Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag  52 > Costa Rica
Isla Parida > Golfito – 14 – december 2010
Tja, dan bereken je precies hoe laat je bij de
Ingang van Golfo Dulce wilt zijn zodat je met
opkomend water naar binnen wordt gestuwd en
dan kom je door onverwachte stroom mee rondom
kaap Burica opeens vier uur eerder aan dan
gepland.
Met nog afgaand water varen we de spiegelgladde
golfo op terwijl het eerste nog breekbare
ochtendlicht de vage blauwe waas langzaam oplost.
De met dens regenwoud begroeide oevers
bevatten nog zo veel vocht dat er witte wolken-
flarden in de boomtoppen hangen. Gelukkig is er geen
wind en de voorspelde stroom valt 100 % mee. Al om
half negen varen we achter de voor anker liggende
Talagoa en Helena langs en gaan naast hotel Bahia del
Sur voor anker.
Twee knalrood met kobaltblauwe papagaaien vliegen,
luid kwetterend en dus te druk met elkaar om ons op te
merken, laag over. Rondom een enorme overvloed aan
groen, goede morgen Costa Rica!
Waldy en Ria willen vandaag inklaren en ik besluit met ze mee te gaan. Jan gaat ondertussen even studer-
en met z’n ogen dicht.
Immigratie is allervriendelijkst en behulpzaam al kunnen we er pas na een uurtje terecht door de afwezig-
heid van de ambtenaar met de benodigde stempel. “Tja, nee, we hebben geen kopieerapparaat hier maar
we willen wel graag van ieder formulier dat u bezit een kopie in vierfout. Oh en ook graag een kopie van
uw paspoort. Nee niet alleen van de fotopagina, graag van alle pagina’s. Jaha, ook graag van de lege.”
Ter voorbereiding hebben we van alle formulieren meerdere kopieën in een map maar op een volledige
kopie van het paspoort heb ik niet gerekend. In dit geval is het opeens helemaal niet handig meer om een
extra dik paspoort te hebben maar daar helpt nu geen lieve moeder aan.

Nadat we de gewenste massa papier hebben ingeleverd mogen we naar de man van agricultuur oftewel de
beestjesman. Deze bevindt zich twee kilometer verderop in een raar kantoortje ergens in zijn eentje op
een eerste verdieping boven een paar restaurantjes. En jawel, gelukkig wil ook hij de nodige kopieën.
Van hem krijgen we een formuliertje waarmee we naar de bank (een kilometer verderop) moeten om te
betalen en met het betalingsbewijs mogen we dan weer bij hem terugkomen.
Gelukkig heeft de beste brave man ter afleiding ende vermaak verschillende hele informatieve levens-
grote posters met plaatjes van alle hier voorkomende onsmakelijke beestjes. Hij liever dan ik. Na een vage
afspraak over een eventuele inspectie aan boord mogen we verder naar de douane die zich verstopt heeft
in de taxfree zone zo’n vijf kilometer verderop. Eenmaal daar binnen krijgen we een meer dan
indrukwekkende show, “hoe negeer ik jou”. We doen alsof we het heel normaal vinden en wachten geduldig
terwijl de enige voor ons zichtbare persoon zijn aandacht geheel op zijn papieren en zijn computerscherm
richt. Na zo’n twintig minuten komt er een dame uit een glazen hokje een eindje verderop die ons te woord
staat en onze papieren in ontvangst neemt. Na nog een half uur komt ze ons melden dat Talagoa oké is
maar dat ze voor Witte Raaf naar San José moet bellen en dat het daarvoor nu echt veel te laat is.
Of ik morgen maar terug wil komen. “Maar natuurlijk, het enige dat we in ruime mate hebben is tijd.”

De volgende ochtend lost alles zich een stuk vlotter op en nadat we alle verkregen formulieren bij het
havenkantoor hebben achtergelaten zijn we officieel ingeklaard in Costa Rica en mag de gele quarantaine
vlag uit het stuurboord wand.
Golfito is een langgerekt dorp van lintbebouwing direct grenzend aan een nationaal park. Nu is ongeveer
een kwart van Costa Rica uitgeroepen tot nationaal park en daarmee beschermd tegen ongecontroleerde
houtkap en ongewenste bebouwing, maar dit park staat bekend als divers in flora en fauna.
Echt geweldig want ’s middags kunnen we vanuit de kuip zo’n twintig toekans zien die ‘schipper mag ik
overvaren’ spelen op een kale strook. Heen en weer en weer terug vliegen de naar verhouding kleine
zwarte vogels met hun veel te grote fel gekleurde snavels.

Net voor vertrek van ons laatste Panamese eiland heb ik een lekje op BB geplakt zodat deze tijdens de
oversteek goed kan drogen. Jammer maar helaas, het lekje is dicht maar nadat Jan hem heeft opgepompt
vindt BB het blijkbaar veel te warm hier want hij laat nu op de naad los. En niet netjes bescheiden een
klein beetje maar gewoon een ruime tien centimeter. Alles goed en wel maar daar hebben we niet
voldoende lijm voor.  Gelukkig biedt Helena uitkomst. Eddy heeft nog wel een tubeke liggen dat we mogen
hebben. Maar aangezien dit een serieuze klus is waar tijd voor nodig is besluiten we ons geheime wapen
onder het bed vandaan te halen.
Want nog onder de fietsen van Frans ligt ons oude gele opblaasbootje dat nu beslist uitkomst of beter
gezegd vervoer naar de wal kan bieden. Het is even zoeken voor we alle losse zaken zoals de losse houten
vloerplaten en de pomp hebben opgeduikeld maar dan drijft ze. Een knalgeel, een wat onstabiel maar heel
licht en dus prima roeibaar bootje. Voor onze buitenboordmotor is ze naar alle waarschijnlijkheid te licht
maar dat zien we later wel.  
al ontmoet. Onderweg hebben we geregeld contact met ze gehad via de radio
en aangezien. Glenda hier in het dorp een opleiding voor kapster doet heeft
Jan zich aangeboden als model. Ik wacht even af wat ze van Jan maakt
voordat ik mijn pruik aanbied.

Kerstavond willen we graag naar de mis en na bij verschillende mensen
geïnformeerd te hebben, kiezen we voor een lief houten kerkje een half
uurtje lopen van de boot waar volgens zeggen om negen uur een mis wordt
gehouden. Op weg naar de kerk passeren we grote groepen Costarikanen
die gezamenlijk onder het genot van een drankje en gebbq-ed vlees hun kerst
inluiden.
Jammer dat op het moment dat wij bij de kerk aankomen, de nonnen, een met
een gitaar onder de arm, net de voordeur met een grote sleutel afsluiten.
De mis was om zeven uur maar morgenochtend
zijn we van harte welkom.
Jammer, jammer, jammer nu kan ik niet zien of
kindeke Jesus ook in Costa Rica z’n blootje op
het altaar moet liggen wachten tot het twaalf
uur is en hij in zijn kribbe mag.
Terug aan boord genieten we van het laatste stukje kerstfilm en van de in een opwelling gekochte zeer
verkeerde lampjes die in serie afschuwelijke lichtpatronen vertonen.

Merry Christmas, wordt ons opgewekt door passanten toegewenst op ons vernieuwde pad richting kerk.
In tegenstelling tot gisteravond is nu alles licht, open en vrolijk versierd en Jesus ligt al tussen de herders.
Als toegift krijgen we vandaag de inwijding van zeven jonge misdienaartjes in feestelijke nog smetteloos
witte kerstengeljurken. ’s Avonds gaan we met Eddy en Glenda eten in het hotel en voor we het weten zingt
Glenda tijdens de karaoke mooie Spaanstalige liedjes voor ons.
Nationale park.
Zo tussen kerst en de jaarwisseling een mooie uitdaging want volgens zeggen is het een redelijk zware
route dus een goede test voor mijn nieuwe Panamese wandelschoenen.
We zijn al een stief kwartiertje onderweg voordat we bij  het beginpunt zijn maar deze route leidt langs
de Duitse bakker dus ons hoor je niet klagen. Het is even zoeken maar dan hebben we het ‘pad’ te pakken
dat ons dwars door het regenwoud, vrij stijl omhoog leidt. Het is lastig om goed rond te kijken naar dieren
als je ondertussen geconcentreerd moet kijken waar je je voeten neerzet maar Jan spot de eerste groen
witte kikker onder een groot blad. De tweede vind ik.
Voor hem of haar jammer genoeg niet door mijn goede ogen maar door die mooie nieuwe edoch lompe schoen
die ik ongezien op een poot zet. Het trekt zich
spoorslag terug onder wat blad maar kan zijn pijn niet
onderdrukken en kermt het uit, de ziel. Je zal maar een
kamer-olifantje op je kleine teen krijgen.
We moeten goed opletten dat we het ‘pad’ niet kwijt
raken en keren meermaals terug op onze schreden.
Jan spot de hagedis die zich in zijn schutkleur veilig
waant.
Zo klautert hij nog zo’n vijf meter voor me en zo is hij
weg! Jan is in geen velden of wegen meer te zien.
Foetsie! Net voordat ik wil gaan roepen hoor ik opnieuw
gekerm. Nu van Jan die, nu ik over de rand omlaag kijk,
vier meter lager, als een opgerold egeltje tussen twee
boomstammetjes ligt ingeklemd. Waarschijnlijk wel
pijnlijk maar beslist beter dan in een ongehinderde
roetsch omlaag. Zo zie je maar weer een ongeluk zit in
een klein stapje.
Tijdens de verdere klauterpartij, terwijl ik ondertussen nadenk hoe ik Jan uit dit bos had moeten krijgen
als het vervelender as afgelopen, stuiten we opeens vanuit het ongeremde oerbos op een asfaltweg.
We zijn boven en hebben hiermee het moeilijkste stuk gehad.
Ondanks dat we het liefs rustig met een sultana van het uitzicht over Golfito hadden willen genieten word-
en we uitgenodigd door Alfonso, de broodmagere trotse eigenaar van een houten huis met een zorgvuldig
bijgehouden tuin. Hij laat ons zijn vijver zien met vissen onder een afdak als bescherming tegen de zon
maar met wateropvang zodat het spul niet droog komt te staan.
Achter zijn huisje verbouwd hij ananassen en overal staan bloeiende planten en bomen. Het huisje zelf is
op een bed, een fiets, een hangmat en wat keukenspul leeg maar kraakhelder schoon. Alfonso leeft voor op
zijn porch waar het oude op hout gestookte fornuis staat en hij een stoel, een tafeltje en zijn bijbeltje
heeft. Na drie keer durf ik zijn aanbieding voor koffie niet meer te weigeren. Het regent hier iedere dag
met bakken dus het water zal wel oké zijn hoop ik. Jan durft het niet aan, de slimmerik.
Ons volgende deel van de wandeling loopt op asfalt over
de heuvelrug. Onderweg zien we iets zwart/bruins
wegschieten. Het was vrij groot met een dikke staart.
Dat moet een neusbeertje zijn geweest horen we van
twee enthousiaste jonge knullen die zodra we een witte
gier zien vliegen helemaal lyrisch worden en
verschillende boekjes uit hun rugzakken opdiepen waar
van alles instaat over de hier levende flora en fauna.
In het dagelijks leven proberen ze hun geld te verdienen
als gids, nu zijn ze hier voor hun eigen plezier – en het
onze - naar toe geklauterd.
Omlaag in haakse bochten dat is pas echt een uit-
daging. We lopen soms achterstevoren om onze knieën
even wat rust te geven en we zijn beiden blij als we
beneden zijn.
Nu nog minstens drie kilometer terug naar de boot maar
dat gaat over een plat stuk weg, eitje dus!
Zoals ik hiervoor al ergens schreef regent het hier iedere dag. En niet gewoon een buitje maar als
tropische verrassing met bakken tegelijk. Meestal begint het zo rond vier uur in de middag en als je dan
niet binnen bent kom je er de komende drie uur beslist niet droog. Gelukkig zijn we op tijd weg gegaan
vanmorgen en komen dus droog thuis.
Drinkwater is in dit stukje van de wereld dus beslist geen zorg, we hangen gewoon ons opvangzeiltje op.

Naast verschillende cruiseschepen die Golfito aandoen komt er ook eens per week een botenboot. Dit is een
vrachtschip dat ‘kleine’ boten van A naar B brengt. Er zijn verschillende vormen maar de mooiste die we
hier aan het werk hebben gezien is een afzinkbaar open ruim dat zich vol laat lopen met zeewater en waar
de betreffende jachten en motorboten op eigen kracht in- en uitvaren en afmeren langs metalen steigers in
Het ruim. Zodra de wissel heeft plaats gevonden, pompt het schip zijn ruim weer leeg en klaar is kees. Een
veel handigere methodiek dan het vrachtschip dat de schepen op zijn dek met een kraan van boord moet
takelen maar de vraag rijst wel welke methode sneller gaat want het afzinkschip moet naast de tijd van vol-
lopen en leegpompen ook rekening houden met de diepgang terwijl het vrachtschip gewoon binnenloopt, zijn
vrachtje uit- en inlaad en weer verder kan.
Net voor oudejaar loopt Vreeland binnen en de
aanwezigheid van Wiebe en Patries is voor mij
voldoende reden om het oliebollen-vet te verhit-
ten. Ondanks veel lieve en uitgebreide adviezen
lukken de oliebollen uit een pakje het beste, maar
ja waar haal je hier in deze uithoek ook bruine
suiker vandaan? Patries bakt appelflappen en we eten en drinken het nieuwe
jaar in met Eddy en Glenda aan dek van Vreeland met geweldig uitzicht op de
baai met her en der oplichtend vuurwerk.

DAG 2010, WE HEBBEN JOU NU WEL GEZIEN, WELKOM 2011-jes (gekregen van Hilde)
Een bezoek aan Kanoa, een grensplaatsje tussen Costa Rica en Panama is ondanks de drie uur durende bus-
rit, financieel beslist de moeite waard omdat hier Panamese prijzen worden gehanteerd EN ze Edammer
kaas verkopen. Daarnaast is het samen met Patries gewoon een gezellig dagje uit.

Na ruim twee weken hier moeten we echt verder en rond twaalf uur gaan we anker op. In de Golfo Dulce
worden we begroet door een groep dolfijnen die om ons heen dartelen. Er staat niet voldoende wind om te
kunnen zeilen maar met een laag toerental als steuntje in de rug werken motor en zeilen prima samen.

We besluiten de gehele kust van Costa Rica rechts te laten liggen – we bewaren het binnenland van dit
prachtige groene land voor de terugreis - en stomen in een keer omhoog naar Playa de Coco waar we moet-
en uitklaren alvorens we het land kunnen verlaten.
We hebben het zo berekend dat we bij daglicht aankomen en
worden hiervoor rijkelijk beloond. Het is windstil en de oceaan
toont zich als een spiegel waarin rondom ons tientallen bobbels
ronddobberen die bij nadering kopjes optillen en soms onder-
duiken. Op sommige zit een meeuw, anderen bieden geen logies.
Her en der springen roggen een meter hoog om zich na verschil-
lende salto’s plat op het water te laten vallen. Rare driehoekige
puntjes vragen om onderzoek waarbij we opgewonden kunnen
vaststellen dat het hier om manta’s gaat die de puntjes van hun
‘Vleugels’ boven water uitsteken. Manta’s, echte manta’s.
Terwijl ik me klaar maak om met snorkel en onderwater camera
te water te gaan stuurt mijn schipper zo dicht mogelijk naar de
puntjes toe, tot we een eindje verderop een groter driehoekje
boven water uit zien komen.
Is dat wat ik denk dat het is?Een haaienvin koerst van links naar rechts langs. Toch nog maar even
wachten met die duik van mij want natuurlijk zal het hier om een onschuldige kleine visseneter handelen
maar mijn heldhaftigheid reikt nog niet zover dat ik dit in de praktijk hoef te bewijzen. Vanaf het kajuit
dek krijg ik gelukkig nog wel de kans om een rijtje jonge manta’s vast te leggen, boven water wel te
verstaan.  

Playa de Coco ligt in een ruime baai met een fraai strand en is ontdekt door de toeristen en beschikt
daardoor over verschillende leuke restaurantjes en grote supermarkten. Net als bijna overal hier aan de
kust is het door de gangbare branding een uitdaging om droog aan de wal te komen. De vissers laten het er
zo eenvoudig uitzien maar wij worden in ons lichte gele bootje iedere keer opnieuw,
door een oplopende golf, dubbelgevouwen als kleffe kaas in een broodje en de enige manier om redelijk
toonbaar het dorp in te gaan is in badkleding landen met droge kleding in de waterdichte tas.
doop lieke.wmv
Filmpje
Het kan toch niet zo zijn dat we iedere keer als verzopen kat-
ten aan land komen, hoe moet dat als het water straks kouder wordt?
Als we een visser zien landen in een klein polyester bootje gaat
ons eureka lampje aan. Zo’n bootje kan niet dubbel gevouwen worden door achteroplopende golven en het kan niet lek raken
door scherp koraal of rotsen.
Na wat rondvragen maken we kennis met Eduardo die voor ons
een bootje kan maken. Van een leuk plannetje moet het nu opeens op stel en sprong concreet worden want hoe lang moet ze worden en waar moeten de luchtkasten komen? Van zijn voorstel van
drie meter knabbelen we met de gedachte aan zelf tillen en aan dek hijsen nog een halve meter af, tweeeneenhalve meter dat
lijkt ons prachtig!
’s Avonds komen er nieuwe ideeën bij want zeg nou zelf roeien is handig van-
uit dollen maar daarvoor heb je een bankje nodig om op te zitten. Iedere
dag bezoeken we de ‘werf’ en spreken we de bedachte vernieuwingen door
met onze scheepsbouwer. Geweldig zoals ze langzaam eigen wordt.
Vijf dagen later wordt ons nieuwe bootje bij het strand afgeleverd waar ze
in gezelschap van Ria en Waldy, de bouwer en een paar medezeilers
onder het genot van een drankje en een hapje, met toestemming van Bart en
Martine officieel Lieke wordt gedoopt.
De op de feestelijkheden volgende te water lating gaat bij vele strandgangers minstens te boek als
hilarisch want we krijgen het tot twee keer toe voor elkaar spontaan om te kiepen voor we een meter met
Lieke  hebben gevaren. Na twee keer in de badkuip – ze loopt vol tot de rand maar zinkt gelukkig niet –
peddelen we met zetje van Waldy heel voorzichtig door de branding.
Misschien is ze toch wel een beetje klein en licht – ze heeft maar tien centimeter vrijboord over - voor
twee grote zware Nederlanders zoals wij. Maar drie keer is scheepsrecht dus even later knopen we onze
Lieke voor het eerst achter Witte Raaf.
Uitklaren lukt ons hier niet in één dag omdat de douane zo’n drie kwartier verwijderd is van het dorp dus
we besluiten er een dagje uit van te maken met een bezoek aan de dichtstbijzijnde stad Liberia. Dat
hadden we achteraf wel kunnen laten want het is een saai samenraapsel van huizen en bedrijfjes en het
enige dat het bezoek enigszins de moeite waard maakt in de ultra moderne kerk met een levensgrote
zelfgebouwde kerst’stal’
Opeens krijgen we haast want de Papagayo, een lokale wind, houdt zich volgens de weerberichten de
komende dagen redelijk rustig. Vreeland loopt vandaag binnen vanuit het zuiden maar in verband met de
moeizame landingsmogelijkheden gaan ze een baaitje verderop. Voor ons een mooie aanleiding om ook te
verkassen naar Bahia Culebra want dan kunnen we daar direct bij de marina water tanken.
Geeltje gaat nadat ze heel luxe is afgespoeld op ’t dek van de Vreeland, onderdeks en Lieke mag voorop.

Een mooi tochtje blaast ons in een paar uur naar Bahia Murcelagos waar we tegen zonsondergangin een
vuurgloed ondergedompelde kleine baai, voor anker gaan. Na een wiebelig nachtje gaan we vroeg uit de
veren wat bij het ronden van de kaap beloond wordt met twee ruim uit het water opspringende bultruggen.
Even later neemt de wind toe tot zo’n 17 knopen en blaast ons – als uit het boekje – richting El Salvador.
De Papagayo houdt zich rustig en we varen halve wind,
kracht vijf, langs de kust van Nigaragua. Ook hier zien
we overal schildpadden die veel te laat hun kop optillen
om te kijken waar het gevaar vandaan komt en weg
duiken als we al lang en breed voorbij zijn.
“Te laat sloompie!”

De maan komt op en legt een zilveren spoor terwijl de
wind langzaam afneemt. Rond middernacht gaat de
motor aan en tuffen we op ons gemakje over de helder
verlichte stille oceaan langs de kust van Nigaragua.

Het is nog donker als ik ze al hoor spetteren en puffen.
We zijn omringd door dolfijnen die ook na zonsopgang
uren bij ons blijven. Drie bazige boegbeelden bepalen
wie van hun soortgenoten wel maar vooral ook niet voor
onze boeg mogen zwemmen. Soms zwemmen ze met vier
dolfijn-laagjes boven elkaar vijf of zes breed zonder elkaar te raken en vormen zo een ‘vliegend’
dolfijnen-tapijtje. Degene die niet mee mogen spelen worden door een klap op het water met een staart
weggejaagd en blijven wijselijk aan de zijkant. Voor ons is dit spektakel een waar feest!
Plotseling drijven vreemde ‘eier’ strengen in alle te bedenken vormen voorbij. Er is geen wind en de oceaan
Toont zich als een reusachtige blauwe spiegel. Te uitnodigend om te weerstaan dus hangen we een lange
lijn met daaraan een fender overboord en gaan om de beurt te water. Het water is verfrissend en we
genieten beiden van een verkoelend bad.
Zodra de zon in het water zakt wordt het kil dus komen de kleren en pantoffels uit de kast en na het
eten ga ik te kooi. Morgen arriveren we in El Salvador maar daarover lees je meer in verslag 53
Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.