Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Naar verslag 56
Bij terugkomst ligt de vanmorgen gearriveerde Statendam klaar voor vertrek. Terwijl de trossen worden losgegooid roeien wij in Lieke terug naar boord en zodra we daar aankomen klinkt hun scheepshoorn, drie  korte ‘hoebs’ dat ‘ik sla achteruit’ betekend. Ik grijp onze oude scheepshoorn en ‘sprint’ naar het voordek. Terwijl ik drie redelijk
klinkende tonen weet te produceren, lacht Jan zich een breukje. “Jootje, denk je nu echt dat die gasten daar boven in hun airconditioning jouw gepiep kunnen horen?”, hikt hij. Terwijl ik me verontwaardigt omdraai, klinkt de dingdong van de scheepsintercom.  “Ladies and gentlemen this is your captrain speaking.
The next message is for our Dutch passengers. Dames en heren, aan onze stuurboord zijde liggen twee Nederlandse zeilschepen en een daarvan heeft ons zo juist een goede reis toegewenst met haar scheepshoorn. Dit zullen wij vanzelfsprekend gepast beantwoorden” Terwijl ik sta te stuiteren op het voordek galmen er drie prachtige lange lage tonen door de baai, gevolgd door zeven korte in een melodietje dat ik niet kan beschrijven. Terwijl ik uitgelaten sta te zwaaien neemt Jan via de radio contact op met de captain om hem te bedanken voor deze prachtige serenade.

Huatulco > ? – 24 februari 2011
Na bijna een week is het hoog tijd om verder te gaan. Aangezien we het komende stuk veel wind en stroom tegen zullen hebben is het zaak goed naar de voorspellingen te kijken. Zodoende plannen we om tegen de avond weg te gaan want volgens de berichten valt de wind ’s nachts weg. Ondanks alle goede berichten hebben we toch nog vijftien knopen recht op de neus maar na een paar uur wordt het rustiger en ’s ochtends, dwars van Puerto Angel is het bijna windstil. Tussen de kaap en Acapulco liggen geen goed beschutte baaien dus vort met de geit. Tot een uur of twee ’s middags hebben we een rustige landwind. Door de opwarming van de lucht boven land draait de wind ’s middags en krijgen we hem met vijftien tot twintig knopen op de kop. Kruisend maken we toch een goede voortgang en zodra het donker wordt, verdwijnt de wind totaal zodat we een rechte koers kunnen varen. Zo motoren we met hulp van het grootzeil gestaag noordwaarts. Zodra de landwind er is, steken we naar buiten om ons met de zeewind weer naar binnen te laten zetten.
Grote groepen dolfijnen waarvan de jongen buitelen en springen, een walvis die opspringt en haar/zijn grote logge lijf als een heus bommetje terug laat vallen in een grote splash, een rog die zich plat op het water laat vallen, er is genoeg te zien.
’s Nachts passeert de MV Jula ons van achteren op een mijl. De sterren fonkelen, het is prachtig!  
Aangezien de voorspellingen goed zijn en we begin maart in Vallarta willen zijn in verband met mijn vlucht naar Nederland besluiten we Acapulco rechts te laten liggen. Dit tot groot verdriet van Jan die daar nog nooit is geweest. Op de terugweg misschien?

26 februari 2011 > 16 39.6N - 99 49.6W
De klok vertelt me dat de dag eraan komt terwijl het in het oosten juist donkerder lijkt te worden. Alsof al het donker van de nacht zich daar verzamelt terwijl de rest van de hemel zich alvast opruimt voor de
nieuwe dag. De donkere rand veranderd langzaam in een diepe tint aubergine. Ingetogen kleurt het heel voorzichtig van mauve naar roze terwijl de zon zich toont als een zachtroze schijfje. En dan opeens is het zover, zodra de aarde iets verder doordraait, jubelt het licht helder en sprankelend via stralen omhoog terwijl het de zich oplossende wolkenflarden oranje kleurt. De nieuwe dag meldt zich aan, honderden dolfijnen passeren op zoek naar hun ontbijt. Hun maag sterker dan hun nieuwsgierigheid, ze hebben geen oog voor mijn verrukking.

’t Is 09.00 uur. De motor heeft weer eens een eigen mening en stopt ermee. “Nee hè niet weer!” We raken er geoefend in, wisselen het
brandstoffilter binnen een kwartier en jawel hij loopt weer! Ons doel is Zihuatenego en het gaat er om spannen of we het voor het donker halen. We passeren hoge, door wind en water uitgesleten rotsen, met wit uitgeslagen toppen van de vogelpoep, in de vorm van ivoren olifanten op wacht. Boobies en stormvogels zoeken hun slaapplaats op. Terwijl de zon achter de horizon verdwijnt varen we de baai in waar de avondverlichting al flonkert en overal muziek klinkt. Net voor donker ratelt onze ankerketting omlaag.

Zihuatenego > 28 februari 2011 > 17 38 094N – 101 33.233W
Als we wakker worden kijken we uit op de MS Rotterdam. Dit al de derde Holland Amerika cruiser die we hier tegenkomen. Jan maakt een praatje met de Belgische stuurman terwijl we een rondje om haar heen
draaien. We zijn hier alleen maar binnen gelopen omdat we moeten tanken maar dat blijkt hier in de baai niet mogelijk dus gaan we naar de jachthaven van Ixtapa, vijf mijl verderop. Terwijl we tussen de riffen door manoeuvreren zien we een afwijkende branding recht vooruit. Bij nader onderzoek blijkt dit een jonge walvis die met korte tussenpozen uit het water springt.  
Opeens koerst de moeder, recht op ons af. “Ze wijkt niet Jan”,
meld ik terwijl ik haar met de verrekijker volg. Jan wijkt uit naar bakboord en even later koerst ze met haar jong tussen ons in op zo’n dertig meter langs. Twintig meter achter ons krijgt het jong zijn vrijheid en springt weer uit het water omhoog. Prachtig zoals het water langs zijn plompe ‘lijfje’ afstroomt terwijl hij zich met flapperende borstvinnen zijwaarts laat terugvallen.
Tien meter verderop doet hij het weer en weer en weer. Super nieuwsgierig die kleine!

Via een smalle ingang tussen pieren stuurt Jan Witte Raaf de luxe marina binnen en even later knopen we haar vast bij het dieseldok. Er is geen kip te bekennen laat staan een man die ons kan helpen dus ga ik op onderzoek uit terwijl Jan zich buigt over ons nu weer niet afslaande motor. Er is ook altijd iets!
Via via krijgen we zowel een tankmannetje als een monteur te pakken en een paar uur later verlaten we deze luxe met volle tanks en een gerepareerde motor.
De MS Rotterdam passeert ons als een overdadig verlichte kerstboom. We hebben een knobbelig zeetje
en net niet genoeg wind om de zeilen vol te houden.

Ixtapa > Bahia Chamela – 1 maart 2011   
Patries is alweer jarig, gisteren ook al! Dat heb je als je de 29ste februari geboren bent. We zingen via de radio en hebben ook contact met Talagoa. Beiden liggen in Acapulco. Het gekrijs van een redbilled tropic bird gaat samen met een koerskruiser. De AIS geeft pas laat signaal maar de radar heeft hem al van verre gesignaleerd. De zee is onrustig en we stampen veel met soms wat water aan dek.
Ik wordt wakker van een knal die samengaat met een enorm gekrijs. Klinkt als vogelaanvaring. Jan gaat kijken maar kan niets vinden. Als ik later in de kuip zit hoor ik iets achter het stuurrad. Jawel daar zit
onze verstekeling, het is een tropic bird, is het die ene die ons tegen schemer trakteerde op een aantal rondjes rond de mast. En nu maar hopen dat hij niets gebroken heeft tijdens zijn landing in het donker. De rest van de nacht houden we
zoveel mogelijk afstand zodat hij rustig kan slapen.
Zodra de zon opkomt gaan de oogjes open en komt er beweging in het prachtig zwart wit gevederde lijfje. Hij probeert op de bank te komen maar dit is te glad dus zoekt ik een lap die houvast kan geven. Zodra ik deze wil neerleggen zet ons verenbonk een keel op waar de honden en ik geen brood van lusten. Dit is beslist funest voor alle soorten  trommelvliezen. Maar de lap werkt en even later zit onze lifter op de bank, wiebelt wat met zijn vleugels en ……………….stijgt op.
Gelukkig niets kapot zo te zien en even later is hij verdwenen in de verte. We besluiten voor anker te gaan in Bahia Chamela en daar een goed weerraampje af te wachten voor het ronden van Cabo Corrientes.

Bahia Chamela > La Cruz - 3 maart 2011
Na een heerlijk dagje klungelen waarbij Jan enpassant de schroef schoon krabt en een van de navigatielichten heeft gerepareerd varen we rond 18.00 uur uit. Net buiten de baai hebben we beet. Wat er uit ziet als een hele grote tonijn (de lijn blijft zelfs op de rem uitlopen) laat zich niet binnenhalen.
Het is donker, de maan verstopt zich achter wolken en juist dit inktzwarte donker verschaft me het zicht op allerlei vreemde creaturen die in ons kielzog oplichten als fel fosforescerende bollen en heldere lichtjes. Wat zijn het? Is het onze beweging die ze doet oplichten of geven ze altijd licht door de beweging van de zee maar zien wij het niet?

Rond zeven uur zijn we ter hoogte van kaap Corrientes. De wind is conform de verwachting gedurende de nacht verder afgenomen en nu naar bed. Met de dieselproblematiek in het achterhoofd in combinatie met aanlandige stroom, houd ik wat meer afstand dan normaal. Waarschijnlijk onnodig maar wel relaxed. Zodra we de eerste hoek om zijn worden we verwelkomt door verschillende sproeipluimen en opeens zijn ze vlakbij. Voor ons duikt een gigant zonder zijn staart ter verheffen omlaag. Naast ons haalt een iets
kleinere luidruchtig adem. Lastig om het hierbij vrijkomende geluid te beschrijven. Het komt nog het dichtst bij een slurpende, puffend, proestend, gorgelend geratel maar als ik dat teruglees klinkt het niet leuk en dat is het wel.

Opeens horen we de visbel. BEET! De vislijn giert uit en terwijl we beiden hoopvol naar achter kijken, verheft zich een reusachtige dikke grijze spekrug uit ons schroefwater op. We hebben een walvis aan de haak!!
Terwijl de vislijn razendsnel verder uitloopt spring ik naar het mes om verder verlies van de lijn te voorkomen. Walvissen zijn beschermd dus deze mogen we toch niet binnen halen. Even later verdwijnt hij weer in de diepte met op zijn rug ons fel roze
plastiek inktvisje. Naar wie zou hij daarmee pronken? In de verte vlak onder de kust zijn ook overal kleine en grotere wolken sproeidruppeltjes te zien. Er zijn er wel zo’n twintig.

In tegenstelling tot de voorgaande periode zien we hier opeens overal zeilschepen in alle vormen en maten. Grote jachten en kleine wedstrijdbootjes kriskras door elkaar terwijl we bij binnenkomst van de baai nog verrast worden door een dwars inkomende walvis. Ze zijn hier beslist niet schuw te noemen.
We varen tot vlak bij de ingang van de marina zodat we met Lieke geen grote afstanden hoeven te varen. Noodzakelijk want we moeten ons nieuw gekochte minimotortjes rustig invaren en iedere middag tegen
twaalf uur  steekt hier de wind op en dan moeten we zijn waar we willen zijn want Liekes vrijboord is niet hoog genoeg voor golfjes laat staan golven.

De marina is prachtig en van alle gemakken voorzien. Hier hoeven we ons in tegenstelling tot voorgaande havens niet druk te maken over een bezoek aan de havenmeester. Als we langskomen is het oké, komen we niet, even goede vrienden. We hebben nog een paar dagen voordat ik afreis naar NL en aangezien het handig is om te weten wat er hier te koop is gaan we op onderzoek uit. Alles gaat hier per bus die ons voor nog geen euro de hele baai rondrijdt.
La Cruz is een van de vele jachthavens blijkt al snel want bij de oude stad van Puerto Vallarta liggen er een aantal en bij Vallarta Neuva nog meer. De oude stad is leuk met oude keitjes als wegdek en mooie oude gevels. We eten lokaal en slenteren door een prachtig park en langs de waterkant terug. Op de terugweg brengen we een bezoek aan een heuse watersportzaak, de eerste sinds Curaçao! Hij blijkt fors aan de prijs maar ondanks dat blijft het voor ons een soort snoepwinkel waar we van schap naar schap schuiven.

Vier dagen later is het zo ver. Jan brengt me met de bus naar de luchthaven waar ik met Aero Mexico naar Mexico city vlieg. Van daaruit vlieg ik ’s avonds met Connie met de blauwe vogel terug naar NL

Den Haag
Nog maar net wakker wordt ik gebeld of ik weet van de Tsunami bij Japan! “Tsunami hoebedoelu, hè Japan?” Ondanks het voor Jan nachtelijke uur bel ik hem wakker om hem te waarschuwen. Het is niet duidelijk of de Tsunami  zover als Mexico nog schade kan toebrengen maar een gewaarschuwd mens telt voor twee.
In Hawaii waar de Tsunami rond drie uur Nederlandse tijd aankomt, trekt hij al het water uit de baaien weg en legt voor zo’n vijf minuten de riffen bloot voordat het water weer terugkeert. Dankzij de vroegtijdige waarschuwing brengt hij hier aan schepen geen schade toe want deze zijn uit voorzorg allemaal de zee op gestuurd.
Langs de gehele westkust van Amerika tot aan Chili is het Tsunami alarm van kracht en in La Cruz mag niemand de marina uit maar zodra een Amerikaanse zeiler de havenmeester verantwoordelijk stelt voor eventuele schade mag opeens iedereen die wil, de haven verlaten. Bij de uitgang is het door een vastlopend schip een ware chaos maar ondanks dit kleine oponthoud weet iedereen die naar buiten wil het veilige diepe water te bereiken. Ook mijn lief die voor de marina voor anker ligt, neemt het zekere voor het onzekere en gaat anker op.   
Dit heeft nogal wat voeten in de aarde want door werkzaamheden is het aan boord een grote chaos en ligt zeker niet alles zeevast. Jan vaart eerst op de motor naar diep water en tijdens deze trip stouwt hij alles zoveel mogelijk vast. Even voorbij de veertig meter lijn zet hij een zeiltje op en zeilt hij rustig met een honderdtal andere schepen richting zee .
Het is een prachtige dag met een rustige wind en nauwelijks zeegang en hij geniet van deze onverwachte zeiltocht. Over de radio volgt hij de paniekerige berichten die de Amerikanen onderling uitwisselen.
Na vier uur, twee uur na de voorspelde aankomst van de Tsunami zeilt hij op zijn gemakje terug naar de haven en brengt Witte Raaf voor anker op haar oude plekje. Hij heeft van de hele Tsunami niets gemerkt.
Het waterniveau binnen in de havenkom gaat daarentegen nog steeds in hoog tempo op en neer waardoor er in de monding een sterk wisselende stroom staat. Dientengevolge mag niemand de haven in of uit waardoor iedereen ‘buiten’ voor anker moet. Als Jan met Lieke de haven invaart, wordt hij vanaf de wal door de kustwacht weggestuurd maar door zijn Oost-Indische doofheid merkt hij dit niet op. Eenmaal in de haven ziet hij de schade die de Tsunami ondanks de enorme afstand heeft veroorzaakt. Verschillende pontons zijn door de hevige stroom losgerukt en liggen dwars in de haven. ’T is maar goed dat de meeste schepen de haven verlaten hebben.