Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag 60 > Alaska 1
Sitka  
Ons vertrek is zo als altijd weer te snel. Na onze eerste verwondering over de groep jonge Amerikaanse zee-adelaars die achter onze boot visles krijgen van hun ouders, de zeeleeuwen die door de haven zwemmen en proestent achter Witte Raaf opduiken, de prachtige grote zwarte raven die onze witte gezelschap houden en een paar nachten rustig slapen, is het werken geblazen. De dagen vullen zich al rap met verschillende klussen zoals; de generator die stotterde weer soepel laten lopen; de verwarming repareren (wat jammer genoeg niet
lukt); de ‘oude warme temperatuur’ diesel uit de jerrycans overgieten in de hoofdtank; de bakskist spoelen en ontzouten, de dinghy (BB) oppompen (het kost ruim een uur om te ontdekken dat het ventiel niet goed zit); alle bildges legen, spoelen en ontzouten; het wasgoed van drie weken wassen; boodschappen doen en Gijs brengt tussendoor ook nog een bezoek aan de tandarts.
Gelukkig is Sitka niet groot en kunnen we het ondanks alle bezigheden toch bekijken. Voor Alaska is dit stadje van grote historische waarde omdat hier in 1867 de overdracht heeft plaats gevonden van de Russen die het voor 7.2 miljoen hebben verkocht aan de Amerikanen. Naast de Indiaanse Tlingit indianen zijn veel inwoners nog steeds trots op hun herkomst en er zijn dan ook heel veel souvenir winkeltjes met Russische poppetjes en andere goed bedoelde ‘rotzooi’.
De avond voor vertrek brengen we een bezoek aan het historisch nationaal park waar we een lezing bijwonen over de zee-adelaar die in hun park nestelt. De nesten zijn met verrekijkers te zien maar te diep (ruim een halve meter) om er enig leven in te bespeuren. Verder hebben ze in dit prachtige bos langs het gangbare pad verschillende oude originele totempalen geplaatst, die zijn gemaakt door de hier van origine vandaan komende Tlingit indianen.

8 juli > Sitka > Leo’s anchorage > 57 25 529 N – 135 51 53 W – 31 mijl
10.00 uur is 10.00 uur dus krijg ik een verontwaardigde blik van mijn schipper als ik 10 minuten te laat ben met mijn voorbereidingen. Gelukkig is Gijs er en kan hij alvast losgooien. Als ik mijn hoofd uit het luik steek, zijn we onderweg naar het tankstation. Hier worden alle jerrycans gevuld met winterharde diesel en terwijl ik de bakskist inruim wordt de hoofdtank opgetopt.
Om 11.30 verlaten we de haven van Sitka op weg naar Juneau waar we op zijn laatst op de 15de ‘ s middags moeten zijn voor Gijs zijn terugvlucht op de 16de.  
We hebben een volle week voor ongeveer 160 mijl dus alle tijd, zeker daar ons aller voorkeur uitgaat naar de wildernis waardoor we kunnen stoppen waar we het leuk vinden. Bergen, bomen en rotsen, water en hopelijk veel dieren. Op een mijl afstand van Sitka ligt een eilandje waar volgens onze buurman zeeotters wonen en aangezien die op ons lijstje staan, varen we er vlak langs. Jan meent iets in het kelp te zien verdwijnen maar of het een otter was blijft de vraag.
De bergen verdwijnen in de steeds lager zakkende bewolking als we Olga Straight invaren terwijl we links en rechts worden ingehaald door snelle visserbootjes en over onze hoofden helikopters en watervliegtuigjes scheren.
Het regent af en aan en het is koud. We speuren de oevers af naar beren en zeeotters maar al wat we zien zijn adelaars. Ook in Vespa Straight is niets anders te zien dan menselijk verkeer. Als ik beer was zou ik me met al deze drukte ook niet laten zien. Aan het einde van Vespa gaan wij in tegenstelling tot het normale verkeer, links uit de flank de oceaan op. Om kwart voor zes ratelt de ankerketting omlaag en na een tweede
poging liggen we in een prachtig beschutte baai. Het is hier doodstil op het geklater van een watervalletje na.

Op ongeveer twintig meter van de Raaf spot Gijs iets wits dat uit het water opduikt. Is het een otterkoppie? Even later zie ik het halve witte rondje met donkere oogjes. Voor mij lijkt het meer op een zeehondje maar zeker weten doen we het niet.

Een uurtje later ankert een kleine visser voor de nacht. Gelukkig gaat zijn generator uit. Rust alom!
scherper afgetekende bergketens van de Alaskaanse kust. Onze gekozen baai is meer dan prachtig. Tussen het kelp bij de ingang liggen twee zeeotters ter verwelkoming en ook verderop in de baai zijn ze
aanwezig al hebben ze niet veel op met het geratel van onze ankerketting. We liggen bijna onder een prachtige waterval.

Arme Jan nu moet hij de hele nacht plassen.
10 juli > Porcupine bay > Fern Bay > 58 18 39N – 136 20 28W – 44.9 mijl
Het is zondag vandaag dus we mogen uitslapen maar om 10 uur zijn we toch al anker op. Het is prachtig weer met heldere luchten. Gisteravond hebben de jongens uitgebreid gestoeid met de getijde stroomtabellen maar voor de Lisianski Straight, een route binnendoor, is het niet helemaal duidelijk dus de eindbestemming staat open. Na een perfect uitgevoerde kriskras route tussen rotsen, verlaten we de oceaan en trekken de ruige wildernis van de zuidoostkust van Alaska binnen. De zon is lekker warm en de wind dusdanig dat we een zeiltje kunnen trekken. We worden omringd door hoge bergen volledig begroeid met dennenbossen en af en toe steekt er een zeeotter voor ons over. Wat wil een mens nog meer?
Oké,………. eieren met spek want dat hoort bij vandaag. Jan ziet hem het eerst, die grote donkerbruine bobbel in het hoge gras. Aangezien de bobbel beweegt en ons met kleine nieuwsgierige oogjes aankijkt kunnen Gijs en ik er niet onderuit. De eerste die een beer zou spotten heeft een rum verdient. Deze is voor Jan!
We kruipen zo dicht mogelijk onder de kust en drijven daar met uitgeschakelde motor in de hoop dat hij misschien wat dichterbij wil komen maar Bruintje heeft het uitstekend naar zijn zin op zijn plekje in de zon en blijft zitten waar hij zit. Bij de Lisianski Inlet gaan we bakboord uit richting Cross Sound en krijgen voor het eerst zicht op de reusachtige prachtig wit besneeuwde bergketens in de verte. Daar ergens ligt de gletsjer die we willen bekijken dus trotseren we de waterkoude poolwind. Op de Cross Sound  staat de verwachte ebstroom niet verontrustend door dus besluiten we over te steken waarbij we ook nu weer even de genua mee kunnen laten helpen. Regelmatig moeten we uitwijken voor forse drijvende kelpvelden waar we onze schroef niet aan willen wagen. Zodra we de Taylor Bay invaren, verandert het water van grijsblauw naar groen en een paar mijl verder zelfs naar vuilbeige door het zand in het smeltwater van de Bradys gletsjer maar dit weerhoudt zowel de zeehonden als de zeeotters niet. Een kleine slimmerik heeft zich ingewikkeld in het kelp en drijft midden in een groot veld voorbij. Dit blijken ze te doen als ze niet af willen drijven maar dat heeft deze slimpieper nog niet helemaal goed begrepen want hij dobbert langzaam de baai uit richting oceaan. Aan het einde ligt de gletsjer die zo’n twintig meter boven de zeespiegel ophoudt. Jammer, geen ijs voor in de whisky!
Gijs waarschuwt Jan nog dat de twee meter lijn even verderop ligt en gelukkig mindert onze schipper vaart want even later liggen we stil. Doodstil! Oftewel vast! In de modder wel te verstaan dus het is een kwestie van even achteruit slaan en we zijn weer los.
Maar hierdoor zien we wel van ons plan af om hier een ankerplekje te zoeken af en draaien om met bestemming Fern bay dat om de hoek ligt. Joepie, wat een goed besluit. Een prachtige baai met helder water
waar we door snuivende zeeleeuwen worden gepasseerd, otters gemoedelijk op hun rug ronddobberen en we een majestueus uitzicht hebben op de besneeuwde bergen en de vuilbruine zijkant van de Bradys gletsjer. Een nieuwsgierige zeehond volgt de handelingen van de jongens tijdens het ankeren met interesse van zo’n meter of tien en naast ons springen de zalmen op uit het water. Rondom drijven drijfsijsjes, het is zes uur, de zon is nog heerlijk warm, kan het nog mooier?

11 juli > Fern Bay > Jacks Cove
0 58 15 9N – 136 04 7W – 14 mijl
‘T is zomer in Alaska! Het is hier zo mooi dat we besluiten een dagje te blijven om de omgeving te verkennen. Tegen het einde van de dag kunnen we dan de vloedstroom gebruiken om naar Jack’s Cove, een baaitje net na de twee stroom gaten, te varen.
Dus alweer uitslapen en alle tijd om rustig te ontbijten waarna BB voor het eerst sinds Costa Rica weer eens buiten mag spelen. Sinds we Lieke hebben heeft BB, nadat hij gerepareerd is in El Salvador, binnen gelegen maar met z’n drieën passen we niet in ons kleine blauwe bootje en daarnaast is het met de huidige watertemperatuur een beetje tricky om hier met de toch wat minder stabiele Lieke rond te varen want als we hier met haar omgaan lopen we minstens een klein pestje op.
Rond één uur gaan we op pad waarbij de jongens peddelen en ik prinsesheerlijk achterop zit en me tussen de imposante kelpstengels door laat roeien. Riant! Na BB hoog en droog te hebben geparkeerd gaan we op pad. Het duurt niet lang voor we bij de eerste stroom een echte poot afdruk ontdekken. De spoorzoeker in ons wordt wakker. Is dit echt van een beer?
Even later zien we verse poep in combinatie met een paar afdrukken van een beer en een groot hoefdier. Vanaf hier is een spoor van platgelopen gras zichtbaar dat we volgen tot aan de bosrand. We hebben zowel berenspray als ons klapperpistool bij ons maar ondanks het jagersinstinct dat bij Gijs en Jan volledig is ontwaakt, is de bosrand toch de grens.
We willen naar de slikplaat wat betekend dat we zo’n twee kilometer tot aan het verderop gelegen bos door hoog gras moeten lopen om over de stroom te kunnen. Des te verder we komen des te meer sporen getuigen van regelmatig berenbezoek waarbij hun schoenmaat varieert van klein naar groter naar grootst! Om op de plaat te komen moeten we het laatste stuk weer langs een bosrand waar we regelmatig platgetrapt gras in zien verdwijnen. Gijs kan zich niet langer bedwingen en gaat kijken of hij Bruintje kan vinden maar maakt daarbij gelukkig zoveel lawaai met afknappende takken dat iedere zichzelf respecterende beer zich slapend houdt. De plaat doet denken aan het wad met dat verschil dat deze uitkijkt op prachtige met sneeuw bedekte bergtoppen.
Aangezien we geen zin hebben om het hele stuk weer terug te lopen besluiten we te kijken of we ergens dichterbij de stroom over kunnen steken. Gijs zakt als eerste tot het randje van zijn laarzen weg in het slik en de enige manier om niet geheel in het slik te verdwijnen is heel stil blijven staan en hopen op redding. Gelukkig voelt held Jan zich geroepen dus glibbert deze, gewapend met z’n shawl als redmiddel, richting ‘drenkeling’, terwijl ik me met heel veel plezier de rol van fotograaf toe-eigen.
Met alleen een stukje shawl voor de balans is het nog een helse tour om voet voor voet los te wurmen uit de wurgende slikgreep maar na een hoop geslurp staat Gijs inclusief laarzen weer op veilige bodem.
Nog steeds aan de verkeerde kant van het water welteverstaan, dus gaan we op zoek naar een betere oversteekplaats. Diepe soms reusachtige glibbersporen van beren tonen ons de onbetrouwbaarheid van de bodemgesteldheid.  
Op een smal stukje proberen Jan en ik het samen waarbij we de smart delen door beiden tot laarsrand weg te zakken. Gelukkig komt Gijs met een drie meter lange boomstam om ons te redden en deze biedt ons het hoognodige houvast voor de oversteek. Achteraf jammer dat we geen foto’s hebben gemaakt van onszelf alle slikmannetjes want we zitten alledrie volledig onder.
Terug bij BB blijkt deze heel veilig, heel erg hoog en droog tussen de keien te liggen maar met twee sterke mannen is dit geen enkel probleem. BB wordt gewoon opgetild en naar het water gesjouwd. Rond half vijf zijn we terug aan boord dus we hebben na een kop soep nog tijd voor een dutje voor we anker op moeten.

12 juli > Jacks Cove > Flynn Cove > 58 12 27N – 135 35 06W – 21 mijl
De zomer duurt hier schijnbaar langer dan twee dagen want ook vandaag is het weer prachtig weer met zonlicht dat het water in deze baai groen oplicht. Naast ons duikt een zeeotter op die, terwijl hij op zijn rug drijft, soms rondjes om zijn as wentelt. Nadat hij ons rustig heeft bekeken, peddelt hij op zijn gemakje de baai uit. Dit in tegenstelling tot de drie zeehondjes die schijnbaar niet genoeg van ons kunnen krijgen.

Jan haalt de laatste voorzetramen, de plexiglazenbescherming voor onze kajuitramen, weg, zodat we rondom helder zicht hebben.  Na een ontbijt van wentelteefjes - zou die naam zijn herkomst vinden in ottergedrag? – varen we richting Point Adolphus, een kaap waar in onze gids hoog over wordt afgegeven voor wat betreft walvissen.
Vanuit de verte zien we twee lokale whale watch boten die met grote snelheid langs de kaap varen. Ervaring heeft ons geleerd dat deze weten waar ze moeten zijn dus gaan we rechts uit de flank richting kust. En jawel een tiental condensatie pluimen tekenen zich wit af tegen de donkergroene dennen. Het zeil moet weg om ervoor te zorgen dat we niet te hard gaan en even later wordt de motor gestart om beter te kunnen manoeuvreren. Het is een grote groep bultruggen die vlak bij elkaar blijven en om de beurt hun staart laten zien.
Ze lijken bijna vertraagd te bewegen zoals ze als balletdansers boven komen en weer ondergaan. En dan opeens door-breekt er één het patroon en komt volledig uit het water gesprongen.
Te snel en te onverwacht om te fotograferen maar Gijs ziet het gebeuren. Ik zie alleen het bommetje dat hij veroorzaakt bij zijn terugval.
Maar blijkbaar is zijn springveer nog niet op want even later mag ik de sprong wel waarnemen en vastleggen. Zo massaal en toch zo sierlijk!
We kunnen er niet over uit wat een geluksvogels we zijn. Als witte raven staan we te glunderen terwijl er nog één opspringt. Ruggen, vinnen, pluimen, staarten, het houdt niet op. Tot ze er blijkbaar genoeg van
hebben en dieper water kiezen. Mooier, dichterbij, puurder kunnen we dit niet meemaken. Onbeschrijfelijk, we zijn er moe van.

Terwijl ik de slikspijkerbroeken en laarzen onder handen neem, navigeert Gijs Witte Raaf en gooit Jan de vislijn uit. Met een zalmtuigje dit keer dus mogen we niet sneller dan twee mijl varen wat nog een hoop gepiel met de zeilen oplevert omdat we als snel te hard gaan. Terwijl ik zit te typen passeren we rechts de besneeuwde toppen van Pleasure island en links de groene dennenbossen van Chichagof Island. Vanavond verkiezen we Flynn Cove boven Hoonah want na deze ervaring hebben we geen behoefte aan een kroeg laat staan aan mensen.
Tijdens het koken, valt mijn oog op iets kleins donkers dat beweegt langs de waterkant. Als ik beter kijk, zie ik een klein beertje het hoge gras in lopen terwijl zijn kleine broertje of zusje nog twijfelt. Hij wil duidelijk nog niet weg maar volgt even later toch. Beren en nog wel jongen! Waar kleintjes zijn kan de grote nooit ver weg zijn dus wachten we stilletjes af en jawel even later komt moeders met haar twee kleintjes uit het hoge gras te voorschijn. Gezamenlijk kuieren ze gemoedelijk langs de vloedlijn tot moeder beer onze
kookluchtjes opvangt. Met haar neus in de lucht kijkt ze onze kant op en opeens wordt het haar teveel en neemt ze haar
jongens mee het gras in en verdwijnt. Vanuit haar beschutting zien we haar twee keer op haar achterpoten de omgeving afspeuren, alleen haar massieve schouders en kop boven het gras uit. Ze is reusachtig!
Blijkbaar ruiken we niet echt bedreigend want even later komen ze terug en wandelen ze al grazend verder waarbij ook nu weer het ene kleine beertje regelmatig achterblijft om zijn eigen ontdekkingen te doen en pas als de afstand te groot wordt achter zijn moeder aan galoppeert in ontroerend leuke huppel sprongetjes. Ach wat zijn ze leuk en lief zo van een afstandje. Ze maken duidelijk waar het begrip knuffelbeer vandaan komt want zoals ze hier rondlummelen zou je er zo ééntje aan boord nemen.    
13 juli > Flynn Cove > Howards bay 58 18 05N 135 04 78W – 27.2 mijl
Nauwelijks wakker worden we getrakteerd op een zeehondje in het water en een hertje aan de waterkant. Nu we het hertje zien, moeten we constateren dat de kleine beertjes toch iets groter waren dan we dachten en de moeder dus nog een maatje groter.
Geweldig om veilig vanuit de kuip naar te kijken maar niet direct aantrekkelijk om op je pad tegen te komen.
We hebben vandaag alle tijd dus zetten we zeil naar de overkant met alleen de genua op,en gaan op zalmjacht. Moeilijk want we gaan nog steeds te hard dus genua weg en fok erop. Na anderhalf uur is de maat vol. Nog steeds geen vis en ook geen echte voortgang dus halen we de vislijn binnen en gaat de motor aan. Vlak bij Point Coevorden zien we een enkele condensatie pluim.
tussen de krabbenfuiken manoeuvreert, gestopt door plotseling heel ondiep water. Na heel veel voor en achteruit krijgt onze schipper ons weer uit de benarde situatie en even later liggen we veel verder dan we hoopten keurig achter ons anker. Bij gebrek aan beren leren we Gijs blufpokeren dat leidt tot hilarische taferelen terwijl de bijna volle maan de baai in een zilveren sluier legt.  

14 juli > Howards bay > Symonds point > 58 20 61N 134 51 02W – 18.6 mijl
We zijn redelijk bijtijds op omdat we niet zeker weten of de baai waar we naar toe willen geschikt is en als dit niet het geval is, moeten we door naar de bewoonde wereld al gaat ons aller voorkeur uit naar een langzame opbouw. Zodra we de baai uit zijn, kunnen we zeilen en Jan en Gijs gokken er lustig op los waar de combinatie van wind en stroom ons zal brengen. Halen we de kaap wel of net niet. Jammer, net niet dus moet de motor even helpen. Condensatie pluimen wijzen ons de weg. Deze zijn duidelijk gewend aan het verkeer en duiken veel minder vaak op wat het spannend maakt want we weten niet waar ze weer op zullen duiken.
Gelukkig blijkt de baai geschikt en na een slimme manoeuvre van Jan tussen de krabbenfuiken door liggen we met onze kont naar een perfect berenstrand. Dat vinden wij, maar de beren zijn het blijkbaar niet met ons eens want ze laten zich niet zien. De mist helpt ze, dus ook al zouden ze zich bedenken en toch komen, dan kunnen we ze met geen mogelijkheid zien.  

15 juli > Symonds point > Auke Bay > 58 22 97N 134 39 10W 9 mijl
Vandaag zullen we er aan moeten geloven, we moeten terug naar de bewoonde wereld maar niet zonder laatste toegift want vanaf onze ankerplek zien we bultruggen.
Anker op en er op af. Het zijn er een stuk of zeven en met het spiegelgladde water laten ze zich makkelijk fotograferen. Twee steken tegelijkertijd een borstvin rechtstandig uit het water alsof ze aan simultaan zwemmen doen. Dan duiken ze één voor één om de beurt hun unieke staartpatroon tonend. Dag Wallie’s voor Gijs zijn jullie de laatste, hij vliegt morgen terug naar Nederland.
In de haven mogen we zelf een plekje zoeken en Jan regelt een prachtplek. Aan de buitenkant zodat we niet ingesloten liggen en uitzicht houden op binnenkomende en vertrekkende bootjes met in de verte de besneeuwde bergen.
Gek toch hoe hoofdhuid opeens kan gaan jeuken zodra er een douche in de buurt is. Bij de havenmeester bestelt Gijs een taxie naar de luchthaven en zoekt Jan contact met een verwarmingsspecialist. Deze kan misschien morgen voor het schamele weekendtarief van 180 dollar per uur, anders wordt het maandag voor
maar 120 dollar per uur . Gewapend met de nodige informatie en schoon geschrobt genieten we ons galgenmaal bij het enige restaurant in town, een Thai! Joepie, dat het wat langer duurt, nemen we op de koop toe want het is meer dan heerlijk. Gijs bedankt!

16 juli > Auke Bay  
Om kwart over vijf gaat de wekker en tien minuten later zitten we met kleine oogjes aan de koffie. Na twee rondjes
schip zit alles in de tas, tijd voor vertrek.
Dag Gijs, goede reis! Je bent een echte vriend en was een fantastische maat en navigator en we hebben enorm genoten van je gezelschap. We gaan je missen!!  Hoe we met z’n tweetjes verder gaan lees je in verslag 61
Naar verslag 61