Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag 50 Colon > Het Kanaal > Panama

Porto Bello > Colon – 6 september 2010
Om 14.00 melden we ons via kanaal 12 aan bij Cristobal Signal station en verzoeken we om toestemming om de baai van Colon binnen te varen. Overal om ons heen liggen gigantisch grote container- en tankschepen achter hun anker, te wachten op ………..?
We hebben Ria en Waldy van Talagoa beloofd, de 7de in marina Shelter Bay te zijn met de eerste benodigdheden voor hun ontbijt als zij terugkomen van hun bezoek aan Nederland dus varen we naar Club Nautico waar de super om de hoek ligt.
Veel makkelijker is dan vanuit Shelter Bay. De organisatie van de Club is niet geheel duidelijk maar de inham is groot genoeg en er liggen nog drie andere zeilschepen. Achterbuurman Cliff komt even langs om ons te informeren over waar je wel en niet kunt lopen zonder beroofd te worden in het crimineel bekend staande Colon. Cliff ligt hier al maanden en is in zijn vorig leven o.a. producer geweest van de film Easy Rider. Hij zit vol prachtige verhalen maar die moeten wachten tot een andere keer.

Club Nautico > Shelter Bay marina – 7 september 2010  
Na de nodige boodschappen en een nieuwe startaccu gaan we anker op. In tegenstelling tot gisteren vraagt Jan nu geen toestemming aan Cristobal Signal  maar meldt zijn voornemen het kanaal over te steken. De verkeersleider lijkt er blij mee te zijn en geeft ons een open toestemming mits we vrij blijven van alle verkeer. Lijkt me vrij logisch gezien de afmetingen die langs denderen.

In de veronderstelling dat het laagseizoen is en er dus plek zat zijn, hebben we niet gereserveerd in de marina. Op ons telefonische verzoek om een plekje wordt er zeer twijfelachtig gereageerd. Oké, misschien voor één nachtje dus we mogen wel komen maar dat biedt beslist geen garantie voor de toekomst.

Na zeven maanden vakantie mogen de stootkussens en de afmeerlijnen eindelijk weer eens aan het werk. Drie marinero’s staan keurig klaar om ons op te vangen. Ze zijn duidelijk niet gewend aan schippers die zelf kunnen manoeuvreren en willen ons, uit angst voor schade, het liefst geheel op eigen spierkracht naar binnen sjorren maar Jan trekt zich hier lekker niets van aan en legt Witte Raaf keurig in haar box. Voor het eerst sinds acht maanden ligt ons huis weer eens aan een steiger vastgeknoopt.

Met de aankomst van Waldy en Ria wordt tijdens het uitstappen van de taxie geconstateerd dat er een tas ontbreekt. En laat dat nu net de tas zijn met alle uit NL mee gebrachte technische spullen! De taxichauffeur belooft de luchthaven te bellen en aangezien er nu verder even niets aan gedaan kan worden gaan we op de Raaf aan de zelfgemaakte vissoep.

Ondanks de gezelligheid van medezeilers en de professionele aanpak van een lasser die de haarscheurtjes in onze giekophanging last, passen onze velletjes slecht.
Natuurlijk is het ontbreken van nicotine hier mede debet aan maar dit kan toch na zeven weken niet zoveel invloed meer hebben? We besluiten er een paar dagen tussen uit te piepen. Even weg van de Raaf met al haar technische uitdagingen en de uitdijende klussenlijst. Gewoon even een paar dagen voor ons zelf. We zijn toe aan vakantie, jawel ook wij!
Aangezien we via Colon gaan, leveren we onderweg ons reddingsvlot af voor zijn periodieke keuring. Zij nodigen ons uit om getuige te zijn van de test en voordat we het weten staan we ergens in een grote hal op het industrieterrein van Colon waar ons reddingsvlot wordt uitgepakt en opgeblazen. Heel interessant natuur-lijk maar ook erg confronterend want na een paar seconden loopt ons reddings-middel weer net zo hard leeg als dat het wordt volgepompt.
Gelukkig, ze gaan het voor ons oplossen en wij, wij pakken de bus naar Panama stad.
Na een kort bezoek aan een reusachtig winkelcentrum waar net als in iedere grote stad dezelfde junk wordt verkocht - een nieuw bewijs van de eenhapsworst die we langzaam van onze wereldbol
maken – vinden we een redelijk betaalbaar hotel in het hartje van de stad waar we te voet op onderzoek uit kunnen. Jammer dat Jan weer zo’n last heeft van zijn nek en zijn schouder.

Ondanks dat ik niet geloof in vergelijking - daar wordt altijd verlies bij geleden en er kan niet meer objectief worden gekeken naar dat wat er is - dringt het beeld van het prachtige oude stadsdeel van Cartagena zich regelmatig aan me  op als we door de oude stad van Panama wandelen. Het is duidelijk zicht-baar dat de Panamezen zich hun historische rijkdom pas net beseffen. Schitterend mooi gerestaureerde oude panden staan tussen totaal vervallen ruines. De fraaie gevels en het antieke straatbeeld komen nauwelijks tot hun recht door de enorme hoeveelheid rondrijdende en geparkeerde auto’s.
Met de juiste investeringen en een autovrije zone ligt hier een toekomstig pareltje.  
Het theater is daarentegen wel gekoesterd en toont zowel aan de binnen als aan de buitenzijde zijn grandeur. De expositie van het historisch museum, verdeeld over verschillende verdiepingen is imposant maar verliest voor ons, nauwelijks Spaans sprekenden, een groot gedeelte van de inhoud doordat we de
Spaanstalige bijschriften niet kunnen lezen. Jammer, gelukkig maken de foto’s en ander beeldmateriaal in combinatie met vooraf opgedane kennis en een gezonde fantasie de informatie over het ontstaan van het kanaal redelijk begrijpelijk.
Als slagroom op de soes zijn we terwijl we de uitgang van de oude stad zoeken en daarbij toevallig langs het presidentiele paleis lopen, getuige van het
gewapende vertrek van de first lady. Zeer indrukwekkend zoals deze dame omringd door Rambo’s gewapend met vol automatische geweren in en om de auto wordt afgevoerd. Even thee drinken bij haar zusje?

Onze vier dagen wereldstad vliegen voorbij. Winkelen, ijsje eten, bioscoopje, uit eten, nog meer shoppen, chineesje en dan is het alweer tijd om terug te gaan. We hebben tijdens onze ‘vakantie’ in de stad geen van beiden een moment aan Witte Raaf gedacht maar morgen moeten we onze box in de marina uit dus we moeten echt terug.
We gaan via de Miraflores sluizen. Bij dit sluiscomplex van twee aaneengesloten sluiskamers aan de
Pacific zijde wordt op vier verdiepingen het ontstaan en de werking van kanaal en sluizen in woord en beeld getoond. Ditmaal ook in het Engels en daarmee erg informatief. Daarnaast is het aangezicht van de containerkolossen die met 50 cm tussen scheepswand en sluismuur op hun plek worden gehouden door kleine naast hen meerijdende treintjes nog het meest imposant.

Terug op Witte Raaf besluiten we na twee weken marina dat het genoeg is. Zowel qua kosten als qua benauwdheid want het is hier zo goed beschermd dat er in de haven geen zuchtje wind staat. Terug naar Club Nautico dus. Ook nu mogen we tussen alle grote jongens door het kanaal oversteken en drie kwartier later liggen we weer op ons
oude vertrouwde plekje.
Vanuit hier kijken we uit op het grootste containerterminal van Colon. De monsters varen af en aan en passen meestal maar net allemaal tegelijk aan de kades. Rechts en links voeren grote kranen containers af en aan. Dertig seconde duurt het om een container te verplaatsen en vaak werken ze met vier of vijf kranen tegelijk aan één schip. Tel uit, de niet meer te stoppen verplaatsing van goederen ter bevordering van de consumptiemaatschappij.
We delen de dagen in twee gedeelten waarin er ’s ochtends wordt geklust en ‘s middags nieuwe voorraad
wordt ingeslagen. Colon bestaat uit een kaarsrecht in blokken opgedeeld stratenplan waar we ondertussen de weg aardig kennen. Alleen de wijk bij het postkantoor waar we ondanks dat het ons is afgeraden toch pakketjes posten is het een armoedige bende met hopen afval overal.
Hier wordt ons zelfs door de inwoners zelf aangeraden per taxi in en uit te
gaan. De rest valt erg mee al is het overal even onverzorgd, verveloos en smerig en wordt het afgeraden om sieraden te dragen en of hand-tassen mee te nemen.  

Ay, we worden gebeld door het keuringsbedrijf van ons reddingsvlot. Na vier keer opnieuw plakken kunnen ze niet anders dan ons huidige vlot afkeuren. Het oudje is op, niet gek natuurlijk na tweeëntwintig jaar maar wat nu?
In eerste instantie bellen we Nederland maar dit blijkt een moeizame en dure exercitie doordat een opblaasbaar reddingsvlot onder de gevaarlijke goederen valt en dus niet zo maar even met een vliegtuig kan worden overgevlogen. In de US zijn de prijzen sky high en na verder onderzoek komen we terug bij het keuringsbedrijf. Zij hebben een Zodiac reddingsvlot op de plank liggen voor de kustwateren. Prima voor een kortstondige overlevingsperiode maar beslist minder geschikt voor langere oceaan oversteken en een kouder klimaat aangezien de overlevingstijd in koudere gebieden in een enkelwandig vlot nu eenmaal aanzienlijk korter is.
Natuurlijk zijn we niet van plan ooit gebruik te maken van het vlot maar als je dan je dag niet hebt mag het toch wel enigszins comfortabel. Als de nood aan de man is, is goed overlevingsmateriaal een must. Ze hebben ook een openwater vlot maar dat is beslist een maatje groter dan ons vorige en een ribje uit het lijf duurder! Wie zei er ook alweer, “if you think safety is expencive, try an accident!”?

Ondertussen zijn we beiden nogal wat tijd kwijt aan tandartsbezoeken. Voor mij de gewone jaarlijkse controle maar Jan krijgt het beslist harder voor zijn kiezen, of beter gezegd kies want die moet eruit en ter vervanging moet er het één en ander aan nieuwigheid in. Jan heeft nog steeds last van zijn nek en schouder en volgens de tandarts zou de oorzaak wel eens bij de gewraakte kies kunnen liggen. Het zal toch niet waar zijn, we wachten in spanning en Jan in pijn af.
Natuurlijk is het vervelend, maar daar staat tegenover dat het fantastisch is dat hij al na vier dagen terecht kan en dat alles tijdens één en dezelfde afspraak kan worden gedaan. Lang leve de verdoving en de pijnstillers.

Talagoa staat de achtste oktober gepland voor haar doorgang door het kanaal. Wij moeten nog worden geïnspecteerd maar voordat dat gebeurd moeten we ons eerst persoonlijk melden bij de ACP, de Autoridad del Canal de Panama. De eerste keer dat we ons gezicht daar laten zien, zijn ze al dicht en aangezien er verder niemand in het gebouw is, lopen we per ongeluk de verkeerstoren van Cristobal Signal binnen. Natuurlijk horen we daar niet maar de verkeersleider vindt het erg leuk om twee enthousiaste Hollanders over zijn werk te vertellen terwijl wij ondertussen kunnen genieten van een fantastisch uitzicht over de baai van Colon.

De volgende dag worden we uitermate vriendelijk in het Engels te woord gestaan en nadat er de nodige papieren zijn ingevuld maken we een afspraak voor inspectie. Overmorgen komt er een inspecteur naar Witte Raaf die voor deze gelegenheid in de flats, een speciaal gemarkeerde ankerplaats, moet liggen. Aangezien we er vanaf 07.00 uur moeten zijn gaan we lekker de avond ervoor al zodat we er de volgende ochtend niet al te vroeg uit hoeven. De flats blijkt een onrustige ankerplek met als bijkomend nadeel dat de rook van de vuilverbranding van Colon bij de gangbare wind in een directe lijn overkomt. Reden genoeg dus om al om 08.00 uur te bellen om te vragen hoe laat de inspecteur komt.
“Witte Raaf, you say, Witte Raaf?” “No today no, no inspector available, sorry”. Oké duidelijk, vandaag gebeurd er dus verder niets, geen enkele reden om langer hier in de stank te blijven liggen, anker op en wegwezen.
Drie dagen later liggen we na een telefoontje nogmaals in de flats. De inspecteur is nu keurig op tijd en heeft geen tijd voor koffie. Binnen een kwartier vult hij alle benodigde papieren in en keurt hij twee van onze lijnen af. Beslist sterk genoeg maar niet dik genoeg voor de mannen op de sluis die aan een bepaalde dikte lijn gewend zijn. De aanwezigheid van een toilet en het wel of niet kunnen bereiden van een maaltijd voor de adviseur die we tijdens de passage mee aan boord krijgen wordt voor lief aangenomen en nadat hij het meetlint aan Jan meegeeft die op de punt moet gaan staan (beslist fraudegevoelig), loopt hij zelf naar achteren en meet Witte Raaf van kop tot kont op 14.25 meter. Mooi onder de 15 meter! Dat scheelt op het doorgangstarief beslist een slok op een borrel!
Zodra de inspecteur de maten heeft ingevuld, geeft hij zijn bootje een seintje en voor we het weten wordt hij weer opgepikt. Al met al stomen we een uurtje na aankomst al weer terug naar de club.

8 oktober 2010
Rond 14.00 uur worden we opgepikt door de Talagoa. In de haven hebben ze op het laatste moment nog de Zuid Afrikaanse Ian gevonden die graag als line handeler mee wil naar Panama. Eerst naar de flats waar we om 17.00 uur de adviseur aan boord krijgen en dan zijn we onderweg naar het eerste sluizencomplex. Tegen schemer zien we een krokodil het kanaal oversteken, de enige die op gratis schutting kan rekenen.
We worden tegelijk met een reusachtig containerschip geschut waar Talagoa achter moet. Zodra de joekel in de sluis ligt, varen wij naar binnen en krijgen van de mannen op de sluismuren de hondsvodjes, met touw omwikkelde stukjes lood, toegeworpen. Aan deze verzwaarde bolletjes zit het touw waar wij onze lijnen aan vast moeten maken die de heren zodra we op de juiste plek in de sluis liggen razendsnel omhoog trekken en beleggen op de bolder.
Vanaf dan ligt het werk bij ons. Het is de kunst om Talagoa netjes in het midden van de sluis te houden.
Zodra de sluis wordt volgepompt en wij dus omhoog gaan, moeten de lijnen regelmatig worden ingehaald terwijl het water om het schip kolkt. Zodra de sluis vol is liggen we zo’n negen meter hoger en kunnen we achter ons in de diepte de lichtjes van Colon en de donkere schaduw
van de Caribische zee zien.
Voor ons gaan de deuren open en schuift de Kolos een sluisje op. Zodra hij zijn schroef in werking zet, wordt het water rondom ons een heksenketel. Waarschijnlijk wil onze adviseur ons even testen want de lijnen worden losgegooid terwijl bij onze voorganger de schroef nog draait waardoor het uiterst lastig wordt de lijnen aan boord te houden maar we slagen voor de test en even later liggen we, weliswaar met sterk verhoogde bloeddruk en het hart in de keel, weer keurig in het midden tussen de muren achter onze grote vrind uit Hong Kong.
De adviseur realiseert zich dat hij misschien toch iets te voorbarig heeft gehandeld en laat ons vanaf nu pas lossen als hij zeker weet dat de schroef voor ons is uitgewerkt. Wel zo rustig! Na ongeveer twee uur vieren en aanhalen van de lijnen liggen we bijna 29 meter boven de zeespiegel en varen we Lake Gatun op.

Hier liggen een paar grote boeien waar Talagoa mag afmeren. De adviseur wordt  van boord gehaald, die is klaar voor vandaag en gaat naar huis. En wij, wij kijken tevreden terug op een geslaagde eerste helft terwijl we genieten van een heerlijke door Ria bereidde Chili con Carne.
Na de koffie rolt iedereen zo’n beetje om, morgen is het weer vroeg dag! Voor de anderen dan welteverstaan want jawel klokslag half zeven wordt een nieuwe adviseur afgezet voor de tocht van 28 mijl over het meer naar het neerwaartse sluizencomplex. Aangezien het plenst van de regen en de droge ruimte in de kuip beperkt is besluit ik sociaal mijn plekje af te staan en nog even lekker te blijven liggen, hihi.

Lake Gatun is mooi en overdadig omringd door regenwoud. Her en der liggen kleine eilandjes en als er geen boeienroute zou zijn uitgelegd zou het niet moeilijk zijn om hier te verdwalen. Naar het schijnt is het niet verstandig de vaargeul te verlaten omdat er op veel plaatsen obstakels zijn in de vorm van boomtoppen die voorafgaand aan het onderwater zetten van dit gebied niet gekapt zijn. Momenteel heeft een Belgisch bedrijf de opdracht gekregen deze bomen alsnog te ruimen. Dit blijkt een zeer lucratieve opdracht omdat het hier gaat om hardhout dat door het water in de tijd fantastisch geconserveerd is.

Na Lake Gatun en voor het Miraflores sluizencomplex aan de Pacific zijde dat bestaat uit één enkele en één geschakelde sluis waar de daling in twee stappen worden gedaan, bevindt zich een herkenbaar gegraven kanaal waarlangs de in vroeger tijden aangelegde spoorlijn loopt en verschillende werkhavens liggen met zandhoppers, zuigers en andere kanaal onderhoudsvoertuigen en materialen.
Onze schutting omlaag verloopt uitermate eenvoudig doordat we langszij een dagtochtboot mogen af-
meren. Zij liggen langs de sluismuur en zorgen voor de lijnen terwijl wij eenvoudig aan hen vastgeknoopt met ze mee omlaag zakken.
Zodra de laatste deuren zich openen zijn we weer ongeveer negenentwintig
meter gezakt en zien we de Grote of Stille Oceaan. Talagoa is overgestoken!
Bij terugkomst wacht ons een zeer onaangename verrassing.
Tijdens een fikse bui met wind heeft de even verderop geankerde sleepboot Portobello, Witte Raaf bakboord achter geraakt. Ongeveer vanaf het midden naar achter lopen er grove blauwe verfstrepen en er is op verschillende plaatsen plamuur weggeschuurd. Al met al een lelijke cosmetische schade.
In eerste instantie proberen een aantal mannen ons wijs te maken dat Witte Raaf spontaan naar achteren kwam in de windvlaag. “O ja en hoe komt het dan dat ze nu weer precies op de plek ligt waar ze lag?” “En
hoe zit dat met de Portobello?” “Toen we weg gingen lag die aan een boei een stuk verderop en nu ligt ze zichtbaar dichterbij op eigen anker!”
Als we aanhouden komt de kapitein tevoorschijn die in redelijk Engels uitlegt dat ze ’s nachts van de boei zijn geslagen, te ver naar buiten in de vaargeul ankerden, moesten verhalen van de havendienst en zodoende
dichterbij zijn komen liggen. In de windvlaag reageerde Witte Raaf als ieder ander zeilschip zou doen maar de veel zwaardere Portobello reageerde natuurlijk veel trager. Daarmee hebben de twee schepen elkaar geraakt en hebben ze om Witte Raaf te redden met één van de watertaxie’s de twee schepen uit elkaar geduwd. Dit klinkt beslist veel aannemelijker.
Op de vraag van Jan hoe het nu verder moet, haalt de man zijn schouders op, “I have a workingpermit to be here” meldt hij met opgetrokken borstelwenk-brauwen.
Het akkevietje een paar jaar geleden in Suriname passeert de revue, mag je in een land als Panama meer verwachten.  Jan en ik kijken elkaar aan en trekken onze wenkbrauwen op. We bedanken de man voor zijn eerlijkheid en varen terug naar onze gehavende Raaf die in deining tegen wind ligt te stampen dat het een lieve lust is.
Ondanks dat we afgelopen nacht niet veel hebben geslapen en de schemer al intreedt besluiten we anker op te gaan en een rustiger plekje te zoeken. Drie kwartier later liggen we zo stil als een huis vlak bij de ingang van Shelter Bay marina. Eerst maar eens het klokje rond slapen, morgen ziet alles er vast rooskleuriger uit.

Tuuttuut, tuuttuut, “hè, wat is dat?” Jan springt uit bed en steekt zijn hoofd naar buiten. Een bootje met officieel uitziende heren! We mogen hier niet liggen. Of in de marina, of in de flats, zegt de man vriendelijk. Jan grijnst naar hem en beloofd dat we weg aan. “In about an hour oke?” De man knikt en ze verdwijnen in de regensluiers.
He wat jammer, ik had bedacht dat ik vandaag mooi met BB naar de marina kon varen om daar te wassen maar dat kan pas rond 09.00 uur want dan is het kantoor open voor muntjes. Nu heb ik gehoord dat er één machine zonder muntjes werkt dus die zou ik ook nu al aan het werk kunnen zetten.
Tien minuten later meer ik af in de marina en wandel richting wasruimte alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ik daar rondwandel. Drie uur later vaar ik in de striemende regen terug. Alle was is schoon en door en door nat! Want muntjes voor de droger durfde ik niet te halen. Tja,………………. toch niet zo geschikt voor de functie van boef.

In de loop van de week wordt duidelijk dat Reentje het niet rond krijgt om met ons mee door het kanaal te gaan als lijn-vrouw. Werk en privé eisen teveel om dit uitje er ook nog tussen te proppen. Jammer, jammer, jammer maar wel heel goed te begrijpen.
Als tweede gegadigde op de lijst staan Henk en oud collega en ex overbuurman Nico. De heren hebben een gezamenlijk gepland uitje naar Panama op de 16de en dat zou als onze daaraan aangepaste aanvraag wordt gehonoreerd precies passen. Een leuke bijkomstigheid is dat Vreeland ook passage op de 16de heeft aangevraagd, duimen dus.

Ondertussen wordt ons nieuwe reddingsvlot bezorgd, een nieuwe mufler voor de verwarming afgeleverd en brengen we en-passant 1500 dollar naar de City bank voor de kanaalpassage. $560,= voor de doorgang, de rest is borg voor het geval we ons misdragen of een sluisdeur kapot varen. Zo niet dan wordt de borg in de vorm van een check naar NL gestuurd alwaar hij verzilvert kan worden. Hoebedoelu gecompliceerd?.
De bank is gelegen naast het havencomplex in een niet al te best gedeelte van Colon. Er kan alleen cash worden betaald maar dit geld moet van buiten worden meegebracht want geldopname is bij deze bank niet mogelijk. In principe is dit natuurlijk vragen om ellende maar bij ons verloopt het gelukkig allemaal prima.

Nadien moeten we schuin tegenover de bank bij de immigratie autoriteiten nog een Zarpé halen voor Costa Rica en dan zijn we in principe klaar. Jan legt aan de assistent havenmeester uit wat er gebeurd is met de Portobello. Ze zijn zeer bereidt tot luisteren en er is een dame die de aangifte wil opnemen en vertalen naar het Spaans maar wat is het doel? Geld? En dat ook nog op korte termijn? Niet erg realistisch met de garantie op ergernis. We laten het los.

De kanaalcoördinator heeft ons definitief ingedeeld op de zestiende. Samen met Vreeland dus, joepie, gaaf! Het is zaak om nu de laatste zaken nog te regelen want hier in Colon is alles dichtbij en dus makkelijk bereikbaar. Alles lukt behalve het bijvullen van onze moderne Amerikaanse polyester gasflessen. De Panamese brandweer kent de druklimiet van deze flessen niet en wil ze zodoende niet vullen. Jammer, dat moeten we dan maar in Panama stad zien te regelen.

Colon > Rio Sagres - 13-10-2010
Onze laatste zorg is onze snelheid. Voor de passage door het kanaal moet een schip minstens zes en bij voorkeur zeven knopen lopen en Witte Raaf is door het liggen hier in de baai van Colon dusdanig aangegroeid met zeepokken, wieren en andere zeebewoners dat we de zes maar nauwelijks halen. We willen daarentegen hier in de baai van Colon geen van beiden het smerige water in omdat we bang zijn voor een pestje en alle andere denkbare ziekten. We hebben nog een paar dagen over dus besluiten we tot een uitstapje naar de Rio Sagres, een zoetwater rivier hier zeven mijl verderop.
De ingang is even spannend tussen verschillende onder water verstopte riffen en ondiepten door maar zodra we binnen zijn hebben we overal zo’n tien meter onder onze kiel en worden we omringd door groen, groener, groenst!
We tuffen op ons gemakje zo’n tien mijl stroom opwaarts waar het anker zich keurig ingraaft. Rondom, krijsende parkietjes en papagaaien, fluitende, piepende en knerpende vogelgeluiden en rust, alomvattende overweldigende rust.

Rond vijf uur gaan de krekels aan om pas bij de krieken uit te gaan. Of de vuurvliegjes het zo lang volhouden weten we niet maar de brulapen die zich goed verstopt houden doen hun naam eer aan en compenseren hun lengte met volume. Als we dit geweten hadden waren we hier beslist eerder naar toe gegaan.

Nu heeft een zoetwater rivier bijna alleen maar voordelen want zoutwater logés houden niet van zoet en zoeken dus een ander heenkomen. Heel goed maar in dit geval hebben we niet voldoende tijd om te wachten tot ze dit uit zichzelf doen dus gaat Jan ze een handje helpen en daar zit het enige addertje van een zoetwater rivier.
Jawel Tik Tak de krokodil bijt als je niet heel goed oppast zo maar in je bil. Jan is natuurlijk een held maar wil wel graag bewaakt worden dus moet ik vanaf Witte Raaf de omgeving afspeuren op zoek naar snel voortbewegende boomstammen. (de stroom stuwt hier alles stoormafwaarts dus ik moet kijken naar afwijkende snelheden) Ik vertel hem maar niet dat kroko’s ook van onderen kunnen komen, anders krijgen we nooit een schone schroef.
Na drie dagen krabben en poetsen is alles weer zoet en schoon en moeten we terug naar de bewoonde wereld want hier hebben we zelfs geen digicelsignaal.
 
En jawel ’s avonds gaat de telefoon. De heren line-handler zijn veilig gearriveerd en we spreken af dat ze samen met Waldy en een stewardess die heel graag mee wil, de volgende dag om 13.30 uur bij Club Nautico zijn.

Colon > Lake Gatun – 16-10-2010
Ons biedt dat de mogelijkheid om ’s ochtends de laatste boodschappen aan boord te halen en Witte Raaf om te toveren tot een schip met verschillende vers opgemaakte bedden. Om 13.00 uur staan ze bepakt en bezakt op de kade. Nee niet met tassen vol kleding maar met een op ons verzoek meegebrachte printer, een nieuw weerstation en kaas, heel veel Nederlandse kaas!

Terwijl we naar de flats varen waar we onze adviseur moeten oppikken, eten we hamburgers en horen we nieuws uit ‘den vreemden’. We liggen al een tijdje achter ons anker als Vreeland met Wiebe, Patricia en hun gasten arriveert en het verbaasd ons als ze zodra ze er zijn hun loods aan boord krijgen en richting sluizen vertrekken terwijl onze adviseur in geen velden of wegen te zien is. Ach wat jammer, in tegenstelling tot de planning gaan we niet samen. Onze ‘loods’ is vertraagd en komt pas rond half zes.

Zodra hij er is gaan we anker op en varen we het kanaal in. Natuurlijk is het heel gezellig met zoveel man aan boord maar ondanks veel lol moet er ook gewerkt worden. Waldy en Henk worden de lijn-mannen op het voorschip terwijl Nico en ik de ‘poep’ voor onze rekening nemen. Isabel neemt de visuele vastlegging voor haar rekening en zorgt ook hier voor de versnaperingen.
Onverwacht snel mogen we met een ander schip de Gatun sluis in als het schip waar we mee gepland staan nog ver achter ons ligt. Jan manoeuvreert Witte Raaf keuring langs de bakboord muur zodat de sluis-lijnmannen hun hondsvodjes met de inhaallijntjes naar Waldy en Nico kunnen gooien. Voor de zekerheid hebben we onze zonnepanelen afgedekt met de zitkussens omdat er nog wel eens ‘onhandig’ geworpen kan worden.
Zodra de bakboordlijnen geknoopt zijn, moeten we oversteken om ook de stuurboord-lijntjes op te vangen.  Onze adviseur geeft duidelijke opdrachten aan de sluismannen waar hij de lijnen op de bolders wil hebben en op zijn commando vieren wij alle vier onze lijnen die razendsnel omhoog worden getrokken en worden vastgelegd. “Aanhalen maarrrrrrr, oké, houden zo”. De reusachtige deuren sluiten zich achter ons en door een kiertje zie ik de laatste lichtjes van de stad Colon. Dag Carieb, we hebben van je genoten!

Heerlijk dat we dit al een keer hebben gedaan op Talagoa want nu is het een bekende procedure waardoor we er veel meer van kunnen genieten. We schutten soepel van sluis naar sluis en zo’n anderhalf uur later varen we achter de grote dikke kont van Santa Catherina aan, Lake Gatun op. Gelukkig maar want onze ingevlogen lijn-mannen zijn na deze zware fysieke inspanning beslist toe aan een alcoholische versterking en dat mag pas na gedane arbeid.  
Zodra we aan de boei liggen gaat de adviseur op huis aan, de muziek op vol volume en de rest laat zich invullen. Rond half drie is het echt genoeg. Iedere krokodil hier huilt …………om het lied van de vlieger.

Lake Gatun > Panama – 17-10-2010
Zes uur reveille is te vroeg voor de meesten. Jan, Nico en ik gooien los zodra de  adviseur klokslag half zeven aan boord wordt afgezet. Ook nu weer een alleraardigste vent die goed Engels spreekt.
We volgen de boeien terwijl eieren met spek worden verorbert. Waldy en Henk laten zich zelfs hier de eerste uren niet door verleiden, die komen pas veel later boven water.
We hebben onvoorstelbaar veel mazzel met het weer want ondanks dat het hier momenteel het hoogtepunt van het regenseizoen is, is het in
tegenstelling tot de afgelopen weken nog steeds droog.

De Vreelanders die vannacht op een paar honderd meter afstand voor anker hebben gelegen en
gelukkig geen last hebben gehad van onze muzikale escapades, komt langs stomen. Prachtig met een stoere boeggolf, de Hollandse driekleur in top en Patricia die zwaait vanaf het dak van de kajuit.

Gelukkig zijn we niet echt ver meer van de eerste sluis van vandaag verwijderd want daardoor hoeven ze niet zo lang op ons te wachten terwijl ze beslist veel harder varen. De drie stappen omlaag gaan hier aan de Pacific zijde in twee gedeelten.
De eerste sluis ‘doen’ we met z’n tweetjes. Twee Nederlandse pleziervaar-tuigen in zo’n enorme sluiskamer. De in mijn ogen grote stoere Vreeland krimpt in tot een lief klein speelgoedbootje zodra ze die reusachtige sluis invaart. Als zij al klein is hoe minuscuul zijn wij dan wel niet?
Vreeland gaat dit keer langs de muur en wij mogen zodra zij zijn afgemeerd bij hun langzij. Echt geweldig want wat is er leuker dan zoiets bijzonders samen delen? En super makkelijk voor ons want zodra we aan ze vastliggen hoeven wij niets meer te doen. Niels en Jaap doen de lijnen.
Daarnaast is het wegvloeien van water een veel rustigere energie dan het volpompen waardoor het water in de sluis alleen in beroering komt als de deuren opengaan en het zoete water zich vermengd met het zoute.

Tussen de Pedro Miquel sluis en de Miraflores ligt zo’n halve mijl. We moeten wachten op een groot containerschip met wie we samen door de Miraflores sluizen zullen worden geschut.
Op het dak van het bezoekerscentrum staat een camera die via hun website actuele beelden weergeeft en iedereen is druk in de weer met sms-en naar NL om door te geven dat we eraan komen.
Het grote schip laat te lang op zich wachten, ook de Miraflores ‘doen’ Vreeland en Witte Raaf met z’n tweetjes. Gek hoor dat familie en vrienden ons nu kunnen zien terwijl wij naar ze zwaaien! “Hoi lieve mensen kunnen jullie ons wel zien, hier  zijn we!” In het bezoekerscentrum staat KLM crew te zwaaien. Zouden ze Hazes kunnen horen?

Zoals ik Colon door een kiertje zag verdwijnen, zo zie ik de Pacific door een kiertje verschijnen.

Terwijl Jan Witte Raaf met vaste hand door de draaikolken stuurt, die worden veroorzaakt door de vermenging van zoet met zout, zien we pelikanen en fregat-vogels duikend naar lekkere hapjes. Zodra we onder de brug van Las Amerikas door zijn, is het echt we zijn aan de andere kant.

Rond 15.30 uur valt ons anker in de baai van Las Brisas de Amador. Hoog tijd voor de jongens trouwens want die vliegen vanavond alweer terug naar Amsterdam. Arme Nico moet in tegenstelling tot Henk, die zich als passagier uitgebreid mag laten verwennen, de hele nacht werken.
Mannen bedankt dat jullie er waren. De doorvaart door het Panama kanaal is mede door jullie aanwezigheid een uniek feestje geworden!


Hallo Grote Stille, we zijn misschien wel wat later dan gepland maar hier zijn we dan!

Verslag 51 verteld hier meer over