Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 63 Alaska 4
9 augustus > Petersburg   
Petersburg is een klein dorp dat leeft van de visvangst. In het totaal staan er drie visverwerkingsbedrijven die momenteel, het is nu hoogtij, per dag zo’n miljoen zalmen per dag verwerken. Het dorp is gesticht door een Noor en zijn afstammelingen zijn duidelijk trots op hun afkomst. Overal wappert naast de Amerikaanse vlag, de Noorse en het dorp doet met de vrolijk rood en blauw geschilderde huizen met houten vensterluikjes en de vele kleine winkeltjes in de dorpskern, heel Scandinavisch aan.
Het water rond Petersburg is te ondiep voor Cruise schepen waardoor ze verschoont blijven van de hordes toeristen die bijvoorbeeld Juneau te verwerken krijgt. Frappant genoeg blijken de dorpelingen waaronder ook de winkeliers, hier blij mee te zijn want zo kunnen ze hun culturele inslag in stand houden.   
Terwijl de wasmachine in de wasserette draait, bezoeken we verschillende winkels en slaagt Jan ergens bij een werfje om zijn koperen buis te laten voorzien van nieuw schroefdraad. Iedereen groet vriendelijk en binnen de kortste keer weet men dat we uit Nederland komen. "Helemaal komen zeilen? Wow, das ver, vlak naast Noorwegen toch?"

10 aug. > Petersburg > Wrangell (Solokof Isl) > 56 26N – 132 36W 32.4 mijl
Vanuit Petersburg zijn er twee routes omlaag. De ene via Dry Straight die door de havenmeester wordt afgeraden in verband met de vele, steeds wisselende ondieptes en de Wrangell narrows, een smalle vaarroute met heel veel stroom maar wel volledig beboeid. Aangezien de stroom hier tegengesteld staat
moeten we een uur voor hoog water weg om stroom mee te hebben tot het punt waar hij omgaat en als het goed is krijgen we hem daar dan ook weer mee.  En jawel het klopt!.
Jan laat een achteroplopende visser passeren voor een engte en voor de tegemoet komende ferry, die wel heel groot is voor dit vaarwater, gaan we zelfs de vaarroute even uit. Na zo’n twintig mijl kronkelen met scherpe bochten zijn we eruit en begint het te regenen. Laat maar vallen dat vocht, hier op groot water sturen we lekker van binnenuit. Ons plan om naar Wrangell te gaan, passen we op het laatste moment aan want we hebben opeens geen van beiden zin in weer een haven. Recht voor ons ligt een mooi baaitje waar we inkruipen en het anker laten vallen. De kachel brandt en we hebben nog een lekker maaltje verse kabeljauw.
11 augustus > Solokof Island > Berg Bay > 56 21N – 132 00W > 26.1 mijl
Het is droog als we vertrekken maar zodra we en-route zijn, worden we eerst getrakteerd op regen en daarna op mist. Wrangell glijdt als een vage schim voorbij als we de Eastern Passage opvaren. Breed water, hier en daar een boomstam met een paar meeliftende meeuwen, nieuwsgierige leuke zeehondenkoppie’s en de zon. Wat wil een mens nog meer. Onze stroom berekening voor vandaag komt goed uit want net voor de versmalling is de stroom op waardoor we met rustig water door de smalle doorgang varen. Een adelaar op een stronk heeft geen zin om te poseren en vliegt op zodra we te dichtbij komen. Berg Bay heeft een prachtige edoch smalle ingang die we stapvoets binnen varen.
Helemaal achterin blijft het diep dus gaan we terug naar de ingang waar we langs de kant op elf meter diepte ankeren. Soms draait Witte Raaf met haar kont naar de kant waardoor ik de mosselen op de rotsen kan tellen. Regen en zon kleuren de baai in een volledige regenboog waarbinnen Witte Raaf zich precies in het midden koestert. GOUD!

12 augustus > Berg Bay > Anan Bay > 56 10N – 131 54W > 15.9 mijl
In verband met het tij willen we pas aan het begin van de middag varen dus gaan we vanochtend met BB op pad. Ook hier zijn veel dennenbomen bedekt met mosslierten. Overal liggen grote aangespoelde boomstammen en stronken waarbij er in een gewei van een hertachtige zit vastgeklemd. Joepie een echt jachttrofee en dat zonder een enkel schot!
Een heel klein eilandje lijkt ons veilig genoeg voor een wandeling want welke beer wil daar nu wonen. We hebben het goed ingeschat en vinden nergens pootafdrukken. Alleen maar heel dicht begroeid prachtig regenwoud.
Een jonge adelaar verraadt zijn nest met zijn vleugeloefeningen. Zonder de witte kop en staart zijn ze nauwelijks zichtbaar met hun fantastische schutkleuren. Op het uiteinde van het eilandje ligt een groep zee-hondjes te zonnen totdat ze een heel groot
wit ding (zeil) aan zien komen. Groot, wit en onbekend is voldoende reden tot vlucht en na een korte blaf verdwijnt het stel onder water. De wind volgt hun voorbeeld dus moet de motor alsnog bij.
We kachelen op ons gemakje Blake Chanel af en steken over naar Anan Bay. Een vrij open ankerplaats, direct gelegen aan de Wildlife Observatory waar we een vergunning hebben om morgen naar vissende beren te kijken. Het is even zoeken naar een geschikt plekje maar even later liggen we keurig vlak bij het strand
waarop tientallen adelaars rondscharrelen. Waar adelaars zijn, zijn veren dus we gaan met BB aan de wal. Op zoek naar een nest beklimmen we grote rotsen wat beslist onnodig blijkt want aan de vloedlijn liggen er verschillende terwijl hun oud-eigenaren op ons neer kijken. We genieten intens tot een rancher ons komt melden dat we hier niet aan de wal mogen omdat het bij ‘bear country’ hoort. Jammer maar helaas, gelukkig hebben we onze buit voor mijn neefjes al binnen.  

13 aug > Anan Bay > Frosty Bay > 56 03N – 131 50W > 9.9 mijl
We gaan op bezoek in ‘bear country’! Tussen 08.00 uur ’s ochtends en 18.00 uur ’s avonds zijn er zestig vergunningen beschikbaar voor mensen die een bezoek willen brengen aan dit park. We hebben ons reserveringsnummer via internet ontvangen en klokslag
08.00 uur varen we met BB naar de ingang waar de ranchers net aankomen. Beth verwelkomt ons en op haar advies tillen we BB hoog op de rotsen in verband met het opkomend springtij. Ze informeert ons over de do’s en don’ts voor als we over het pad naar het uitzichtplatform lopen want we zijn op bezoek bij de beren en we moeten ons dus aan hen aanpassen. Het is hun gebied en in dit gebied is het van vlonders gemaakte pad het enige waar wij mensen over mogen lopen. Mochten we een beer tegenkomen op dit pad dan moeten we vooral rustig blijven staan, praten en in onze handen klappen totdat de beer weggaat.
De route is prachtig door één van de drie grootste regenwouden ter wereld. Overal mos en zwammen tussen manshoge varens, struiken vol bessen en eeuwenoude ceders. Hier en daar is het antislip materiaal van de houten vlonders afgetrokken door jonge grizzly’s. Leuk spelmateriaal! In de kreek waar we langslopen, plonst een moeder grizzly met haar jongen rond. De grizzly, ook wel de bruine beer genoemd, is aanzienlijk groter dan de zwarte en staat bovenaan de voedselketen.

Twintig minuten later staan we op het platform boven een stroomversnelling. Het platform is afgescheiden van het bos door een anderhalve meter hoge open houten reling. De onuitgesproken afspraak is dat wij mensen hier zijn en het gehele gebied buiten de reling van de beren is.  
We zijn vroeg en er zijn nog geen andere mensen. We kunnen direct naar beneden naar een klein geheel overkapt platform direct boven het water waar de beren ons niet kunnen zien. Momenteel trekt de Pink
hier omhoog en deze zalmsoort zwemt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Coho, tegen stroomversnellingen op, in plaats van dat hij zich springend voortbeweegt. Het is indrukwekkend om te zien hoe deze grote vissen recht omhoog tegen de soms meer dan twee meter hoge, omlaag stortende watermassa opzwemmen. Triest dat vele net boven aangekomen dieren weer door de stroom teruggespoeld worden maar zo blijft de sterkste soort in stand..
We hebben een prachtig uitzicht op een zwarte moeder beer die niet alleen voor zichzelf moet vissen maar ook voor haar twee jongen die angstvallig proberen niet van de rotsen naar beneden te glibberen. Zodra ze een zalm te pakken heeft, klimt ze omhoog naar een grot terwijl de kleintjes haar volgen. Her en der verschijnen andere beren die door moederbeer allemaal op een afstand worden gehouden terwijl haar jongen
vlak bij haar in de buurt blijven. Nadat het ene jong zich in een spleet omlaag heeft laten zakken, blijft zijn broertje of zusje hier in spreidstand boven hangen, niet wetend hoe nu verder. Allemaal leuk en spannend maar zodra moeders weer met een vis aankomt is het probleem razend snel opgelost. ETEN!
Een jong mannetje heeft ons platform als hol gekozen. Hij weet precies waar de zalmen, na hun steile klim tegen de stroom omhoog, even rusten en hij haalt ze één voor één uit het water. Zodra hij er één heeft, neemt hij deze mee omhoog tot onder onze voeten waar hij hem rustig uit het zicht gaat zitten oppeuzelen. Op = nieuwe halen.
Het is hem goed aan te zien dat de zalm al een tijdje omhoog komt. Deze jongeman heeft beslist genoeg reserve voor zijn komende winterslaap. Beren moeten hier in Alaska tijdens de zomer zo’n 30 % aan lichaamsgewicht toenemen om goed door de winter te komen want als ze eind april wakker worden, moeten ze nog een aantal maanden leven op plantaardig voedsel en dat wat ze aan dieren kunnen vangen tot de zalmen begin juli weer met hun trek beginnen. De zwarte beer overwintert in de bergen in natuurlijke holen, onder een holle boom, in een spelonk of een grot, Dit in tegenstelling tot de grizzly die zijn hol hoog in de bergen zelf graaft onder een overhangende rots of boom.
Zowel de zwarte als de bruine beertjes worden tussen januari en maart, blind en bloot geboren in het hol. De zwarte weegt een paar ons en wordt 6 tot 8 maanden gezoogd. Zijn kleine bruine soortgenoot weegt ongeveer een kilo en krijgt maar vijf maanden moedermelk. De zwarte jongeling mag daarentegen na zijn geboorte maar één winter bij moeders blijven terwijl de bruine twee winters in de watten wordt gelegd.
De zwarte en de bruine leven gescheiden van elkaar. Alleen tijdens de zalmtrek worden ze soms samen gezien. Een grizzly vist plonsend en springend door het water bij een kreek en eet haar prooi daar waar zij hem vangt. De zwarte maakt voor het vissen gebruik van de vernauwingen bij stroomversnellingen en verorbert de buit bij voorkeur uit het zicht op een afgezonderde plek.

Even verderop heeft een adelaar een forse zalm te pakken. Te zwaar om mee te vliegen dus peddelt hij met zijn reusachtige vleugels naar de kant met zijn prooi vastgeklemd in zijn klauwen. Bij de wal smijt hij hem op de kant en als de zalm zich een weg terug naar het water spartelt, wordt hij met één grote gele klauw gegrepen en teruggezwiept.
Zodra de vis veilig op het droge ligt, komt een jonge nog bruine adelaar hem verorberen. Zelfstandig vliegen en eten oké maar zelf vissen is blijkbaar voor deze toch al grote vogel nog een stap te ver. Een raaf landt op een tak vlakbij. Het is onvoorstelbaar hoeveel verschillende geluiden ik deze beauty al heb horen maken. Geen wonder dat hij bij de zangvogels hoort, al is zalm ook voor hem niet te versmaden.
Ze zijn hier bij de Observatory heel streng als het gaat om het meebrengen van voedingsmiddelen waarmee ze willen voorkomen dat de beren hier de mens als voedselbron zouden kunnen gaan zien. Daarom hebben we alles beneden in een berenvoedselcontainer achtergelaten en na een paar uur kijken, rammelen onze magen. Op weg terug naar Witte Raaf kruist een jonge bruine beer ons pad. Met een verse zalm in zijn bek heeft hij niet echt veel interesse in ons al kijkt hij ons vanaf zo’n vijf meter vanuit het struikgewas wel oplettend na. Nee beertje wij willen jouw zalm niet, ga maar lekker eten. Dat gaan wij ook doen.     
Na twee uurtjes rust op Witte Raaf gaan we terug naar ‘t berenbos. In tegenstelling tot vanmorgen is er nu niemand bij de ingang dus wandelen we luid pratend over het voor ons nu bekende pad naar het uitkijkplatform. Frappant hoe onnatuurlijk het voelt om herrie te maken in een bos. Van kleins af aan heb ik altijd geleerd juist stil te zijn omdat je dan de dieren niet stoort en ze misschien kunt zien. Hier moet het anders want we willen geen berenverrassing op ons pad, alhoewel?  …………… net om de bocht voor het laatste stukje omhoog naar het platform staat onze rancher Beth samen met reisleider Erik. Beiden hebben een geweer bij zich en Beth heeft bearspray aan haar riem hangen. Zij en met hen wij hebben een klein probleempje want voor het hekje dat toegang biedt tot het platform zit een grote zwarte beer plat op haar kont. Haar jong zit in de boom erboven en ze is niet van plan weg te gaan zonder de kleine. Om de situatie nog complexer te maken komt er een jonge grizzly de heuvel opklauteren. Nu er één is weten we dat er een tweede komt met mams niet ver daarachter dus nu hebben we niet alleen een zwarte beer met jong maar ook een grote bruine grizzly met haar twee jongen die ons het pad versperren. Jan en ik zijn als een kind zo blij dat Beth en Erik aan onze kant staan. De gasten van Erik staan daarentegen op het platform en moeten met het kerende tij weg omdat anders hun boot droogvalt.
De beren hebben met dit alles niets te maken. De twee jonge grizzly’s rollebollen samen gezellig door het gras terwijl mams zich eens lekker met haar rug tegen een boomstam schurkt en de zwarte bekijk het geheel vanaf haar troon bij het hekje terwijl haar jong vrij uitzicht heeft op de mensen op het platform. Een typisch geval van status-quo
Na een minuut of tien besluit mama grizzly dat het weer tijd is om te gaan vissen dus ze wil terug naar de rivier. Helaas is het daar waar ze omhoog gekomen is voor haar en haar jongen te stijl – bruine beren kunnen in tegenstelling tot de zwarte niet goed klimmen - dus besluit ze dat de helling naast ons beter voor haar is. Wij mogen daarentegen niet achteruit omdat ze dat als een signaal van zwakte zou kunnen opvatten dus staan we met z’n vieren schouder aan schouder naast elkaar met onze armen te zwaaien
terwijl we. "he bear, no bear, go bear", roepen. Ze blijft, scheef naar ons kijkend over het vlonderpad op ons afkomen terwijl haar jongen om haar heen dartelen. En juist de jongen vormen het grootste gevaar want ondanks dat deze kleine duveltjes in hun speelsheid van alles kunnen uithalen, mogen wij mensen ze daarin niet corrigeren. Dat moet hun moeder doen en dan rijst onmiddellijk de vraag waar ligt de grens, tot hoe dichtbij kun je ze laten komen?
We moeten er in hun berenogen vast heel koddig hebben uitgezien zoals we ons daar groot staan te houden terwijl ze zelf indrukwekkend groot steeds dichterbij komt.
Dan op zo’n vijf meter voor ons stapt ze van ‘ons’ vlonderpad af en schommelt ze geflankeerd door haar jongen op haar gemak bij ons vandaan het struikgewas in op weg naar het water. Pffffff, dat was close!
Het zwarte jong dat ondertussen uit zijn boom geklauterd was, schiet door ons aanhoudende gebrul spontaan zijn boom weer in  maar gelukkig is moeders het ondertussen meer dan zat om op hem te wachten, ook zij daalt af naar het water.
Rancher Beth die door het geheel toch wat gespannen is geraakt, sommeert ons haar op de voet te volgen en als een aaneengesloten colonne soldaatjes lopen we het laatste stukje omhoog tot aan het hekje waar we langs de gasten van Erik schuiven terwijl we ons vergapen aan het kleine zwarte minibeertje boven ons. Eenmaal op het platform ontdekken we op zo’n vijf meter naast ons pad nog een grote zwarte beer die we tijdens onze ganzenpas niet hadden gezien.

Aan de andere kant van het platform op ooghoogte hangen nog twee schattige zwarte knuffels op smalle takken in de boom ruim tien meter boven hun moeder die aan de voet een zalm verslindt. Beiden zijn in dromenland en wij verbazen ons erover dat ze in hun slaap niet naar beneden kukelen.  
Bij de stroomversnelling is het druk. Met beren wel te verstaan want overal waar we kijken, komt er wel één tussen de rotsen vandaan richting water of net uit het water met een verse zalm.
Een grote bruine vist al wandelend van rots naar rots waar ze met een grote sprong van afspringt terwijl ze haar poten spreidt. Normaal zouden alle zwarte beren verdwijnen zodra er een bruine in de buurt is maar
de zwarte kennen haar en laten zich niet storen.
Ook moeder grizzly met haar jongen sjouwt gewoon door het water en terwijl het ene jong wat schuw om een hoekje toekijkt probeert het andere onder toezicht van moeders haar
eerste eigen vis te vangen. Na een minuut of wat vruchteloos roeren met haar poten door het bruisende water vindt ze het genoeg en gaat kijken of er nog een restje buit bij moeder en zus over is. De hiërarchie tussen bruin en zwart is dus duidelijk maar die tussen zwart en zwart werkt veel subtieler.
De zwarte beren jagen bij voorkeur vanaf een rots of er vlakbij. De omlaag gerichte houding van de kop en het wegdraaien van een schouder tonen onderdanigheid aan de sterkere terwijl het heffen van de snuit juist, ‘ga weg ik ben hier baas’, betekend. De zwarte moeder met haar twee jongen blijven een geliefd studieobject waardoor we leren hoe ze door onderdanig te doen juist slim is en ondanks weerstand van een ‘sterkere’ beer haar favoriete visplekje toch steeds weer bereikt.
We krijgen er geen genoeg van maar de tijd tikt door, het park sluit om zes uur en we willen vannacht in een baaitje tien mijl verderop liggen dus we moeten verder. Het was een berengoeie dag!

14 augustus > Frosty Bay > Meyers Chunck > 55 44N – 132 15W > 26.2 mijl
Frosty Bay waar we gisteravond nog naar toe gevaren zijn, is een mooie beschutte inham met aan het eind een drijvende vlonder en een mooi verdekt opgestelde houten hut voor kampeerders. Nu we zuidelijker komen zien we regelmatig van dit soort hutten die door de staat worden onderhouden en ter beschikking gesteld worden aan trekkers. Na de spectaculaire dag van gisteren hebben we geen zin in ontdekkingstochten dus nestelen we ons lekker met een boek op de bank. Tegen de middag gaat het anker op en stomen we terwijl de wind opsteekt, recht op de kop maar hoe kan het hier anders, over breed water naar Meyers Chunck. Na een hele smalle doorgang ligt een prachtig klein beschut baaitje met rondomliggende huizen, een kleine steiger en zelfs een klein postkantoortje. Het steigertje is vol dus laten we ons anker in het midden van de baai vallen. Welterusten!

15 augustus > Meyers Chunck > Ketchikan uitgeweken naar Knudson Cove > 33.9 mijl
In ons baaitje is het rustig en stil maar dit verandert zodra we onze boeg naar ‘buiten’ steken want hier waait het serieus. Met 20 tot 25 knopen recht op de neus krijgen we voor het eerst sinds tijden weer fors wat water aan dek wat resulteert in water binnen want door al dat motorboten gedoe zijn we nonchalant geworden en staan er her en der nog dekluiken open die blijken te lekken als ze eenmaal dicht zijn.
Nu hebben we nog stroom en wind tegen waardoor het met de zeegang nog wel meevalt maar zodra de stroom kentert, pikken we zo nu en dan paaltjes. Ondertussen komt het water niet alleen van onderen maar ook met bakken van boven dus we zijn blij met onze kajuit en de radar. Lekker warm en droog en ondanks het beperkte zicht toch alles zien.
We passeren kleine bootjes, een cruiseschip en de lokale ferry en na de kaap kunnen we wat bakboord uit zodat we het grootzeil kunnen laten meewerken. Dit scheelt naast snelheid, ruim een mijl sneller, ook een hoop in stabiliteit en aangezien we verwachten dat bij de ingang van de Tongass Narrow zowel de zeegang als de wind zullen kalmeren gaan we door. Bij de ingang draaien we het grootzeil weg waarbij opeens het onderste gedeelte van het achterlijk losscheurt. Ay, we wisten dat het oud was want we zeilen er nu al vijf jaar mee maar dit is toch jammer.
Pas als we al een paar mijl de fjord ingevaren zijn ontdekken we dat we in deze fjord niet in de luwte van de wind komen maar dat deze meedraait met de richting van de fjord en dus pal op de kop blijft. Met de versmalling van het vaarwater neemt zowel stroom als wind dus alleen maar toe. Aangezien we nu al regelmatig dertig knopen te verduren krijgen, kan dat alleen maar meer worden en hoe is de situatie in de haven van Ketchikan. Dit is gekkenwerk, we draaien om! Met de wind in de rug zetten we koers naar een baaitje direct om de hoek van de ingang omdat we daar beschutting verwachten.
In de baai van Knudson Cove liggen verschillende drijvende pontons en aan de buitenste is nog voldoende ruimte voor Witte Raaf. Er wordt vannacht meer wind verwacht en dan slaapt het vastgeknoopt aan een steiger een stuk rustiger dan achter ons anker op onbekende ankergrond, dus hang ik als een razende Roellie de stootwillen buiten en beleg de afmeerlijnen terwijl Jan Witte Raaf tussen de windvlagen door rustig naar het ponton manoeuvreert. Hier in Alaska hebben ze in plaats van bolders, een opstaande balk op de pontons waar je je lijnen onderdoor moet halen. Lekker stevig dat beslist maar niet echt handig met aflandige wind want je moet eerst op het ponton springen en dan heel vlug de lijn onder de balk doorhalen en vastleggen voordat je schip wegwaait en dat maal drie. De wind is genadig en wacht even met haar grappen en grollen tot we liggen. We doen een ‘stormrondje’ aan dek en zetten alles vast wat weg kan waaien en dan liggen we veilig vastgeknoopt dus laat het nu maar waaien.
Eenmaal binnen grap ik tegen Jan, "volgens mij is het slim om het anker-alarm aan te zetten want dan worden we tenminste wakker als dit ponton met ons aan de haal gaat". Alles wappert en klappert buiten maar na nog een laatste check laat ik het los en slaap de slaap der ‘onschuldigen’.

16 augustus > Knudson Cove > Ketchikan > 55 20N – 131 40W > 13 mijl
De zon schijnt! Het waait nog steeds flink maar aanzienlijk minder dan gisteravond. We gaan vandaag dus alsnog naar Ketchikan. Als Jan wil gaan betalen, hoort hij tot zijn verbazing dat alle pontons, dus ook het onze, vannacht bij ruim vijftig knopen wind op drift zijn geraakt en zo’n 30 meter zijn verschoven waarbij het hoofdponton is losgescheurd van de wal.
Vanmorgen vroeg is het hele zooitje door een sleepboot teruggeduwd op zijn plek en hebben duikers de ankers hersteld en wij hebben van deze hele consternatie niets gemerkt! Het blijkt dat we in een privé haventje hebben afgemeerd maar dat geeft niets want tijdens harde wind is iedereen hier welkom, benadrukt de havenmeester die Jan verteld dat hij niets hoeft te betalen. Hopelijk zijn wij niet de oorzaak geweest van dit hele spektakel want we waren wel ruim het grootste en zwaarste schip met onze vijfentwintig ton.
’t Is trouwens maar goed dat we ons ankeralarm niet aan hadden staan want wat hadden we gedaan als we door dit alarm gewekt waren tijdens de storm? Eind goed al goed en we hebben heerlijk geslapen.
Met twintig knopen op de kop en de zon op onze bol ziet het er in de Tongass Narrows beslist vriendelijker uit. Voor ons steekt een sleepboot met zijn sleep het vaarwater over en het cruiseschip Regatta komt ons tegemoet terwijl er regelmatig watervliegtuigjes laag overscheren. We zijn hier duidelijk weer in de bewoonde wereld. In de haven van Ketchikan worden onze lijnen aangepakt - wat heel bijzonder is in dit land waar iedereen zich met z’n eigen zaken bemoeit - door twee vissers uit Petersburg en de havenmeester komt ons vertellen over de weggewaaide pontons in Knudson Cove.
Hier kunnen wij hem beslist meer over vertellen. De MS Statendam vaart langs richting Juneau. We zijn in Ketchican, de laatste Amerikaanse haven voor dit jaar want hierna gaan we richting Prins Rupert in Canada. We bellen de douane om te informeren hoe we moeten uitklaren en worden verrast door een uitermate behulpvaardige beambte die ons verteld dat hij onze cruisingspermit over drie dagen zal afmelden. Verder hoeven we wat de Amerikaanse grenscontrole betreft niets anders te doen dan onze paspoortkaartjes af te geven aan de Canadezen. Kan het nog eenvoudiger?

17 augustus > Ketchican
We zijn beiden vroeg wakker door het vertrek van beide buren en nu het windstil is gaan we direct aan de slag met het gescheurde grootzeil. Ik diep het reserve grootzeil op terwijl Jan alles klaar maakt om het oude te laten zakken. Het loopt allemaal gesmeerd totdat het zeil ergens bovenin blijft hangen en met geen mogelijkheid verder omlaag te krijgen is. Door een stommiteit onzerzijds kunnen we het ook niet meer omhoog halen dus er zit niets anders op dan de mast in want we weten niet hoe lang de wind ons genadig zal blijven. Nu is Jan voor mij te zwaar om omhoog te draaien dus er zit niets anders op dan dat ik ondanks mijn hoogtevrees omhoog ga. Niet verder nadenken gewoon doen. Jan heeft met het omhoog hijsen van mij ook nog een aardige klus maar na een minuut of vijf zit ik op de bovenste spreader.
Het uitzicht is vanuit hier vast prachtig maar daar begin ik niet aan, gewoon focussen op de klus en zo snel mogelijk weer omlaag. Ik kan op de geklonken overgang in de rol na geen echte hindernis ontdekken en zodra ik dit aan Jan meld gaat er bij hem een lampje op. De achterstag! Deze staat strak gespannen waardoor de mast naar achteren getrokken wordt. Dit is goed voor het trimmen van het grootzeil maar zet nu onnodige spanning op de rol. "Kan ik niet eerst naar beneden", piep ik van boven terwijl Jan naar de achterstag verdwijnt. "Nee, eerst kijken of het wat uitmaakt", hoor ik van onderen. Wel logisch maar toch. Joepie, het vieren van de stag scheelt enorm dus ik mag omlaag!
Gelukkig komt het grootzeil nu soepel naar beneden. De wind houdt zich koest maar er dreigen wolken dus we hijsen eerst het reserve zeil en nadat dit zich soepel heeft laten oprollen in de mast vouwen we het oude zeil netjes op. Waarschijnlijk
is het niet meer te repareren maar wie weet kunnen we er nog iets mee doen. Om negen uur zitten we tevreden aan de koffie, een major klus geklaard!
Nu we in een haven liggen, maken we gebruik van een elektrisch kacheltje dat zich makkelijk laat verplaatsen dus nu de luiken toch open zijn voor de zeilwissel kunnen we de boel daar voorin ook weer eens goed laten drogen. Bij de supermarkt worden we verrast door een grote foto op de voorpagina met daarop, ……………..jawel Witte Raaf als één van de schepen aan het weggewaaide ponton in Knudson Cove.  We zijn voorpagina nieuws!
Voor het komend weekend wordt er nog een stormpje voorspeld dus we blijven hier nog maar even liggen. We willen het lot niet tarten en hier in de haven van Ketchikan moet er heel wat meer gebeuren om de boel in beweging te krijgen.  

18 augustus > Ketchikan
De haven waar we nu liggen is een echte visserhaven en regelmatig schuiven er typische Alaska trawlers en gilnetters naast ons voor reparatie of onderhoudt. Meestal vertrekken ze na de nodige inkopen en een kort bezoek aan moeders de vrouw en de kids dezelfde avond nog. Aangezien het prachtig weer is, zijn we aan dek aan het werk en dus makkelijk aanspreekbaar wat resulteert in de nodige praatjes. Zo ook met kapitein Russel van de Viking Maid,  een visserman en Alaskaan in hart en nieren. Zijn oogjes beginnen te glimmen zodra hij over vissen praat en aan ons heeft hij een dankbaar vraagbaak want we willen alles weten. Voordat hij naar huis gaat krijgen we een prachtige gefileerde pink zalm, zo vers uit zee en en-passant ook nog een hertenbiefstuk uit de vriezer die hij afgelopen winter heeft geschoten. De ware Alaskaan vangt zijn eigen eten.
Als dank bak ik een appeltaart voor de crew en een kleintje voor Jan die het niet eerlijk vindt dat het hier zo lekker ruikt en hij er niets van mag proeven de ziel. Als verrassing krijgen we net voor vertrek van de Viking Maid nog een doosje gerookte King zalm en een DVD met de Viking Maid  in de hoofdrol, waarin uitleg wordt gegeven waarom Alaskaanse wilde zalm gezonder en beter is voor het milieu dan de gekweekte Atlantische zalm. Heel erg interessant met prachtige wildlife beelden uit Alaska!

19 t/m 21 augustus > Ketchikan
Het regent dat het giet en ’t waait er ook nog bij. De mannen en vrouwen van de weersvoorspelling hebben het helemaal bij het rechte eind dit keer want, de poep waait van d’n diek! De weersvoorspelling wordt hier, zoals in heel Amerika en ook in Canada , vierentwintig uur per dag uitgezonden via een van de weerkanalen op de VHF. De grotere trawlers trekken zich niets aan van de storm waarschuwing maar alle wat kleinere vissersschepen komen de haven binnen. Het waait fors en dit wordt gecompleteerd met een onvoorstelbare hoeveelheid hemelwater. Niet zoals in de tropen even met bakken en dan weer droog maar gewoon constant van ’s ochtends vroeg en dan de hele nacht door.

Alaskanen gebruiken geen paraplu. Als het regent, is er over het algemeen ook wind dus die dingen waaien maar kapot. Gewoon capuchon op, laarzen aan en gaan met die banaan. Regen hoort hier duidelijk bij het dagelijks leven en het is zodoende ook geen onderwerp van gesprek. Als wij er over beginnen krijgen we als reactie dat het goed is voor de zalm want nu de rivieren en kreken zich vullen kunnen ze makkelijker naar boven naar hun ‘schiet’gebied.  
Downtown Ketchikan ligt op ongeveer een mijl afstand van onze haven wat een leuke wandeling zou zijn ware het niet dat we onderweg waarschijnlijk gewoon zouden verzuipen, dus met de bus.
De cruiseschip passagier, waarvan er hier per zomer zo’n 240 000 langskomen herkennen we eenvoudig aan hun verwaaide paraplu’s en aan de vergapende blikken voor de vele juwelierswinkels die hier het zogenaamde goud-delversgoud aanbieden in de fraaiste vormen. Naast juweliers zijn er een indrukwekkende hoeveelheid souvenir winkels maar gelukkig ook een normale schoenwinkel waar we eindelijk enigszins beschaafde waterdichte schoenen voor Jan kunnen kopen. Hier in Alaska loopt iedereen op laarzen. Niet op van die modieuze leren maar gewone bruine rubberen kaplaarzen. Of je nu naar je werk, een winkel of een restaurant gaat, niemand kijkt raar op als je er op je laarzen binnenkomt. Nu heeft Jan in afwijking op het normale patroon in Hawaï zwarte rubberen kaplaarzen gekocht maar we gaan ervan uit dat we straks in Canada mogelijk daar niet overal mee naar binnen durven dus nu zijn er waterdichte schoenen.  
De film over de visserij die we graag wilden zien blijkt alleen op donderdag vertoont te worden dus dat lukt niet maar gelukkig kunnen we hem bij het plaatselijke VVV op de kop tikken. Net buiten de stadskern moet een interessant totempalen park liggen maar we besluiten dat die waarschijnlijk met ons zullen verdrinken dus die bewaren we voor een volgende keer. Terug op Witte Raaf is het warm en droog en terwijl het buiten windkracht 8 tot 9 waait, zijn wij blij met onze extra vastgeknoopte lijntjes, aan een stevig ponton dit keer. Al met al liggen we voor het eerst sinds ons vertrek uit Amsterdam al drie dagen verwaaid en dat zonder internet!

22 augustus > Ketchikan > Brundige inlet > 54 35N – 130 53W > 59.5 mijl
’T is kwart voor zeven, om zeven uur gaat het dieseltankstation open en is het hoog water dus los met die lijnen. Eerst tanken en dan met het afgaande tij zuidwaarts.
De voorspellingen geven een maximum van twintig knopen wind uit het zuidwesten en volgens de berichten houdt die de rest van de week aan dus daar kunnen we niet op wachten. Het is grauw en grijs en regelmatig leegt een bui zich boven ons maar in vergelijk met de aanhoudende stromen water van de afgelopen dagen ziet het er hoopvol uit.
Ons ‘nieuwe’ grootzeil vindt zijn behuizing zo leuk dat hij er pas na forse overredingskracht van zijn schipper uit wil. Hij staat er een stuk mooier bij dan zijn gescheurde broertje en mag na een mijl of vijf al weer terug in zijn droge holletje in de mast, de luilak.   
De wind, nog steeds recht op de neus, neemt af tot vijftien knopen dus besluiten we door te gaan tot
Dundas Island. Conform de regels mag dit waarschijnlijk niet want dit is officieel Canada maar we gaan morgenvroeg verder dus welke haan kraait hier naar?
Rond zes uur s’ avonds varen we door smalle doorgangetjes van Brundige Inlet tot helemaal achterin de baai waar zodra we het anker laten vallen, de zon doorbreekt! Kleine grijsgroene kwetteraars verdwijnen. We denken dat het de plaatselijke ijsvogel is maar zeker weten doen we het niet.

23 augustus > Brundige Inlet
Tja en dan wordt er volgens de weersvoorspellingen voor vandaag 40 tot 50 knopen wind voorspeld! En dat terwijl wij illegaal in een meer dan prachtig beschermde edoch Canadese baai liggen. Zouden ze hier de regel, schuilen voor het weer, kennen? We weten van vrienden dat de Canadezen uiterst strikt met de regels omgaan en flinke boetes uitdelen aan degene die zich hier niet aan houden. Zij kregen een boete van 1000 dollar omdat ze zich niet direct na aankomst hadden gemeld. We besluiten de gok te wagen, zetten de kachel hoog, bakken een appeltaart van de appels die we volgens de boeken niet in Canada mogen invoeren, en kruipen lekker met een boek op de bank.   
Dik genieten terwijl het buiten plenst, totdat………………….. we een boot angstvallig dichtbij zien komen. Ay, gesnapt!
Het blijken ranchers te zijn die ons allervriendelijkst het hemd van het lijf vragen zonder verder in te gaan op onze gele quarantaine vlag. "We ‘re seeking shelter for the weather", wordt door de jongens begrijpend herhaalt en om geen slapende honden wakker te maken, vragen we niet of dit oké is voor de douane. Dat merken we morgen wel als we gaan inklaren in Prince Rupert. Canada we komen eraan!