Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

                          Verslag 61 > Alaska 2
19 juli Juneau
Het ziet er buiten niet echt veel beter uit als we onze ogen uitwrijven maar het kan geen vakantie blijven, we moeten in actie. Tijdens het ankeren is de ankerrol waar de ankerketting overheen loopt, eruit gefloept en te water gegaan dus we moeten op zoek naar een oplossing want zo kunnen we onze ankerketting niet ophalen en dus niet weg. Dat en de noodzaak om, voordat we naar Glacier Bay gaan, verse groente en fruit in te slaan, dwingt ons naar buiten.
De goden zijn ons gunstig gezind want het wordt droog zodra we in BB stappen en we vinden in de eerste zaak waar we binnen komen een nieuwe ankerrol. Een bus brengt ons tot tegenover het vliegveld en dus bijna bij Auke Bay bij een reusachtig typisch Amerikaans supermarktachtig warenhuis waar we zowel Jan’s verjaarscadeau kunnen kopen, als alle andere benodigde zaken. Een uurtje later zijn we terug aan boord terwijl boven de stad de wolken langzaam optrekken.
Reden genoeg om ons uit te leveren aan het toeristische centrum van de stad dat geheel is ingesteld op de Amerikaanse toeristen massa’s die wordt uitgespuugd door de dagelijks bezoekende passagiersschepen. (drie tot vijf per dag)
Naast de vele souvenir winkels en juweliers, worden de bezoekers met watervliegtuigjes naar de gletsjer bij Tracy’s arm of naar Glacier Bay gevlogen, met bootjes naar de walvissen gevaren en met bussen naar de Mendenhall gletsjer gereden. Het mag duidelijk zijn dat Juneau draait op toerisme.
Na een bezoek aan de plaatselijk beroemde kroeg, Red Dog en de aanschaf van een paar warme waterdichte laarzen houden we het voor gezien. Morgen gaan we richting Glacier Bay waar we de 23ste in mogen. Terug naar de wildernis, naar de enorme hoeveelheid en variëteit aan dieren, terug naar de oorverdovende stilte.

20 juli > Juneau > Symonds Point > 58 20N - 134 51W > 31 mijl
Het is koud maar helder, de watervliegtuigjes landen en stijgen af en aan. Een nieuwe massa inkomsten-bronnetjes wordt uitgespuugd, hoog tijd om verder te gaan.
We hebben stroom mee en spoelen het gat uit. Rond drie uur, met de geplande baai in zicht, gaat de motor uit, tijd om te vissen! Met de gewenste twee knopen dobberen we tot recht voor de ingang waar we bij het binnenhalen van de vislijnen zomaar een zalm ophalen. Tada! YES, onze eerste eigen gevangen wilde zalm ligt te glanzen aan dek. Oké we zijn niet trots op de manier waarop we hem hebben gevangen want
blijkbaar staat ons duikertje te zwaar afgesteld en kon de arme vis niet naar de oppervlakte komen om ons te waarschuwen dat hij met ons wilde spelen waardoor hij is verdronken maar toch. Al doende leert men en vanavond eten we echte verse zelfgevangen zalm! Sorry Gijs!

21 juli > Symonds Point > Pleasure Island > 58 23N - 135 37W > 42 mijl
08.00 uur gaan we anker op. Vandaag willen we zo dicht
mogelijk bij de ingang van Glacier Bay komen zodat we
morgen een lummeldagje kunnen inlassen. We hebben zowel in Stephens Passage als in Lyn Passage wind tegen maar de stroom mee en genieten van de fantastische vergezichten. Her en der zien we condensatie pluimen die de aanwezigheid van bultruggen verraden maar vandaag willen we mijlen vreten dus we nemen geen tijd om te gaan kijken. Pas bij Icy Straight krijgen we de stroom tegen en vals maar waar, de wind draait 180 graden en blijft zodoende recht op de kop. Niet zeilen dus al hadden we daar stiekem wel op gerekend. Net voor Pleasure Island vliegt een zwerm Puffins voorbij die ik dankzij hun opvallend gevormde en gekleurde snaveltjes herken. Zodra we achter het eiland komen, verdwijnen de golven en valt de wind
weg. Alleen de stroom blijft fors doorstaan maar deze wordt geremd door het landtongetje met rode boei en adelaars waar we achter wegkruipen. Uit de wind in de zon is het heerlijk buiten en met afgaand tij is het een vogel drukte van belang op de langzaam bloot vallende slikplaat. Ik waan me op het wad totdat ik het puffende geluid van de kleine dolfijntjes hoor die regelmatig onder Witte Raaf door duiken. Kleine watervogels waarvan ik de naam niet ken ploppen op naast de boot en duiken direct nadat ze zich een hoedje zijn geschrokken van hun te grote buurman weer onder. Een prachtige Comon Loon draait zich bijna binnenste buiten tijdens zijn wasbeurt. Rond zeven uur verzamelen Black-legged Kittiwakes en Artic Terns zich van heinde en verre op de overgebleven strook strand voor de nacht terwijl een hertje langs de waterkant scharrelt. De zon is nog lang niet onder maar blijkbaar werkt
hun natuurlijke klok anders want rond acht is het doodstil op hun slaapplaats.

22 juli > Pleasure Island
Een pracht plek om een dagje te blijven. Jan ververst de olie van de hoofdmotor en ik vul de hydraulische olie van de automatische piloot bij en begin aan nieuwe beschermhoezen voor de kuipkussens die na twee jaar aan vervanging toe zijn. Zo rommelen we de dag door en voor we het weten is hij om. Morgen willen we vroeg op om zo vroeg mogelijk in Glacier Bay te zijn dus we houden het vroeg voor gezien.   

23 juli > Pleasure Island > Bartlett Cove (Glacier Bay) > 16 mijl
Om vijf uur gaat de wekker! Wat je al niet moet doen om de stroom mee te krijgen! Tien over vijf varen we dicht onder de kust van Pleasure Island langs. Het is bladstil en de zon weerspiegelt kleurschakeringen in het water die nog het best te vergelijken zijn met verschillende kleuren olieverf die langzaam in elkaar overvloeien. Her en der dobberen zeeotters gezellig op hun rug, de vroege vogels. Samen met de meeuwen en de zeekoeten want ook die zijn al van de partij. Keurig volgens de regels melden we ons via de radio aan bij de grens van het Nationale park en krijgen daar opdracht om naar het informatiecentrum te komen waarbij we een nautische mijl (1856 meter) uit de kust moeten blijven en niet harder mogen dan dertien knopen. Nu is die snelheid voor ons niet echt van toepassing want al zouden we het willen dan halen we dat niet maar we houden ons netjes aan de vereiste afstand. In de baai bij het dok worden we verwelkomt door drie bultruggen die vlak onder de kust aan het foerageren zijn, dat beloofd wat!
Aangezien we maar drie uur aan het dok mogen afmeren en we niet voor drie uur weg kunnen in verband met het tij gaan we vlak bij het dok voor anker. In het informatiecentrum worden we ontvangen door een uitermate enthousiaste Stephanie die onze vergunning voor een week direct met twee dagen verlengd omdat die nu nog open staan. Joepie nu hebben we negen dagen tijd met de mogelijkheid bij afloop van de eerste te opteren voor een nieuwe vergunning. Ze geeft ons informatie over waar we wel en niet mogen komen met Witte Raaf, waar we aan moeten denken qua stroom en getijde en niet te vergeten wat te doen bij een beren-ontmoeting. Oké het is dus toch waar wat er in ons boekje staat. Je moet blijven staan waar je staat en de beer op een lage rustige toon toespreken. Mocht hij agressief blijken dan helpt in je handen klappen en met je armen zwaaien nog wel eens en mocht dat niet helpen en hij valt aan dat moet je bij een zwater beer terugvechten terwijl je je bij de grizzly beter dood kunt houden.
Een geruststelling bij de grizzly ook wel de bruine beer genoemd, is dat hij je niet wil opeten dus hij zal je hoogstwaarschijnlijk alleen maar bijten en misschien een arm of been ontnemen. De zwarte daarentegen ziet je wel degelijk als lekker hapje maar die is gelukkig een maatje kleiner dan de bruine. Heel geruststellend allemaal dus wat mij betreft bekijken we deze knuffeldieren fijn vanuit onze kuip.
Bij de belendende lodge kunnen we gebruik maken van de douche dus eerst lekker uitgebreid badderen en daarna lunchen met uitzicht op Witte Raaf die regelmatig geflankeerd wordt door een walvis.
Om drie uur gaan we anker op terwijl er steeds meer bultruggen de baai inkomen. Bij de uitgang weten we niet meer waar we moeten kijken. Voor en naast ons bultruggen, achter ons een zeehondje en die scherpe vinnen die daar richting baai koersen zijn dat Orca’s? Jawel, veel directer in beweging en met een enorme grote spitse rugvin. Onze eerste orka‘s, Gijs ze zijn er echt! Ach kleine zeehond pas toch op, orca’s zijn dol op jou!
Ondertussen verheft een bultrug haar kop recht voor onze boeg dus uitwijken geblazen. Lastig in te passen in de regels want enerzijds moeten we die ene mijl afstand van land in acht nemen en anderzijds mogen we niet binnen tweehonderd meter van een walvis komen. maar wat nu hij recht voor de boeg opduikt terwijl er aan bakboord ook één zwemt?  
Het dier voor de regels dus roer om, we wijken uit richting land. Natuurlijk hadden we na deze bijna-botsing weer naar bakboord uit moeten wijken maar vol als we zijn over het zien van onze eerste orca’s vervolgen we onze weg en worden even later gesommeerd te stoppen door een parkwachter in een snelle boot. Gelukkig accepteren ze ons verhaal over de bijna-botsing, dit had ons onze vergunning kunnen kosten!
Vanaf nu keurig als het braafste jongetje van de klas dus. Dat we daardoor bijna overvaren worden door een draagvleugelboot vol passagiers is bijzaak, regels zijn regels.

We zijn op weg, in de verte liggen de met sneeuw bedekte bergen en langs ons verglijden dicht begroeide heuvels met dennen en berken. Overal watervogels en hier en daar aan de waterkant een condensatie pluim. Recht voor ons ligt een groot kelp-eiland met daarin een zeeotter die langzaam de baai uitdobbert. Hij is beslist niet van plan voor ons weg te duiken dus gaan wij aan de kant, het immers zijn leefgebied.
Onze eerste ankerplek hebben we in de noordelijke vingers gepland. De ingang is vrij ondiep en vraagt om exacte navigatie maar met ons Max Sea zeekaarten die in deze contreien perfect kloppen is dit geen probleem. Zodra we de baai
binnen varen komen we ogen en oren te kort. Rondom overal kluitjes zeeotters die op hun rug dobberend langs peddelen, Kleine dolfijnachtige die
puffend schuin voor- en achterlangs zwemmen, een kleine zeehond die met z’n koppie boven water komt en achterin
de baai twee pluimen, een walvis moeder met kind die de veiligheid van de baai
heeft opgezocht. En daarbij heel veel verschillende watervogels. Hoe beschrijf je het paradijs aan ongelovigen?

24 juli > North Fingers Bay > Blue Mouse Cove > 58 47 38N 136 29 78W 21 mijl
Zes uur, het is bladstil in de baai, alles lijkt nog te slapen op een paar muggen na. Er hangt een laag wolkendek dat hier en daar blijft kleven in de boomtoppen. Onze ankerketting verstoort de stilte en even later volgen we dezelfde koers waarmee we gisteren de baai zijn ingevaren weer naar buiten. Een walvis pluim langs de kant verteld ons dat deze wakker is. Buiten de baai ontwaren we otters. Niet een paar zo hier en daar maar een hele grote kluit uitstekende koppies en pootjes in de lij van Drake Island. Waarschijnlijk liggen ze daar in een gebiedje zonder stroom. Ondanks het opkomende water hebben we
toch nog een mijl stroom tegen.
Het landschap is in nevelen gehuld. Geheimzinnig en mystiek. Als je goed luistert, hoor je het monotone indianen gezang dat hier zo’n 300 jaar geleden klonk terwijl ze hun goden aanriepen. Het water kleurt hier onder invloed van het smeltwater smaragdgroen. De drissel die zich overal op afzet maakt het koud maar fascinerend.
Otters peddelen soms nieuwsgierig naar ons toe. Ze zijn zo grappig zoals ze op hun rug, met hun achterpootjes peddelend met hun voorpootjes vlak bij hun snuitje, door het water ploegen, totdat ze zich niet helemaal zeker meer voelen van hun zaak en op hun buik kantelen waarna ze onderduiken. Als ze dan weer boven komen duwen ze zichzelf tot boven schouderhoogte uit het water om alles goed te kunnen bekijken. Is het oké dan kantelen ze weer op hun rug en dobberen verder, zoniet dan verdwijnen ze weer onder water.
Pas rond zeven uur zien we de eerste vogels. Bijzonder om te zien dat hun natuurlijke klok hier niet door het licht wordt geregeld. Hier en daar walvis condensatiepluimen dicht onder de wal.
Ik speur met de verrekijker de walkant af en zie een zwarte vlek bewegen. We zijn hier buiten de beschermde walvis-wateren dus we mogen nu tot onder de wal varen. In eerste instantie denken we aan een
zwarte beer maar zodra we dichterbij komen herkennen we een prachtige zwarte wolf in het, de waterkant afschuimende dier. We kunnen tot vlak onder de kust en hij lijkt zich niet aan ons te storen. Soms kijkt hij even in onze richting maar daarna gaat hij verder en bakent pissent zijn territorium af. Genoeg gesnuffeld, hij verdwijnt tussen de bomen. We realiseren ons dat de zwarte schim die we gisteren bij aankomst in Fingers Bay zagen ook een wolf moet zijn geweest.
Stil van deze bijzondere ontmoeting, gaan we verder tot aan Blue Mouse Cove, na gekeken door twee adelaars. Het moeten beslist reusachtige muizen zijn geweest naar wie deze baai is vernoemd want iedere hoek die we proberen is te diep tot we per ongeluk over een kleine ondiepte varen waar ons anker past. Ondertussen regent het echte druppels. De ‘regen-tent’ (onze vroegere zonne-tent doet het hier uitstekend als waterwering) gaat op, de kachel hoog, het is zondag, tijd voor eieren met spek.     
’t Is geen weer voor watjes maar we komen er niet onderuit, we moeten verkassen. Met de gedraaide steeds harder aanwakkerende wind dreigen we op onze huidige plek, die nu opeens aan lager wal ligt, met ons kontje op de rotsen te worden gezet. Dus jassen en laarzen aan en halen dat anker. Een kwartier later liggen we in de luwte aan de zuidkant. Niet echt rustig maar wel veiliger.
 
25 juli > Blue Mouse Cove > Reid Inlet via de John Hopkins Gletsjer >
Nu het tij iedere dag een uurtje later inzet mogen we iedere dag een uurtje langer slapen dus vandaag is het om 07.00 uur reveille. We wennen al aardig aan het ritme en om vijf over zeven gaat het anker op. Het is bewolkt maar droog en de bewolking is flarderiger dan gisteren en hangt hoger. Vandaag gaan we naar Reid en als het weer goed blijft door naar de John Hopkins gletsjer om te kijken of we zeehondjes kunnen vinden. We hebben een knoopje stroom mee, beslist een cadeautje als je bedenkt hoeveel smeltwater er hier van alle belendende gletsjers naar buiten moet.
Een eigenwijze zwarte vogel die in tegenstelling tot zijn meeste soortgenoten, blijft zitten als we vlak langs hem varen blijkt een Puffin. Een ‘tufted’ welteverstaan want hij heeft naast die grappig gekromde fel oranje snavel een geel kuifje op zijn kop.
Even later ontdekt Jan een bewegende bruine vlek die bij uitvergroting een hele grote grizzly blijkt die langs de kant loopt te grazen. Jammer dat we hier door ondieptes niet echt dicht onder de kust kunnen komen want nu blijft het op de foto een kleine bruine vlek met maar net herkenbare oortjes.
We passeren de Reid gletsjer, een imposante ijsmassa die al zover is gesmolten dat hij het water net niet meer raakt. Daar gaan we straks voor anker maar eerst gaan we bij de John Hopkins gletsjer kijken. Terwijl we door stomen worden we ingehaald door een groot cruise schip. De baai naar Grand Glacier zit potdicht van de mist dus varen ze de John Hopkin ingang in. Jammer voor hun,  zij mogen niet verder dan tot de bocht terwijl wij (zeilschepen) nu eind juli wel naar binnen mogen. Gedurende de maanden mei en juni is deze baai gesloten om de zeehondenpups zoveel mogelijk rust te geven maar ondertussen zijn deze zo groot dat ze zichzelf goed kunnen redden en daarbij moeten we ruim honderd meter bij ze vandaan blijven. Al in de ingang zien we de eerste ijsschotjes langs drijven. Dat beloofd wat voor om de hoek! En jawel, wat
een juweel! De gletsjer ligt volledig zichtbaar aan het einde van de baai. Zesenzeventig meter eeuwenoud ijs boven water en zestig meter onder de waterspiegel. Regelmatig horen we een donderend geraas als er ijs afbreekt van deze enorme ijswand maar we zijn er te ver vandaan om dat goed te kunnen zien.
Langzaam laveert Jan slalomment tussen de steeds dichter op elkaar liggende ijsschotsen door. We zijn door Stephanie gewaarschuwd niet achteruit te slaan tussen het drijvende ijs omdat de schroefwerking ijs naar de schroef zou kunnen trekken en deze daardoor zou kunnen beschadigen, dus het is zaak goed te kijken voordat je koers kiest en waar nodig de schroef in neutraal te zetten. Naast ons proberen twee andere zeilschepen met pikhaken het ijs weg te duwen.
"Wij zijn van staal Jo hiervoor hebben we voor Witte Raaf gekozen", hoor ik Jan brommen terwijl hij vaart
maakt. Kleine stukjes klingelen en klonken vrolijk tegen de romp. "Klonkerom schrrats", klinkt het als het ijs over elkaar heen schuift. In de verte zien we dikke zwarte worstjes op het ijs liggen. Dat moeten de zeehonden zijn. Langzaam schuifelen we verder terwijl het ijs zich achter ons sluit, maar niet zonder een opening te maken voor een klein rood bootje dat ons volgt. Witte Raaf als ijsschuiver!
Langzaam krijgen de zwarte worstjes, allerliefste oogjes en snuitjes met snorharen al kun je wel merken dat ze niet gewend zijn aan veel verkeer want regelmatig laat er één zich van zijn schots glijden om daarna in zijn element weer op te duiken en ons nieuwsgierig te bekijken.
We zetten de motor uit. Het is stil, doodstil op het gerommel en gekraak van afbrekend ijs aan de wand en knerpend ijs dat langs elkaar schuurt, na. In 1912 hadden we waar we nu varen nog niet kunnen komen. Toen kwam de gletsjer nog tot aan de bocht. Het kruiende en smeltende ijs heeft prachtige vormen en kleuren gevormd in de steile rotswanden om ons heen. Het is windstil, de bergen weerspiegelen zich in perfecte symmetrie in het water.  
Wat hoort er nu meer bij deze omgeving als erwtensoep van Unox. Jawel we eten snert op het voordek waar we een ongestoord uitzicht hebben op deze oeroude opeenstapeling van sneeuw. We vissen ijs uit het water met ons visnet zodat we straks Jan’s droom ‘ijs van een echte gletsjer in zijn whisky’ kunnen verwezenlijken. Na twee uur dobberen en een korte dut op dek moeten we terug. De worstjes bivakkeren ondertussen her en der op het ijs dat ons heeft ingesloten dus nu moeten we ze wel dichter naderen dan de regels ons toestaan maar daar kunnen we in deze situatie niets aan doen. Ze kijken gefascineerd toe hoe we een ijsschots voor ons uitduwend voor schuiver spelen tot we in ruimer water zijn waar we kunnen stoppen om onze schots af te schudden. Op weg terug passeren we de Lamplugh gletsjer met een imposante azuurblauw geaderde ijsgrot. En dan zijn we terug bij Reid. Vol en vervuld. ’T is tijd voor de whisky met gletsjerijs, ’t is tijd om terug te kijken op deze bijzondere dag. Proost Gijs, jouw speciale whisky voor dit speciale moment!

26 juli > Reid Inlet
Vandaag nemen we een dagje rust om alles dat we totnogtoe hebben gezien in te laten zinken. Een mens kan nu eenmaal niet meer opnemen dat veel en de afgelopen dagen zijn daar ruim bovenuit gestegen dus we blijven liggen waar we liggen maar verroeren ons wel. We hadden geen betere dag kunnen kiezen want de bewolking hangt laag en laat zijn vocht op ons vallen. Net na het ontbijt krijgen we bezoek van het rode bootje van gisteren. Ze hebben foto’s van ons tussen het ijs en komen op de koffie dus meren ze naast ons
af.  Twee uitermate enthousiaste Amerikanen, Kate en Karl, die hun boot, Mom onder professionele begeleiding zelf hebben gebouwd en sinds mei noordwaarts zijn getrokken vanuit de staat Washington. Na een paar uurtjes gezelligheid gaan zij verder terwijl wij ons klaarmaken voor een wandeling langs de gletsjer-wand.
Het water kleurt vlakbij de gletsjer tot bijna mintgroen en BB laat zich makkelijk het vlakke strand opvaren. De ijsmassa die van een afstand al imposant is, is van zo dichtbij bijna overweldigend. We zijn zo nietig en klein ten opzichte van die enorme eeuwenoude ijsmuur die reusachtige keien en stenen voor zich heeft uitgeschoven waar wij nu overheen klauteren. Zodra we dichterbij komen, ontdekken we overal spleten en spelonken waarin het blauwer dan blauw is met als enig geluid het constante gedruppel van smeltwater en het geklater van de hieruit ontstaande beekjes.
In het midden is een heel groot stuk ijs niet lang geleden afgebroken en ligt in grote brokken op een kleine strookje zand dat de gletsjer scheidt van het water. Overal zijn scheuren te zien die ons waarschuwen niet al te dichtbij te komen. Jammer want het liefst zou ik een tijdje in zo’n blauwe grot willen zitten om het geluid en de kleuren in me op te nemen.
De vuilbruine en zwarte strepen die we van een afstand zagen, zijn veroorzaakt door stenen en gruis die er door de wind zijn opgeblazen van belendende bergflanken. Sommige stenen liggen er nog los op, andere zijn er gedurende een dooiperiode ingezakt en daarna tijdens een nieuwe vorstperiode opgenomen in het ijs. Dit verklaard de brokken steen die we gisteren soms op ijsschotsen voorbij zagen dobberen. Gek genoeg geeft de ijsmassa niet veel kou af, alleen als ik erop ga zitten voelt dat anders.
Natuurlijk vind ik ook hier weer prachtige stenen met alle kleuren rood en oranje die er te bedenken zijn. Zodra we zo’n twintig meter van het ijs verwijderd zijn, steken de eerste dappere plantjes al de kop op en bij de omlaagstortende watervalletjes het een feest van bloemen. Terug aan boord genieten we van ons heerlijk werkende kacheltje en chocomel met slagroom. Wat nou afzien?

27 juli > Reid Inlet > Tidal inlet via Grand Glacier en Margerie Glacier > 30 mijl
De wolken hangen laag. We kunnen de overkant niet zien. Het rode bootje Mom dat heeft overnacht bij de gletsjer, ze hebben geen oog dicht gedaan door steeds langschurende ijsschotsen, meldt ons via de radio dat bij hun de wolken optrekken en de Margerie Gletsjer goed te zien is. Op de AIS zien we het dagelijkse quota van twee cruiseschepen passeren waaronder de MS Zuiderdam. We laten ons niet door het weer weerhouden en storten ons de mist in.
Zodra we de Tar Inlet invaren komen we de eerste ijsschotsjes tegen. Sommigen hebben prachtige vormen zoals een prachtige Chimera. Jammer dat het niet helder is want ook zij verdwijnen in de mist. De MS Golden Princess, een oerlelijk cruiseschip, doemt op uit de witte waas onderweg naar de John Hopkins gletsjer. Op de radar is de vaarroute goed zichtbaar en we slalommen tussen de ijsschotsen door die, nu we dichterbij komen in grotere getale ronddrijven. En dan precies zoals Mom al had gemeld, trekt de mist op en zien we de MS Zuiderdam recht voor de Margerie liggen. Zij vertrekken zodra we dichterbij komen, we hebben de gletsjer voor ons zelf.
Deze grote uit het water opstijgende ijswand is anderhalve kilometer breed, en met zo’n zesenzeventig meter boven de waterlijn en zo’n veertig meter eronder, is hij met een lengte van zo’n 35 km, stabiel.
Stabiel in die zin dat de balans tussen afkalving en aanwas in balans is want terwijl we liggen te kijken horen we het overal vervaarlijk kraken en na een paar forse knallen dendert er opeens een groot stuk ijs omlaag, die een minuscule tsunami veroorzaakt. Jan legt Witte Raaf iets verder weg van dit geweld en dan dobberen we terwijl we genieten van dit buitenaards mooie spektakel. Krrrrrrrrrrrrtsssss, plok, scraverggggg, slpolsch, knakrrrrsch, ………………de stilte tussen de geluiden hangt zwaar op de verwachting. Wanneer en waar breekt het volgende stuk af? Een kleine afkalving veroorzaakt een kleine golf die langs de wand beweegt en een nieuw gedeelte in beweging zet. Met donderend geweld storten twee Romeins gevormde pilaren omlaag, wauwie wat een spektakel. Imposant wordt afgezaagd maar wat dekt de lading voor dit natuurfenomeen?
Twee grote ijsschotsen omringd door heel veel kleintjes bewegen zich langzaam van de gletsjer vandaan. Toen we aankwamen lag er niets, nu ligt het over de gehele breedte vol. Aangezien we een foto willen van Witte Raaf met deze imposante ijswand op de achtergrond, ga ik in BB op pad. Met mijn kleine ondiep stekende schroefje moet ik nog veel beter oppassen want zelfs een klein schotsje kan al teveel zijn. Het ijs knarst en tinkelt om me heen terwijl ik BB in de goede positie breng voor de foto-opname terwijl Jan Witte Raaf naar één van de grote net afgekalfde ijsschotsen manoeuvreert. Met één hand sturen en de andere er lustig op los knippen, toch even kijken of ik met BB bij die grote schots kan komen. YES!

De mist komt op kousenvoeten aangeslopen en dimt al het omliggende geluid met uitzondering van het kraken. Met al dit ronddrijvende ijs besluiten we dat ankeren hier niet veilig is dus moeten we verder. Het ijs dat we omlaag hebben zien storten ligt ondertussen al in de ingang en het vraagt een hoge concentratie van mijn schipper om ze allemaal te missen.
We kiezen voor een vrij ondiepe route tussen Russel Island en de vaste wal door. Recht voor ons drijft een zwarte vlek. Is het een boomstam? Uitwijken is hier moeilijk. Het zijn vogels, een hele kluit kleine zwarte vogels die in kringen om elkaar heen zwemmen alsof ze ‘de boom die wordt hoe langer hoe dikker’, spelen. Het zijn er ruim honderd zo te zien.
Opeens alsof er een knop wordt omgedraaid duiken ze allemaal tegelijk onder. Zo zijn ze er en zo zijn ze weg. Dan ploppen links en rechts kleine groepjes op als badeendjes die onder water werden gehouden. Plop, plop, plop. Zodra ze boven zijn, hergroeperen ze weer tot ze achter ons een soortgelijke zwarte vlek vormen als daarnet. Alsof we er nooit zijn geweest. We ankeren vlak bij een berenweitje net voor Tidal inlet.
28 juli > Tidal inlet > Adams Inlet > 58 50 68N 136 01 05W > 20 mijl
Jo een beer, een grote grizzly! Dat is nog eens wakker worden. De beer is echt en het is niet Jan deze keer. Hij kuiert langs de kant in onze richting. Kleren en schoenen aan en hop naar buiten. Op afstand vaart een klein bootje met gasten van de National Geografic. De beer trekt zich nergens iets van aan. Niet van hun, niet van ons, niet van de regen.
Hij schommelt zichzelf handig over de rotsen tot hij aan ons weitje komt waar hij rustig gaat lopen grazen. Goeiemorgen bruintje!

Een adelaar landt in een boomtop vlak bij ons en negeert ons volledig tot ik eindelijk mijn camera startklaar op statief heb staan. Voor hem schijnbaar het sein om te vertrekken want hij vliegt weg zonder dat ik hem kan vastleggen. Vandaag willen we naar Adams Inlet zo’n twintig mijl verderop dus zodra het droog is, gaan we anker op. Althans dat is ons plan. Ons anker denkt er vandaag anders over want dat heeft verkering gekregen met een rots waar hij zich met ketting en al om vastgelegd heeft. Hoe Jan ook ophaalt en viert, hij heeft er geen zin in. Wat nu? Het is niet alleen te diep om te gaan kijken maar ook beslist veel te koud. Gelukkig is mijn schipper niet voor één gat te vangen, hij onderzoekt de richting van de ketting laat meWitte Raaf met een rechtsdraaiende bocht om de ketting heen sturen. Pffff het was de goede kant, de ketting komt los en ratelt soepel omhoog. Hebben we ons anker nog? ……………….. "Anker is op", hoor ik mijn schipper vanaf het voordek opgelucht melden .
Het is mooi weer en we tuffen op ons gemakje vlak langs de stijl uit het water oprijzende bergwand. Op de hoek waar we moeten oversteken ligt weer zo’n leuk zwart ronddraaiend eilandje plop vogels. Puffins zo te zien.
Eenmaal aan de overkant zien we heeeeel hoog witte vlekjes op pootjes. Dat moeten de berggeiten zijn. Sorry Mootje geen leuke close-up van deze onvoorstelbaar knappe klimmers.
We vinden een prachtig plekje in de Adams Inlet in smaragd groen water met uitzicht op de besneeuwde bergen in de verte. Vannacht gaat voor de zekerheid de ankerbal aan het anker.

29 juli > Adams Inlet > North Sandy Cove > 58 43 22N 135 59 603W > 10 ml
Als we wakker worden, regent het pijpenstelen dus we blijven lekker liggen tot het droog wordt. Het is frappant om
te zien waar het wateroppervlak door de enorme hoeveelheid smeltwater te zoet wordt want daar houdt het zoutwater-leven grotendeels op. Zodra we daarentegen weer richting oceaan varen en het zoutgehalte in het water stijgt, zien we weer overal meeuwen en zeekoeten en in de verte een pluim van een bultrug.
We schuiven langs het bergmassief van
Beartrack mountains tot aan de ingang van North Sandy Cove. Het is ondertussen prachtig weer en we doen het rustig aan maar ondanks onze aangepaste snelheid van twee knopen heeft de zalm geen zin om te bijten. We moeten het zonder doen. Over hoe we dat redden verder in het volgende verslag.
Naar verslag 62