Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 57 Oversteek Cabo San José (Mexico) > Hilo (Hawaii)

Het blijft natuurlijk idioot. Waarom doet een mens dit? Zelfs met kamperen is het momenteel moeilijk te vergelijken want welke tentvloer helt constant over, waar wordt je van links naar rechts gerold in je bed en wanneer neemt je koffiekop op de camping spontaan de vlucht?

Dag 1 > Vertrek Cabo San José > 7 mei ‘11
Na drie nachtjes in de riante maar erg onpersoonlijke marina waar de witte plastic strijkijzers, de ruime overhand hebben, zijn we zaterdagochtend 7 mei, na een toch door de spanning onrustige nacht op de motor naar het 15 mijl verderop gelegen Cabo San Lucas gevaren. Voor vertrek Goos en Mootje nog even gezien via skype. Heerlijk!
We willen in San Lucas voltanken zodat we optimaal vol diesel zitten voor we aan de overtocht beginnen en niet al drie uur - is
toch weer zo'n 15 liter - hebben vergestookt voor we bij het uiterste puntje van het schiereiland California, Cabo Falso, het land verlaten. Onderweg maak ik op een glad zeetje alvast een ovenschotel witlof ham/kaas voor vanavond. Die hoeft straks alleen nog maar opgewarmd te worden.
Cabo San Lucas is een toeristisch gekkenhuis. Naast twee grote cruiseliners waaronder de M.S. Amsterdam van de Holland Amerika lijn worden we omringd door rondvaartboten, alle maten motorbootjes, jetski's, mooie jongedames staande op surfplanken met lange peddels en een zich niets van de hektiek aantrekkende zeeleeuw die schuin voor ons de haven uitzwemt.

De jerrycans in de bakskist worden bijgevuld en de tank krijgt er 260 liter bij. Hier moeten we het mee doen, 700 liter in de tank en 160 liter in jerrycans, meer kan er niet in. Nu zul je misschien denken waarom al die diesel, jullie varen toch een zeilboot? Jawel, beslist maar de uitdaging die we aangaan met deze oversteek is niet direct uitdagend vanwege harde wind als wel vanwege de windstilte die zich in het hogedrukgebied Pacific high bevindt. Rondom dit hogedrukgebied dat te vergelijken is met het Azoren hoog op de Atlantische oceaan, draait de wind met de klok mee en met die wind willen we naar Hawaï liften. De kunst is om in die band van wind te komen en daarin te blijven.
Normaliter ligt het Pacific high, als het stabiel is, voor de Noord Amerikaanse kust en strekt het zich uit tot aan Hawaï, maar jammer genoeg ligt het niet vastgepind en schuift het zowel van noord naar zuid als van oost naar west en vergroot en verkleint het afhankelijk van de omliggende weersomstandigheden.
Bij de Mexicaanse kust zijn we onderhevig aan andere weersomstandigheden en daar het Pacific high momenteel aan de rand van de 19º noord en 120º west ligt en wij op 22º noord en 110º west zijn, moeten we in tegenstelling tot wat we het liefst zouden willen, de kortste weg van A naar B, eerst koers zetten naar het zuidwesten.
Het weer ziet er voor de komende dagen goed uit, noordwest 15 tot 20 knopen, prima dus!
Terwijl Jan, Witte Raaf tussen de krioelende pleziervaart door laveert, berg ik de stootkussens en de afmeerlijnen weg. Die hebben we de komende weken niet meer nodig.
In de lei van Cabo Falso - waarom hebben al die kapen toch van die dreigende namen - zetten we genua en grootzeil en zodra we het hoekje om gaan, kan de motor uit.
We zijn onderweg! Scherp aan de wind weliswaar maar we zeilen! 2524 mijl in een rechte lijn van hier naar Hawaï. Met 100 mijl per dag, zo'n 25 dagen. Zijn we er al?
De wind is fris en varieert tussen de 9 en 18 knopen. Truien en pantoffels komen na vier jaar tropen uit de kast. Deining en golven uit alle richtingen maken het bewegen aan boord lastig. De eerste dagen moet je inslingeren zeggen ze. In een wasmachine is het volgens mij beslist rustiger, dus inslingeren zullen we.

Met onze schoon gekrabde kielkast - we hebben in San José alle flora en fauna van de kielkast laten verwijderen - scheren we zelfs met 12 knopen wind met zo'n 5 mijl per uur door het water.
Dit verhoogt zich met het toenemen van de wind tot zo'n 7 en dat is maar goed ook want we worden door de stroom 2 mijl teruggezet. ’t Zou zomaar een leuk rekenvraagstuk kunnen worden. Met een rif in het grootzeil en de fok varen we de nacht in.

Dag 2 – 8 mei ‘11 > 22 21N – 110 45 W > 78 nm afgelegd
Gek toch wat het ontbreken van zicht met me doet. Met daglicht zie je de kolkende watermassa’s en toch vind ik dat prettiger dan zo'n eerste nacht waarin ik het water hoor bruisen langs de romp terwijl we soms plotsklaps worden opgeschrikt door een golf die zich met een luide knal stukslaat op de boeg. We varen Speedy Gonzales en Witte Raaf snijdt er mooi doorheen. De wind varieert in kracht en richting dus we moeten regelmatig de zeilen bijstellen en door de onrustige zee komt er van slapen niet veel terecht maar we houden ons strikt aan het door ons ingestelde wachtsysteem. 'Slaap je niet dan rust je toch', zou Hans zeggen.
Jan meldt ons aan bij het Seafahrers radionet. Deze organisatie van HAM radioamateurs zoekt iedere avond om 0300 GMT contact met de zeilers onderweg en houdt hun positie bij op hun website. Daarnaast bieden ze waar mogelijk hulp in geval van problemen. Ze zijn in het bezit van sterke radiozenders en bestrijken met een klein groepje mensen de hele Pacific. Het is fijn te weten dat zij weten waar we zijn op deze immense watermassa.
We zien schildpadden, een springende rog, verschillende soorten stormvogels en zowaar een kokmeeuw, die we al in geen jaren meer hebben gezien. We houden ons zo rustig mogelijk; rommelen met de zeilen, luisteren naar de verschillende radio-netten en lezen veel. We voelen ons beiden moe maar opgewekt, op zoek naar ons ritme.

Dag 3 - 9 mei ‘11 > 21 23N - 113 01W > 218 nm afgelegd:
We gaan de derde nacht in. Na deze nog maar tweeëntwintig. Ik moet grinniken om mijn eigen, 'hoe reken ik me rijk methodiek', die ik ook regelmatig toepas op geld dat ik ‘verdien’ omdat ik iets niet heb gekocht.

De dag is omgevlogen, gevuld met klusjes en klussen. Iedere handeling kost met één hand veel meer tijd dan normaal omdat je je constant moet vasthouden.
Zo ontdektem we een klein lekje bij het voorluik waar een constant stroompje zeewater door naar binnen komt. In eerste instantie dachten we dat dit te wijten was aan de beschermhoes die tussen het frame zat ingeklemd dus in zwemvest, aangelijnd, gewapend met een schaartje naar het voordek de hoes losgeknipt. Jammer maar helaas dit blijkt niet de oorzaak. Deze ligt in het feit dat de kit tussen het plexiglas en het frame heeft losgelaten. Maar hoe dicht je zoiets met constant vrolijk bruisend boegwater aan dek.
Na rijp beraad wachten we tot de wind wat minder is en verleggen we de koers zodat we minder water aan dek krijgen. Terug naar het voordek, nu met een grote bobbel droge doeken, een rol high speed tape en een schaar. Met mijn rug naar de golven, plat op mijn billen op het dek zittend, hoop ik het water lang genoeg tegen te kunnen houden om de boel droog te wrijven en te tapen. Achteraf kan ik er om lachen maar op het moment dat ik daar zat klonk ik beslist anders. Wie ben ik om te denken dat ik het water kan stoppen, het is hier nu eenmaal geen kwestie van een vinger in het gat van de dijk. Na heel wat verwensingen en nieuwe stukken tape lukt het toch, het lekje is gedicht!
Verder spoelen we de watermaker, haalt Jan weergegevens binnen via de kortegolfradio en geef ik wat stuntelig onze positie door aan de netcontroler van het Amigonet. Hij bespaart me zijn commentaar en spreekt me aan bij mijn voornaam terwijl ik hem die niet heb verteld. Even later wordt een medezeiler op niet mis te verstane wijze gecorrigeerd en onderwezen in de correcte wijze van het doorgeven van hun positie. Ik luister en leer. Er is vandaag maar één kop koffie omgegaan en er dook een bamihapje spontaan naar de galleyvloer. Vies hoor al die plaksliertjes.

Dag 4 - 10 mei ‘11 > 20 42N - 115 28W > 362 nm afgelegd:
Mijn radiowerk krijgt een compliment vandaag. Van mijn schipper wel te verstaan maar dat drukt mijn pret niet. Vandaag is Waldy jarig dus zingen we er lustig op los. Gefeliciteerd!
Slapen blijft lastig door de schuivers die Witte Raaf regelmatig maakt. Qua benaming houden we het op de Grote want stil kan ik haar momenteel echt niet noemen. Vanmiddag piept de zon door het wolkendek en licht het water koninklijk blauw op. De wind komt van schuin achterin, de deining en golven uit verschillende richtingen en soms kleurt het azuur tot aquamarijn blauw in een brekende kop. Opstuivende waterkammetjes en door onze boeggolf veroorzaakte omhoog springende witte fonteintjes klateren vlak naast ons. Het water viert feest. Achter een grote blauwe neerstortende watermassa vormt zich een kuil.
Ook vandaag beslist geen geplaveid wegdek maar we wennen langzaam aan de bewegingen en hebben er minder last van.

Dag 5 - 11 mei ‘11> 19 51N - 117 48W > 506 nm afgelegd:
De hemel is volledig bewolkt waardoor het wateroppervlak zilvergrijs kleurt. De deining is minder hoog en komt trager in. Het is fris, we dragen sinds tijden weer lange broeken, truien en natuurlijk onze pantoffels. We zijn allebei moe en besluiten tot een ‘low profile’ dag. Na het radionet - het gaat me steeds beter af - en een ontbijt van fruit en qruesli mag ik te kooi. We gaan tegen alle verwachtingen in als een speer met een daggemiddelde van zo’n 135 mijl maar we varen nog steeds een zuidwester koers richting
19de breedtegraad. Morgen kunnen we als het goed is rechtsaf, pal west. Dan gaan we eindelijk recht op het doel af en is iedere mijl er echt eentje minder.
De wind is vlagerig. Jakkie vind ik zeilen leuk? Alleen met constante kleine zeilaanpassingen blijft Witte Raaf op dit voordewindse rak goed op koers. Een beetje met de zeilen pielen, oké dat is de lol maar 's nachts, in je uppie, in het donker, met een lampje op je kop een beetje touwtjes trekken om ze daarna weer te vieren? Wie heeft dit uitgevonden?

Dag 6 - 12 mei ‘11 > 18 58N 122 04W > 757 nm afgelegd:
Vannacht voor het eerst echt diep geslapen. Opgekruld in het hoekje van de bank met een kop koffie in de hand wrik ik één voor één mijn ogen open terwijl Jan me de wacht overdraagt. Ook vannacht is de wind wisselvallig maar met de automatische piloot een tandje hoger blijven we redelijk op koers. We gaan fantastisch. Tegen alle verwachtingen in is de wind ons gunstig gezind en we hebben de motor nog niet nodig gehad terwijl we toch al zo'n 700 mijl hebben afgelegd.

Zo imposant groots. Een zich steeds op elkaar afstemmende cirkel van constante bewegende energie tussen wind en water. Afhankelijk van het licht, het is momenteel bewolkt, kleurt  het water van zilvergrijs tot helder koningsblauw. Alle blauw en grijstinten die er met verf te mengen zijn, in een onnavolgbaar palet. Moeders Hans zou hiervan hebben genoten.
Samen met tussen de golfkoppen door scherende stormvogels, wat vliegende vissen en een meelijwekkend aangespoeld inktvisje aan dek, lijken wij de enigen. Een groots omvattend niets dat tegelijkertijd alles is.
Zo uitgestrekt zonder enige inmenging van mensenhanden aan de horizon. We hebben sinds vertrek één schip in de verte gezien en horen al dagen niets meer op kanaal 16. Ik voel me nietig en klein en tegelijkertijd zo rijk dat ik dit grootse geheel mag aanschouwen.

Ay, ik zit met klitklonten in mijn haar en het is me echt te koud om me aan een zoutwaterbad bloot te stellen. 't Wordt tijd dat we de binnendouche in gebruik gaan nemen. Toen ik vanmiddag een paar zoute kledingstukken zat uit te spoelen op het achterdek kwam, toen ik hem wilde verplaatsen vanwege een irritante tik, de haak waar we gevangen vis mee aan dek hijsen, spontaan omlaag vallen boven op mijn kop. Nadat ik hem beter bevestigd had en doorging met spoelen, kleurde mijn spoelwater rood. Op mijn verzoek aan Jan om een doek werd niet direct gereageerd maar op mijn aandachtvragende NU, schrok hij zich een
hoedje want door een piepklein gaatje wist mijn hoofd er toch een hoop bloed uit te gooien waardoor mijn gezicht was verandert in een angstaanjagend gestreept masker. Na drie minuten goed dicht drukken, een betadine behandeling en voor het eggie dicht gespoten
met hansaplast spray kan ook ik nu zeggen dat ik een gat in mijn hoofd heb gehad. Of beter gezegd een gaatje want Jan kon het nauwelijks vinden zo klein was het. Maar ja wat nu met die klitklonten?
We zijn op een kwart! Om het te vieren mogen we beiden een borreltje EN een warme douche. Wat een traktatie, schone klontklitvrije haren en een heel schoon velletje.

Dag 7 - 13 mei ‘11 > 18 52N 124 32W  > 897 nm afgelegd:
Op het beeldschermpje van de GPS in de kajuit heeft Jan vier kolommen geselecteerd waarin de nog af te leggen aantal mijlen naar Hawaï, de totnogtoe afgelegde mijlen, de ware koers over de grond dus inclusief drift en stroom en de snelheid over de grond worden weergegeven.
Vooral de nog af te leggen mijlen naar het doel verschaffen ons veel plezier want we tellen van 2524 terug naar 0 en zodra we de 2011 eenmaal achter ons hebben gelaten, wordt het een 'going back in the time' wat er in dat jaar is gebeurd. Geboortejaren van kinderen, broers, zussen, vrienden en ouders schuiven per afgelegde mijl voorbij maar nu we in het jaar 1730 zijn beland moeten we tot onze spijt bekennen dat we beiden beslist niet jaartal vast zijn en tja op de Slag bij Nieuwpoort moeten we echt nog wel een dagje wachten. En dat noemt zich juf!
Vrijdag de dertiende blijft een beladen dag. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet was Hans haar motto. Nu is het niet verroeren op onze voort hobbelde Raaf beslist onmogelijk maar het nihileren van onze activiteiten is gelukt. We hebben alleen maar een winchrem kapot gedraaid!

Dag 8 - 14 mei ‘11 > 18 50N 126 51W > 1031 nm afgelegd;
De zee bokt, van slapen komt niet veel. Regelmatig slaat een hoge golf zich stuk tegen onze romp waardoor Witte Raaf uit balans raakt en heftig heen en weer zwiept. De wind is wisselvallig en schommelt tussen de vijftien en tweeëntwintig knopen. Zodra de wind toeneemt, loeft ze tot de wind weer wegvalt.
Zo zwabberen we als een dronken droppie over dit oneindig lijkende water.
Bij jullie al tien uur, hier pas net dus ik heb een 34 uurs verjaardag! Ik denk dat ik maar een dagje uit ga, hihi.
Arme Jan slaapt voor geen meter door de wat ongecoördineerde slingers en komt ieder uur even kijken of het wel goed gaat. Eerst klinkt het, " staat er niet teveel wind?" en even later "hebben we wel genoeg zijl op?" In bed valt het nu niet mee maar buiten in de kuip vier ik mijn feestje bij unieke omstandigheden. De buienrug waarvan wij alleen het staartje hebben meegepakt, trekt voor ons uit. De hemel is helder bezaaid met ontelbaar veel sterren, de maan strooit gouden poelen licht op het dansende water.. En Witte Raaf, die danst hierop mee, al doet ze dat sinds ik een rif uit het grootzeil heb gehaald en de genua wat heb vergroot wel met wat meer souplesse.  
De zon neemt het over van de maan en viert het met ons en zodra Jan wakker is genieten we met een kop koffie en brownies van het prachtige spektakel dat oceaan heet. Uren kan ik kijken naar de blauwe watermassa's die ons achtervolgen en inhalen. Waarom kleurt de top van een golf die breekt tot aquamarijn? Jan houdt het erop dat de onderkant van de golf die kleur heeft. Volgens mij heeft het te maken met de lichtinval bij stil- en terugvallend water. We filosoferen over de oorzaak van het verschil in hoogte van de golven. komt dit door de bodemgesteldheid en komen sommigen verder omhoog omdat ze zich boven een bergrug onderwater bevinden of is het gewoon een kwestie van luchtledigheid erboven waardoor ze zich verder kunnen opstuwen. Iedere vraag roept een volgende op. Jan zingt me toe terwijl de giek hem bij een bepaalde windhoek als didgeridoo (bedankt Gijs) begeleidt.
En wat heerlijk al die lieve felicitaties via de mail!!! Dank jullie allen. Zuurkool met worst en een warme douche voltooien mijn unieke verjaring en gevoelsmatig waren jullie er allemaal bij.

Dag 15 - 22 mei ‘11 > 19 43N 146 38W > 2179 nm afgelegd;
De wind jaagt ons voort. Gek toch dat die onschuldige witte schapenwolken treintjes die overdag langs tuffen er 's nachts zo angstaanjagend uit kunnen zien. Waar regen in zit is een versnelling van wind te verwachten dus turen we de hemel af. Een frontje trekt schuin over, de mijlen tellen af.   
We hebben nu oostenwind dus recht voor het lapje. De watermuren komen zowel recht van achter als schuin in en regelmatig wordt Witte Raaf hoog opgetild waarbij er achter haar een diep niets ontstaat. Zo schommelen en slingeren we voort. Vandaag lijkt het er op dat we naast de passaat ook de stroom hebben opgepakt waardoor onze snelheidsmeter regelmatig de zeven laat zien. Naar het eruit ziet wordt dit onze laatste zondag op zee deze passage. Zonder eieren met spek dit keer want die hebben we voor mijn verjaardag al genuttigd. Met de nu doorstaande passaat varen we met een gemiddelde van 6 mijl recht op ons doel af. Het radiocontact met de netjes in Mexico is nauwelijks meer te horen maar het Seafahrersnet is iedere avond luid en duidelijk te verstaan. Nog maar iets meer dan vierhonderd mijl!

Dag 16 - 23 mei > 19 38N 149 11W > 2326 nm afgelegd;
Het is donker. De maan is net op maar verstopt zich achter grote donkere wolkenruggen die ons achterna jagen. Regelmatig rollen we, net voor zo'n grote jongen ons bereikt, de genua een stukje in, om schade te voorkomen. Het blijft iedere keer weer afwachten of er veel wind in zit maar soms knalt de windmeter door naar ruim dertig knopen en dan zijn we blij dat we de moeite heb genomen om te reven. Nadat de wolk is overgedreven moet de genua er weer volledig bij om voldoende snelheid te houden om de achterop komende deining die met de dag lijkt te groeien, voor te blijven. Al met al houdt het ons lekker bezig en ondanks dat we geen scheepvaart zien, hebben we geen tijd voor verveling tijdens de wachten. Tijdens de overdracht van de wacht is een grote donkere wolk op komst. Fijn, Jan blijft gezellig even bij me tot hij recht boven ons hangt.
Vandaag is Hauke jarig. Van harte zusje!
De oceaan maakt er een zooitje van. Tussen de cycli hele hoge watermuren, kriskrast van alles aan deining ongeorganiseerd dwars door elkaar. De hoge reeks is over het algemeen goed georganiseerd en dus geen probleem. Ze tillen Witte Raaf hoog op en op de top accelereert ze fantastisch. Nee het zijn de dwarsliggers die voor de onrust zorgen. Die schuiven haar van links naar rechts en regelmatig komt er zo'n golf boven het gangboord uitpiepen. Even binnen gluren?
We houden ons rustig want bewegen kost teveel energie omdat je constant bedacht moet zijn op vreemde zwiepers. Het ziet er naar uit dat onze acculader is overleden, al hopen we natuurlijk dat hij nog te repareren is. We eten Chinese biefreepjes met rijst.

Dag 17 - 24 mei ‘11 > 19 49N 151 24W > 2454 nm afgelegd;
De omstandigheden zijn mild vannacht. De halve maan is net spectaculair mooi opgekomen achter een wolkje dat hierdoor goud omlijst hangt. Ze verlicht de horizon en toont zo hier en daar een wolkenflardje. De wind is vrij stabiel met zo'n 20 knopen recht achterin en ook de deining houdt zich redelijk koest. Geen buien vannacht dus tijd om te schrijven. Het gaat nu snel. Als alles goed gaat nog maar drie nachtjes.
Bij een onverwachte beweging stap ik hard in iets scherps. Een verdwaalde glassplinter van een gesneuveld glazen schaaltje. Jan probeert hem er met een pincet uit te friemelen maar we slingeren teveel. Morgen bij daglicht maar proberen.  
Beslist te vroeg gejuicht! Vanaf het moment dat ik naar bed ga, begint het spektakel. Komt het door stroom? Echt begrijpen doen we het nog steeds niet maar opeens komt er een deining bij van dwars in. Het spelletje 'hoe duw ik Witte Raaf om', houdt uren aan en ons  wakker. Wat je noemt een speelbal op de golven. Oceaan varen leuk? Zo beslist niet.

Dag 18 - 25 mei ‘11 > 19 42N 154 15W > 2618 nm afgelegd;
Na een onrustige nacht halen we overdag slaap in. Het is prachtig weer en de deining komt nu weer beter georganiseerd met langere tussenposen van ongeveer 10 seconden.
Met voldoende licht en een scherp pincet gaat Jan de glassplinter in mijn in Biotex geweekte schone voetje te lijf. Soms schraapt de pincet er even langs maar hij zit te diep. Hier moet in gesneden worden en nu we zo dicht bij land zijn lijkt het beter om dat aan een professional over te laten. We verzinnen een constructie met een dop die met een zwachtel over de plek wordt vastgehouden zodat ik hem niet verder naar binnen kan duwen als ik er per ongeluk op ga staan. Balans was al een aandachtspunt maar wordt nu beslist een uitdaging.

Na een paar uur in het zonnetje in de kuip ga ik aan de slag met de Amerikaanse regelgeving. Jan heeft ons per mail aangemeld bij immigratie en douane en we kregen een mail terug dat we van harte welkom zijn maar zonder verse groente, fruit en vlees. Dus maak ik een huzarensalade en een tortilla van de laatste aardappelen, knoflook en uien en alles dat verder over is gaat in een pastasaus. Ik bak gehaktballetjes en biefstuk aan. Op nog twee stuks fruit na voor morgenochtend is al het verse groenspul op. Er moet alleen wat vlees naar de haaien maar met een inkoop voor ruim vijfentwintig dagen en een vaart van negentien hoor je mij daar niet over klagen.  En de haaien, ……..verandering van spijs doet eten.

Dag 19 - 26 mei > om 11.00 uur afgemeerd
Het is stikdonker en de enige manier om buien aan te zien komen is op de radar. Jan heeft er tijdens zijn wacht maar eentje recht over gehad. De rest schoof rechts en links voorbij. We horen stemmen van de Amerikaanse kustwacht op de radio. Toch niet alleen op de wereld!
De aankomsttijd schommelt naar gelang de snelheid tussen 05.00 en 09.00 uur. We hebben nog steeds zo'n achttien knopen wind en schieten met zes mijl goed op. Wel niet helemaal de goede kant op maar dat corrigeren we wel als we dichter bij land zijn. Een bui trekt recht over. Tweeëndertig knopen wind, ik zie 9.1 op de snelheidsmeter!
Precies conform de voorspelling valt op vijftien mijl voor het eiland de wind weg. Nee niet een beetje minder, … gewoon helemaal weg! Fijn nu heeft de motor toch niet helemaal het gevoel dat hij voor spek en bonen mee mocht. Wolken stuwen op tegen de bergen en hullen het eiland Hawaï in een grijze waas. De radar meldt ons dat we goed zitten, er ligt echt land vooruit!  
Groene weiden en bossen op een langzaam omhoog glooiend terrein. Het doet nog het meest denken aan de Azoren. De top van Mauna Kea, de oude hoogste vulkaan van het eiland, verschuilt zich. Achter een hele
grote pier ligt helemaal in het hoekje een kommetje met twee zeilschepen achter hun anker en een stuk of zes met hun kontje naar de wal, de zogenaamde med mooring. Na een rondje haven laat Jan het anker vallen
terwijl ik Witte Raaf langzaam achteruit
vaar. Aloha Hawaii, we zijn er en liggen veilig vastgeknoopt en doodstil in Hilo Hawaï.
We hebben in het totaal 2667 nautische mijlen (een kleine vijfduizend kilometer) afgelegd met een gemiddelde van 5.8 mijl per uur in 19 dagen.

We hebben 143 mijl meer afgelegd om gebieden met windstilte te vermijden en de passaat op te pakken. Dit was mogelijk doordat we gripfiles (windpatronen) binnen konden halen waarop we ons beleid regelmatig konden aanpassen.
Het grootste gedeelte van de tocht hebben we met de twee voorzeilen uitgeboomd gevaren waardoor we flexibel waren met onze koers  zonder gijpgevaar en we ontspannen konden zeilen. Het was een on-gecompliceerde maar qua zeegang onrustige passage.

Naar verslag 58