Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Ondertussen hebben we de koers kunnen verleggen richting Japan en glijdt het eiland Oahu langzaam aan stuurboord voorbij.
De wind neemt af onder de luwte van het eiland dus wordt het grootzeil erbij getrokken maar na een paar uur moeten we reven omdat bij het ronden van het eiland de wind fors toeneemt. Op fok en met één rif in het  grootzeil gaan we de schemer in. We eten gehakt met sperziebonen maar
met de huidige zeegang smaakt het me niet echt. We varen nu koers pal noord en krijgen fors wat water over. Ik mag naar bed, de jongens verdelen de eerste wachten.

Dag 2 > 17 juni – 152 nm afgelegd, nog 2087 te gaan
01.00 uur. Echt jofel voel ik me niet en ook Gijs moet nog een beetje in-slingeren maar de maan schijnt en de wind en golven lijken iets rustiger.  Ik zie mezelf nog staan bij vertrek in Amsterdam waar ik stoer zei, “scherp aan de wind dat doen we vanaf nu niet meer, of we wachten, of we gaan gewoon met de wind mee”. T’ja, daar zit ik nu met mijn grote mond, als we vanaf hier met de wind mee willen, komen we ergens in de Filippijnen uit en wachten op de juiste wind kun je hier tot je een ons weegt. Voor Alaska moeten we naar het noorden en dus aan de wind.
Bewegen is een uitdaging en vraagt om blauwe plekken. Zowel Gijs als ik zijn het liefst buiten, de enige die zoals gewoonlijk nergens last van heeft is onze schipper.
Tijdens mijn ochtend wacht vaart er een militair schip op zo’n zes mijl afstand een half uurtje met ons mee waarna hij zonder een woord verdwijnt. Schijnbaar is onze naam goed te lezen en hebben ze alle benodigde gegevens al in de computer staan.
De wind viert feest met de oceaan. Hoge watermuren met aquamarijn opkleurende krulkoppen en stuiffontijntjes stuwen boven de reling uit. Regelmatig rollen er forse golven over ’t dek en jammer maar helaas deze bewijzen dat Witte Raaf toch nog niet geheel waterdicht is. Zowel het voorpiek dekluik, de slaapplek van Gijs, als de ventilatoren lekken en ook het raam in de matrozenhut houdt het niet geheel droog. Momenteel is het te ruig om er iets aan te doen dus zit er niets anders op dan dweilen met de Pacific kraan open. Jan waagt zich onder toezicht van Gijs op het voordek om de losgeraakte fokkeboom vast te zetten en een inspectie rondje uit te voeren. Hij komt als een tevreden edoch zout verzopen katje terug.

Dag 3 > 18 juni –140 nm afgelegd, nog 1947 te gaan
Gisteren hebben we de boord-tijd een uurtje teruggezet
waardoor ik nu tijdens mijn ochtendwacht het ochtendgloren kan zien. Donkere dreigende buien schuiven voor en achter ons langs terwijl het maantje de langzaam oplichtende hemel opvrolijkt.  
De wind is iets afgenomen wat enorm scheelt enorm in zeegang. Nog steeds wordt Witte Raaf regelmatig onverwachts opgetild en opzij gezet maar tussentijds valt er beter te bewegen. Daarnaast hebben Gijs en ik wanneer mogelijk geslapen en voelen we ons beiden nog niet top maar beslist beter. Het leven van onze schipper gaat nog niet over rozen maar hij draagt zijn lot stoer en kranig.
We worden regelmatig zoet afgespoeld door forse regenbuien die dwars inkomen maar de temperatuur is nog steeds tropisch waardoor de sloffen in de kast blijven en ook het door Gijs meegebrachte zeilpak nog niet uit de tas hoeft. Jan probeert regelmatig weerkaarten binnen te halen maar het vinden van een goede
verbinding valt niet mee. We hopen dat we in staat zullen blijven om regelmatig berichtjes naar het thuisfront te sturen.

Dag 4 > 19 juni – 132 nm afgelegd, nog 1815 te gaan
Het is of de duvel er mee speelt. Zolang de jongens op wacht zitten is er in de wijde omtrek geen leven te bekennen maar zodra het mijn beurt is, gebeurd er van alles. Op zoek naar buien op de radar signaleer ik een schip op twaalf mijl. Veel te ver om met het blote oog te zien maar wel iets om in de gaten te houden.
Op zes mijl is duidelijk waarneembaar dat het om een koerskruiser gaat. ‘Just to be sure’, roep ik Gijs,  
die verbazingwekkend wakker reageert met de opmerking, “oh krijgen we bezoek, gezellig”
Op vier mijl is hij zichtbaar op de AIS. Met een snelheid van dertien mijl komt hij recht op ons af dus verminderen we snelheid door het grootzeil te verkleinen tot een servet. Op die immens grote oceaan loopt de Global Falcon op één mijl voor ons langs.
Onze ondertussen wakker geworden schipper maakt een praatje met de Filippijnse kapitein die onderweg is naar China. Volgens hem had hij ons gezien maar wij zijn niet overtuigd. Zo zie je maar weer dat zelfs op deze hele grote plas, actief wacht lopen noodzakelijk is.
Het is echt zondag vandaag! Een stralende dag met prachtige weg-schietende zweefvissen en shearwaters die tussen de golfkoppen scheren. We ontbijten met vers fruit en een vers gebakken boterham met hagelslag en Jan bakt eieren met spek waarbij er spontaan een rauw ei de pan uithobbelt.   
Met het passeren van de nog 1750 mijl lijn trakteert onze kapitein tijdens een schitterende zonsondergang met green flash op een rum voor de mast. We eten kip pilaf en zien de geboortejaren van Michiel en Claudia voorbij schuiven in de aftellende mijlen. Het leven is goed op Witte Raaf

Dag 5 > 20 juni – 137 nm, afgelegd, nog 1678 te gaan
De hoogte van golven en deining is aanzienlijk afgenomen wat bewegen en handelen eenvoudiger maakt. Gijs is getuige van de tweede wereldoorlog en Jan neemt de eerste voor zijn rekening. De wind die het in de overkomende buien regelmatig laat afweten, stabiliseert zodra ze voorbij zijn tot een stabiele twintig knopen uit het oostnoordoosten. Met de huidige koers komen we in Japan uit dus trimmen de jongens de zeilen tot zo’n 40 ºgr aan de wind waarmee we de  gewenste noordelijke koers behalen.
Het is weer prachtig weer en we ontbijten buiten met fruit en yoghurt. Het lijkt wel vakantie. Gijs moet zijn verbrande benen bedekken om erger te voorkomen, we luieren en luisteren naar muziek waarbij we de teksten die we kennen ongeremd meebleren. Zo is zeezeilen wel heel relaxed.
We eten preischotel en constateren dat de zonsondergang nergens anders mooier is dan op zee. Bij de koffie genieten we van pure chocolade van Verkade, rara hoe kan dat?

Dag 6 > 21 juni – 132 nm afgelegd, nog 1546 te gaan
De jongens hebben een enerverende nacht achter de rug. Eerst viel Gijs ruggelings de hut, waar Jan lag te slapen, binnen met alleen nog het oortje van zijn koffiebeker in de hand en even later waren ze getuige van een zich spontaan opblazend zwemvest toen het op de grond viel. Gelukkig heeft Gijs niets gebroken, hij is alleen beurs en dus waarschijnlijk binnenkort bont en blauw.
Jan ziet nu gelukkig zelf ook dat het geen verzinsel van me is want na zijn wacht met een wolkenloze hemel komt een buienrug uit het niets opzetten zodra het mijn beurt is. In de donkere dreigende massa zit geen wind, die komt pas zodra hij gepasseerd is.
Onder een strak blauwe lucht maken we met zo’n vijftien tot achttien knopen wind nog steeds de mooie snelheid van tussen de vijf en zes mijl over een nu prachtig blauw, vriendelijk kabbelend wateroppervlak.
Jan haalt via een station in Alaska weerkaarten binnen waarop goed zichtbaar is hoe het hoge luchtdruk gebied dat we ten westen willen passeren zich samenvoegt met een nieuwe uit Japan. Het ziet er naar uit dat we vanaf vannacht een aantal dagen zullen moeten motoren om er doorheen te komen. Nu maar hopen dat de voorspelling dat de kern van dit hoge luchtdruk gebied met ons mee naar het noorden zal bewegen, zich niet waarmaakt want onze dieselvoorraad is niet onuitputtelijk. Hoe dan ook, we kunnen er niets aan veranderen en zullen moeten afwachten dus lezen, luieren, en schrijven we terwijl we naar muziek luisteren. Hoezo is zeezeilen afzien?

Dag 7 > 22 juni – 118 nm afgelegd, nog 1428 te gaan
Ja en dan is de wind op en verstild zelfs dit hele grote water. (Echt waar Patries het kan) Gisteravond
konden we nog motorsailen maar vandaag leveren de zeilen alleen maar weerstand op dus tuffen we met een heel klein stukje grootzeil tegen het slingeren, noordwaarts. Het opkomende zonlicht creëert vanuit zijn schuine hoek prachtige kleurpatronen op het nu spiegel-gladde water. We verorberen de laatste peer en bananen en aan-gezien het vandaag beslist feestelijk weer is, worden er brownies gebakken.
Net als gisteren drijft er ook vandaag veel rotzooi langs. Gisteren
leek het nog beperkt te blijven tot scheepsmaterialen zoals trossen, een zwemvest en stootwillen maar vandaag is het een ratjetoe van plastic flessen, ballen, boeien, kleer-hangers en andere rotzooi. Jan vermoedt dat het tsunami materiaal uit Japan is. Tegen koffietijd veert onze schipper op, “ een schip aan de horizon”. En jawel even later verschijnt een bulkcarrier boven de kim. Het staat nu 3 – 1 – 0 voor mij.
Het gaat hier om de Russische Kamari die met zinksulvaat op weg is naar China. We zien hele kleine zeilkwalletjes – kwalletjes die een doorzichtig schermpje boven water uitsteken en zich zo voortbewegend op de wind – langs dobberen. De weerkaarten tonen een enorm hogedrukgebied dat vanuit Japan onze richtingopkomt dus we moeten door en zelfs dan is het nog maar de vraag of we het voor kunnen blijven.
Met 8 knopen wind recht op de kop valt er niets te zeilen en er zit dus niets anders op dan dieselslurpend te blijven brommen.
Onze overweging om Witte Raaf stil te leggen voor een zoutwaterbad verdwijnt alras als we massa’s kleine groene kwalletjes net onder het wateroppervlak signaleren. Zwemmen in de Pacific is leuk maar weegt niet op tegen een prikkend velletje achteraf.
Vandaag is het woensdag en dus wasdag. Eén keer in de week onder de douche net als vroeger en ons schone velletje voelt feestelijk aan. We liggen dusdanig stabiel dat er aardappelen gebakken kunnen worden zonder dat deze de pan uit rennen en deze worden gecompleteerd met biefstukken en sla die we buiten AAN TAFEL verorberen. In de verte springt een grote groep dolfijnen uit het water. Zodra we naar ze toe varen
draaien ze om en verdwijnen.
De zon verdwijnt en laat een wolkeloze hemel achter. Sterren, overal sterren, zo ver je kunt kijken sterren die reflecteren op het donkere wateroppervlak. De melkweg licht helder op. Zo mooi, zo groots. Wie zouden er vanuit daar nu naar ons zitten te kijken?

Dag 8 > 23 juni – 125 nm afgelegd, nog 1303 te gaan.
De jongens verlangen naar wind, zeven beaufort. Ik vind vijf een mooi getal maar voorlopig blijft dit bij dromen. Ons motortje bromt tevreden en brengt ons gestaag verder noordwaarts.
Gisteren kreeg ik via de mail terecht de vraag hoe de geboortejaren van Claudia en Michiel voorbij kunnen schuiven. Op onze GPS staat het aantal te varen mijlen tussen Honolulu en Sitka geselecteerd. Dit begon bij iets minder dan 2400 en telt het aantal gevaren mijlen af. Sinds we de 2011 zijn gepasseerd spelen we het spelletje; ’ wat gebeurde er in ???”. Terwijl ik dit schrijf zitten we op 1570 en ligt de Slag bij Nieuwpoort dus al weer dertig mijl achter ons. Die mag Gijs op zijn naam zetten.
Gelukkig hebben we van Tjeerd een lijst gekregen met geschiedkundige feiten gekoppeld aan jaartallen dus we kunnen door tot het jaar nul. De geboorte van Jezus is onze aankomst en dus een feestje! Maar zover zijn we nog lang niet want we zijn vandaag precies een week onderweg. De jongens lezen, luisteren naar muziek en houden de wacht, terwijl ik op het voordek, gewapend met mijn rol high speed tape, probeer de lekjes te dichten. Vooral de dekventilatoren vormen een probleem waar ik nog niet 1, 2, 3 een oplossing voor heb. We eten pasta met bacon en champignons en hebben het goed.
 
Dag 9 > 24 juni - 122 nm afgelegd, nog 1425 te gaan.
We varen nog steeds door het hogedrukgebied - het Pacific High - dat met ons mee omhoog lijkt te kruipen. Lastig want daardoor hebben we momenteel geen zuchtje wind en in tegenstelling tot de afgelopen dagen is het vandaag geheel bewolkt en vochtig.
We hopen vanavond een beetje wind te kunnen oppikken maar vooralsnog bromt de motor. Het berichtje van Pio over een mogelijke tzunami naar aanleiding van een aardbeving in Rusland doet ons beseffen dat de wereld aan het einde van dit water gewoon doordraait. Mocht er een schokgolf uit voortkomen dan zullen we daar hier naar alle waarschijnlijkheid niets van merken want pas als hij de kust bereikt is er kans op schade, hier midden op zee gaat hij ongemerkt onder ons door.
De door Gijs gesignaleerde drijfsijs hebben we ondertussen kunnen identificeren als een jonge Blackfooted Albatros maar momenteel vliegen er een aantal kleine, wat nerveus bewegende zwartbruine vogels met een witte ring om het achterlijf om ons heen die we nog niet kennen. Ik probeer ze te fotograferen zodat we ze kunnen vergelijken met de plaatjes in ons vogelboek.
We houden ons bezig met kleine klusjes zoals het controleren van het niveau van de hydraulische olie voor de automatische piloot en het leegpompen van de bildges en het omkeren van de eieren tot de bel gaat. BEET!
Jan is er het eerste bij en haalt met veel geduld een prachtige blauwgroengouden dorade binnen van een meter lang. Vanavond verse vis!
Ondertussen dient de beloofde wind zich aan samen met de zon en momenteel zeilen we onder vol tuig met ruim vijf mijl de goede kant op. Kan het nog beter?

Dag 10 > 25 juni-139 nm afgelegd, nog 1290 te gaan.
Rondom hang op ongeveer twee mijl een vage rand zeemist en de zon laat zich hierdoor afdekken tijdens haar opkomst. De wind is aangewakkerd tot 20 knopen dus ik heb met mijn verzoek om vijf beaufort mijn zin gekregen. We varen halve wind en worden om de vier seconden opgetild door een golf van dwars in,. Dit betekent dat we er na twee seconden  weer ergens af moeten om klaar te liggen voor de volgende
lift omhoog. Een rollercoaster is er niets bij want daar zie je in ieder geval nog met welke bocht je omlaag stort. Maar ons hoor je niet want de zon is sterker dan de mist en biedt ons een prachtige heldere dag en de zeilen stuwen ons met ruim zes mijl per uur voort op de gewenste koers. Wat kan een mens meer wensen? We houden ons gewoon gedeisd en vullen de dag met lezen, muziek luisteren, slapen, eten en slap lullen. Na de gebakken visfiletjes van gisteravond staat er nu een vis-curry op het menu want die joekel moet eerst op voordat we weer mogen vissen. Hopelijk is de volgende een tonijntje. (sorry Job)
Ondertussen hebben we ontdekt dat de kleine wat nerveus vliegende vogeltjes Leach stormvogels zijn en sinds we ze hebben geïdentificeerd zijn ze verdwenen. Ook de bruine albatros heeft zich vandaag niet laten zien. Het is stil en groots en de zon verdwijnt achter een laag vocht voordat ze de kim raakt. Geen lichtspektakel vanavond.

Dag 11 > 26 juni - 142 nm afgelegd, nog 1165 te gaan   
Het regent, het regent, we worden helemaal nat! Letterlijk wel te verstaan want de buiskap lekt grote dikke druppels op m’n hoofd als ik in de kajuitopening zit. En dat terwijl ik hem voor vertrek uit Hawaï nog een laagje waterdicht spul heb gegeven. Ondankbaar ding! Voor nu zit er niets anders op dan het luik zoveel mogelijk dicht houden zodat het binnen droog blijft. We varen nog steeds met zo’n achttien knopen halve wind en doen zo’n zes mijl over de grond.   
Het radar alarm slaat aan. Een grote donkere reflectie meldt de aanwezigheid van een schip op acht mijl. Buiten is niets te ontwaren. Pas op drie mijl zie ik een grote vage schaduw in de mist. Zijn positie op de radar indiceert dat hij achter ons langs gaat maar met onze fluctuerende koers en het feit dat ik aan die vage donkere vlek geen voor- of achterkant kan ontdekken biedt me geen zekerheid dus Gijs is het haasje. Hij is al sinds drie uur van wacht af terwijl Jan pas sinds zes uur te kooi ligt dus als ik hulp nodig heb is Gijs het slachtoffer. Samen kijken we hoe langzaam maar zeker een reusachtig containerschip opdoemt. Hij vaart eenentwintig knopen en schuift op tweeënhalve mijl kolossaal achter ons langs waarna hij weer wordt opgeslokt door de mist.
Frappant hoe herinneringen werken, je kunt het je niet meer voor de geest halen totdat je omringd wordt door die grijze grauwe miezer en dan opeens komt het zo bekende Nederlandse weerbeeld weer in je op. Frappant, het wateroppervlak kleurt groen met deze lichtreflectie. Het is vijftien graden! Gijs geniet, Jan en ik hebben het koud! Hoe moet dat als we straks ‘hoger’ komen? Vandaag is het zondag en is Wiebe jarig. Daarnaast hebben we gisteravond het halverwege punt achter ons gelaten dus er is genoeg te vieren. Tijd voor een borrel!
Murphy vond het schijnbaar te gezellig allemaal en gooit roet in het eten. Door het uitblijven van zon moeten we vandaag voor het eerst, sinds elf dagen, stroom draaien maar de generator laat het na een korte brom afweten. Chagrijnig waarschijnlijk omdat we hem zolang hebben genegeerd. Gijs en Jan bespreken het euvel en constateren dat het of lucht in de leiding is of een brandstof-aanvoer probleem. Nadat Jan de boel ontlucht heeft slaat hij aan, stotterend weliswaar maar hij doet het. Te snel opgelost zal die pestkop daarboven waarschijnlijk denken want hij biedt gewoon nieuwe hoofdbrekens. De buiten-thermometer weigert dienst, dus we kunnen niet zien hoe koud het is. Misschien maar goed ook dan hebben we minder aanleiding tot bibberen. Vervelender is de hydraulische besturing die momenteel hydraulische olie opslurpt alsof het een borrel is. Iedere keer als we het reservoirtje vullen is het na een paar minuten weer leeg. Waar blijft dat spul?
Alle mogelijke lekkage punten worden gecontroleerd en we vinden bij de aansluiting van een leiding op de pomp een minuscuul gaatje. Dit is onderweg niet te dichten. Mogelijk is in de loop der tijd alle olie uit het cilinder gelopen en zijn we nu met het bijvullen van het reservoirtje de cilinder aan het vullen. Vingers kruisen en hopen dat dit het euvel is want tien dagen met de hand sturen gaat teveel op werken lijken en Gijs heeft vakantie dus dat kan niet.   

Dag 12 > 27 juni - 147 nm afgelegd, nog 1018 te gaan   
De wereld heeft zich verstopt achter een dikke laag mist. De oceaan is rustig en met tien tot twaalf knopen wind maken we nog steeds een voortgang van zo’n vijfenhalve mijl. De wind komt met 73 º van bakboord in en alle zeilen staan bij. Een gek fenomeen, mist en wind tegelijkertijd. Het is stil, de jongens slapen en het enige geluid dat me gezelschap houdt is het tevreden gezoem en geknor van George, de automatische piloot en het bruisen van het water langs de romp. De zon doet zijn best om door de laag heen te branden en legt een grijsgouden gloed over het water.
Nu we het spelletje; ik zie ik zie wat jij niet ziet niet meer kunnen spelen met de wolken om ons heen waar konijnen, spitsmuizen, eenden en vliegende draken in voorbij kwamen hebben we een nieuwe bedacht. Net voor het middagbestek mogen we alle drie gokken hoeveel mijl we de laatste vierentwintig uur hebben afgelegd. Totnogtoe heeft nog niemand het geraden dus de prijs blijft in de pot.

Vandaag is Gijs jarig! Nee, niet voor het eggie maar we moeten een excuus hebben om appeltaart te mogen bakken dus zingen we hem toe zodra hij slaapwandelend uit bed komt. Heerlijk zo’n jarige aan boord. De zon en de mist spelen tikkertje en wisselen af.
De bemanning van het zeilschip dat zo’n honderd dertig mijl ten noordwesten van ons vaart heeft al drie keer walvissen gezien waaronder één slapende. Die slapende hoeft van mij niet zo want het is maar de vraag of hij op tijd wakker wordt als hij op ons pad ligt te snurken maar de rest hopen we beslist te spotten.
Geen tijd om te lezen dus al is het door de mist wel moeilijk om sproeifonteinen te ontdekken. Vanavond staat er nasi op het menu. We hebben de magische duizend mijl grens gepasseerd. Vanaf nu nog maar drie cijfers te gaan.

Dag 13 > 28 juni - 155 nm afgelegd, nog 865 te gaan.
Waar zijn we aan begonnen? De ene dag voldoen drie laagjes kleding over elkaar nog goed en de volgende is dit al beslist te weinig. We gaan te hard! Mijn klimatologisch aanpassingsvermogen kan dit tempo gewoon niet bijbenen. Buiten is het tien graden en binnen vijftien. ’s Avonds en ’s nachts branden we een kaarsje.
De gezelligheid die deze creëert is secundair, het brand primair als warmtebronnetje. Ik denk dat ik de hele dag maar ga staan koken want dat geeft ook veel warmte af. Ik heb mijn verjaarscadeautje van Gijs
nu in zijn geheel aan en doe het de komende week denk ik niet meer uit. Dan maar stinken! We kunnen natuurlijk ook gewoon de verwarming aandoen maar dat is vooralsnog een stap te ver vanwege het hoge stroomverbruik.
Witte Raaf vaart als een tierelier. We varen met een rif in het grootzeil en de volle genua zo’n 60 º aan
de wind. Deze varieert ook in dit gedeelte van de oceaan sterk en schommelt tussen de veertien en tweeëntwintig knopen. Ik zie regelmatig de zeven op de snelheidsmeter.

Jan voelt zich ontheemd. Hij is de enige die geen vaste slaapplaats heeft en als een hoertje met zijn dekbed onder zijn arm van bed naar bed kuiert. Echt heel zielig.
Gijs slaapt in de matrozenhut omdat de voorpiek in eerste instantie niet lekvrij was en nu nog steeds niet stoot- en rolvrij. Ik lig achterin ingebouwd tussen kussens maar daar slaapt Jan liever niet omdat hij daar last heeft van het ‘gejank’ van onze automatische piloot. Als Gijs op wacht is slaapt hij dus in Gijs zijn bed. Zodra ik op wacht kom, moet hij in het mijne. Zielig hè?
Tja vanmorgen schreef ik nog dat we als het te koud zou worden we gewoon de kachel aan konden doen en vanmiddag hangt Jan ondersteboven met zijn beentjes omhoog in het achterluik op zoek naar het euvel dat voorkomt dat de radiatoren warm worden. De hele middag zijn de jongens bezig met het uitsluiten van oorzaken. Rond zes uur heb ik het elektrische kacheltje opgediept en houden ze er mee op. Morgen is er weer een dag.
Zoals voorspeld, trekt de wind aan tot ruim twintig knopen en nadat de jongens de genua verwisselt hebben met de fok en een rif in het grootzeil hebben gezet eten we de speciaal door Gijs meegebrachte erwtensoep! Met roggebrood en extra rookworst. Heerlijk en beslist gepast bij deze omstandigheden.

Dag 14 > 29 juni - 144 nm afgelegd, nog 723 te gaan   
Om 04.00 vanochtend was het een drukte van belang in onze ‘kajuit’. Gijs heeft de wacht overdragen aan Jan maar wil nog niet naar bed want het is zo leuk. In het log schrijft hij; “ De Raaf spoot, ik genoot”. En ik, ik kan rollend van de ene naar de andere kant in mijn mandje, terwijl het stuurwiel recht boven mijn hoofd knarst als een oud karrenwiel, beslist niet slapen. Jan vermomd als Michelin mannetje in zijn nieuwe zeilpak helpt gewapend met een busje WD40 het geknars naar een andere wereld.
’t Is zes uur, ik heb de laatste anderhalf uur ondanks de nieuwe judo oefeningen in vallen, rollen en opvangen van de Raaf prima geslapen. De golven zijn groen en komen ongeorganiseerd aan. Witte Raaf rolt en stampt zich er dapper door- en overheen. Als ik naar de weervoorspellingen kijk gaan we de komende dagen met twintig tot vijfentwintig knopen wind uit westzuidwest wat ze noemen, echt zeezeilen. We gaan nog steeds de goede kant op en wachten af wat de wind ons brengt.
Tja en als we ons dan zouden kunnen gaan vervelen gooit meestal Murphy wel roet in het eten, niet alleen de kachel weigert dienst maar ook het warme water laat het momenteel even afweten dus er wordt door deze watjes niet gedoucht. Nu we geen schoon velletje kunnen vieren met een borrel vieren we het feit dat we de 750 mijl gepasseerd zijn want die borrel laten we ons niet ontnemen. We eten gemarineerde visfiletjes, de laatste van onze visvoorraad en genieten van chocolade bij de koffie.
Tja en dan; terwijl Jan met hoofdpijn op de bank zit, spoel ik met het afwaswater niet het kind maar het vaatdoekje weg. Door het toilet wel te verstaan met een afvoerpijp die daar beslist niet geschikt voor is. Net na de pomp verstopt mijn doekje het geheel compleet. Ik verdwijn met het schaamrood op mijn kaken naar bed. Alsof deze zeegang met hangen en erbij blijven niet genoeg van ons vergt!     

Dag 15 > 30 juni – 146 nm afgelegd, nog 580 te gaan   
Ja joepie, geen spetters om mijn oren en bevroren hammetjes! Jan heeft ondanks zijn hoofdpijn en de enorme zwiepers die Witte Raaf momenteel maakt als ze van een golftop afschuift, het pompsysteem van het toilet uit elkaar gehaald en het doekje eruit gevist. We hebben weer een ‘normaal’ functionerend toilet en hoeven dus niet op de emmer met de billen in de wind.
Vannacht heeft Gijs zijn mannetje wel gestaan. Jan was toen hij eenmaal sliep, ondanks regelmatig porren niet meer wakker te krijgen en Gijs heeft ook mij laten liggen de schat.
De deining en golven zijn met soms ruim vijf meter meer dan imposant – ik krijg ze maar niet goed vastgelegd op foto – en hij heeft echt groen water dwars over gehad toen een golfkop brak terwijl deze net langszij lag. We lijken soms wel een duikboot. Ondertussen zitten wij heerlijk droog binnen te lezen en te schrijven terwijl buiten de wind met kracht zeven beaufort, precies zoals de jongens graag wilden, ons onder fok en met een rif in  het grootzeil zo’n zesenhalve mijl gemiddeld voortstuwt. De bulkcarrier Global Forwarder glijdt op drie mijl afstand achter ons langs en verder zijn we alleen omgeven door water, hoge bergen water die soms naast of vlak achter ons omkrullen en ons opzij duwen. We maken hierdoor vooral zijwaarts enorme schuivers waarbij vasthouden noodzakelijk is. Witte Raaf lijkt niet van onder de indruk van dit geweld en komt na iedere duw weer keurig terug op koers.
Volgens de voorspelling zal de wind gedurende de nacht langzaam afnemen. Nu maar hopen dat de zee het daar mee eens is want anders wordt het een echte heksenketel. Drijfsijsjes kun je ons momenteel niet noemen, we lijken meer op ………………………..

Dag 16 > 1 juli - 146 nm afgelegd, nog 426 te gaan.
Alle deelnemers worden hartelijk bedankt voor hun originele inzendingen. Het was
uiterst moeilijk voor de jury om tot een keuze te komen maar uiteindelijk is de winnaar de inzender van drijf-ijsje. En de eerste prijs, op eigen kosten de unieke ervaring “Hoe voel ik me als ik een drijf-ijsje ben?” is gewonnen door Steef Kraan. Vanaf nu zijn we dus drijf-ijsjes.  
Gisteravond zwiepten tijdens het eten waarbij we met één hand ons bord moesten vasthouden terwijl we met de andere aten, de komkommersalade en de appelmoes zeer eensgezind gezamenlijk van tafel. Bij ons kon je van de vloer eten, er lag genoeg. Zo zonder de broodnodige vitamientjes toch nog scheurbuik?
Ondertussen is de boel weer schoon en hebben we er weer een nacht op zitten. Voor de verandering vannacht alleen met de genua gevaren. Als het een beetje mee zit hebben we er nog maar vier te gaan en komen we de vierde juli, onafhankelijks dag in de US, aan.
’t Zou leuk zijn om met vuurwerk onthaald te worden.
Nu de hoofdkachel niet werkt - de omstandigheden zijn momenteel te ruw om verder onderzoek te plegen – draaien we ’s ochtends en ’s avonds de generator waarmee we het elektrische kacheltje op vol vermogen kunnen draaien. Zodra de ergste kou eruit is houdt ons kaarsje het redelijk warm.
De ZON! Ze hebben hier in Alaska ook zon!! Na wat al heel lang lijkt, opent het wolkendek zich en zien we zowel hemel als zon tussen de buien door. De barometer die de afgelopen dagen met indrukwekkende snelheid terug liep, geeft vandaag al de hele dag een stabiele 1003 aan en de wind die zou afnemen is er nog. Samen met de golven die zich nu schitterend achter ons verheffen. Zo onbeschrijfelijk mooi die glinsterende watermassa die geen tel dezelfde vorm en kleur vasthoudt en daarmee de constantie van beweging toont. Een fascinerend beeld. Ook zonder walvissen genieten we.
Sinds vertrek Hawaï hebben we via de korte golf contact met Touch Rain, een ander zeilschip dat ook naar Sitka vaart. De laatste dagen komen we steeds dichter bij elkaar en als Gijs aan stuurboord een rood lampje ziet, denkt hij in eerste instantie aan hun. Na een check op de radar en de AIS blijkt het om het vrachtschip Edelweiss te gaan dat na een oproep van onze schipper koers wijzigt en achter ons langs stoomt. Tegelijkertijd passeert op zo’n vijf mijl voor onze boeg de Artur Maersk die voor Touch Rain uitwijkt. Zo’n grote plas en toch weten al die schepen zich op hetzelfde moment op dezelfde plek op te hopen. Gelukkig gaat in sommige gevallen plezier nog voor commercie al is de pleziervaart natuurlijk een commerciële tak op zich.  

Dag 17 > 2 juli - 139 nm afgelegd, nog 290 te gaan   
De wind is conform de voorspelling sterk afgenomen en met haar verdwijnt de zeegang. We schommelen met net vijf knopen nog steeds de goede kant op dus ons hoor je niet. Vannacht heeft een pin in het schootblok van de genua zich losgewerkt. Gelukkig is de rol aan dek gebleven dus bedenken we een alternatief waarmee we deze tijdelijk vast kunnen zetten.
Rond half zeven hadden we Touch Rain in zicht en liepen we redelijk vlot op hem in. Ondertussen hebben zij hun spinaker gezet waardoor ze vlot op ons uitloopt. De jongens slapen, het is stil, de vislijn hangt uit, we hopen op een tonijntje.
Zodra Jan wakker is, gaat de motor aan. We moeten toch stroom draaien en dan kunnen we dit net zo goed doen in combinatie met voortstuwing ook al slurpt de hoofdmotor meer diesel dan onze generator. Daarnaast geeft de wind niet voldoende weerstand in de zeilen waardoor ze iedere keer als we een duwtje krijgen van een golf, met venijnig geweld dichtklappen.
We halen Touch Rain in en Jan stuurt er mooi omheen zodat ik foto’s van ze kan maken onder spinaker. Niets is leuker dan foto’s van je eigen schip onder vol zeil. Nadat we ze van alle kanten hebben
gefotografeerd kunnen de jongens zich niet langer beheersen en komt onze gennaker naar buiten. Na wat gerommel met lijnen en blokken hijsen ze hem achter de genua en even later grijnst de Toekan ons toe. Het is vandaag beslist minder koud met de zon erbij
en terwijl wij de horizon afspeuren vaartTouch Rain om ons heen om ons onder zeil vast te leggen.
Voor echt gennakeren staat er met negen knopen voor onze zware Raaf nog net een beetje te weinig wind. Na een paar uurtjes genieten, dreigt aan de horizon
een bui dus halen we hem weer binnen. Keurig droog en lekker gelucht. Vandaag is het alweer feest want het warme water doet het weer dus we kunnen douchen. Het is nog niet echt nodig want we ruiken elkaar ondanks maaltijden met erwten en bonen echt niet. Maar toch lekkere schone haartjes en velletjes zijn iedere keer opnieuw een genoegen. En reden tot viering dus we moeten op zoek naar een nieuwe fles rum.  
Jan haalt een windvoorspelling binnen waarop voorspeld wordt dat het lagedrukgebied waar we momenteel doorheen motoren zich fors uitdiept en veel wind zou kunnen veroorzaken in het gebied waar wij naar toe moeten. Met zo’n twaalf knopen, windkracht drie, schieten we niet op en als we het voor willen blijven moeten we snelheid houden. Dus wordt besloten de motor gedurende de nacht bij te laten staan.  
  
Dag 18 > 3 juli – 147 nm afgelegd, nog 145 te gaan
Touch Rain vaart schuin achter ons. Op de nieuwe gripfiles wordt nog steeds windkracht zeven tot acht voorspelt en met de twaalf knopen die er nu staan, blijft de motor aan om de benodigde zes mijl te kunnen blijven doen. Ik heb kriebels in mijn buik. Het venijn lijkt zich weer te roeren. Het zal allemaal best los lopen maar ik ga vandaag toch nog maar eens een rondje schip doen om te kijken wat er allemaal nog vast gezet kan worden.
Het is zondag vandaag, eieren met spek maar dan moeten die marmotten eerst wakker worden. Jan heeft zojuist een nieuw weertje binnen gehaald en dit ziet er veel minder dreigend uit dan de vorige dus kunnen we weer zeilen. Ze zetten de boom aan bakboord voor de genua en gijpen het grootzeil naar stuurboord voor een voordewindze koers en voor we het weten varen we onder zeil sneller dan onze motor ons kon voortstuwen.  Het is prachtig en op een seintje van Touch Rain speuren we ruim een uur de horizon af naar een door hen gespotte walvis. De vis ging waarschijnlijk richting wal want we krijgen hem niet in zicht. Vandaag onze laatste dag op volle zee dus jawel dat moet gevierd. We eten zuurkool met worst die niet kan tippen aan Unox maar die smaak denken we er gewoon bij. Als Jan een nieuw weertje binnenhaalt zijn de kriebels dubbel en dwars terug! Het vanmorgen voorspelde weerbeeld is compleet veranderd en er staat weer windkracht zeven tot acht op dit nieuwe plaatje! Shit je kunt ook nergens meer van op aan, zeker niet van een lagedrukgebied dat zich precies langs onze route een beetje komt uitleven.
De jongens besluiten, nu we zo’n twintig knopen wind hebben, onze koers zo hoog mogelijk te houden om morgenochtend bij de kust wat meer ruimte te hebben zodat niet tegen dertig knopen hoeven op te boksen. Amay we zitten weer in de wasmachine! De echte wind wordt pas rond 03.00 voorspelt dus ik ga met kriebels in mijn buik roloefeningen doen in bed. De mannen waken over mij.

Dag 19 > 4 juli – nog 70 nm te gaan
De wind raast en jankt door het wand. Door dit natuurgeweld ontstaan er overal nieuwe geluiden. Witte Raaf kraakt en piept en als ik een golf over hoor komen en het water via de afvoer van de kuip langs mijn hoofd hoor gorgelen kan ik me niet langer bedwingen. Ik moet eruit! Het is zes uur. Jan is op wacht. Er staat windkracht zeven. We varen met twee riffen in het grootzeil en de kotterfok. De golven zijn nog in opbouw maar doen al aardig hun best en bewegen staat gelijk aan apenkooien.
Zodra Gijs op wacht komt besluiten de jongens een rif te leggen in de fok door deze een stukje in te rollen. We hopen dat de wind zal afnemen zodra we dichter onder de kust komen. We zien de vijfendertig op de windmeter. Windkracht acht en toch winnen we op deze aan de windse koers nog hoogte die we pas willen inleveren als we zeker zijn dat we de baai van Sitka halen. Witte Raaf houdt zich fantastisch!
Land in zicht! Maar wat is dat, zijn we wel goed? In de verte ligt een kopie van de Mount Fujiyama!
En dan opeens wordt het rustiger. De golven worden geremd door het land maar ook de wind zakt terug tot zo’n twintig knopen. Hebben we het gehad? Jan en Gijs wisselen van bed en plek. Het uitzicht is adembenemend! Hoge scherp tegen de horizon afgetekende bergen begroeid met dennen tot de boomgrens met daarboven ijs en sneeuw op de toppen.
Zo mooi! Zo adembenemend!
Toen we Witte Raaf kochten hebben we gekozen voor haar; vanwege haar kachel; (hihihi) haar deksalon, waarvan uit je als het koud is lekker warm binnen, toch naar buiten kunt kijken en haar stalen romp, sterk in verband met eventueel ijs, want we wilden naar Alaska! En nu na al onze omzwervingen is het echt. We zijn er bijna!
Zodra de wind onder de twintig knopen wegzakt, zetten we de genua bij. Voor een half uurtje want dan draait de wind naar het noordoosten en even later staat hij recht op de kop. Aan het begin van de baai hebben we nog ruimte om af te vallen maar zodra we dichter bij land komen worden we gelimiteerd door de her en der liggende rotsen. De motor neemt het over van de zeilen en het duurt niet lang of alles is zout. Met wind tegen stroom, ontstaat een golfslag die nog het meest lijkt op die van het IJsselmeer op een slechte dag, alleen een maatje groter. Zo stampt en ploegt Witte Raaf twee uur tegen de wind in en kunnen we onze nieuwe zeilpakken toch nog testen. Jan en ik zijn ingepakt tot onze kruin, Gijs loopt rond in een T-shirt met een fleece jack. Verschil moet er wezen!
Jan heeft al contact gehad met de kustwacht om ze te informeren dat we eraan komen en als ik de havenmeester oproep is hij al op de hoogte van onze komst. Gelukkig heeft hij een plekje voor ons met stroom zodat we ons elektrische kacheltje kunnen laten snorren tot de hoofdkachel het weer doet. We informeren per telefoon de douane dat we er zijn en dan zijn we klaar. Tijd voor de aankomstborrel!

Terugkijkend is het ontzettend snel gegaan. Net als van Mexico naar Hawaï hebben we er ook nu negentien dagen over gevaren. We hebben 2508 mijl afgelegd met een gemiddelde snelheid van 5.8 = elf km per uur. Deze tocht was beslist uitdagender dan de eerste doordat er veel meer rekening gehouden moest worden met het weer. We hebben dan ook alles gehad. Van windstil tot windkracht acht. Van mist tot prachtig helder zonnig weer. Van spiegelglad water tot hoge waterbergen. En we hebben er van genoten. Door de aanwezigheid van Gijs die naast een ervaren
slecht weer zeiler ook uitermate prettig gezelschap is was deze tocht voor ons allen een ontspannen oversteek waarin voldoende tijd was om naast het zeilen, te slapen, te koken, lekker te eten, veel te zingen, te leren en te lachen. Ik denk dat ik uit ons aller naam spreekt als ik zeg, het was TOP!

Op de radio horen we dat er een grote ijsberg op drift is zo’n 150 mijl hier vandaan maar die is te groot voor in de whisky dus we gaan op zoek naar een kleintje.  
Maar vanavond gaan we eerst verse wilde zalm eten en over een paar dagen gaan we op zoek naar een gletsjer voor ijsblokjes (onze koelkast wil die niet maken) en dan langzaam aan richting Juneau waar Gijs de zestiende vertrekt maar daarover meer in ons volgende verslag.
Naar verslag 60