Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Naar verslag 57
Grote delen van het dek zijn afgesloten omdat het moet drogen.
Jan heeft in mijn afwezigheid keihard gewerkt. Er is een nieuwe dieptemeter, een nieuwe windvaan, een nieuwe wind indicator, een wind snelheidsmeter en een nieuw magnetisch kompas geïnstalleerd. Verder is de omvormer omgebouwd om 110 volt te kunnen accepteren, hebben we er twee nieuwe grote nieuwe diesel filters voor de motor bij, is de dynamo opnieuw afgesteld, is de olie lekkage van de generator opgelost en heeft Jan de galley- en de kajuittrap gevernist.

Op de nieuwe watermaker na zijn we klaar voor dat wat we willen doen. Whatever that might be!

La Cruz > Punta Mita – 14 april 2011
Voor de watermaker moeten we naar Mazatlan, tweehonderd mijl noordelijker. We besluiten een tussenstop te maken in de baai onder Punta Mita om weer even het gevoel van vrijheid te ervaren. Een marina is heerlijk als je grote inkopen moet doen maar er gaat toch niets boven de privacy van lekker op de wind achter je anker liggen.
We nemen afscheid van Ria en Waldy en varen op ons gemakje naar een rustige baai om de hoek. De ochtend vliegt om met kleine klusjes maar ’s middags nemen we het ervan. Tenminste totdat er een paar bijen overvliegen als voorhoede van de zwerm. Als een razende schiet ik naar binnen en sluit het luik en de ramen voor de grote kluit naar binnen kan. Het twintigtal dat al binnen is al erg genoeg, het volk met de koningin plakt zich in razende vaart op het achterste hoekje van de bimini. Opeens is Witte Raaf het thuis van een heus bijenvolk.
Natuurlijk is het een leuk idee om je eigen honing fabriekje aan boord te hebben maar om vanaf nu de hele tijd in een imkerpak rond te moeten lopen, trekt ons beiden niet aan. De twintig binnen vinden de dood onder de vliegenmepper, de rest zoemt er buiten lustig op los. Met mijn allergie voor deze lieflijke beestjes ben ik als de dood en durf niet naar buiten.
Gelukkig heeft Jan in de marina gezien hoe dit probleem kan worden aangepakt. Gewapend met een emmer met zeepsop (wasmiddel) gaat mijn held ze te lijf. Na drie emmers ligt vijfennegentig procent voor apegapen. Wel triest dat we zo iets moois moeten uitroeien maar hoe moet het anders? Drie dagen later vliegen er nog steeds een stuk of tien rondom de Raaf, op zoek naar hun koningin.

Punta Mita > Isla Isabella – 16 april 2011
Isla Isabella is een nationaal park en op wat vissers na, onbewoond door homosapiens. Verschillende vogelsoorten hebben het eiland tot hun habitat gemaakt. Aangezien er een paar kleine ankerplekken zijn tussen vrij hoge rotsen willen we bij daglicht aankomen en dus vertrekken we tegen de middag. De wind waait met kracht 2 tot 3 uit het noordoosten. Rond 17.00 uur valt hij helemaal weg. We hebben twaalf
mijl de verkeerde kant op afgelegd maar heerlijk gezeild. Het wateroppervlak weerspiegelt de volle maan terwijl we op ons dooie akkertje de nacht in tuffen. We kunnen nog zo’n vier uurtjes zeilen, verder doet
de motor het werk dit keer. Al bij zonsopkomst worden we omringd door verschillende soorten boobies
en stormvogels en rond negen uur ratelt de ankerketting omlaag en liggen we in de oude verzonken krater van Isla Isabella. Naast ons liggen alleen een paar kleine houten bootjes met mannen die via uitgeworpen
lijntjes een vis proberen te vangen. Pas later begrijpen we dat dit opkopers zijn van de vis die de lokale, aan het strand wonende vissers binnen brengen. Hun lijntje is puur tijd-verdrijf.

Het is vandaag paaszondag dus ontbijten we uitgebreid met gekookte eitjes die ik voor de eerste keer niet heb geschilderd. Jammer maar ze smaken er niet minder om. Het is een wirwar van vogels om ons heen en we zijn er regelmatig getuige van hoe een slimme fregatvogel de vangst van een kleine meeuw of boobie afpikt. Pure piraterij maar noodzakelijk doordat de structuur van het fregatten skelet niet is gebouwd om zelf het water in te duiken om te vissen
en daarna weer op te stijgen.
’s Middags gaan we aan de wal. We tillen  Lieke hoog en
droog het strand op en leggen haar tussen haar grote broers. De struiken zitten vol fregatvogel nesten met volwassen vogels en hun kuikens. Hele grote uit de kluiten gewassen kuikens wel te verstaan want een kippenkuiken past er zo tien keer in. Groot, wit en pluizig en dat zit dwaas om zich heen te kijken en te wachten totdat ouderlief met een krop vol gejatte vis terugkomt.  
Op een gesjeesde fregatvogel, die duikvluchten op het hoofd van Jan uitvoert, na trekt de rest zich niets van ons aan. Vlak bij het pad zitten een aantal volwassen vogels met gespreide vleugels te zonnen op de grond. Zodra we de struiken gepasseerd zijn, struikelen we bijna over een kruisende meeuw die ons met
afleidingsmanoeuvres probeert weg te lokken bij haar nest met kuikens. Deze zijn wel klein en schattig wit met zwarte stipjes. Als we ons niet laten bedotten door de ouder keren beide jongen ons de rug toe alsof ze willen zeggen; “als wij jullie niet zien, zien jullie ons ook niet.”
Weer iets hoger zitten de boobies met hun jongen. Bruine, geelvoetigen en blauwvoetigen. Hun jongen zien eruit als witte pluizenbollen en zitten er wat onhandig bij. De ouders schuifelen wat onrustig heen en weer als we ze te dicht naderen maar zolang we op zo’n meter afstand blijven, geven ze geen krimp en als we ergens op een rotspunt gaan zitten kijken, komt er één nieuwsgierig op Jan af. Zo’n vreemde eend heeft hij nog nooit gezien!
De boobies hebben geen eieren meer en het is een komen en gaan van ouders die aanvliegen met eten voor hun kroost. Vooral de landing van deze op de grond beslist onhandige vogels is meer dan lachwekkend.
Met vooruitstekende grote platpoten en een naar voren gekanteld onderlijf brengen ze zichzelf in een bijna stall totdat ze de grond bijna raken waarna de poten omlaag gericht worden zodat ze zichzelf Flinstone-achtig mee rennend kunnen opvangen.

De meeste meeuwen zitten nog op eieren totdat we te dicht bij komen want dan laten ze hun nest open en bloot liggen en gaan zo’n drie meter verderop staan krijsen. Goed oppassen dus waar we onze voeten neerzetten want anders zijn het geplette meeuwtjes en kunnen pa en ma opnieuw beginnen. Eentje voelt zich veilig genoeg en blijft op haar nest zitten terwijl ze met haar bek open en tong naar buiten op zoek is naar afkoeling. We kunnen hier uren blijven zitten en kijken.

Een jonge geelvoet kan niet wachten op z’n eten en tikt met zijn snavel tegen die van zijn vader alsof hij zeggen wil, “komt er nog wat van?” terwijl rondom de meeuwen kijken of ze een graantje mee kunnen pikken. Als zowel Pa als jong hun vleugels spreiden kunnen de meeuwen er niet meer bij en krijgt de kleine toegang tot de krop waar zijn verlangde maaltje inzit.  

Morgen wilden we eigenlijk naar de andere kant van het eiland maar het weerbericht voorspeld dat de wind vannacht recht onze baai in zal komen en die wind kunnen we beter gebruiken om ons naar Mazatlan te laten blazen. Verandering van plan dus, alles vaarklaar en rond 18.00 uur halen we het anker op en varen tussen de voor de baai gelegde visnetten door naar buiten.
We spreken af elkaar te treffen in de kathedraal voor de paasmis en daarna op Witte Raaf te brunchen.
Annemieke, de vriendin van Patries die ondertussen is gearriveerd laat zich net als Patries heldhaftig overvaren in Lieke en we genieten van zon, wijn en van ‘last minute’ geschilderde eitjes.
Mazatlan heeft een gezellige oud centrum met daarom heen uitgestrekte stadsdelen. Geankerd in de oude haven liggen we vlak bij het centrum maar voor winkels moeten we verderop zijn en binnen de kortste keren kennen we de verschillende buschauffeur's op onze vaste routes richting supermarkt en homedepot.
De leverancier van de watermaker is ruim een week vertraagd maar we vermaken ons hier prima. Zo genieten we van een meer dan heerlijk
diner aan boord van Vreeland en beklimmen we met Patries en Annemieke de op twee na hoogste vuurtoren die op een steile rots staat.     

Het inbouwen van de nieuwe watermaker blijkt uitdagingen met zich mee te brengen doordat het Amerikaanse imperiaal stelsel afwijkt van ons metrieke en bepaalde aansluitingen dus niet op elkaar passen. Maar geen probleem te groot of er is een oplossing voor en na anderhalve dag functioneert hij. We hebben een nieuwe watermaker! Eentje die functioneert op 220 volt dit keer maar wel één die 80 liter drinkwater per uur produceert en het hopelijk beter doet dan onze vorige.

Ondertussen is het ei, waar gaan we heen en hoe, gelegd. Een zomer in de Sea of Cortess lijkt ons te heet
en langs de westkust van Noord Amerika omhoog is volgens de verhalen in dit seizoen met harde wind en stroom tegen, hoge golven en veel mist beslist geen makkie. Na alle voor- en nadelen tegen elkaar te hebben afgewogen blijkt Alaska als bestemming, via Hawaï rondom het Pacific High, de gewenste optie. Dit met een maat die ons het gedeelte van Hawaï naar Alaska komt versterken.

Aangezien het orkaan seizoen hier per 1 juli ingaat en we beslist geen aanvaringswens hebben met een van deze wind giganten, krijgen we opeens haast. We willen begin mei hier weg zodat we ergens begin juni in Hawaï aankomen. Zelfs Hawaï ligt nog in de risico zone maar het komt maar zelden voor dat orkanen in het begin van het seizoen al zover komen.
We slepen tassen vol boodschappen aan want het gaat niet alleen om vers spul voor de drie tot vier weken naar Hawaï maar ook om algemene zaken voor de volgende trip van nog een keer zo’n periode en met de goedkope peso hier in Mexico schreeuwt ook de drie maanden Alaska om proviandering. Mexico is nu een-maal een stuk goedkoper dan de hierboven liggende landen.
Ik vind een supermarkt waar de slager bereidt is ons benodigde vlees per portie vacuüm te trekken en in
te vriezen zodat ons koelplaatje zich niet over de kop hoeft te werken. Patries en Annemiek zijn zo lief om het met hun gehuurde auto bij ons te bezorgen waarna we voor de komende maanden afscheid nemen want Vreeland gaat via de kust omhoog naar Vancouver waar we ze aan het einde van dit jaar weer hopen te zien.

Mazatlan > San Jose del Cabo - 2 mei
Sterke tegenwind dwingt ons tot een dag uitstel maar aangezien en de weersvoorspelling meldt dat de wind gedurende de nacht zal afnemen, zeilen we rond 20.00 uur de haven uit. In het donker beginnen aan een trip vinden we geen van beiden echt prettig en dit gevoel wordt versterkt door een bokkige zeegang. Van slapen komt niet veel. Gelukkig is het maar 200 mijl naar de andere kant waar we San José del Cabo willen aandoen om uit te klaren.
Rond vier uur ’s ochtends neemt de wind af net voordat de zon opkomt. Het is een prachtige dag en we maken voor het eerst 480 liter drinkwater. Hoppa zo de tank in. We zien verschillende schildpadden, dolfijnen, de wingtips van een manta, vlinders en een kleine geelgroene vogel. Wat doet die kleine makker hier zover uit de kust? Tegen de avond landen er twee middelgrote bruinzwarte vogels op de zeereling. Gezellig, logees voor de nacht.

San José del Cabo - woensdag 4 mei 2011
De kust van de Baha, het hele lange schiereiland voor de westkust van Mexico, ligt er droog en dor bij in scherp contrast met de tientallen goed gesproeide golfbanen. Net voor aankomst is de gasfles leeg. Mooi
dan kunnen we die hier nog laten vullen voor de grote oversteek. De marina van San José ligt in een mooi beschermde kom in ‘the middle of nowhere’ en is ronduit riant te noemen. Op de douches na want dat is een armetierig zooitje in een portocabine maar ze hebben warm water dus mij hoor je niet.

Het ligt hier vol met heel veel, heel duur, heel veelvuldig gepoetst plastic speelgoed. Het is warm. Zonder auto kom je hier nergens want voor de bus moet je zo’n twee mijl lopen voor je in het dorp komt. De marinero’s zijn bereidt voor ons uit te checken tegen een riante vergoeding dus besluiten we voor dat geld een auto te huren waarmee we ook meteen groente en fruit kunnen inkopen. Na een uitermate gezellige avond in het Sportcafé waar we leuke mensen ontmoeten, moet er worden gewerkt. De laatste was naar de wasserij, een nieuwe accu kopen voor de generator, groente en fruit inslaan – beslist van mindere kwaliteit dan in Mazatlan - en op tijd naar Cabo San Lucas waar de immigratie is gevestigd. Ze zijn hier duidelijk niet gewend aan buitenlandse uitklaringen maar de jongeman die ons helpt vindt het leuk en na het invullen van een massa paperassen zijn we vrij.
Nu alleen nog naar de havenmeester bij ons in het dorp. Daar een papiertje halen, met dat papiertje naar de bank om te betalen en dan weer terug voor de gewenste stempel. Pfff we zijn uitgeklaard en kunnen weg. Maar eerst nog lekker een nachtje rustig slapen!