Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag 51 > Pacific Panama


Bahia de Panama > 18 okt  2010
Het land Panama dat zijn huidige bekendheid grotendeels dankt aan het bestaan van het Panama kanaal was tijdens de Spaanse bezetting als provincie van het Spaanse Koninkrijk een belangrijk transport overslagpunt voor de rijkdommen die werden verovert in Midden en Zuid Amerika. Vanuit Panama stad werden de schatten via de ‘Camino Real’ – een ezelpad van west naar oost - vervoerd naar de zwaar bewaakte havensteden Nombre de Dios en Portobello aan de Caribische kant waar vandaan alles werd verscheept naar het moederland Spanje.

De snel groeiende welvaart had een enorme aantrekkingskracht op gelukszoekers en piraten waaronder de bekendste Sir Francis Drake en Henry Morgan. Drake kwam om tijdens een aanval op Nombe de Dios en vond zijn zeemansgraf bij Portobello maar Morgan slaagde erin Portobello te veroveren en in 1671 vernietigde hij de oude stad van Panama.
Met het opraken van de rijkdommen verloor Panama haar importantie voor de Spanjaarden en in 1821 werd het toegevoegd aan Colombia dat zich onder leiding van Simon Bolivar had bevrijd van het Spaanse juk.

In 1840 tijdens de goudrush van California zagen steeds meer mensen de vervoersmogelijkheden die Panama bood en in 1850 werd er begonnen met de bouw van de Panama spoorlijn van oost naar west. De planning van twee jaar werd in praktijk ruim vijf jaar en kostte naast acht miljoen dollar zo’n 10.000 mensenlevens maar toen het eenmaal voltooid was bleek het een goudmijn die het zelfs op de effectenbeurzen van New York goed  deed.   
Drie eeuwen nadat de eerste Spaanse onderzoeker de mogelijkheid tot de bouw van een waterweg had gerapporteerd richtte Count Ferdinand de Lesseps - bouwer van het Suez Canal - in 1879 de Compagnie Universelle du Canal Interoceanique de Panama op en sloot een voor Colombia zeer aantrekkelijk contract af voor de duur van 99 jaar. In de planning werd uitgegaan van een kosten van 1200 miljoen francs en een bouw van twaalf jaar.
In 1880 begon men vol goede moed maar men kon het niet winnen van de  tropische ziektes zoals gele koorts en malaria en de zware geografische en klimatologische omstandigheden. Negen jaar later, met een verlies van     mensenlevens en 1435 miljoen francs werd het faillissement uitgesproken. Een opvolgend Frans bedrijf kreeg de sponsering niet rond waarna het bouwmateriaal werd verkocht aan de overheid van de United States. Het totnogtoe rustig toekijkende Colombia rook geld en eiste dusdanig veel meer dat president Roosevelt er toe overging de provincie Panama te helpen in zijn overgang naar een zelfstandige republiek met als voorwaarde totale soevereiniteit over het Panama Kanaal. In 1903 werd Panama onafhankelijk van Colombia en in 1914 werd het kanaal na tien jaar voor de kosten van 400 miljoen dollar, officieel in gebruik genomen.

Na 70 jaar wil Panama zelfbestuur over het kanaal en in 1977 wordt de Torrejos – Carter overeenkomst getekend waarin de overdracht van het kanaal van de US naar de republiek Panama wordt vastgelegd.
31 december 1999 wordt het kanaal officieel overgedragen aan de Panamese bevolking. Na een democratische stemming wordt besloten tot uitbreiding van het kanaal waarbij er grotere sluiskamers worden gebouwd. Deze worden naar verwachting in 2014, honderd jaar na de opening, in gebruik genomen.  De huidige maat van de sluiskamer, de zogenaamde Panama standaard, is voor veel scheepswerven de bouwlimiet. Panama hoopt met haar grotere sluizen de grote schepen sneller en daarmee een hogere hoeveelheid te kunnen schutten. De vraag is wanneer het eerste schip met de nieuwe Panama standaard van de band afrolt.

Ondertussen raken we ook in de stad Panama al weer aardig thuis en kunnen we de taxichauffeurs al aangeven hoe ze vanuit de stad naar onze baai moeten terugrijden. Ook hier moeten we nog het één en ander inslaan en jammer maar helaas, ook hier lukt het niet om onze ultramoderne gasflessen te laten vullen, zuinig met gas dus.

Tijdens een zeilersborrel ontmoeten we Heinz die vanuit zijn oude beroep van elektratechneut verstand zegt te hebben van windgeneratoren en moeizaam kuchend aanslaande hoofdmotoren. Wat heerlijk dat er Heinzen bestaan!
Na een dag sleutelen hebben we weer een operationele windgenerator en start onze hoofdmotor zoals hij nog nooit heeft gestart! Een hele geruststelling met een ijskoud Alaska in het achterhoofd!

Balbao > Taboga – 27 okt  2010
Na tien dagen inkopen en klussen hebben we het hier wel gezien. We liggen alweer veel te lang bij grote steden en verlangen naar schoon zwemwater. Zo’n zeven mijl verderop ligt het eiland Taboga, daar willen we naar toe.
’t is maar een uurtje varen en aangezien de route kris kras tussen allerlei voor anker liggende schepen loopt, is het een leuk tochtje.
Maar amay, waar is dat heerlijke schone zwemwater? Rondom ons drijft op ieder diepteniveau wel een vorm van plastic. Stukken fles, bekertjes, schoenen, zakken, doppen, stukken jerrycan en allerlei ander niet meer te definiëren plastic. We worden er onpasselijk van. Gek genoeg is er een uurtje later geen plastic meer te bekennen. Het water rondom Witte Raaf is schoon!

Vandaag willen we de wandelroute lopen die leidt naar de hoogste top van het eiland en volgens de gids een prachtig uitzicht biedt over de baai en de stad Panama. Dankzij Patries laten we ons niet op het verkeerde spoor zetten en na een aanwijzing van Chuei, een hier wonende Mexicaan vinden we de ‘bushalte’ (er zijn hier geen wegen en dus geen gemotoriseerd vervoer) waar we rechts omhoog moeten.
Pffff, we mogen dan wel al bijna drie maanden rookvrij zijn maar dat wil niet zeggen dat we daardoor opeens een fantastische conditie hebben. Het bekende hijgen en puffen blijft uit dit keer maar hart en longen laten daarentegen duidelijk voelen dat ze er zijn. Het is te lang geleden dat we fysiek actief zijn geweest, onze piepende en krakende lijven schreeuwen om oefening.

Niet alleen onze lijven laten het afweten, ook mijn dure Lowa wandel schoenen die me totnogtoe misschien twintig forse wandelingen en wat kleintjes hebben gedragen, vallen spontaan uit elkaar.
Het begint met een flapzool links. Nadat we deze hebben vastgeknoopt met mijn brillen-koortje laat de hiel gniffelend los. Met een beetje sloffen is ook dit niet onoverkomelijk maar terwijl we op de top zittend van het uitzicht genieten, laat de rechterzool spontaan los. Niet zo subtiel als de linker, nee gewoon plof, bonk, eraf!
Het kunststof materiaal dat de zool aan de schoen verbindt is blijkbaar niet dol op het hier heersende vochtige tropische klimaat. Het lost spontaan op. Aangezien we maar één brillenkoortje hebben, proberen we van alles met de veters maar halverwege omlaag klauterend, via een prachtig edoch steil pad dwars door het regenwoud geef ik het op, dan maar zoolloos!

Taboga > Pachega – 30 okt  2010
Volgens zeggen wordt het komend weekend en volgende week druk op Taboga in verband met een paar nationale feestdagen dus we besluiten samen met Talagoa  naar de zo’n vijfendertig mijl verderop liggende Las Perlas te varen. Talagoa moet nog terug naar Panama voor een visum maar aangezien daar met al die vrije dagen toch niet aan zal worden gewerkt is het ook voor Ria en Waldy even vakantie!

No wind no, ondanks dat het om ons heen bruist van leven, varen we vandaag op de Stille.
We zien voor het eerst sinds tijden de stormvogel weer zweven met haar wingtip aan de golfkop en we worden verschillende keren bezocht door dolfijnen. Mooie donkergrijze met een kop en rug vol witte sproeten. Een kleine mus kiest Witte Raaf uit om op uit te rusten terwijl we haar steeds verder van het vaste land verwijderen en pelikanen vliegen in formatie over.
Jan manoeuvreert ons prachtig om een dikke donkere onweerswolk heen en daarachter trekt het wolkendek zich verder terug en laat de zon door. Las Perlas, een belofte van een lint kleine groene parels lonkt in de blauwe verte.

Een prachtige maar voor ons veel te grote dorade springt achter Witte Raaf uit het water. Met een forse ruk trek hij zich, versierd met ons blauwwitte inktvisaasje in vrijheid.  Terwijl ik een nieuwe vislijn zit te maken hoor ik een harde droge klap op het water. “Wie doet hier aan bommetjes?” Als ik opkijk zie ik nog net een klein zwart vinnetje in het bruisende witte schuim verdwijnen. “Walvissen!!!!”

Voordat ik de n heb uitgesproken is Jan in de kuip en even later zetten we  koers parallel aan de gekromde ruggen die nu regelmatig naast ons opduiken. Grappig dat zulke grote dieren zo’n heel klein rugvinnetje hebben. De verhouding met hun borstvinnen (eenderde van hun lichaamslengte) en staart is
volledig zoek bij dit kleine driehoekje op hun stuitje. Zou het ze storen?
Terwijl ik ze vast probeer te leggen frustreer ik me mateloos over het disfunctioneren van mijn camera. Natuurlijk geeft hij al een tijdje signalen van slijtage en ouderdom maar dat is geen reden om er net nu mee op te houden!
Als ze duiken toont één van de twee zijn machtige staart die aan de onderzijde wit van kleur is. Prachtig!


We ankeren ten oosten van isla Pacheca vlak bij het strand. Zodra Witte Raaf en Talagoa goed en wel voor anker liggen, duikt er op zo’n vijfhonderd meter naast ons een grote zwarte kop van een bultrug walvis uit het water op. Hij toont ons zijn mooie witte kin. Even later komt een ± twee meter lange aan de onderzijde gekartelde borstvin boven water. Ook deze is wit aan de onderzijde. Hij lijkt het leuk te vinden ons te verbazen door zich op uitbundige wijze in stukjes aan ons te tonen, alsof hij wil  laten zien hoe mooi hij is. Achteraf kunnen we er niet over uit, “zo groot, zo dichtbij, en die vinnen of noem je die vlerken?”

Ria en Waldy nodigen ons uit om de op weg hier naar toe gevangen tonijn te BBQ-en op het strand. Vuurtjes stoken blijft mannenwerk, gek genoeg hoort hout sprokkelen daar niet bij. Gelukkig vindt Ria dit leuk en terwijl we het teveel gesprokkelde hout verbrassen verlichten kleine vuurvliegjes de donkere achtergrond als kerstlichtjes in de bomen.

Pacheca – 1 nov  2010
Isla Pacheca is voor mij ultiem. Hier wil ik wonen! Werkelijk alles wat ik hier zie is mooi. Steen en rotsformaties in prachtige kleurschakeringen uitgesleten in onbeschrijfelijk mooie vloeiende vormen gevuld met door slakjes gemaakte zandtekeningen in een verstilde waterspiegel. Licht en kleurspelingen achtergelaten, op door wind en water in zachte vormen uitgesleten wanden door het omlaag druppelde zoete grondwater.  
Verstilde baaitjes met kleine witte strandjes met alleen de hermietjes die strepen trekken in het zand.
Prachtig door water gevormde stenen met vingergrote gaten, achteloos achtergelaten op spierwit ongerept strandzand. Pantoffelschelpen met lichtgekleurde spaken als de ribben in de koepel van een kathedraal,  
Majestueuze bomen in zoveel verschillende tinten groen met daarboven op de thermiek rondcirkelend fregatvogels, visarenden, gieren, en andere voor mij niet herkenbare rovers. En onderwater een grote variëteit aan vissen die in grote scholen zwevend op de sterk doorstaande stroom rondom rotsformaties huizen.

Jan en ik ronden wandelend het eiland al gaat dit niet zonder complicaties. Onze tocht onderlangs waarbij we
over grote rotsblokken moeten klauteren wordt ruw verstoord door een steil afgebrokkelde rotswand waarop we geen houvast kunnen vinden. Er zit niets anders op dan dezelfde weg terug tot een plek waar we met vereende krachten omhoog kunnen klauteren. Zo’n tien meter hoger komen we op het pad dat ons alsnog het eiland rond leidt.
We passeren een verzameling gebouwtjes waar een paar werkmannen in hangmatten slierten, een uit grote rotsblokken gevormd woonhuis met zwembad en steigerhuis waar dure speeltjes zoals een speedboot en waterscooters in dure constructies aan een steiger hangen en een uit de rots gehouwen huis met op het dak een heliplatform en aansluitend een tennisbaan. Privé bezit?

Pacheca > Casaya – 2   nov  2010
Aan de Caribische kant raast orkaan Thomas rond en trekt daarbij alle lucht die hij daar verbruikt weg uit onze hoek. Dit veroorzaakt bij ons ferme windvlagen. Aangezien we nu alleen beschermt liggen tegen wind uit de noordwest hoek besluiten we een beter beschermde baai op te zoeken. Zeilend welteverstaan want sinds tijden waait het weer eens. Turend naar walvissen, we zien er twee in de verte boven water uitspringen, stuiven we langs de Vreeland die onder het eilandje Chapera ligt. Talagoa loopt ver op ons uit met haar vers geschilderde onderwaterschip, dat kan nog wat worden straks. Gelukkig hebben we het te druk met het binnenhalen van een mooie tachtig centimeter lange koningsmakreel. Prachtig van vorm en kleur en meer dan lekker bovendien.

Voorzichtig scharrelen we de volledig door riffen beschermde baai bij Isla Casaya in en zoeken een mooi plekje met minimaal zes meter water onder de kiel want met een getijverschil van zo’n viereneenhalve meter raken we met opgetrokken kiel dan net niets. Een uurtje later scharrelt ook Vreeland naar binnen. Toch wel uniek, in een vaargebied waar we nog geen schip hebben gezien, drie Nederlandse schepen, gezamenlijk achter ’t anker in een Paarlse baai. Dit vieren we onder het genot van een drupje aan boord van Vreeland totdat de stortregens ons naar onze betreffende bootjes jagen. Voor het eerst sinds Colon stort het hemelwater weer eens overtuigend omlaag. Joepie, tijd voor de wateropvang en jawel, volle watertanks!

Casaya > Chapera – 6  nov  2010
Terwijl we de baai uitscharrelen zien we een meeuw op het water staan.
Op zich niet zo gek want we zien momenteel wel vaker vogels in onnatuurlijke rechte lijntjes op een plank of boomstam langs drijven maar deze wijkt af doordat zijn maatjes wel gewoon ronddobberen.
De punt waarop hij balanceert, blijkt een schilpadschild van een grote groene soepschildpad die zodra we dichterbij komen eenmaal zijn kop uit het water opheft maar het daarna voor gezien houdt en verder dobbert zonder zich, in
tegenstelling tot zijn passagier, iets van ons aan te trekken. Even later zien we nog zo’n grote
groene lobbes, omgeven door zeeschuim en grote hoeveelheden plastic. Ook hij kijkt even op en negeert ons daarna volledig.
Is dit normaal of zijn ze ziek? Veel schildpadden sterven doordat ze plastic zakjes aanzien voor kwallen, hun dagelijkse kostje en eerlijk is eerlijk er drijft hier beslist een overkill aan plastic. Je zou verwachten dat ze bij nadering weg zouden duiken maar misschien weten deze dieren daarentegen dat ze niets te vrezen hebben in hun beschermde status. Wie zal het zeggen?

Terwijl we verder de baai uitvaren, zien we in de verte het zwarte silhouet van een bultrug hoog boven water uitspringen. Een witte vloedgolf omringt de enorme massa zodra deze het water weer raakt. Twee zwarte gekromde ruggen doorbreken de variëteit aan grijstinten aan de horizon. Witte sproeiwolken van waterdruppels markeren hun pad. We wijzigen  koers om te kijken of we dichterbij kunnen komen. Het silhouet van een opgeheven staart in het zilvergrijs, ze duiken!

Terwijl wij met vereende krachten een prachtige koningsmakreel binnenhalen, geeft Waldy via de radio door dat er op onze geplande ankerplek, onder het eiland Chapera waar de televisieserie survival of the fittest is opgenomen, enorme hoeveelheden plastic drijven en jawel hij heeft beslist niet overdreven, het is schrikbarend in welke hoeveelheden dit destructieve materiaal hier door de stroom heen en weer wordt gestuwd.
Voor ons een nieuw fenomeen want de Middellandse zee en de Atlantische oceaan waren  daar waar wij waren over het algemeen indrukwekkend schoon, de Caribische zee hebben wij alleen serieus vervuild gezien rondom Trinidad en bij de Venezolaanse eilanden en nu dus voor het eerst heel veel op verschillende dieptes drijvend plastic in vele verschillende vormen en staat. Sommige stukken bijna verteerd en uit elkaar vallend als je het probeert te pakken, andere nog stevig intact.
Een enorm net tussen de eilanden hier, functionerend als zeef met een aantal vrijwilligers die constant het plastic afvoeren zou beslist een bijdrage kunnen leveren aan het maritieme milieu alhier maar wat te doen met alle vis en andere zeedieren die erin verstrikt zouden kunnen raken?  
Is deze zee van plastic een fenomeen dat specifiek hier in de baai van Panama plaats vindt als afvalbak voor Zuid- en Midden Amerika of is dit een heel klein stukje van een maritieme ramp?

We liggen tussen Isla Chapera en Isla Mogomogo. Terwijl een pamfluit over het water klinkt, kleurt de hemel in de verte van diep oranje waar de zon het water raakt tot rozerood aan de wolkenranden,. Pelikanen, fregatvogels, witte reigers en aalscholvers trekken langs, op weg naar bed. Het water rondom krioelt van leven en regelmatig springen vissen hoog op uit het water. De ebstroom heeft zich ingezet, er is geen plastic meer te zien. Wat een contrast!

Jan en ik besluiten tot een wandeling. Op het eiland Chapera hopen we ergens de ondoordringbare groene muur in te kunnen komen. Bewapend met machete vinden we alleen toegang via een monding van een riviertje dus klauteren we door brak stromend water het bos in. Als ons ‘pad’[ na zo’n drie kwartier doodloopt volg ik een zijstroompje op zoek naar een doorgang. Bij een watersplitsing hoor ik een kort psst en kijk omlaag naar mijn ‘croq’ schoen’. Terwijl ik mijn volgende stap automatisch al zet klinkt een nu veel luider sissen en terwijl mijn hersenen zich bezig houden met de absurde gedachte over een mogelijke ‘lekke’ schoen trekt
mijn been zich intuïtief terug uit haar laatste beweging. Vlak naast waar mijn voet net nog stond, hangt een dikke lichtbruine slang met zwarte vlekken nijdig sissend aan een tak. “Slang” roep ik naar Jan terwijl ik nog een paar stappen extra afstand neem. Jan laat zijn dam in de steek en baant zich een weg naar me toe terwijl ik met trillende knieën van de schrik bekom. De oorzaak laat zich schijnbaar ongeïnteresseerd uit haar tak zakken en kronkelt weg tussen
We hebben twee blikken van vier liter aan boord en waren in eerste instantie van plan er één nu te gebruiken en een te bewaren voor een volgende keer maar nu we bezig zijn realiseren we ons dat beide blikken er nu op moeten. Niet echt handig om dit pas nu te constateren want met het resterende tij hebben we niet voldoende tijd over. Er zit niets anders op dan nu te doen wat we al van plan waren en morgen ‘gewoon’ nog een keertje droog te vallen.
We hebben alles keurig op tijd aan boord en rond zeven uur ’s avonds begint de Raaf te wiebelen. Ons Fortress anker ligt achter ons stevig vast in het zand en vanaf nu houden we de van achter inkomende ankerlijn strak. Na een minuut of twintig voelen we beiden beweging. Het is nieuwe maan en pikdonker. Langzaam halen we de overige ankerlijn binnen en hijsen het anker op het achterplateau. Terwijl ik de motor start duikt Jan de machinekamer in om de schroefas koel-waterafsluiter te openen.
Het alarm van de dieptemeter jengelt terwijl de diepte langzaam toe-neemt. De bomen tekenen zich zwart af tegen een diepdonkerblauwe lucht. We zoeken ons plekje op waar we lagen, de ankerketting ratelt, met acht meter water onder de kiel nemen we een welverdiende borrel.
Tja dat krijg je ervan. Wie zijn hoofd niet gebruikt,……………………… en dus vaart Jan Witte Raaf rond kwart voor elf het strand weer op terwijl ik foto’s neem, vanaf het strand dit keer. Zodra ze staat moeten we weer wachten tot het water voldoende is gezakt dus tijd genoeg voor een grote schoonmaak.

Terwijl ik nieuw aangespoelde rotzooi aansleep, bouwt Jan een mooi vuur aan de waterlijn met als basis hout dat de tijd krijgt om zich tot houtskool om te zetten. Alleen als het vuur heet genoeg is, verbrand het plastic zonder restwaarde en als we het doen willen we het goed. Langzaam maar zeker, terwijl de veelkleurige vlammen de zoveelste emmer omarmen, slinkt de plastic berg. Tijd om te poetsen!

Dit keer betekend poetsen op ons buik in het water terwijl het zich gestaag terugtrekt. Kleine garnaalachtige bijten zich vreugdevol in me vast terwijl ik mezelf toch beslist niet als voer voor anderen zie. Na anderhalf uur schrobben is ze schoon. Diepdonkere wolken dreigen. Even later plenst het. Zo wordt die ravenbuik mooi zoet maar van verven komt er niets.
Wolk na wolk drijft de baai binnen en na twee uur moeten we erkennen dat het vandaag niet meer gaat lukken. Het tij keert en het zoute water omsluit ons terwijl het zoete nog steeds op ons neerdaalt. Rond half acht wiebelt ze weer. We raken geroutineerd. Langzaam halen we op de winch de ankerlijn van ons achteranker weer binnen en een half uurtje later is het gepiept. Proost!

Drie keer is scheepsrecht! De lucht is blauw, het strand is schoon, er wacht ons niets anders dan een ongeschilderde scheepsromp. We mogen nu pas rond twaalf uur het strand op want anders zijn we te vroeg en komen we later of misschien wel helemaal niet meer los. Geduld oefenen dus al is dat voor sommigen onder ons heel lastig.
De maan groeit en het tijverschil is nog maar twee meter. Lastig, zeker daar we de eerste halve meter onder de waterlijn al hebben geschilderd. Zo wordt het toch nog een race tegen het water maar twee uur later is ze weer mooi blauw. Snel kijken naar ons werk voordat het onder water verdwijnt.  

De hemel voelt vast dat Jan een koutje heeft gevat want hij blijft grijs en grauw terwijl de bovendouche regelmatig even wordt opengezet.
Onze gasfles is leeg en we koken nu op het laatste restje van onze kleine BBQ gasfles. Heeeeeel zuinig dus want we weten niet wanneer Talagoa, die een nieuwe fles voor ons meebrengt – onze kant opkomt.
Maar gelukkig vind ik tijdens een zoektocht in de achterpiek nog een volle fles, joepie we hadden ons vergist, nu kunnen we dus weer gewoon ongelimiteerd koffie zetten zonder dat daar speciaal de generator voor gestart moet worden.

Volgens de gripfiles kunnen we de komende dagen rustig weer verwachten rond Cabo Malo. Bij deze kaap die de noordwestelijke hoek van Bahia Panama vormt kan het met harde wind flink spoken vanwege de daar gangbare sterke stromingen. Aangezien we niet weten hoe het toekomstige weerpatroon eruit ziet besluiten we te vertrekken en aan de andere kant op Talagoa te wachten.

Spiritus Santo > Cabo Cocos – 20 nov 2010
Nu we dit eenmaal hebben besloten kunnen we niet wachten en een uurtje later zijn we onderweg naar het zuidelijkste puntje van Isla Rey, Punta Cocos.
Het is prachtig zeilweer waarbij we naast zon, zee en wind ook nog getrakteerd worden op het bezoek van dolfijnen en blazende bultruggen. Dit maakt de rollerige ankerplaats voor de nacht meer dan goed.

Oversteek Cabo Cocos > Cebaco – 21 nov 2010
Om half zes zeurt de wekker ons wakker, om kwart voor zes gaat de motor aan en om zes uur, de zon is nog niet boven de kim, zijn we anker op. Dicht bij rotsformaties manoeuvreren blijft hier in tegenstelling tot in de San Blas heel spannend want ons navigatieprogramma Maxsea is hier niet zo accuraat het voorgaande. Voldoende afstand houden dus.

Er is weinig wind en ons grootzeil functioneert meer als slingerzeil dan dat het voor voortgang zorgt. Ons roze plastieke inktvisje is niet te versmaden voor een mooie geelvin tonijn en voor hij het weet hangt hij, nog onder invloed van een scheut wodka, ondersteboven, zonder kop uit te lekken aan onze reling.
De oceaan toont zich van haar mooiste kant. De traag glooiende deining tovert de meest uiteenlopende patronen in het blauwe water. Een dolfijnen moeder met jong duikelt voorbij terwijl stormvogels en meeuwen langs dobberen op stukken drijfhout en schildpadruggen.
In de verte vindt een vreetfestijn plaats. Terwijl het water bruist van jagers en prooi, vissen van bovenaf de pelikanen en meeuwen mee.
We wijken uit voor een visserschip dat zonder zichtbare crew rond dobbert in de middaghitte. Zijn zwarte visnetvlaggen hangen sap in de blakte. Een Amerikaans oorlogsschip passeert achterlangs  en verdwijnt grijs in het grijs.
Een kleine zwaluw landt na een paar rondjes tussen de washandjes op de waslijn. Hij laat kwetterend horen niet tevreden te zijn met zijn plekje onder de bimini en zodra hij de kans krijgt vliegt hij de kajuit in. Na wat rondkijken vindt meneer een rustig slaapplekje in de slaaphut op de gitaar in de boekenkast.

We eten nassie. Met pindasaus want anders is  nassi niet
lekker volgens mijn schipper. Rond kwart voor tien zijn we dwars van Cabo Malo. Er liggen vier vrachtvaarders op koers waarvan er eentje voor ons uitwijkt. De kaap ligt zonder wind als een spinnende poes in haar mand.  
Als ik op wacht kom verlicht de volle maan de hemel. De wind is te licht om volledig te kunnen zeilen maar met een beetje hulp van de motor vult de genua zich goed. Tot aan Punta Manato kunnen we motorzeilen, daarna draait de wind met de punt mee en krijgen we hem met tien knopen recht op de kop. Een groep bezoekende dolfijnen maken veel goed vooral als er eentje tot twee keer toe rechtstandig tot aan haar staart naast de Raaf uit het water komt.

Net voordat we de zuidwestelijke baai Ensenada Naranja van Isla Cebaco willen binnen lopen constateert Jan een motorprobleem. Om de een of andere reden wil de motor niet meer naar vol vermogen en zodra we de gashendel in neutraal zetten, slaat hij spontaan af.
De wind is toegenomen tot vijftien knopen en we kunnen onder zeil de baai in varen. Jan vertrouwt de motor niet dus ankeren we onder zeil.
Om het hoekje waar wij willen liggen ligt een groot Panamees motorjacht met verschillende kleine motorbootjes langzij met direct daarachter een aantal dicht bij elkaar gesitueerde aanlegboeien. Hierdoor moeten we iets meer naar het midden ankeren. Zodra het anker valt gebruiken we de motor heel even om het anker zich te laten ingraven. Na deze actie wil de motor niet meer uit! Het moet niet gekker worden!

Tien minuten nadat Jan de brandstoftoevoer heeft afgesloten slaat hij eindelijk af. Zodra we goed en wel liggen gaat de schipper met snorkel overboord om de schroef te controleren.
Deze is schoon dus daar ligt de oorzaak niet. Jammer want de overige mogelijke oorzaken stemmen niet vrolijk. Na een uiterst soepele oversteek waarbij we drieëndertig uur aaneengesloten op de motor hebben gevaren zit het venijn in de staart.
Zolang er wind staat is onze ankerplaats prima maar zodra deze wegvalt blijkt onze plek niet voldoende beschermd tegen de gangbare ‘Stille’ zuidwesterdeining.
Het is dat het stikdonker is en we hier onbekend zijn, anders waren we vannacht al anker op gegaan want van slapen is geen sprake. Een vliegende achtbaan is rustiger dan deze baai en zodra het licht zich aandient zijn we weg.

Cebaco > Santa Cathalina – 23 nov 2010
Het regent en waait en de lucht is grauw. De eerste mijl moeten we recht tegen de wind in maar daarna kan de motor uit en zeilen we met 15 knopen scherp aan de wind. Heerlijk, want ondanks dat hij ons keuring de baai uit heeft geholpen, zijn we zolang we de oorzaak van zijn makke niet kennen het vertrouwen in onze trouwe voortstuwer even kwijt.
Ons doel vandaag is het 15 mijl verderop gelegen Santa Cathalina dat volgens de boeken een goede bescherming biedt in alle weersomstandig-heden. Ondanks de regen genieten we beiden en de belofte klopt. Achter het eiland is geen deining. Later blijkt dat we alleen bij de wisseling van het tij een uurtje worden geklutst, daarna liggen we heerlijk stil. En onze motor, die blijft nu wel weer lopen in neutraal maar wil nog steeds niet uit als wij het wel willen. Slapen!

Jan vermoedt nu dat het probleem mogelijk wordt veroorzaakt door een waterseparator filter dat dusdanig onbereikbaar is ingebouwd dat het niet mogelijk is het zonder problemen open te maken.
Wat is wijsheid? Hier, op anker, verstopt achter een eilandje beschermd in alle windrichtingen, ongeveer een mijl van het onbewoonde vasteland verwijderd dat alleen bij licht aan te varen is in verband met de ervoor gelegen riffen, de boel proberen te openen
Of
met een mogelijk onbetrouwbare motor een snelstromende rivier met verschillende wandelende ondiepten optuffen naar Puerto Mutis, de bewoonde wereld waar we beslist mensen, winkels en een verbinding met een grotere stad hebben?

Santa Vathalina > Puerto Mutis – 24 nov 2010
Na de nodige onderlinge discussies en advies dat we via de korte golf radio bij Waldy en Wiebe – volgens Wiebe die dit systeem kent zit er een papieren filter in - inwinnen, kiezen we voor de bewoonde wereld en dus varen we met opkomend tij rond 12.00 uur de monding van Bahia Montijo in. De oevers zijn begroeid met hoge mangrovebomen en des te verder we het rivierenstelsel invaren des te duidelijker zien we de schaduwen van de modderbanken. We realiseren ons beiden dat vastlopen met onze zieke motor geen optie is omdat we niet voldoende vermogen hebben om zelfstandig los te komen dus zodra we in het smallere gedeelte komen blijf ik aan de navigatiekaart gekluisterd terwijl Jan aan het roer staat. Nu kunnen we onze ervaring van het riviervaren op de Guadiana- Gambia- Amazone- en Surinamerivier waar we geleerd hebben de buitenbocht te nemen en goed naar de stroompatronen te kijken, goed gebruiken.

Zodra de dieptemeter minder dan drie meter onder de kiel aangeeft, neemt Jan het vermogen eraf. De stroom stuwt ons met ruim twee knopen voorwaarts terwijl we nu het ondieper wordt juist zo langzaam mogelijk willen varen. Als we dan vast moet lopen dan graag voorzichtig!
In de monding van een zijarm loopt de diepte terug naar één meter negentig. We hebben nog vijftig centimeter over. Met onze ogen gekluisterd aan de dieptemeter schuifelen we verder. Twee vissers kijken vanaf het dak van hun bootje toe. Kan dit wel wat we aan het doen zijn? De dieptemeter schommelt heen en weer, we zijn beiden gespannen.
Na de bocht zien we in de verte een mast. Er ligt daar een schip!

Een catamaran zien we door onze verrekijker, dus dat biedt nog steeds geen garantie dat we er kunnen komen. Bij de laatste bocht moeten we opeens in tegenstelling tot de overigen de binnenbocht aanhouden en dan in een rechte lijn naar Mutis.
Keurig conform de planning waarin we berekend hebben, anderhalf uur voor hoog water op het ondiepste punt te zijn, komen we een uur voor hoog water aan. Tussen de vele visserscheepjes liggen een catamaran en een scherp jacht. Beiden zijn verlaten.
We passeren het dorp en gaan iets verderop voor anker zodat we gewoon ongezien op het achterdek kunnen blijven douchen zonder daarmee de plaatselijke zeden te shockeren. Het anker pakt direct, Witte Raaf ligt als een huis.

’s Nachts rammelt er regelmatig iets langs de romp. Takken en stronken die door de stroom van hogeraf richting zee wordt vervoerd. Hoe vaak zullen ze bij ons langskomen voordat de rivier ze loslaat? De volgende ochtend gaan we aan de wal. Een tandeloze man op het drijvende steiger beloofd ons op BB te passen. We geven hem onze oude ietwat geroeste machete waar hij als een kind zo blij mee is. De havenmeester bekijkt met streng gefronst gezicht onze Zarpe naar Costa Rica totdat hij hoort dat we hier zijn vanwege een motorprobleem. Dit blijkt het toverwoord. Dankzij ons motorprobleem mogen we blijven tot we het hebben opgelost (zolang we willen) en dan kunnen we bij hem een nieuwe Zarpe halen.

Het dorp is klein, een politiebureau, een kleine Chinese super, het havenkantoor, een klein kerkje een twintigtal woonhuizen en een stuk of vijf restaurants. Het hoge aantal restaurants is ons een beetje onduidelijk tot blijkt dat dit het vertrekpunt is voor toeristen die het natuurpark van Coiba willen bezoeken. Heerlijk want de grote variëteit vermindert mijn kookactiviteiten aanzienlijk.

Volgens de havenmeester kunnen we in Santiago, de 60 km verderop gelegen provincie hoofdstad wel filters vinden afhankelijk van de vorm en het formaat dat we nodig hebben. Nu wordt het dus echt zaak dat we ophouden met onze struisvogelpolitiek en de boel openmaken.

De selectiehendel in het midden heeft geen aanwijzing welk filter er  geselecteerd staat. De rechter waterseparator bevindt zich dusdanig onbereikbaar – onder de watertank - dat we voordat we überhaupt iets kunnen doen, de startaccu moeten loskoppelen en verwijderen. Het linker kunnen we met uitgerekte armen open krijgen dus daar focussen we ons op. Twee paar uitgerekte armen en een paar steeksleutels en moeren later kunnen we de deksel lichten en wat schets onze verbazing, het vierkante filtertje dat eruit komt kennen we! Daar hebben we er een aantal van in onze reservebox. We wisten totnogtoe alleen niet waar die in moesten!  

Aangezien de knop waarmee het eventueel gesepareerde water kan worden afgevoerd helemaal onderop en dus volledig onbereikbaar is, zuigen we het filterhuis leeg met onze vacuümpomp. Geen water!
Vervolgens demonteren we de toevoerleiding en blazen hierin om uit te vinden in welke stand het linker filterhuis geselecteerd wordt. Hierna vervangen we het zwart geblakerde filtertje met een nieuwe en vullen het filterhuis met diesel om zoveel mogelijk lucht in het systeem te voorkomen. Nadat we de bouten weer goed hebben aangedraaid pompen we handmatig de lucht uit het brandstofsysteem en ……………… horen een vreemd gorgelend geluid uit de richting van het net vervangen filterhuis! Nee hè, we hebben een lek.
Het is vijf uur, ondanks het unheimische gevoel om zonder motor op een snelstromende rivier te liggen is het voor vandaag echt genoeg. Met een borrel in de ene hand en de camera in de aanslag in afwachting van de witte ibissen, wachten we op de regen, morgen verder.

Als ik iets voor het eten uit de voorraad wil halen, ontdek ik water. Veel zoet water dat uit het plafond omlaag sijpelt. Nee hè, houdt het dan nooit op? We plaatsten hier en daar opvangbakken, morgen moet de boel open.
De plafondplaten en het isolatiemateriaal liggen in de zon te drogen terwijl wij proberen te ontdekken waar het water vandaan komt. Pas ’s avonds als het weer regent zien we dat het water via de bouten van de bakboord steunbeugel bij de mast en de steun voor het reddingsvlot omlaag druppelt.
Ondertussen hebben we het al eerder opengemaakte filterhuis weer open en ontdekken we in een dieper gelegen rubberen afdichting een bobbel. Ons luchtlek! Aangezien we in onze technische informatie geen plaatje hebben van de doorsnede van het filterhuis hebben we geen idee hoe we de gewraakte rubberen ring kunnen vervangen. Na een middag tobben realiseren we ons dat er niets anders op zit dan ons te richten op het andere filter. Deze heeft het naar alle waarschijnlijkheid nooit goed gedaan.

Zoals gezegd moet nu eerst de startaccu losgekoppeld worden en eruit. Gelukkig hebben we sinds Colon een onderhoudsvrije die niet kan lekken!
Het deksel van het andere filter bevindt zich onder de stuurboord water-tank en om bij de bouten te kunnen frommel ik mezelf tussen de motor en het grote accublok in op de plek van de startaccu. Dankzij het andere filter weten we in ieder geval hoe het geheel in elkaar zit en wat we kunnen verwachten en ondanks de zwaartekracht die regelmatig iets naar de bildge bodem trekt, zien we kans het filtertje te vervangen. Ook deze is pikzwart en het in harmonica vorm gevouwen papier is zelfs tegendraads gezogen. Met onze brandstofpomp is duidelijk niets mis! Met eindeloos geduld vissen we alle benodigdheden weer van de bodem en zetten we het dekseltje er
weer op. Je zal dit met wat zeegang moeten doen! Zodra we de lucht weer handmatig hebben verwijderd en de startaccu hebben teruggeplaatst en aangesloten kruisen we onze vingers en …………..even later luisteren we naar het tevreden gebrom van onze Perkins.

Ondertussen is duidelijk dat het water dat binnenkomt zich op sommige plaatsen tussen het rubber en het teakhout frommelt. Daarna zoekt het de makkelijkste weg via de bouten naar binnen. Aangezien dit een probleem is dat we hier en nu niet kunnen aanpakken doordat het eenvoudigweg teveel regent maar we willen voorkomen dat er water tussen het teak en het watervaste triplex blijft komen besluiten we de aangetaste rubber afdichtingen in te smeren met epoxie. Natuurlijk biedt dit geen definitieve oplossing maar voor de korte termijn werkt het goed. Om ervoor te zorgen dat de ruimte tussen teak en triplex goed kunnen drogen laten we de bouten, het isolatiemateriaal en de plafond platen ondanks dat de Raaf wel een bouwplaats lijkt, nog even achterwegen.

Het is iedere dag een uur later hoog  en aangezien we met hoog water hier weg moeten en we niet in het donker op deze rivier willen varen kunnen we hier niet lang meer blijven. Toch willen we een dagje naar Santiago om inkopen te doen want onze voorraden zijn na ruim vijf weken rimboe aardig geslonken. We nemen de bus en negentig minuten later worden we afgezet voor de supermarkt.
Het blijkt vandaag een nationale feestdag te zijn waardoor er veel winkels gesloten zijn maar naast de lokale fruit markt pikken we een wifi signaal op waardoor we onze mail kunnen binnenhalen. Dit is na vijf weken een feestje op zich! Volgeladen met boodschappen pikken we de laatste bus naar Puerto Mutis en om negen uur zijn we weer aan boord van Witte Raaf.

Puerto Mutis > Santa Cathalina – 2 nov 2010
Het is hier twee uur later hoog dan aan het begin van de rivier dus we gaan om kwart over een anker op. Nu hebben we in tegenstelling tot de heenreis ons spoor op ons navigatie programma op de computer dat we rivier opwaarts hebben gevaren dus in feite hoeven we nu dus alleen maar keurig het lijntje op de kaart te volgen. Een kind kan de was doen. Ware het niet dat we volgens onze dieptemeter opeens nog maar twintig cm onder de kiel hebben. Niet zo relaxed als we dachten dus.
Als we in het diepere gedeelte komen, trekt de wind aan maar hij staat net te scherp. Het regent, een eenzame dolfijn trekt ruim een half uur met ons op waarbij hij eerst bij de boeg omhoog kijkend mee zwemt, zich dan laat afzakken tot achter Witte Raaf om aan de andere kant zijn patroon te herhalen. Dat we eigenlijk te langzaam voor hem varen lijkt hem niet te deren, ons gezelschap krijgt prioriteit. Santa Cathalina is niet bezeilbaar en met een toenemende wind gaat het op werken lijken dus besluiten we voor de nacht achter het dichtstbijzijnde eiland, Isla Gobernera te ankeren.

Prima geslapen en ondertussen schijnt de zon dus na het ontbijt gaan we anker op en zeilen we op ons gemakje langs de kust. Ook vandaag komt de wind te scherp in dus wordt het kruisen. Als we na een slag zo ongeveer weer bij ons beginpunt uitkomen zijn we al zo’n twee uur onderweg. Het is mooi weer en we hebben de hele dag dus wie doet ons wat? Rond drie uur valt het anker.

Santa Cathalina > Isla Canal de Afuerta – 4 dec 2010
Stralend weer maar bar weinig wind. We gaan anker op en laten de wind vandaag beslissen waar we heen gaan, althans,…… Er staat dusdanig weinig dat de richting waaruit hij komt in eerste instantie niet duidelijk is en we achteruit lijken te gaan in plaatst van vooruit. Gelukkig voert de stroom ons in de goede richting en als we eenmaal uit de luwte van het eiland zijn halen we soms zelfs vier knopen.
De heuvels en daarachter liggende bergen van Panama zijn prachtig en voor de kust liggen her en der groene dichtbegroeide tropische pukkels waar we als de wind het laat afweten, maar net vrij van blijven. Een mijl voor het eilandje Afuera ontkomen we er niet aan, de motor moet aan, de wind is op!
We ankeren in een prachtige baai in wat later blijkt een deel van het Nationale park van Coiba. We hopen dat de parkwachters vandaag niet meer langskomen want we hebben ons voorgenomen de belachelijk hoge entreegelden van $150 per nacht voor de boot, niet te betalen. Zeker omdat het volslagen vaag is wat er met het geld gebeurd. Als ze komen, zullen we dus verkassen.
Tijdens een snorkelactie constateer ik dat het hier aan de ‘Grote’ Pacifistische kant ook onder water sterk verschilt met de Caribische. Andere koralen en andere vissen waaronder een vel gele niet over het hoofd te ziene puffer.

Isla Canal de Afuera > Isla Brincano – 5 dec 2010
We willen het lot niet tarten door hier een dagje te blijven liggen want als de parkwacht ons hier weg stuurt kunnen we niet meer met goed fatsoen bij de volgende, twintig mijl verderop gelegen eilandengroep ankeren omdat deze ook nog bij het park hoort.  
Dus anker op en naar buiten waar een prachtig stuk open water ons uitnodigt onze verschillende kompas indicaties op te lijnen. Hiervoor moeten we een aantal mooie ronde cirkels varen zodat de computer de juiste kompasrichting kan bepalen en eventuele fouten verwijderd. Volgens het boekje moeten we linksom maar ons geheugen stemmetje jengelt, “nietes de vorige keer lukte het alleen rechtsom”.
We draaien cirkel na cirkel waarbij er best wel wat stuurmanskunst komt kijken om de cirkels in de sterk doorstaande stroom toch gelijkmatig te laten verlopen. Drie rondes links, drie rondes rechts, toch nog maar eens linksom, na achttien cirkels geven we het op. Helemaal geen links of rechtsom meer, gewoon zeilen hijsen en rechtdoor!

Na een half uurtje loopt de vislijn uit. Hij springt twee keer kort achter elkaar op uit het water. Mmmmmmm, wauwie, hij is groot! Een mannetjes dorade, te herkennen aan zijn hoge voorhoofd.
Goudgroen met kobaltblauwe stippen flitst door het water. Nog steeds razendsnel maar niet voldoende energie meer om te springen. Bij gebrek aan goedkope rum staat de wodka voor hem klaar. Langzaam maar zeker draait Jan hem binnen. Voor zijn eerste ‘slok’ wodka trekt het goud-groen zich al terug. Mat zilver met hier en daar een groene veeg. De kobaltblauwe stippen blijven.
Grote filets prachtig wit stevig vissen vlees gaan een uurtje later de koelkast in. Goed voor minstens drie dagen kraakverse vis.  Dank u Sinterklaasje!

Dankzij zeventien knopen wind stuiven we in ideale omstandigheden richting doel. Onze baai is al bewoond door een groot wit motorjacht.
We kruipen weg in het uiterste hoekje, rondom een spektakel van uit het water opspringende roggen die soms wel drie achterwaartse salto’s maken.  
Op het eiland waar we vlakbij liggen, vecht een enorme variatie aan bomen en struiken om een plekje waarbij de buitenste er hier en daar af geduwd worden. Een ondoordringbare groene muur. Gek dat we bij dit paradijs nauwelijks vogels horen.
Snorkelen biedt alleen zicht op een aantal gezonken boomstammen en een schuchtere schildpad die zich heel snel uit de vlerken maakt. Joepie, ook hier geen parkwachters.

Isla Brincano > Isla Secas – 6 dec 2010
09.30 uur anker op, tijdens het verlaten van de baai zien we onder de kust twee grote sproeiwolken. Walvissen! In stil ontzag turen we door de verrekijker terwijl er om ons heen lustig op los gekletst en geklatst wordt. Springende roggen die iedere keer als ik mijn lens op ze richt net weer onder water verdwijnen.
Scherp aan de wind, veertien knopen, net als de afgelopen dagen, ideaal.
Dolfijnen passeren, ze hebben geen tijd voor ons. Ze zijn op doortocht. Op weg naar een vreetfestijn of hebben ze een afspraak?

De eilandengroep Isla Secas is privé-bezit en hoort niet meer bij het park. De een kom vormende hoofd-eilanden worden gebruikt voor zeer exclusieve hotel accommodatie. Op uitgelezen plaatsen – er liggen her en der in de baai kleine bobbelvormige eilandjes - staan grote ronde tenten. Iedere tent is zo geplaatst dat hij rondom uitzicht biedt op de uitbundige natuur, men kan de andere tenten vanuit de eigen tent niet zien. Vanuit de eco gedachte heeft iedere tent zijn eigen zonnepanelen voor de werking van de verlichting en ventilatoren. Airconditioning ontbreekt.
Aan het strand biedt een grote gemeenschappelijke tent ruimte aan de door een gourmet chef geleidde keuken en het restaurant.  Voor het lieve sommetje van $1000.= per nacht geniet je met z’n tweetjes niet alleen van de onverdeelde aandacht van de chef maar staat de gehele dag een staf ter beschikking om je te assisteren met alle mogelijke watersport activiteiten of om je simpelweg naar een privé-strand een eilandje verderop te varen.

Tja ’t jammer dat de gourmet chef er nog niet is, maar daar staat tegenover dat nu er nog geen gasten zijn, wij vrij zijn om over het eiland en de stranden te dwalen. We snorkelen bij een bij eb vrijkomend bergtopje. Veel kleurrijke rif-vissen, zwevend op de deining boven een paar grote koraalklompen. Jammer dat we het hier minder lang volhouden. De kou jaagt ons ondanks onze snorkelhemden terug in BB.
Het strand is getekend door drijfhout. Prachtig gevormd door water en wind. Opgebleekt door de verzengende bol.                                                                                        (Speciaal voor Heike, mooi he)
Op de berg zijn mannen druk bezig een landings(gras)baan te vervangen door een betonbaan. Voor de bouw moet alles worden aangevoerd vanaf het vaste land. Betonmolens, bulldozer, vorkheftrucks, walsen, en enorme
hoeveelheden grind en cement. Om de dag landt er een landingsvaartuig die het materiaal aanvoert.  En dat allemaal voor het comfort van de gasten.
Na ruim twee uur snorkelen waarbij ik de gestippelde zeeslang over de bodem zie schuiven, de groene morene vrij rond zie zwemmen en heel veel nieuwe soorten vis zie, kan ik mijn tanden niet laten ophouden met klapperen. Oké dit kan dus niet aan deze kant, althans niet zonder beschermend pak.

Isla Secas > Isla Parida – 10 dec 2010
Na drie dagen luieren gaan we verder. Zodra we uit de luwte van de eilandengroep weg zijn gaat de motor uit. Het lijkt er even op dat het niet bezeilbaar is maar de goden zijn ons goedgezind en met een kleine windshift zeilen we tot vlak voor de baai van Parida. Onze gids waarschuwt voor een verstopte rots die we niet kunnen vinden dus dat klopt. Viereneenhalf uur zon, zee een wind, de ankerketting ratelt het groen in.

Aan de wal wonen twee gezinnen. Het ene, bestaande uit een uiterst verlegen Indiaanse met een zwerm kleintjes trekt zich zwijgend terug als we toenadering zoeken. De buurman Juan daarentegen wijst ons een route die we kunnen wandelen naar een verderop gelegen baai.
Een bananen-bloem barst uit haar voegen. Bananenbomen dragen vrucht. Niet alleen de hier dagelijks gegeten bakbanaan maar ook de kleine primero’s die wij zo lekker vinden. Het pad leidt naar Playa de Socorro. Een afgebroken huis wijst op vertrek, een geschilderd bordje meldt het verbod tot betreden. Verder niets, een uitgestrekt niets tussen heldergroene kokosspruiten, parasiterende orchideeën en drijfhout. Echt prachtig drijfhout Heike.
Op weg terug naar onze ‘eigen’ baai ontmoeten we een jonge man die voor ons als cadeau een tros primero’s uitsnijdt. Het einde van deze boom, met het verlies van zijn vrucht sterft voor en door ons. We geven hem 2 dollar omdat we om de bananen hebben gevraagd en we geen misbruik willen maken van de gastvrijheid. Van Juan kopen we twee kreeften. Het leven is goed. Talagoa ankert achter ons en komt eten.

Isla Parida > Golfito (Gosta Rica) – 14 dec 2010
BB is ziek! Zijn voorste compartiment heel langzaam maar beslist zeker leeg in het voorste compartiment. Terwijl Talagoa alvast vertrek richting Costa Rica hijsen wij BB aan dek en na een niet overbodige poetsbeurt plakken we het enige lekje dat we kunnen vinden. Nu kan ze de hele weg van Panama naar Costa Rica aan dek liggen drogen.

Rond 17.00 uur gaan we anker op en zodra we het eiland hebben gerond en uit de luw met een te weg zijn kan de motor af. 15 knopen wind, totaal uit de verkeerde richting maar dat mag de pret niet drukken want het is meer dan prachtig zeilweer met een imposante zonsondergang. Na twee uur valt de wind weg en striemt de regen ons in het gezicht. Tijd voor ons ijzeren zeil dat ons exact in de juiste richting stuwt. Om 23.00 passeren we Cabo Burica. Een half uurtje later kan de motor uit.

Costa Rica here we come!

Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.