Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 62 Alaska 3

29 juli > Sandy Cove
In Sandy Cove liggen al twee schepen, waaronder Mom. We kiezen we voor een uiterste hoek tussen twee eilandjes. Dit gebied is verboden voor kampeerders in verband met het grote aantal beren dat hier huist waaronder een brombeer die soms mensen lastig valt. We tuffen met BB langs de kant tot een kleine inham waar we aan land gaan bij een paar grote rotsen vol met mosselen. Jammer, we zijn gewaarschuwd dat deze mosselen niet veilig zijn dus wordt er niet geplukt vandaag. Wel ligt er een prachtig klein meertje waar we omheen wandelen en berenpootjes zien. Kleintjes dit keer dus er zal wel een grote bij in de buurt zijn. Jammer, ondanks de belofte geen beren vandaag, zelfs geen brommende.

30 juli > North Sandy Cove > Tlingit Point via South Marble island > 58 45 N 136 10 W > 16 mijl
We zijn om half zes wakker. Het zit potdicht van de mist en we kunnen geen hand voor ogen zien dus ook geen beren. Om zes uur mogen we de parkwachters bij Barlett Cove oproepen en verzoeken om een verlenging van onze vergunning. Ons verzoek om twee dagen extra wordt vriendelijk ingewilligd, joepie we hoeven nog niet weg.
We zouden hier nog weken kunnen rondzwerven maar aangezien we half september in Vancouver willen zijn, hebben we, rekening houdend met eventueel slecht weer onderweg, niet echt veel speelruimte.
Rond elf uur is de zon sterk genoeg en brandt de mist weg. We hebben zicht dus omhoog met dat anker! Eenmaal buiten blijkt dat het alleen tussen de eilanden helder is want boven breed water hangt een luie bank die maar langzaam optrekt. Voor ons is langzaam snel genoeg want zodra we in de buurt van South Marble island komen waar de Steller zeeleeuwen huizen, is het helder. We horen en ruiken ze al van verre, samen met het gekrijs van honderden meeuwen en aalscholvers die hun nesten tegen de rotsen hebben gebouwd. Aan de noordkant liggen een paar luilakken die van ruimte houden breeduit in de zon, de rest prefereert de gezellige drukte want die liggen hutje mutje op twee losliggende rotseilandjes Tussen de twee rotsen zwemt een ploegje heel dicht bij elkaar met hun koppen hoog uit het water terwijl ze aan één stuk schreeuwen en blaffen. Wat een herrieschoppers!
Opeens wordt duidelijk waarom ze zo’n stampij maken want vlak voor onze boeg snijdt een scherpe hoge zwarte vin door het wateroppervlak. En dan nog één en nog één. Orca’s!
Geen wonder dat ze zo opgewonden zijn, ze worden bedreigd!
De orca’s, waaronder één jong, koersen alsof er niets aan de hand is heel rustig opduikend en ondergaand tussen de rotsen en Witte Raaf door.  "Tompidompidomp, wij zwemmen hier gewoon de toeristische route, tompidompidomp!" "Ja, ja toeristische route, m’n neus, totdat er zo’n leuke kleine baby-zeeleeuw voor je snuit langs zwemt, maak mij wat wijs!"

Gelukkig kan hun aanwezigheid geen zeeleeuw zijn ontgaan en ze zijn blijkbaar op een kluitje niet aan te vallen. Zodra de orca’s uit zicht zijn, kalmeert de
bende al kun je de opwinding in hun stemmen nog horen terwijl ze elkaar vertellen over hun grote avontuur. Ondanks de penetrante stank blijven we ruim een uur liggen, kijkend naar deze fascinerende gemeenschap waarin de hiërarchische verhoudingen duidelijk zichtbaar zijn. De leider, vaak de grootste vetste mag bovenop de rots, alle kleinere, die er stiekem waren gaan liggen toen de grootste de kudde moest verdedigen, moeten ruimte maken al gebeurd dit niet zonder het nodige gekif en gekonkel.
Het grote verschil tussen een zeehond en een zeeleeuw is dat de leeuw zich op zijn borstflippers, zo’n beetje als onze ellebogen, kan voortbewegen terwijl de zeehond alleen als een worstje over het ijs kan glibberen met hulp van zijn staartflippers. Verder hebben de zeeleeuwen in tegenstelling tot de zeehonden oorflapjes, haarloze flippers met nagels aan de zij-achterkant en is hun vacht een warme tint bruin. De zeehond is over het algemeen zilvergrijs met donkere stippels, net als de tas van mijn grootmoeder die ik als klein meisje vroeger zo graag aaide.  

Onze viskwaliteiten dienen hier beslist nog te worden ontwikkelt want ook vandaag vangen we alleen bot op onze weg naar Tlingit Point. We kruipen een heel eind de diepe baai in en ankeren naast een adelaar hoog in de top van een dennenboom. Dolfijntjes koersen zacht puffend door de baai terwijl rondom grote groepen meeuwen, zeekoeten, kleine eend-achtigen en puffins hun kostje bij elkaar scharrelen. De adelaar scheert laag over het water naar de overkant. Her en der springen zalmen, provocerend uit het water.
Een ‘belted kingfisher, een grijs/wit gekleurde ijsvogel met een grappige kuif, landt op onze preekstoel. Voor de ingang van de baai foerageren drie humpback’s die daarbij regelmatig met opengesperde bek boven water komen. Soms duiken ze al terwijl ze nog uitademen waardoor er bij hun luide puf een hoog fluitend geluid klinkt dat tegen de bergwanden resoneert. Oh wat is dit mooi, mag ik hier blijven wonen?

Een stel in een duo kajak peddelt de baai in en gaat vlak achter ons aan land. Ze zien er niet echt enthousiast uit zoals ze zichzelf de kant op sjorren. Na de kampeerplek te hebben gekeurd komt de jongeman bij ons vragen om water. Het is een jong stel op huwelijksreis. Ze hadden gisteravond, zoals het hier noodzakelijk is in verband met ongewenst berenbezoek, hun voedsel- en watercontainers een stuk van hun tent verwijderd op een rots neergezet maar hebben hierbij geen rekening gehouden met springtij. Alles weg! De arme zielen hebben al de hele dag niets gegeten en hun laatste drinkwater is na een dag peddelen op. We nodigen ze uit voor het eten dus Tim gaat zijn meisje Kate halen terwijl ik als een razende een pasta Bolognese in elkaar draai.
Even later zitten er twee jonge Alaskanen uit Angorage bij ons aan tafel die eten als wolven. Morgenochtend om acht uur zit hun week er hier op en worden ze opgehaald door de organisatie dus geven we ze ontbijt mee.

31 juli > Tlingit Point > North Fingers Bay > 13 mijl
Het regent, het regent ons Raafje wordt weer nat. Vandaag willen we terug naar de baai bij de North Fingers omdat we weten dat daar naast een humpback moeder met haar kalf, zeeotters huizen en we willen kijken of we de zeeotters van dichterbij kunnen bekijken.
Op de wal staan acht verregende figuren die rond negen uur worden opgepikt door een draagvleugelboot. Gelukkig ‘ons’ jonge stel is onderdak.
Bij het ophalen van ons anker komt het ankerballetje niet boven water. Foute Boel!
Gelukkig is de baai waar we liggen breed en er staat weinig stroom want zolang we niet weten waar de ankerbal met lijn zich bevindt kunnen we geen gebruik maken van onze schroef. De lijn verdwijnt ergens onder de grote Ravenbuik dus ik ga in BB kijken of ik hem ergens zie. Niets, helemaal niets!
Het anker bungelt net onder het wateroppervlak dus besluiten we de lijn daar door te snijden en dan te kijken waar hij naar toe gaat als het gewicht van het anker eraf is. De lijn loopt naar achteren en verdwijnt bij het roer. Zodra ik hem met de pikhaak onder het roer door haal, wat me een stel natte mouwen oplevert, plopt het gele balletje boven water, blij bevrijdt te zijn na een hachelijk nachtje ingeklemd tussen roer en schip. Zo zie je maar weer een ankerbal is het ook niet altijd!

We hebben een jumper! Zodra we de baai uitvaren zien we hem al in de verte hoog uit het water opkomen waarbij we soms zelfs zijn staart zien zo hoog springt hij. Hij mist een stukje van zijn rechterstaartvin.
Ondanks dat we ruim een half uur moeten varen om bij hem in de buurt te komen, houdt hij niet op met zijn circus act. Hij tolt regelmatig om zijn as waarbij hij met zijn borstvinnen op het water slaat en tussentijds doet hij aan rechtstandige sprongen en salto’s achterwaarts waarbij zijn borstvinnen in een cirkel meevliegen. Aangezien hij alleen is en niet zo heel erg groot vermoeden we dat het om een puberaal mannetje gaat met jeuk. Misschien wel net verstoten door zijn moeder na twee jaar aandacht en zorg en nu van gekkigheid niet
weten wat hij met zichzelf aanmoet, weet jij het? Wij niet. Vol ontzag en verwondering genieten we van zijn capriolen, tot hij er opeens genoeg van heeft, duikt en verdwijnt. Tijd om verder te gaan dus.
We varen de mist tegemoet en zien alleen de schim van de MS Amsterdam achter ons langs schuiven. MS Volendam is hem voor gegaan dus vandaag wordt de limiet van twee cruiseschepen per dag ingevuld door de HAL.
Onder Drake Island waar de vorige keer een hele sliert otters lagen is het leeg en ook in de North
Finger Bay dobberen er maar een paar. Er zijn daarentegen wel drie bultruggen aan het eten dus verstoppen we ons weer in het zuidelijkste hoekje zodat we rustig naar ze kunnen kijken.
Het ziet er niet naar uit dat het vandaag droog wordt dus dan maar nat. We gaan met BB op pad en ontdekken in een kleine inkeping verse berenpoep en vinden een prachtige adelaarsveer. Groot en stoer als de vogel zelf. Bij een klein riviertje vinden we afdrukken van beren in het slik, een kleintje en een grote en als we goed kijken zien we de nu al donker gekleurde ruggen van de zalmen die hun weg omhoog zoeken maar nog moeten wachten op de grote regentijd totdat er voldoende water staat. Het is ondertussen droog en we
volgen het riviertje een tijdje te voet maar we zijn ons beide zeer bewust van het feit dat vanuit iedere struik mamma beer met baby beer ons kan verrassen en dat wandelt toch niet echt ontspannen. Een jonge adelaar gaat in vlucht op de roep van één van zijn ouders. Vliegen kan hij al, nu nog zelf leren vissen.
Twee dobberende otter kunnen veel sneller zwemmen dan wij kunnen roeien en zodra we ons motortje gebruiken duiken ze dus het blijft bij kijken op afstand.
Morgen zit het erop, dan verlaten we dit paradijs en gaan terug naar Auke Bay voor water, diesel, de was en de verwarmingsman die de nozzel komt vervangen. Tien dagen woeste wildernis zonder mensen maar oh wat een leven. Tien dagen vol onbeschrijfelijke ontmoetingen, ontdekkingen en ervaringen in een onaangetast puur stuk natuur dat gelukkig wordt beschermd zodat het
ook over een aantal jaar nog kan verwonderen.

1 augustus > Fingers Bay > Auke Bay > 74.2 mijl
We hebben allebei onrustig geslapen. Het is momenteel springtij waarbij er een hoogte verschil van zo’n zes meter ontstaat en onze spookbeelden variëren van vaststaan op de slikplaat tot bij het uitvaren op de rotsen gezet worden door een extreme ebstroom.
Nu er van slapen toch niets komt gaan we anker op, een uur vroeger dan gepland. De bultruggen dobberen op hun gemakje aan het oppervlak, die liggen nog lekker te soezen als wij stilletjes de baai verlaten. In de uitgang staat nauwelijks stroom maar zodra we vrijkomen van de kust staat hij met zo’n vier tot zes knopen goed door. Op sommige stukken bewegen we met ruim elf mijl over de grond terwijl we door het water maar vijf mijl varen. Links en rechts onder de kust zien we bultruggen. We nemen via de radio afscheid van de organisatie en spreken de hoop uit hier volgend jaar terug te keren.
Eenmaal buiten Glacier Bay en daarmee buiten ‘Whale Waters’ zijn we weer vrij om zelf onze koers te bepalen. Fijn om te zien dat zowel de walvissen als de orca’s zich lekker niets van de door de mens bedachte grenzen aantrekken want eerst koersen er vier orca’s voorbij en even later zien we tientallen bultruggen bij Point Adolfus, maar niet zo mooi als de eerste keer met Gijs. Aangezien we vandaag, na tien dagen vakantie, mijlen willen vreten om zo dicht mogelijk bij Auke Bay te komen, nemen we geen tijd om uitgebreid te kijken en juist dit werkt in ons voordeel want drie grote makkers zwemmen vlak voorlangs waarbij we met de wind op de kop, voor de eerste keer de vissige stank van walvisadem oppikken. Amay, mond spoelen en baleinen poetsen zou geen gek idee zijn voor deze stinkers. Ze zijn echt overal en eentje ontdek ik dankzij de radar recht voor ons. Gelukkig duikt hij op tijd weg.
Na Coeverden Island, vernoemt naar Van Coeverden, kunnen we voor het eerst sinds tijden weer zeilen. Tot aan de vuurtoren bij Point Retreat welteverstaan want daarna hebben we de wind weer met ruim vijftien knopen recht op de kop.
Om 18.45 uur varen we de nu voor ons bekende haven van Auke Bay weer binnen en knopen onze lijntjes vast naast een prachtige oude houten motorboot de Alaskan Song. Moe en tevreden, met ruim zeventig mijl op de klok.

2 augustus > Auke Bay
Vandaag staat in het teken van wassen, Frappant dat ik ook dit keer met alleen mannen aan het werk ben. Wassen, drogen, vouwen ze doen het keurig.
Sommige hebben het in het leger geleerd, anderen gewoon van hun moeder. De meeste zijn vissers en zo lang het daarover gaat luister ik met gespitste oortjes maar zodra het over de jacht gaat houd ik mijn kiezen op elkaar. Ik realiseer me dat dit een
cultuurverschil is waar ik niet direct mijn oordeel over mag hebben maar zodra het over valstrikken en berenklemmen gaat, haak ik af.
Jim de verwarmingsman komt vandaag en met onbeperkt stroom van de wal kan er ook weer eens gestofzuigd worden wat ook geen overdreven luxe is.
Als we van onze overbuurman een grote zalm krijgen, biedt onze buurman van Alaskan Song aan hem voor ons te fileren en vacuüm te trekken. Zoals bijna ieder schip hier heeft ook hij achterop een snijtafel boven het water met stromend water om te spoelen. Even later wordt ons vriesvakje verrijkt met zes keurige pakjes vacuüm getrokken verse wilde zalm.
Tijdens een borrel krijgen we inzicht in de op maat gemaakte trip die passagiers op dit luxe jacht in zes dagen aangeboden krijgen tussen Sitka en Auke Bay voor het schamele bedrag van 1000 dollar per dag. En dat zonder de vluchten heen en terug. Maar daar is dan ook wel alles, uitgezonderd sterke drank en de fooien, bij inbegrepen. Wie het breed heeft laat het breed hangen zullen we maar denken want ze zijn het hele seizoen volgeboekt.

3 augustus > Auke Bay
Met de bus naar de shoppingmall is niet onze meest favoriete bezigheid maar wie wil eten moet inkopen dus beladen met boodschappentassen op pad. Onbegrijpelijk dat dit voor sommige mensen een dagje uit is, maar ieder zijn meug. Beladen met groente, fruit en vlees zijn we een paar uur later terug aan boord en aangezien we morgenochtend in verband met het tij, vroeg weg willen gaan we eerst tanken. Witte Raaf lijkt wel een motorboot zoveel gaat erin. Even later liggen we weer op ons oude plekje dat Richard voor ons vrij heeft weten te houden.
Als Jan even later terugkomt van het havenkantoor grijnst hij. "we hebben een probleem Jo", Hij houdt een reusachtige zalm omhoog. "Ik moest hem aannemen van onze vissers van gisteren en mocht alleen deze meenemen want de anderen waren te klein" grinnikt mijn lief. En waar gaan we deze jongen laten? De koelkast zit vol! Dit is nu wat je noemt een luxe probleem.
We besluiten hem zelf te fileren want oefening baart kunst en de helft weg te geven aan de crew van Touch Rain, het zeilschip dat we tijdens onze reis vanuit Hawaï naar Sitka mid ocean hebben getroffen. De rest, ruim drie kilo, gaan we morgen proberen te roken.
  
4 augustus > Auke Bay > Taku Bay > 58 04N 134 01W > 36.8 mijl
Klokslag 07.00 uur nemen we afscheid van Richard en lossen de lijnen. Ondanks een gedegen voorbereiding hebben we de eerste uur toch stroom tegen. Onbegrijpelijk!
Vlak onder de kust zien we twee scherpe hoge vinnen, orca’s, en even later zien we leuke kleine dolfijntjes uit het water opspringen. O, o als dat maar goed gaat. Natuurlijk moeten orca’s ook eten maar op de één of andere manier hebben ze een sterke voorkeur voor alles met een hoog knuffelgehalte.  
Bij de monding van een stroompje struinen ruim veertig aderlaars rond. De zalmtrek en het daarbij behorende vreetfestijn is begonnen.
Pas bij de kruising naar Juneau krijgen we een kleine lift mee en een uurtje later liggen we achter ons anker in een baai omringd met dennen bedekte scherpe hoge bergtoppen. Volgens ons boek moet het hier wemelen van de beren en er wordt zelfs gewaarschuwd voor zwarte beren die aan boord klimmen als ze eten ruiken en juist hier willen wij zalm gaan roken?
Voor de zekerheid binden we BB langzij zodat een eventuele bezoeker daar zijn klauwen niet per ongeluk aan scherpt en even later staat ons machientje opgewekt te stinken op het achterdek. Waar zijn die beren nou? Opstellen in rijen van drie graag!
Waarschijnlijk houden ze niet van gerookte zalm want we zien er niet één! Maar dat mag de pret niet drukken want de zalm is heerlijk! Zalmfiletjes gewenteld in een whiskysausje doen het trouwens ook niet slecht.

5 augustus > Taku Bay > Tracy arm Cove > 57 48N 133 38W > 25.9 mijl
Vandaag vertrekken we een uurtje later want we hebben maar 25 mijl op ons program. Na een uurtje varen, zien we tientallen condensatiepluimen vlak onder de kust. Voldoende om te gaan kijken want misschien zijn ze aan het vissen en we willen heel graag het bubbelnet zien dat ze rondom een school vis leggen. Jammer maar helaas, ze vissen individueel en hebben duidelijk geen zin in pottenkijkers want ze duiken zodra we in de buurt komen en komen een eind verder pas weer omhoog. Jan maakt een praatje met de passerende MS Volendam die weekcruises uitvoert vanuit Vancouver.
Hele grote prachtig blauw gekleurde ijsschotsen drijven de ingang van Tracy’s arm uit. Dat belooft wat voor morgen als we naar de Sawyer Glacier willen. We ankeren in een baaitje net na de ingang en zodra we liggen gaan we op pad met BB want voor de ingang van de baai ligt een reusachtige ijsschots die we van
dichterbij willen bekijken. Hij is ruim twee verdiepingen hoog en heeft spannende smeltgangetjes. Jan wil erop en glibbert op zijn laarzen omhoog. Net als ik mijn voeten ook op het ijs heb gezet horen we het kraken en komen er spontaan grote stukken glinsterend ijs van onder de schots omhoog gefloept. "Dit is niet veilig Jan, dit wil ik niet", knars ik tussen mijn tanden terwijl ik omlaag glibber terug naar BB. "Oké, oké, voorzichtig", hoor ik hem brommen terwijl ik mijn beide voeten in BB zwiep en mezelf er achteraan.
Het ijs is glad door de dooi en voor ik iets heb kunnen zeggen, glijdt Jan uit en op z’n billen omlaag in de richting van de ijsrand. Zijn laarzen hangen al in het water als ik hem een peddel
toesteek. Achteraf kan ik niet zeggen hoe maar op de één of andere manier kwam Jan BB inrollen terwijl ik hem in gedachte al onder het ijs zag verdwijnen. Wat een stomkoppen zijn we!
Gelukkig, Jan heeft alleen een paar natte billen en ik de bibbers, dus daar komen we goed vanaf. Eenmaal aan land onderzoeken we een prachtig stukje oerbos met veel mossen en een riviertje dat nog te droog staat voor zalmen en vinden we een berenbed in het hoge gras. Zonder beer dus alles oké.

6 augustus > Tracy Arm Cove > Sawyer Gletsjer > Tracy Arm Cove > 48 mijl.
Om zes uur stomen we Tracy Arm op. Het is ruim twintig mijl en we verwachten met het huidige smeltwater zelfs met opkomend water stroom tegen dus we moeten vroeg op pad. Achter ons komt het Cruiseschip Seven Sea’s Navigator, de monding in. Hij vaart tot de bocht waar 110 passagiers worden opgepikt door een catamaran voor een bezoek aan de gletsjer. Zelf draait hij daarna om en vervolgt langzaam zijn weg naar Juneau.
De ijsschotsen zijn te groot en te talrijk om van binnenuit te sturen.  Prachtige watervallen storten zich in een voortdurend geruis omlaag. Haarscherpe bergen, gladgeschuurd door het ondertussen gesmolten ijs steken glanzend af. Woest en puur. Zeehondenhoofdjes piepen als  badmutsjes nieuwsgierig boven water tot net onder hun oogjes. Watervogels zetten zich tijdens hun start klepperend af met hun pootjes op het smaragdgroene wateroppervlak. De vleugels te kort voor een echte vlucht, rode pootjes als aaneengesloten potloodjes strak naast elkaar. Het is koud. De wind schuurt regendruppels tussen onze kragen. Om de beurt warmen we ons een half uurtje in de kajuit. De zon doet haar best maar verliest het nog. De voor ons uitvarende motorboot maakt een rare draai en vaart opeens achter ons. Oké het is duidelijk, Witte Raaf moet voorop! Wauw, de ijsschotsen die we hier totnogtoe hebben gezien, waren al veel groter dan degene die we in Glacier Bay hebben gezien maar dit slaat alles.
Reusachtig,…………blauw,……………wit,……………groot, ……………heel veel,……………en nog meer IJS!
Jan meldt het schip achter ons dat we snelheid minderen en zoekt rustig zijn weg. "That’s oké, because we will turn around here", klinkt het over de radio.
Zijn we wel goed bezig? Als we richting gletsjer kijken, zien we veel ruimte tussen de ijsschotsen dus we zien geen reden, hier al te stoppen. Her en der steken badmuts koppie’s op! "Hi there", zwaaien we waarna ze dichterbij komen om te kijken naar die twee rare wiebelende wezens. Zodra we de laatste bocht omkomen zijn we beiden stil. In sprakeloze verwondering.

We laten ons drijven. Het gezicht van de Sawyer gletsjer rijst hoog op, gevormd door een scherp gekartelde blauwwitte ijsmassa  Stukken zo groot als omgevallen flatgebouwen
liggen aan de voet, nog te groot om al mobiel te zijn. De hoge kreet van de Arctische stern klinkt en weerkaatst tussen de rotsen. Overal zeehondjes als kromme banaantjes op het ijs en als badmutsjes ertussen opduikend. Alles is in beweging. De vermenging van zout en zoet water veroorzaakt minuscule draaikolkjes die kleine stukjes ijs in beweging zetten. Grote ijsschotsen splijten en storten in waardoor het onderliggende water in beweging komt. Overal stroomt smeltwater langs de rotswanden omlaag. Om ons heen dansen kleine en grotere stukken ijs in grote cirkels rond. Een brok, twee keer zo groot als Witte Raaf schuift op ons af en dan langs ons terwijl wij opgenomen worden in een andere draaikolk. Niets raakt elkaar in dit sierlijke ijsballet. Achter ons is ons pad gesloten en langzaam worden we één met het geheel. Pure romantiek als het niet zo onheilspellend was. Beiden voelen we de spanning. Wat als zo’n heel groot stuk in beweging komt? Manoeuvreren kunnen we niet hier tussen al dit ijs want achteruitslaan trekt ijs naar de schroef dus van uitwijken is geen sprake.
In deze overtreffende trap van prachtig, ontbreekt de intrinsieke rust om er lang van te kunnen genieten. ’t Is tijd om te gaan maar hoe? We liggen in een rondom gesloten ijsveld. Moeten we hier wachten tot we met de ons omringende schotsen de baai uitdrijven? Jan zet de schroef voorzichtig in zijn werk zodat we een kleine beetje voorwaartse snelheid krijgen en schakelt dan terug naar neutraal. Iedere keer als er een opening ontstaat geeft hij gas. Plat op mijn buik voorop de boeg prik ik met de pikhaak iedere schots die ik raken kan aan de kant. Sommigen kantelen en laten hun glinsterende onderkant zien. Langzaam en voorzichtig zigzaggend vindt Witte Raaf  haar weg die nu veel voller ligt met ijs dan toen we aankwamen. Pas na het passeren van het kleine eiland kan de gashendel weer normaal in zijn werk. De grote schotsen vormen vanaf hier geen probleem meer. Het zijn de kleinere volledig doorzichtige die bijna geheel onder water drijven waar we alert voor moeten blijven. Voordat we het echte ijsgebied verlaten scheppen we nog wat borrelijs op. Goed voor minstens vier dagen want dit oerijs smelt maar langzaam.

7 augustus > Tracy Arm Cove > Fanshaw > 57 13N 133 30 W > 37.6 mijl
Strak blauw met zon! Het is weer zomer in Alaska. We hoeven vandaag niet echt vroeg op maar het prachtige weer activeert ons dus het anker komt omhoog. Van wind is geen sprake en dat is maar goed ook want dan hebben we hem ook niet recht op de kop. Reusachtige ijsklompen liggen vast op de ondiepte bij de ingang van de baai. Als ze nu nog zo groot zijn na de tocht van 22 mijl hiernaar toe, hoe groot waren ze dan toen ze aan hun reis begonnen? Geen wonder dat er gewaarschuwd wordt dat de hier liggende boeien niet betrouwbaar zijn door passerend ijs. De lichtenlijn op de kant biedt uitkomst en we varen na radiocontact gezamenlijk met een passagiersschip de baai uit waarna onze wegen scheiden. Hij gaat rechtsaf richting Juneau, wij links de Stephens Passage op richting Petersburg.
We waren bijna vergeten hoe heerlijk het is om relaxed buiten te zitten in het zonnetje. Terwijl ik eieren met spek bak, stuurt Jan af op een aantal condensatiepluimen. Des te dichter we bij komen des te meer ziet hij er. Zodra ik met twee bordjes de kuip inkom, zijn we omringd. De motor en de radio zijn uit en we dobberen tussen de links en rechts passerende, puffende, duikende bultruggen die zich niets van ons aantrekken, anders dan dat ze niet tegen ons aan zwemmen. We weten niet waarom maar ze lijken hier verticaler te duiken waarbij de staart sierlijk rechtstandig als een vlinder verdwijnt.   
Sommigen hebben prachtige witte staartvlakken terwijl anderen het moeten doen met een paar witte vlekken of sproeten of zelfs met een nog geheel zwarte staart. Zowel de vorm als de tekening zijn als een menselijke vingerafdruk uniek en wordt door onderzoekers gebruik voor identificatie. Er komt er één recht op ons af. Hij lijkt niet te wijken tot hij op tien meter van onze romp een heel klein beetje bijstuurt en rakelings langs ons zwemt. Hij is zo dichtbij dat mijn lens hem niet aankan maar gelukkig filmt Jan met de kleine camera. De rare knobbels op zijn snuit zijn vlak onder het wateroppervlak goed te zien. Wauw wat een power en wat een souplesse in zijn draai. We drijven een paar uur in stilte. Soms horen we ze naar elkaar zingen.
Op weg naar onze ankerbaai zien we een bultrug springen. We hebben tijd zat dus gaan we even kijken. Het gaat om een moeder met jong die bij onze aankomst beiden met hun borstvinnen vlak bij een dinghy op het water slaan. Jan zet de motor uit en laat ons in de richting van het stel drijven. Blijkbaar vindt het jong ons een leuke afleiding want opeens springt hij, naast ons rechtstandig helemaal uit het water, lijkt even horizontaal in de lucht te hangen en laat zich achterover plat op zijn rug op het water vallen. Even later komt hij met snuit en borstvin boven alsof hij zeggen wil;" He daar, heb je me gezien?"  
Schijnbaar vindt zijn moeder het hierna genoeg want ze zwemmen even later zij aan zij bij ons vandaan terwijl de dinghy naar ons toe komt. Het zijn twee jonge onderzoekers uit Hawaï die hier gegevens over de bultrugwalvissen verzamelen en die graag ons e-mail adres willen hebben voor een
foto die ze hebben gemaakt van het springende jong met Witte Raaf op de achtergrond. Nou ja, kan het nog leuker? We wisselen gegevens uit en tuffen het laatste stukje naar onze baai terwijl we elkaar iedere keer opnieuw even willen knijpen.  

8 augustus > Fanshaw > Petersburg > 56 48N - 132 57W > 38.6 mijl
Fanshaw is een klein eiland met een doorgang tussen het eiland en de vaste wal. Aan het einde ligt een mooi strandje met een kleine pier die voldoende bescherming biedt vanuit het zuiden, prachtig dus. Gisteravond na aankomst nog een eindje over het strand gelopen en prachtige schelpen en een adelaarsveer gevonden maar met de sporen van beren in het zand wandelt het ook hier niet echt ontspannen.
Daarnaast dringt de tijd, we moeten verder. Vandaag staat er zo’n 35 mijl op het program via Fredericks Sound naar Petersburg. Het is droog en de zon doet haar best om tussen de wolken door te piepen. Soms licht hij de gletsjers in de verte op.
Overal zijn vissersschepen bezig om alle zalm die ze kunnen vangen, binnen te halen. Ook hier is het vissen gereguleerd en heeft iedere visser een visquota. In tegenstelling tot Nederland krijgt iedere visser, afhankelijk van zijn vismethodiek, denk bijvoorbeeld aan netten of sleeplijnen, een aantal dagen/weken binnen het seizoen waarop ze zoveel mogen vangen als ze kunnen. Het aantal dagen en de periode waarin deze dagen vallen worden vastgesteld zodra er voldoende zalm de rivieren is opgetrokken om kuit te schieten zodat de soort in stand blijft. Dit wordt per soort zalm vastgesteld want bijvoorbeeld ‘de Pink’ trekt eerder omhoog dan de Coho en de Chum en de Sockey en de Chinook hebben weer een andere periode.
In het totaal onderscheidt men in Alaska vijf soorten zalm die hier geboren worden.
De pink en de Chum worden maar twee jaar oud en verlaten zodra ze geboren zijn hun geboorterivier en trekken de oceanen op waarvan ze na twee jaar terugkeren om hun kuit te schieten en te sterven.,
De anderen blijven na hun geboorte een aantal jaar in de rivier om te groeien, veranderen dan net als de Pink en de Chum van zoet naar zout (androgeen) waarna ze de oceaan op trekken. Waarheen is grappig genoeg nog steeds niet bekend. Zo rond hun zevende levensjaar komen ze terug naar de rivier waar ze geboren zijn. Voordat ze de rivier opzwemmen veranderen ze weer van zout naar zoet waarbij ze fysiek veranderen en niet meer eten. Zodra deze metamorfose tot stand komt, zijn ze ongeschikt voor consumptie. Voor de mens wel te verstaan want de beer, de adelaar en alle andere liefhebbers krijgen pas als de zalm de rivier opzwemt, hun kans. Ze wachten niet tot de zalm kuit heeft geschoten maar proberen ze vaak al bij stroomversnellingen en vernauwingen onderweg naar hun geboorteplek te onderscheppen. Hierbij ontstaan ware vreetfestijnen. Als de zalm ondanks alle hindernissen haar geboortegrond heeft bereikt prepareert het vrouwtje een nest waarin ze haar eitjes legt waarna het mannetje de eitjes bevrucht. Zodra dit is gebeurd sterven de ouders af. Bij een grote trek resulteert dit vaak in bergen dode zalm die met hun lijken de kreken voorzien van belangrijke uit de oceaan meegebrachte voedingsstoffen die hier weer in de bodem worden opgenomen.,

Nu de vissers op jacht zijn, is de haven leeg en we krijgen een mooi plekje toegewezen vlak bij een visser die de koppen en graten van zijn gefileerde zalmen aan een dikke zeeleeuw voert. Soms krijgt een meeuw een flintertje mee maar de hoofdzaak verdwijnt in het dikke puffende lijf met zijn te leuke snorharen. Even later krijgen we van onze buurman die ook net terug is van een dagje vissen een grote homp kabeljauw. Vin en vel mag naar de zeeleeuw, de rest peuzelen we zelf op.
Over onze bevindingen in Petersburg en daarna verhaal ik verder in verslag 63
Verslag 63