Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag 45 Oversteek Curaçao > Cartagena

Vertrek vanuit het Spaansche Water - 7 december 2009
Ik weet nog steeds niet hoe we het hebben geklaard maar het is gelukt!
Alles staat en ligt zeevast en we zijn klaar voor vertrek. We zijn beiden volledig afgepeigerd en Jan zijn linker bovenbeen is aan de achterkant bont en blauw van een uitglijder in de dinghy, drie dagen geleden  maar volgens hem gaat het weer redelijk en kan hij er normaal op lopen.
Om 13.00 uur gaan we anker op en verlaten we het Spaansche Water. Er staat een lekker windje dus zodra we het gat uit zijn, zetten we grootzeil en genua waarna de motor uit mag en we kunnen genieten van het ruisen van het water langs de boeg.
We bellen Franka die Sully-wacht heeft voor een laatste groet als we Zanzibar passeren en Ted op school, “so long maatje”.

Als we het Schottegat passeren komt er net een kustwacht vaartuig naar buiten. “We krijgen bezoek”, zegt mijn schipper opgewekt. “Nee, joh die hebben wel wat beters te doen dan jachtjes enteren”, zeg ik nog terwijl de P811 Panter haar steven op ons richt. Mijn schipper krijgt gelijk, zodra de Panter langszij vaart komt er uit haar achtersteven een snelle R.I.P. met vier man die met razende vaart aan onze bakboordzijde verschijnt.
“Mogen we even aan boord schipper?”, klinkt het even later. Voor we het weten zijn we geënterd door drie geüniformeerde heren. “We willen graag uw papieren zien en mogen we een kijkje binnen nemen?” Jan neemt met de sergeant de papieren door terwijl de andere twee heren meeneem onderdeks voor een ‘rondje’. “Heeft u wapens of drugs aan boord?” wordt ons gevraagd. Na tien minuten zijn we goedgekeurd en verdwijnen de heren op omgekeerde wijze terug aan boord van hun vaartuig. Dag Panter, Curaçao!

Moe, moe, moe, terwijl Curaçao verdwijnt aan de einder ga ik een paar uur slapen. Rond 20.00 uur hebben we contact met Wiebe en Patricia van de Vreeland. Met zes knopen snelheid over de grond verloopt alles voorspoedig en we hebben Aruba in zicht. Na het eten ga ik terug te kooi, Jan neemt de eerste wacht.

8 december 2009 > 12.20.7 N – 069.58.7 W
24.00 uur mijn ogen moeten open. Jan heeft last van zijn knie. De andere welteverstaan want de gekwetste heeft hij geprobeerd te ontzien. Zijn rechter knie is rood, heeft de omvang van een grapefruit aangenomen en voelt warm aan. Jan zelf trouwens ook. We hebben Aruba achter ons liggen en zeilen met windkracht 3/4 en een mijltje stroom, langs de noodwestelijkste punt van Venezuela. “Die knie heeft gewoon rust nodig”, bromt Jan. Morgenochtend gaat het vast beter. Met een paar paracetamolletjes als gezelschap verdwijnt hij te kooi.
Het is een mooie heldere nacht, de zee kalmeert nu we Aruba gepasseerd zijn en we varen bijna halve wind. Zoals altijd moet ik weer inslingeren maar er is weinig verkeer en de scheepslichten die ik zie blijven op veilige afstand.

De ochtendstond blijft een van de mooiste momenten van de dag. Het eerste gloren waarbij de zon nog ver onder de horizon is, geeft een breekbare indruk tot die oranje knoepert zich echt vertoont.
Dan is het opeens warm, licht en is de dag begonnen. Jan slaapt nog, ik hoop dat hij met de extra rust die hij nu krijgt, opknapt.

Vervlogen! Mijn hoop wel te verstaan. Jan’s knie is pijnlijk en dikker dan vannacht. Staan en lopen zijn is voor hem geen optie dus blijft hij te kooi. Hij heeft koorts maar ondanks dat hij geen honger heeft, eet hij gelukkig wel.
Als ik bij hem om  advies vraag aangaande een koerskruiser, krijg ik een volkomen bizar antwoord en even later zegt hij opeens: “Jo, you are in control”. Ik ‘in control?’, “hoe bedoel je?”, “jij bent de schipper!”
In mijn eentje  zeilen wisselen, navigeren, sturen, ik kan het allemaal maar wel graag in opdracht alsjeblieft!

Jan is nergens meer toe in staat en geeft aan ergens aan land te willen. Terug naar Aruba tegen wind en stroom is geen optie en wat moeten we hier in dit desolate ruige verlaten gebied aan land? Als we ergens naar toe moeten, is het wel naar een plek waar medische assistentie aanwezig is en dat hoeven we hier beslist niet te verwachten. Ik geef aan dat het me beter lijkt door te gaan richting Cartagena want daar is beslist een ziekenhuis.

De wind komt van achterin en is redelijk stabiel 3 tot 4 uit het oosten en de zeilvoering is goed. Grootzeil over bakboord en genua aan stuurboord. We ronden Punta Galinas waardoor we de wind oostzuidoost binnenkrijgen. Aangezien de wind regelmatig aantrekt tot 5/6 besluit ik de genua weg te halen en de fok samen met het grootzeil over bakboord te voeren zodat we wat verder uit de kust komen. Dan hoef ik me in ieder geval niet ongerust te maken over kleine visserbootjes zonder licht.

Voor zowel boven als onder is het even teveel!

Rond 20.00 uur besluit Jan dat hij ondanks dat hij niet kan staan of lopen wel buiten wacht kan zitten. Het kost ons ruim een kwartier om Jan vanuit de achterhut aan dek te krijgen waarbij ik zijn been achter hem aandraag. In de kuip heb ik een soort bed gecreëerd tegen de kajuit met stapels kussens ter ondersteuning van zijn knie. Een dikke trui, een fleece jack en drie dekens

Jan meer dood dan levend op wacht! Zijn  linker knie in een knie-band ter onder-steuning na de uit-glijder, de rechter is hier te pijnlijk voor. Die kan alleen zwaar ondersteund omhoog.

kunnen niet voorkomen dat mijn lief regelmatig huivert van de kou. Is dit wel een goed plan? De wind blaast ondertussen een stabiele 6 en de zeegang past zich hieraan aan. Grote diepblauwe massa’s water bouwen zich achter ons op maar George, onze autopilot houdt Witte Raaf keurig op koers.
Mede om grote scheepvaart richting Panama te voorkomen, willen we niet te ver uit de kust, dus gaan we weer voor de wind varen. Nu Jan geïnstalleerd is aan dek kan ik een paar uur slapen.

“Bam”, ik zit rechtop in bed en weet niet hoe snel ik in de kuip moet komen. Een spontane gijp die is afgeremd door de giekbegeleider maar deze heeft niet kunnen voorkomen dat Jan de grootschoot tegen zijn hoofd kreeg. Terwijl ik de situatie probeer te overzien slaat het grootzeil terug naar de andere kant. Weer krijgt Jan’s arme zieke hoofd een opdonder. “De autopilot houdt het niet, achter het roer”, brul ik terwijl ik de giekbegeleider probeer vast te zetten. Jan reageert feilloos en ondanks dat hij niet op zijn been kan staan, zit hij een paar seconden later achter het roer. “Nier verder naar bakboord”, brul ik, “anders gijpen we weer”. “Naar stuurboord, naar stuurboord”. Jan is, dizzy van de klappen tegen zijn hoofd, duidelijk de kluts kwijt. Langzaam stabiliseert Witte Raaf zich en krijgen we de grote zich nog steeds hoger  opbouwende golven weer van schuin achterin. Recht voor het lapje is met deze zeegang geen optie meer.
Dan maar kruisend voor de wind weg, die nu schommelt tussen 6 en 7. Met beiden zeilen over stuurboord heeft de autopilot er geen moeite mee en hij houdt het beslist langer vol dan wij.

Van slapen komt met ons verhoogde adrenaline gehalte de eerste tijd niets maar buiten wacht ‘lopen’ heeft ook geen meerwaarde dus verkassen we naar binnen waar we Jan installeren op de bank.
Op de een of andere manier is er een botje of kraakbeen in Jan’s knie verschoven want de blokkade lijkt eruit te zijn. Hij is nog steeds pijnlijk en ondertussen zo groot als een meloen maar hij kan hem buigen.

9 december 2009 > ± 12.28.8 N – 072.03.9 W
De windmeter geeft nu vaker 7 dan 6 aan maar Witte Raaf ligt keurig op koers en tilt haar kont, ook wel de poep genaamd, steevast op voor de grote van schuin achter inkomende blauwe jongens. We zijn moe maar alles is heel en ondanks de pijn in Jan zijn knie lijkt de koorts niet heftiger te worden. Met deze wind en zeegang een haven aandoen is mijns inziens geen optie want dan krijgen we de golven zijwaarts in op de romp en ze bouwen nog steeds op, dus we besluiten door te gaan naar Cartagena. De dag verglijdt terwijl we surfend op de toppen van de golven ruim acht knopen lopen maar in de golfdalen niet meer dan vier knopen doen. Tegen de middag lijkt de wind iets af te nemen maar tegen het begin van de avond is ze weer terug.

Jan slaapt het grootste gedeelte van de dag de slaap der genezing. Rond 20.00 uur neemt hij over. Zittend in de kajuit met de radar en de AIS aan, heeft hij zicht op alles dus ik kan af. Afgepeigerd moe maar de slaap komt niet. Teveel onrust en ieder geluid activeert dit. ‘Slaap je niet dan rust je toch’, zei mijn moeder vroeger maar dit keer gaat dat voor mij niet op. Na twee uur houd ik het niet langer uit, ik wil zien wat ik hoor.
Het plexiglazen luik zit in de ingang om eventuele golven die in de kuip zouden kunnen slaan buiten te houden, binnen is het redelijk rustig. Zodra ik mijn hoofd buiten het luik steek, giert de wind en raast het water. Grote watermuren ontnemen het zicht naar achteren totaal als we in een golfdal wegzakken. Sterren en maan verstoppen zich achter een donker wolkendek. In de verte soms een langs glijdend lampje van een containerschip dat ons passeert richting het Panamakanaal. Cabo de la Aquia ligt ten oosten van ons. De wind wakkert aan tot 8/9. De knoop in mijn maag wil er maar niet uit.

10 december 2009 > 11.29.8 N – 074.42.1 W
Jan stelt me gerust met een verhaal over het verschil tussen zich opbouwende golven en brekers. Brekers kunnen gevaarlijk zijn maar zolang de watermassa één geheel blijft, gaan ze gewoon onder ons door.
Ik sta op de trap met mijn hoofd buiten als ik twee golven samen zie komen.  Eén recht van achteren en een van rechts achter inkomend. Samengekomen krult de top om en begint bruisend omlaag te rollen.
‘Brekers zijn gevaarlijk’, galmt het in mijn hoofd terwijl de watermassa met een enorme knal schuin tegen de kont van Witte Raaf slaat. De kont wordt weggeduwd door de indrukwekkende kracht van het water en opeens zie ik links van mij onze boeg opdoemen, we liggen dwars in het golfdal!
Ik ben al half naar buiten geklauterd om het roer in handen te nemen als Jan’s stem klink, “Jo, wacht, de automaat corrigeert, ze komt weer op koers”. Hij heeft gelijk, de wind die van bakboord inkomt, duwt de boeg terug en voor de volgende golf zich over ons uit kan storten ligt Witte Raaf’s kont keurig naar achteren zodat we weer meesurfen. Al mijn zenuwen trillen, mijn stem bibbert en met knikkende knieën kruip ik weg in het hoekje van de bank. Ik vind dit allang niet meer leuk, wanneer houdt het op?
Na een half uur voelen mijn knieën weer redelijk stabiel en ligt Witte Raaf  nog steeds keurig op koers.

Rond 08.00 uur neemt de wind af naar kracht 5. Als we onze koppie’s naar buiten steken, blijken aan stuurboord beide spatzeilen te zijn weggeslagen. De kuip ziet er bloot uit zo zonder blauwe wandjes. Gelukkig hebben we op aanraden van een medezeiler alleen de onderkant van de spatzeilen met touw geregen.
Een geheel geregen spatzeil zou door de enorme kracht van het water de hele zeereling kapot kunnen trekken. Bij ons zijn de zijkanten en de bovenkant vastgezet met tiewraps. Door het geregen touw blijven de spatzeilen bij de boot en de tiewraps hebben een bepaald breekpunt waarna ze gewoon knappen.

Nu de zee rustiger wordt en het zonnetje tussen de wolken doorpiept ziet de wereld er heel anders uit. Het is bijna niet voor te stellen dat deze rustig wiegende zee vannacht zo angstaanjagend was.
We gaan overstag en varen nu weer richting kust. Er is veel scheepvaart dat schuin voor- en achterlangs koerst richting Santa Marta een grote commerciële Columbiaanse haven. In de Reeds, onze schipsgids, staat vermeld dat zeiljachten er niet welkom zijn en het is nu nog zo’n veertig mijl naar Cartagena dus we gaan door. Om 10.00 uur staat er nog maar zo’n knoop of drie en om half elf is de wind weg. Hoe bestaat het, van kracht negen vannacht naar nul tien uur later.

Aan bakboord verschijnt de catamaran Tara met Frieda en Erno aan boord. Zij hebben vannacht in een baai aan de kust gelegen en GEEN wind gehad! Is mijn beslissing om verder uit de kust te blijven dan toch verkeerd geweest?
We zullen het nooit weten en wat is verkeerd? Alles is nog heel en de afhangende spatzeilen zijn een uurtje later weer in ere hersteld.
Jan kan nu hij zijn knie weer kan buigen een beetje rond strompelen en zorgt voor het eerst sinds Aruba weer voor de navigatie, terwijl ik met emmers kraakhelder zeewater het vuil in de kuip te lijf ga. Deze reactie herken ik ondertussen van mezelf. Alsof ik op die manier Witte Raaf wil bedanken voor haar goede en betrouwbare diensten. Rond 14.00 uur doemen de eerste hoge flatgebouwen op aan de horizon. Het eerste aanzicht van Cartagena, hoog, strak,modern direct aan zee.
Er zijn twee aanvaarroutes: Boca Grande, in tegenstelling tot wat de naam doet geloven, voor de kleine scheepvaart – dit is een een smalle opening die gemaakt is in een in vroeger tijden gebouwde onder water liggende muur om vijandelijke schepen buitengaats te houden - en Boca Chica, de algemene aanvaarroute voor de grote vaart. Voor vertrek uit Curaçao hebben we via radionet gehoord dat in Boca Chica, twee zeiljachten door piraten zijn overvallen dus kiezen we voor de kleine doorgang die in het zicht van de stad ligt.
We kunnen momenteel onze kiel niet ophalen en weten niet of we niet te diep steken maar Tara gaat ons voor en meet nergens minder dan vier meter dus dat levert verder geen problemen op. De rest is een eitje, gewoon de boeien volgen en op 16.45 uur laten we ons anker vallen in de baai van Cartagena.
De hoogst gemeten wind is dit keer niet meer dan 43 knopen en komt dus bij lange na niet in de buurt van de  59 knopen die we bij Frans Guyana hebben gehad maar ja, toen waren we met z’n tweeën en gedeelde smart is gevoelsmatig beslist minder griezelig.
Maar we hebben het ook nu weer gehaald en zijn weer een ervaring rijker al geloof ik niet dat ik deze snel over wil doen. Eerst maar eens een nachtje rustig slapen!