Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 47 San Blas / Kuna Yala 1

Cartagena > Saloum - 16 jan 2010
Met Tjeerd achter het roer volgen we keurig de boeien-route, de met moderne hoogbouw volgestouwde baai uit, richting de onderwater gelegen muur. Deze is gebouwd  door de Spanjaarden om de vijand buiten te houden.
Door een gaatje gemarkeerd met twee boeien, kunnen we hier naar buiten. Het afgaande getijde en de van dwars inkomende wind maken het spannend maar binnen de muur staat er weinig deining en Tjeerd vaart ons er met vaste hand uit.
Eenmaal op koers staat er een mooi windje van schuin achterin en met vijf tot zes knopen en een uitgelijnde vislijn stuiven we op ons 20 mijl verderop liggende doel af.
Saloem, een inlandige baai tegenover de eilandengroep  Rosario´s heeft volgens zeggen een lastige ingang met veel ondieptes waarvoor we de coördinaten hebben gekregen.
Jan heeft deze in de GPS ingevoerd zodat de automatische piloot de route kan uitvoeren maar we hebben Murphy aan boord en voor we het weten liggen we stil op een plek waar we dit niet hebben gepland. We zitten vast! En niet zo´n beetje ook.  
Van relaxed achterover hangen verandert de kuip in een hectisch werkterrein waar zeilen weggehaald moeten worden en ondertussen met de inmiddels gestarte motor voorzichtig voor en achteruit gemanoeuvreerd wordt. Met volle kracht achteruit schuifelt Witte Raaf langzaam achterwaarts naar dieper water. Gelukkig was het een zandbank en geen koraal.
Rondturend ontdekken we hier en daar kleine boeitjes. Deze bieden in combinatie met de meegekregen coördinaten inderdaad een kronkelige edoch veilige doorgang.

Saloem blijkt een heel groot binnenmeer te zijn, omgeven door mangrove met hier en daar kleine eilandjes.
Er liggen zo’n vijftien schepen die zoals gewoonlijk allemaal op een kluitje bij elkaar liggen. Aangezien we even genoeg mensen hebben gezien, kiezen we voor een afgelegen baaitje waar Witte Raaf precies om haar anker kan swingen. Jan en Tjeerd leggen haar ten anker terwijl ik de muggenhorren, de zonweringshoezen en de zonnetent tevoorschijn haal.
Een  kwartiertje later zitten we, omgeven door vogelgetjilp, tevreden in de kuip aan een welverdiend biertje. Eindelijk rust en dus tijd voor een spelletje boerenbridge.

De zon schijnt, rondom huizen vogels in de mangroven en hier en daar springt een vis uit het water, op de vlucht voor een grotere hongerige soortgenoot. Typisch een omgeving voor vakantie.
Jammer genoeg krijgen we via Ingy en Bert van Boree door dat er morgen en overmorgen een mooi weergaatje is voor de oversteek van hier naar Isla Pinos, één van de oostelijke eilanden van de St Blass. Eigenlijk zouden we hier nog wel een dagje extra willen uitblazen maar als dat betekend dat we hier daardoor misschien een week of langer vastliggen vanwege het weer is het natuurlijk zonde van Tjeerd zijn vakantie dus zie hier, ook het leven van een schippersvrouw gaat niet altijd over rozen.

Saloem  > Piños – 18 januari 2010
We vertrekken op een herentijd, na het ontbijt en varen nu, conform de coördinaten zonder vastlopers de baai uit. Het is bijna windstil dus de motor voorziet ons van stroom en vooruitgang. Zodra we tussen de Rosario’s door zijn neemt de wind toe tot zo’n twintig knopen en zeilen we. Heerlijk, ons grootzeil en de genua doen het werk in samenwerking met de automatische piloot, George. Alhoewel, als we naar de koers kijken die George aanhoudt maakt hij er wel een potje van. Als een dronken droppie stuurt hij met een variatie van ruim dertig graden naar stuur- en bakboord, in plaats van een keurige rechte lijn!

George is ziek! Nu hebben Jan en Tjeerd tijdens het vertrek uit Cartagena wel geprobeerd om de kompassen een beetje op te lijnen maar dat kan toch geen reden zijn voor George om er met de pet naar te gooien.
Gelukkig zijn we met z’n drietjes en Tjeerd stuurt graag dus dat scheelt een slok op een borrel, oftewel lamme armen.
Na wat onderzoek ontdekt Jan dat George op zijn manier zijn best doet maar het gewoon niet zonder hulp kan. Met zo nu een dan een kleine correctie onzerzijds houdt hij het roer redelijk recht waardoor we niet constant handmatig hoeven sturen. Het is echt onvoorstelbaar! Had ik me verheugd op een luxe oversteek met zo’n zes uur slaap omdat we met z’n drietjes zijn, verzint Murphy dit! Want oké George doet het meeste werk maar hij kan niet alleen worden gelaten wat inhoud dat de wachtsman/vrouw niet achter het roer weg kan. Dus zit er niets anders op dan met z’n tweeën wacht te houden. En eerlijk is eerlijk, juist in deze situatie is het heerlijk om
met z’n drieën te zijn want anders hadden we het veel zwaarder voor onze kiezen gehad.

Dankzij de vrij stabiele zee verloopt de nacht rustig en direct nadat de zon zijn gezicht boven de horizon verheft zien we de vage schaduw van het op een walvis lijkende eiland Piños voor ons opdoemen. Een uurtje later stuurt Tjeerd onze Raaf keurig de baai in waar we voor anker gaan.
We raken al aardig op elkaar ingespeeld want tien minuten later is Witte Raaf anker-klaar, wat inhoud dat; de zonnetent over de giek is gespannen, alle winches zijn afgedekt met hoezen ter bescherming tegen de zon, het grootzeil is afgedekt, het roer vaststaat, de apparatuurschermpjes zijn afgedekt, de ramen zijn geopend en afgedekt met muggenhorren, de windhapper op zijn plek hangt, de zonneschermen voor de ramen zijn bevestigt, het ankeralarm is ingesteld, de vaargegevens zijn genoteerd en
de kuipkussen op hun plek liggen. Tijd voor een aankomstbiertje, maar eerst een duik in meer dan heerlijk helderblauw ons omringend water.

Ik heb nog niet echt de tijd gehad me te verdiepen in de San Blas maar onze reisgids vermeldt dat de eilandengroep, ondanks dat ze bij het grondgebied van Panama behoren, autonoom worden  bestuurd door de Kuna indianen. Deze zelfstandigheid hebben ze vijfentachtig jaar geleden verkregen door in opstand te komen tegen het Panamese leger dat de eilanden tot die tijd bestuurde.
Mede door het gevecht dat ze hebben moeten leveren om hun eigen cultuur en tradities te mogen behouden zijn er nu nog veel eilanden die op authentieke manier leven, zonder elektriciteit gas en of stromend water. Vooral de hier aan de oostelijke kant levende Kuna´s vinden hun bestaan in de opbrengst van de vis- en
kreeftenvangst en de verkoop van kokosnoten aan de Colombianen terwijl ze leven van de oogst van hun kleine plantages op het vaste land waar ze rijst, bananen, avocado's mais en suikerriet verbouwen.
Daarnaast verdienen de vrouwen geld met de verkoop van Mola´s.
Dit is het Kuna woord voor kleding. Het zijn meerdere op elkaar genaaide lappen van zo´n dertig bij veertig centimeter, waarop ze door middel van uitsparingen kleurrijke figuren creëren die met minuscule steekjes worden omgezoomd.

Zelf dragen ze deze mola´s als kledingstuk, bevestigd op een gebloemde blouse, rondom  hun middenrif. Onder deze blouse dragen ze een kleurrijke lap als wikkelrok. Op het hoofd wordt meestal een losse rood met gele doek gedragen en zodra een vrouw gehuwd is, zijn zowel de kuiten als de onderarmen omwikkeld met lange strengen hele kleine glaskraaltjes waarin een patroon wordt weergegeven.
Vooral de oudere vrouwen dragen in het middenschotje van hun neus een gouden neusring en als er feesten zijn dragen degene die het zich kunnen permitteren gouden oorsieraden en halskettingen. De vrouwen zijn zodoende kleurrijke plaatjes met veel helder rood en geel.

Het dorp op Piños bestaat geheel uit rieten hutten met uitzondering van het huis van de dorpsoudste en de school. Deze zijn beiden opgebouwd met betonblokken. De zandpaden tussen de huizen zijn keurig aangeveegd en ook de erven rondom de hutten zien er brandschoon uit.
De Kuna´s spreken onderling Jule maar de dorpsoudste waar we binnen worden gevraagd spreekt een beetje Spaans. Overal dartelen kinderen rond die onze aandacht proberen te trekken met het woordje ´hello´ dat ze
van onze voorgangers hebben opgepikt. Enkelen kunnen zelfs ´how are you´ vragen maar hebben geen idee wat ze aan moeten met onze antwoorden. Via, via hebben we gehoord dat dorpsbewoner David redelijk Engels spreekt dus gaan we naar hem op zoek.
David verteld het een en ander over zijn dorp en nodigt ons uit voor een Kuna maaltijd rond een uur of vijf  Later kan niet want er is geen elektriciteit op het eiland en zodra de zon onder is, wordt het lopen
over het eiland een hachelijke exercitie.

Voordat we teruggaan naar Witte Raaf  beklimmen we met z´n drieën de heuvel omdat onze gids het uitzicht vanaf de top roemt. Eenmaal boven blijkt de gids veroudert, het om-liggende woud is  gegroeid en beneemt ons het uitzicht. Het enige dat daarboven te bewonderen valt, zijn een aantal reusachtige zonne-panelen en een radiomast die volledig worden omringd door groen gebladerte.
De maaltijd bestaat uit rijst en bonen met in een tomatenprutje gestoofde zeeslakken.
Eenvoudig doch smakelijk en allemaal bereidt op een houtvuurtje in het huis van Davids schoonouders. Onvoorstelbaar hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen want we zijn in het totaal met elf personen en iedereen krijgt redelijk tegelijkertijd te eten. Er blijft een zakje bestelde kuna-broodjes – een soort kleine witte puntige broodjes - over dus die scoren wij voor morgen bij het ontbijt.

Ondanks ons voorgenomen vakantieplan ontkomen we ook hier niet aan klussen. De ophanging van ons cardanische gasfornuis is afgebroken en het fornuis hangt zielig scheef ingeklemd tussen zijn wandjes. Te scheef om veilig op te kunnen koken dus er zit niets anders op dan hem te demonteren, schoon te schrobben en hem met veel improvisatie talent opnieuw te installeren. Drie maal hoera voor onze handige schipper!

Piños > Ustupu – 21 januari 2010
Voordat we verder gaan naar Ustupu, een dorp op een eilandje zo´n dertien mijl verderop, maken we eerst gebruik van de luwte van het eiland om de kompassen goed op te lijnen. Hiermee willen we kijken of dat misschien de oorzaak is van de onstabiele koers die George ons hier naar toe bood. En jawel een deviatie van 28 graden!!!! Geen wonder dat George de weg kwijt was! Na tweeënhalf rondje, lijnen de kompassen zich op en kan George het weer overnemen. Recht zo die gaat.

Rondom de eilanden liggen veel riffen en zandbanken dus het is hier zaak om heel nauwkeurig te navigeren. We varen met het navigatieprogramma Seaclear op de computer die aan een GPS muis is verbonden en kunnen hierop alle riffen en ondieptes zien. Toch blijft het zaak om goed uit te kijken – ‘eyeball navigation’ noemen de Amerikanen dat - naar verkleuringen in het water en branding.
Bij branding breken golven op rots of koraal. Zandbanken tonen zich doordat het water lichter wordt van kleur door de reflectie van de zon op het zand terwijl riffen zichtbaar zijn door een bruine weerschijn. Donkerblauw is diep water dus dat is het kleurtje dat we voor onze boeg willen hebben.

We kruipen met een slakkengangetje tussen de riffen aan de westkant van het eiland door tot we in open water zijn. Met de wind recht op de neus, zit zeilen er niet in en aangezien wij scheepsmaten beiden te lui zijn om een zeiltje te hijsen voor de stabiliteit worden we door de van de zijkant inkomende deining flink door elkaar geklutst. Pas een mijl voor Ustupu kunnen we dusdanig afvallen dat het bezeilbaar wordt en zodra we de genua hebben gezet, snijdt Witte Raaf keurig door het water en keert de rust aan boord terug.

Ustupu is één van de grootste leefgemeenschappen in Kuna Yala. Vooral aan de oost- en zuidkant van het eiland lijken de hutten bijna in het water te vallen. Aan deze hutten zijn wankele loopbruggetjes gebouwd over het water met aan het einde een houten hokje op palen met een open lattenbodem. Het Kuna toilet, doortrekken hoeft niet en het ruikt er altijd fris!   
Een brul uit een rieten hut maakt ons attent op Nederlandse medezeilers die daar op hun gemakje genieten van een warme lunch. Joepie dat scheelt weer koken en vooral ook inkopen want dat is hier toch een beetje anders dan we gewend zijn. Her en der zijn kleine winkeltjes waar het één en ander op de plank staat maar het assortiment is beslist beperkt te noemen.
Naast rijst, bonen en linzen hebben ze wat vis in blik, lang houdbare melk, meel en gist. Cola, onbestemde limonade en bier zijn ook verkrijgbaar maar dan houdt het wel zo´n beetje op. De enige vorm van vlees die ze hier kennen is diepgevroren blote (onverpakte) kip in gammele vrieskisten waarvan niet duidelijk is of ze aanspraak kunnen maken op een constante stroom toevoer dus daar wagen we ons niet aan. En de groente is ronduit zielig te noemen. Een paar verschrompelde winterwortelen, in elkaar gefrommelde groene paprika´s, geel uitgeslagen komkommertjes en groene tomaten.  Eigenlijk zijn alleen de aardappelen en uien goed.
En de Kuna broodjes, als ze net uit de oven komen zijn deze beslist niet te versmaden.
Totaal onverwacht kunnen we in dit dorp wel voor anderhalve dollar een simkaartje kopen voor onze mobiele telefoon die met onze Nederlandse simkaart geen verbinding kan maken.
Nu kunnen we met een paar prepaid kaartjes in ieder geval lokaal bellen. Handig want Tjeerd moet zijn vlucht vanaf één van de eilanden naar Panama nog boeken.

Vlak bij onze ankerplaats ligt de monding van een riviertje waar volgens zeggen veel vogels te zien zijn en een eindje stroomopwaart is schoon helder water uit de bergen op te vangen. Handig als aanvulling op ons waswater dus de volgende ochtend gaan we tegen het krieken van de dag – vogels worden nu eenmaal niet voor niets vroege …. genoemd - in BB op pad. Voor Tjeerd is dit evenement wat vroeg dus die draait zich nog een lekker keertje om.

Ondanks dat wij het vroeg vinden, zijn we beslist niet de enige want we halen veel gestaag peddelende Kuna mannen in, die op weg zijn naar hun plantages aan de oever van de rivier. IJsvogels scheren in het langzaam toenemende licht over het bladstille water waar de woudreuzen zich in weerspiegelen en overal scharrelen kleine blauwe en witte reigers op hoge lichtgele poten langs de waterkant op zoek naar hun ontbijt terwijl wij genieten van meegebrachte koffie. In de boomtoppen horen we de fraaiste vogelroepen zonder hun herkomst te kunnen ontdekken in het dichte groen.
Zo´n twee mijl rivier opwaarts passeren we een witte plastic buis waaruit helder bergwater omlaag klatert. Hoog tijd voor een zoetwaterbad waarbij we meteen onze jerrycans kunnen vullen.
Deze puur natuur douche midden in het tropische regenwoud ervaren we beiden als een cadeautje.
Heerlijk opgefrist en schoon dobberen we langzaam terug terwijl er ongemerkt genoten wordt van onze schone velletjes en het opgefriste bloed dat eronder stroomt. Twee dagen later herinnert de jeuk van de beten van minuscule insectjes, no seems genaamd, ons nog steeds aan onze expeditie. Tjeerd is als een kind zo blij dat hij verstek heeft laten gaan.
Tijdens onze wandeling door het dorp ontdekken we een reusachtig groot schoolcomplex waar met borden kenbaar wordt gemaakt dat korte broeken hier niet wenselijk zijn. Momenteel hebben ze grote vakantie – van december tot maart – dus levert dit voor ons verder geen probleem op. Basketbal is de meest favoriete nationale sport in Kuna Yala en wordt door jongens en meisjes zowel blootsvoets als geschoeid, fanatiek gespeeld. De meeste kinderen hier lopen trouwens op blote voeten net als veel mannen. De vrouwen dragen daarentegen meestal teenslippers.
Tijdens onze tocht stuiten we op een groep jonge blanke Amerikaanse Mormonen die hier blijken te zijn om hun geloof uit te dragen. Verdrietig vind ik het dat ze na al die tijd dat missionarissen hebben geprobeerd de wereld te ‘verbeteren’ met hun overtuiging nog steeds niet hebben geleerd hun medemens in zijn/haar eigen cultuur te respecteren en met rust te laten.

Ustupu > Mamiptupu – 23 januari 2010
Na een lokale warme lunch – gefrituurde kip met rijst en linzen – halen we het anker op.
We willen naar het zes mijl verderop liggende dorp Mamitupu. Dit dorp is volgens onze gids één van de meest traditionele dorpen. Ze hebben hier geen elektriciteit maar wel stromend water dat vanuit de bergen via een buis naar de watertoren op het eiland wordt gepompt en van daaruit via een simpel buizennetwerk naar de verschillende hutten loopt. De vrouwen koken ook hier nog op houtvuurtjes in de hut en zodra een dochter trouwt wordt er op het erf een hut bijgebouwd voor het jonge echtpaar. Daar waar geen ruimte is voor ‘nieuwbouw’ trekt de jongeman in bij zijn schoonouders.

De Congresso is hier nog dagelijks actief. Deze wordt gevormd door een of meerdere ouderlingen die de taak van Saila (dorpshoofd) op zich heeft/hebben genomen. De Saila hier in Mamiputu houdt iedere avond zitting en alle dorpelingen dienen aanwezig te zijn. Tijdens de zitting worden problemen, veranderde regels en andere aandachtspunten aangekaart die nadat ze in de gemeente besproken zijn, worden beslecht met een uitspraak van de Saila.
Zo kan een Kuna echtpaar bijvoorbeeld na aandragen van goede redenen alleen scheiden na goedkeuring van de Saila. Hier zijn meestal wel kosten aan verbonden. Scheiden kost bijvoorbeeld in Pinos $100.00.

Door een sterfgeval in het dorp is er drie dagen rouw afgekondigd waardoor de Congresso in ruste is. Jammer, ik had graag willen ervaren hoe het het één en ander in zijn werk gaat.
Ondanks dat de Saila mannelijk is hebben de vrouwen volledig gelijkrecht. Naast hun vrouwelijke taken zoals kinderverzorging en het maken van Mola’s is hun stem gelijkwaardig aan die van een Kuna man en kunnen ze net als mannen grond bezitten. Tijdens de Congresso zitten de vrouwen gescheiden van de mannen maar hun inbreng wordt zeer serieus genomen. Dit moet ook wel daar veel gemeenschappen een hoger percentage vrouwen als mannen herbergt. Veel mannen trekken naar Panama voor werk en blijven daar hangen waarna de vrouw naast haar eigen taken ook verantwoordelijk wordt voor het onderhoudt van de plantage.  

Tijdens ons bezoek aan het dorp stiefelen Jan en Tjeerd vooruit terwijl ik overal blijf hangen om waar mogelijk stiekem te fotograferen en met kinderen en vrouwen te ‘kletsen’. ‘Mijn’ twee reuzen moeten bukken om in de smalle paadjes tussen de hutten niet aan de dakranden te blijven hangen. Als ik ze kwijt ben vindt een ploegje kleine apen het een prachtige uitdaging om mij te verenigen en slepen me luid lachend en kletsend door een labyrint van paadjes tot ik bij de ‘visafslag’ de jongens ontwaar.
Hier wordt de gevangen vis gewogen en na raadpleging in een schriftje toegewezen aan één van de wachtende Kuna vrouwen. Iedere familie krijgt zijn/haar deel.
De Kuna ‘hangjeugd’ hangt rond bij een betonnen gebouwtje waar ze met z’n vijven luisteren naar de muziek uit één walkman headset. Ze dragen moderne T-shirts met ‘coole’ opschriften en hun broeken hangen ‘conform de laatste mode’ onder het elastiek van hun pendek. Hoe weten ze dit? Waarschijnlijk nageaapt van de reclamefoto’s die ze zien in de van ons gebietste tijdschriften. Ondanks de keuzes die de Saila voor deze gemeenschap maakt, is ook hier de ontwikkeling niet tegen te houden.  
Dit wordt bevestigd door Pablo, een Kuna die een aantal jaar getrouwd met een Engelse in Engeland heeft gewoond en nu na jaren hier is teruggekeerd. Hij geeft Kuna Yala nog hoogstens tien jaar in haar eigen authentieke cultuur. Volgens zijn zeggen zit de jeugd te springen om naar de grote stad Panama te vertrekken al keren er gelukkig ook Kuna’s terug naar de eilanden zodra ze ontdekt hebben dat panama beslist geen Walhalla is.
Tjeerd heeft een stoel in het vliegtuig vanuit Porvenir kunnen boeken op zes februari en om een volledig beeld van deze eilandengroep te krijgen, kunnen we hier niet te lang blijven hangen, we moeten verder.

Mamiputu > Aridup – 24 januari 2010
Ons volgende doel ligt tweeëntwintig mijl verderop dus we vertrekken vroeg. We kiezen voor de binnenlandse route tussen eilandjes en het vaste land waar we met onze kaart en gids geen noemenswaardige problemen verwachten. Er staan een lekker windje dus alle zeilen mogen luchten.
Hé wat is dat? Ondanks dat we keurig de lijn op de kaart volgen, schuurt de kiel opeens over iets hards! Een ondiepte midden in de aangegeven vaarroute! Gelukkig is het maar een heel kleintje en komt onze hefkiel keurig omhoog, maar toch. We geven de positie via de radio door aan onze achteropkomers. Later horen we dat in de nieuwste editie van onze vaargids deze ondiepte is opgenomen.
Het is heerlijk zeilen en veel te snel krijgen we Aridup al in zicht. Twee Kuna’s in een ons passerende Ulu, de hier gangbare uit een stuk uitgehakte houten kano’s, tonen onze een mooie kreeft.  Die willen we wel! Terwijl wij onze zeilen inrollen peddelen de mannen zich suf om ons tegen de stroom in te bereiken. Ze hebben er maar één maar als voorgerecht voldoet hij uitstekend.
Aridup blijkt een verlaten eiland vol kokospalmen, omgeven door prachtige riffen. Zodra we goed en wel liggen, gaan we overboord.  Op de witte stranduitlopers liggen prachtige schelpen en onze voetstappen zijn de eersten op het maagdelijke zand.
Heerlijk zo’n eiland voor ons alleen. Zo nu en dan zien we een ulu met wat vissers die naar het eiland vaart om kokosnoten op te halen en overal om ons heen duiken pelikanen omlaag.
Tijdens ons rondje eiland ontdekken we een aantal onbewoonde hutten die waarschijnlijk gebruikt worden door passerende vissers. Nu is het eiland van ons.
‘s Middags gaan de jongens op jacht! Met het harpoengeweer en veel goede zin vertrekken ze met BB richting rif terwijl bij mij de beelden van hun jacht bij Palm eiland vorig jaar weer opduiken. Veel lol maar weinig vlees toen dus ik ben benieuwd!
Groot is mijn verbazing als de dappere jagers een uurtje later enthousiast en uitgelaten terugkomen met twee grote spider krabben. Tjeerd, de held durft degene die echt geen leven meer in zich heeft omhoog te houden voor de foto. Voor de andere die nog wat stuiptrekkingen vertoont trekken beide heren hun voeten hoog op. Joepie we eten krab vanavond!
Krab blijkt, eenmaal gevangen, beslist meer uitdaging en minder vlees te bieden dan kreeft want het is nog een heel karwei om het zoete zachte vlees uit de roodgekookte poten en scharen te bevrijden maar dat is beslist niet van invloed op de trots van mijn jagers. We eten toch maar mooi een zelfgevangen maal.

Aridup > Green Island – 30 januari 2010
Vandaag staat er zo’n vijfentwintig mijl op het programma dus vroeg uit de veren en na het ontbijt manoeuvreren we keurig de baai uit. Het is prachtig weer, onze vislijn met een prachtig blauw plastic inktvisje kan geen vis verleiden tot bijten maar we genieten van de tocht. Dan maar geen vis op het menu.

Green Island is een eilandengroep met uitzicht op de bergen op het vasteland.
Bij het hoofdeiland van Green liggen nogal wat schepen maar het eilandje Waisaladup iets zuidelijker ligt er maagdelijk bij. Waarschijnlijk omdat de gids schrijft over een wat moeilijkere ingang tussen de riffen en ondieptes. Met een slakkengangetje zoeken we onze weg tussen de water kleurschakeringen en gaan ten anker achter dit kleine pareltje. Ons eigen eiland!
Op het spierwitte zand liggen tot heel ondiep prachtige grote helderrode, oranje, gele en zelfs groene zeesterren. Ze hebben hier waarschijnlijk geen natuurlijke vijanden want ze liggen hier bij bosjes.
Gedurende de dag verzamelen we wrakhout dat we ’s avonds opstoken tot een kampvuur waarop we worstjes roosteren. Zodra we klaar zijn met eten gebruiken we de hitte van het vuur voor afvalverbranding.
In Kuna Yala is geen georganiseerde afvalverwerking en ieder lost dit probleem op zijn eigen manier op. Vroeger hadden de Kuna’s geen plastic waardoor het probleem niet bestond. Tegenwoordig daarentegen worden veel in plastic of blik verpakte artikelen uit Panama ingescheept en zodoende is het niet alleen een probleem voor de crews van hier rondtoerende schepen maar ook voor de Kuna’s.
De afspraak onder de schepen is dat we om de natuur zoveel mogelijk te sparen aan strenge afvalscheiding doen. Organisch afval mag gewoon te water. Blik en glas moet kapot gemaakt worden en mag alleen op diep water over boord omdat het zich met de tijd terug verwerkt naar onschadelijke substanties. Blijven plastic, aluminium en batterijen over. Aluminium (bierblikjes en folie) wordt verzamelt door de Kuna’s omdat hiervoor door de Colombiaanse regering wordt betaald voor recycling. Naar alle waarschijnlijkheid is deze regeling
opgezet om Colombia schoon te houden maar de Kuna’s varen er wel bij.
Batterijen moeten aan boord gehouden worden tot ze in een haven kunnen worden aangeboden. Plastic wordt op gezette tijden verbrand. Jan vraagt zich af of het niet beter zou zijn om het te begraven omdat er bij ver-branding veel dioxine vrij komt maar begraven brengt het risico met zich mee dat het alsnog in zee komt door de verhoogde zeespiegel. De meeste ‘boatie’s’ zijn zich heel erg bewust van de natuur en verwerken hun afval zo goed mogelijk. De enkeling die dit niet doet, wordt waar mogelijk op zijn/haar verantwoordelijkheid ge-wezen. Nu de Kuna’s nog maar ja hoe maak je als bezoeker duidelijk aan de hier al eeuwen levende gemeen-schap dat de nieuw geïmporteerde verpakkingen een andere aanpak nodig  hebben?

De jongens gaan vandaag weer op jacht terwijl ik me terugtrek in mijn hangmat op ‘ons’ eiland. Dit keer hebben ze minder geluk al was het prachtig snorkelen maar gelukkig krijgen we bezoek van twee Kuna’s in een ulu die kreeft hebben gevangen. Meerdere dit keer dus dat biedt perspectieven. Tjeerd heeft uitgebreid in één van onze kookboeken zitten bladeren en lobster Termidor staat er uitgebreid in beschreven. We hebben de benodigde ingrediënten dus vandaag staat in het teken van kokkerellen. Jammer dat mijn velletje niet zo goed past en ik niet echt trek heb, maar het resultaat is niet alleen een plaatje, het ruikt en smaakt zoals de omgeving hier, paradijselijk!

Green Island > Eostern Holandes Cays – 30 januari 2010
Er staat weinig wind vandaag maar we willen toch verder. Volgens de gids is het snorkelen in de Halondes Cays extreem mooi omdat het water daar helder is doordat het verder van het vaste land en dus verder van de invloed van de grote rivieren ;igt. Met wat hulp van de motor zeilen we ook nu we keurig tussen de ondieptes door naar de ‘swimmingpool’. We liggen hier op diep water, zo’n vijftien meter dus direct onder de boot is er weinig te zien, maar bij het rif waar we met BB naar toe tuffen is het mooi. Door de over het rif slaande branding is het lastig om op één plek te blijven dus we laten ons samen met BB langzaam richting Raaf terug dobberen.
Ook bij de grote opening in het rif staat een flinke stroom maar hier is het dieper dus kunnen we makkelijker van koers veranderen. Hier zien we voor het eerst verpleegsterhaaien slapend op het zand. Grappig, ik dacht dat haaien altijd moesten bewegen om voldoende zuurstof in hun kieuwen te krijgen maar deze makkers liggen volledig stil met hun kop achter een koraalklomp en zien er uitermate gezond uit.
Na de oostkant van de Holandes Cays te hebben verkend besluiten we voordat we naar Porvenir varen om in te klaren en Tjeerd zijn ticket te conformeren nog een nachtje aan de westkant door te brengen. Het is maar vijf mijl verderop dus we gaan anker op en rustig op de genua richting west. Ondanks mijn tegenwerpingen vinden de jongens het leuk om door de hottup – een kleine ankerplek omgeven door riffen – te zeilen. In eerste instantie zit ik met een dwarse kop voorop. “Als ze dan zo nodig risico’s willen nemen dan zoeken ze het ook maar samen uit”. Dit houd ik vol tot ik het recht voor ons koraal zie opduiken, “naar stuurboord, naar stuurboord”, brul ik terwijl ik naar de boeg schiet. Tjeerd reageert vlot en we blijven vrij van die dreigende grote koraalklompen tot we de uitgangsgeul indraaien.
Ook hier zie ik overal koraalklompen en ook nu brul ik weer, “naar stuurboord, naar stuurboord.” Ondanks dat Jan en Tjeerd beiden twijfelen aan de juistheid van mijn commando stuurt Tjeerd ook nu weer stuurboord uit.
Ayayay foute boel en beslist een verkeerd commando mijnerzijds! Ik zie rondom alleen maar ondieptes en koraal en voordat we iets kunnen doen, horen we een schurend geluid onder de kiel en liggen we vast. Niet gewoon vast blijkt al snel, maar muurvast. Terwijl ik de genua oprol duikt Tjeerd met snorkel op omlaag om de situatie te bekijken. We zijn met onze hefkiel over een koraalklomp geschoven, waarna de kiel weer omlaag is gezakt en nu volledig wordt omringd. Voor, achter en aan beide zijden, overal koraal. Hoe komen we hier ooit weer uit?
Na een tweede onderzoek geeft Tjeerd aan dat we er met wat mazzel misschien via de stuurboordklomp uit kunnen komen als we de kiel omhoog kunnen halen. Sinds Curaçao doet de kiel of beter gezegd de hefboom installatie niet meer wat hij moet doen maar Jan en ik zwengelen  afwisselend als dwazen en ondanks dat we er beiden niets van begrijpen lijkt hij omhoog te komen.
Terwijl het zweet ons in stralen over de rug loopt, stuur ik gebedjes omhoog dat hij hoog genoeg mag komen om te kunnen ontsnappen aan deze onvrijwillige omklemming. Volgens Tjeerd, die onze vorderingen onder water volgt, kunnen we het proberen en terwijl hij zijwaartse kracht zet op de boeg met BB zet Jan heel voorzichtig de schroef in zijn werk.
In eerste instantie lijkt er niets te gebeuren maar dan voelen we een vaag geschommel, waarna we over het aan stuurboord gesitueerde gevangenismuurtje schuiven. We zijn vrij van koraal maar nog steeds in veel te ondiep water dus een risico voor de schroef. Met de versnelling in neutraal duwt Tjeerd ons met BB langzaam achteruit naar dieper water.  
Pfff, we zijn vrij! Voorzichtig zoeken we onze weg naar buiten terwijl Tjeerd vanuit BB aan boord klautert. Wat een geluk dat de kiel net op dit cruciale moment haar werk deed. Op deze plek hadden we niet hoeven rekenen op hulp van anderen omdat het voor de meeste schepen onbereikbaar is dus als we het zelf niet hadden kunnen klaren hadden we daar kunnen blijven ‘staan’ tot Sint Juttemus. De rest van de tocht blijven we ver van alles wat maar rif kan zijn.

Vlak bij de westelijke baai worden we opgewacht door een dolfijnenmoeder met jong die ons welkom heet Ondanks dat er weinig wind staat komt de deining rond de kop van het eiland de baai binnen dus het duurt weleven voordat we een goed plekje hebben gevonden maar na één keer herankeren zijn we gedrieën tevreden.

Snorkelen hier is prachtig al komen Tjeerd en ik de eerste keer bij een heel ondiep stuk terecht waarbij we onze buiken in moeten houden om het koraal niet te raken.  
Op het eiland wonen drie gezinnen waarvan er eentje brood blijkt te bakken dus de volgende ochtend gaan we op expeditie. Op dit te ver van  het vasteland liggende eiland is geen watervoorziening uit de bergen mogelijk dus de mensen hier maken gebruik van uitgegraven gaten in de grond waar brak water in komt te staan als ze maar diep genoeg graven.  
Moeder en dochter willen mij hun mola’s laten zien dus de jongens gaan door terwijl ik me op een houtblok laat zetten waarna ze me gezamenlijk overladen met kleurrijke lappen. Oma is niet meer in staat de kleine steekjes
te zien die nodig zijn voor het maken van de originele ingelegde mola figuren en maakt nu  vrolijke dierenfiguren in applicatie vorm.
Juist voor deze gezinnen, ver verwijderd van het vaste land en de leefgemeenschappen, is iedere dollar welkom dus laat ik me overhalen terwijl de huisvader van de naastgelegen hut
zich ondertussen ontfermd over het bakken van onze verse broodjes. Terwijl ik op een stronk voor de hut – genietend van vogels die in de palmkoppen naar elkaar fluiten - wacht tot de broodjes klaar zijn, komen de anderen met veel drukte terug naar huis. Er wordt over en weer naar elkaar geroepen en evenlater rent iedereen uitgezonderd mijn bakker, terug naar de baai met tonnen en bakken.
Pas terug op het strand met gloeiende broodjes in mijn tas begrijp ik de opwinding. Voor de ingang van de baai ligt een voor deze omgeving, groot cruiseschip afgemeerd en terwijl de kuna’s lijnen spannen waar ze hun mola’s aan ophangen, naderen de eerste bootjes met toeristen het strand. Gelukkig waren wij er eerder, nu heb ik de mooiste kunnen uitzoeken en ook nog voor een redelijke prijs want reken maar dat de prijzen stijgen met de vraag.
Het einde van Tjeerd z’n vakantie aan boord nadert alras want we kunnen niet pas de dag voor zijn vertrek bij Porvenir aankomen. Voordien moeten we inklaren in Panama en verder is het handig om het ticket van Tjeerd voorafgaand aan zijn vlucht te conformeren want alleen een telefoontje naar een reservingsnummer biedt nu eenmaal niet echt veel zekerheid.

Porvenir blijkt een klein eiland, goed beschermd door omliggende riffen met verschillende ankermogelijkheden. We kiezen voor een plekje vlak bij de steiger net voorbij het begin van de landingsbaan. Het eiland herbergt een klein Kuna museum, een restaurant, een immigratie/douane kantoortje, een verkeerstorentje en een waar hotel.
Zowel immigratie als douane maken zich niet druk over het tijdsgat dat bestaat tussen ons vertrek uit Cartagena en de aankomst in Panama en voor we het weten staan we weer buiten.
Fors wat dollars lichter maar met een drie maanden geldige stempel in de paspoorten en een cruisingpermit waarmee Witte Raaf drie maanden in panama mag zijn.
Het ticket kunnen we conformeren in het hotel, al zijn ze hier wel erg makkelijk in. Op Tjeerds vraag of hij op de lijst staat kijkt de eigenaresse opgewekt zonder dat ze op wat voor lijst dan ook kijkt. Als Tjeerd haar vraagt of zij niet even met de airline kan conformeren kijkt ze hem aan met zo’n blik van, ‘joh waar maak je je druk over maar als je dat graag hebt dan wil ik dat best doen.’ Via de telefoon wordt bevestigd dat zijn naam op de lijst staat maar op zijn vraag waar en wanneer hij moet betalen wordt hij weggewuifd met een vaag, “later”.

Vertrouwen en loslaten dus, hoog tijd voor een koud biertje. Porvenir is het enige eiland  waar in- en uitgeklaard kan worden en het is een komen en gaan van schepen. Daarnaast staat het eiland Wichubhuala even te zuiden ervan bekend als ‘boodschappen’ eiland en het eiland Nalunega daarnaast heeft de naam nog redelijk authentiek te zijn dus er is genoeg te doen.
Wichubhuala  vinden we niet echt aantrekkelijk maar ze kunnen ons helpen aan een ‘nieuwe’ gaskabel voor de buitenboordmotor. Op Nalunega daarentegen hangt een prettige sfeer en we vallen met onze neus in een basketbalcompetitie waarbij meerdere eilanden vertegenwoordigd zijn.

Ondanks de maand  die Tjeerd bij ons heeft doorgebracht is het toch weer te kort. Het is niet anders, het zit erop. Om half zes – het is nog pikdonker buiten – drinken we onze laatste kop koffie in de kuip waarna we in BB naar het eiland roeien. Ondanks dat de zon nog slaapt laten de vogels –wakker geschud door menselijke activiteiten - al uitgebreid van zich horen, Bootjes varen af en aan met passagiers terwijl twee kampeerders hun tent opvouwen. Moeten deze mensen allemaal mee? Met het eerste licht verschijnt Ottie de hoteleigenaresse en een paar minuten later komt een klein propellervliegtuigje in zicht. Na een vlekkeloze landing bromt hij terug over de baan waarna hij er pontificaal afrijdt het gras in en vlak bij de wachtende meute stopt.
Er komen een paar passagiers uit en terwijl de tassen van de vertrekkers geladen worden stapt iedereen in. Ook Tjeerd verdwijnt door de deuropening. Geen ticket, geen lijst, zodra iedereen zit, rekent Ottie 50 dollar casch per persoon af en that ‘s it.
De deur wordt gesloten, de motoren gestart en nog geen kwartier later verheft die kleine bromvlieg zich aan het einde van de baan waarna hij met een fraaie draai uit het zicht verdwijnt. Dag Tjeerd, bedankt, we hebben van je genoten, En nog één ding, de volgende keer ben jij weer aan de beurt om te winnen met boerenbridge, beloofd!

Terug aan boord met verse broodjes vanuit het hotel zitten we wat onwennig tegenover elkaar. Opeens weer met z’n tweetjes, dat is wel weer even omschakelen maar daarover meer in verslag 48.