder het beroemde Empress hotel, midden in het hartje van de stad. Als we onze afmeerlijnen aan het steiger vastleggen, realiseren we ons dat ze daar de komende maanden zullen blijven want voor de eerste keer sinds ons vertrek vanaf de Portugese kust, blijven we een half jaar liggen. We gaan wat je noemt overwinteren in Victoria BC.

Victoria binnenhaven > 5-10-’11 tot 3-4-’11
Victoria is een pracht plek om een langere tijd te verblijven. De stad heeft alles te bieden dat we de afgelopen jaren hebben gelaten. Een uitgebreide bibliotheek, een concertgebouw, prachtige musea, verschillende bioscopen en een YMCA waar we lid van worden. We ontmoetten leuke mensen van andere schepen die deze winter onze buren zijn  en vinden langzaam maar zeker onze weg op onze fietsjes die we hier niet mogen berijden zonder fietshelm op straffe van een boete.  
Zowel de bootjeswinkels als de ‘doehetzelf’ zaken zijn blij met ons verblijf hier want nu we een langere tijd stilliggen hebben we tijd om grotere meer serieuzere klussen aan te pakken.
Zo leggen we een 110 volt systeem aan zodat we apparaten van 110 volt op het boordnet kunnen laten functioneren. Dit is een enorme uitkomst als de hoofdkachel het definitief begeeft omdat we nu een elektrisch verwarmingselement constant kunnen laten draaien via de walstroom. Ondertussen zoekt Jan uit wat er vervangen moet worden in de kachel. Dit kunnen we mooi vanuit NL meebrengen.
De romp wordt gewassen en in de was gezet. De zeilen worden eraf gehaald en de genua gaat voor onderhoud naar de zeilmaker waar hij de hele winter mag logeren zodat hij ons niet in de weg ligt. BB die verschillende kleine gaatjes heeft, wordt geplakt en weggeborgen en Lieke krijgt een rij kleine fendertjes om haar stabiliteit te verbeteren.
De motor en de generator worden beiden gevuld met antivries voor het geval het gaat vriezen in onze afwezigheid. Ondertussen kleurt de stad rood en oranje en genieten we voor het eerst sinds zes jaar weer intens van overweldigende herfstkleuren.
Net voor de kerstverlichting in de stad aangaat vliegen we via Hong kong waar we Tjeerd opzoeken, naar NL waar we ruim zes weken intens genieten van het weerzien van familie en vrienden.
Eenmaal terug in Victoria vallen we met onze neus in een winters sprookje. Er ligt ruim een halve meter sneeuw aan dek.
Onderwijl schilder ik het achtertoilet terwijl Jan de hele voorpiek stript tot op het blanke staal, roest bikt waar nodig, en er verschil-lende lagen roestwerende verf opzet. Hierna wordt het geheel opnieuw geïsoleerd en afgetimmerd en de salontafel en de voorpiek worden opnieuw gevernist waar ze beiden enorm van opkikkeren.

Voor de broodnodige ontspanning gaan we naar de sportschool, naar yoga,
brengen we een bezoek aan het parlementsgebouw waar we getuigen zijn, hoe de politieke dames en heren op Engelse wijze elkaar luidkeels, uiterst beleefd voor rotte vis uitmaken, genieten we van de opera Carmen en zien we De Vier Jaargetijden van Vivaldi uitgevoerd in een moderne balletvorm. Ook leren we een compleet nieuwe vorm van golf met een disk. Diskgolf, zowel hier in Canada als in Noord
Amerika een populaire sport,  wordt gespeeld in een bergachtig boslandschap. Het is de bedoeling dat je je disk, iets kleiner en zwaarder dan de ons bekende frisbee, in het gestelde aantal pars (afhankelijk van de afstand), van de afslagplek naar en tegen een daarvoor opgestelde paal werpt. Eitje zou je zeggen ware het niet dat er tussen de afslag en het doel, talloze bomen staan die allemaal in de weg staan. Het is een ware kunst je disk om de stammen heen te werpen en tegelijkertijd een forse afstand af te leggen. Al met al lang niet gemakkelijk maar erg leuk en ongemerkt klauter je uren aanéén kriskras heuvel op en af door een prachtig bos.
Verder genieten we van de verschillende sociale contacten die we hier ondertussen hebben opgedaan en brengen een bezoek aan het vasteland van Canada waarbij we Fort Steele, Banff, Calgary en Drumheller aandoen.

Jan repareert de kachel met de meegebrachte onderdelen en onderwijl vinden we verschillende kleine lekkages die worden gerepareerd en doen we honderd en één andere kleine klusjes. Het bestellen van een nieuwe ankerketting, de oude is roestig en galvaniseren is hier bijna net zo duur als de aanschaf van een nieuwe, heeft nogal wat voeten in de aarde want de hier gangbare Canadese schakel moet precies op onze Europese ankerwinch passen
Bij het vervangen van het toplicht wordt een kleine scheur ontdekt bij de aanhechting van de kotterstag op de mast. Dit kunnen we niet zelf oplossen maar vraagt beslist om professionele aandacht.
Al met al vliegt de tijd en voor we het weten hult de stad zich in roze bloesem. Het is tijd om de lijnen los te gooien.