Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 44 Curaçao (klein)

Bonaire > Klein Curaçao – 16 augustus 2009
Douwe is gisteren toegevoegd aan de crewlist dus is nu officieel bemanning op Witte Raaf waardoor hij met ons mee mag naar Curaçao. Het is prachtig weer met een heerlijk windje van zo’n vijftien knopen achterin. Alle zeilen mogen buiten spelen en Douwe houdt zich wonderbaarlijk goed. Het is maar 26 mijl en rond 13.00 uur laten we ons anker zakken in helder blauw water. Omdat er nogal wat deining van dwars in komt, besluiten we om een lange lijn te beleggen op de afmeerboei van het toeristenschip de Mermaid die de eerste twee dagen toch niet
hier aanlegt. Hierdoor liggen we dwars op de wind en met de neus op de deining waardoor we alleen stampen en niet rollen. Deze beweging is zelfs voor Douwe’s maag goed uit te houden dus besluiten we te overnachten. Het grote voordeel van Klein Curaçao is dat het ‘s nachts verlaten is en dus geheel donker. Zonder lichtvervuiling is de sterrenhemel nog helderder zichtbaar dan anders en terwijl ik kook verdiepen Jan en Douwe zich in de sterrenbeelden.
17 augustus 2009
Klein Curaçao is plat en klein genoeg om omheen te lopen dus Douwe en ik gaan na de koffie op pad met als doel een mooie rechte zwerfhouten stok te vinden die kan dienen als nieuwe vlaggenmast. Sinds de onze op Cuba op miraculeuze wijze de benen heeft genomen, hebben we er geen meer en het wordt hoog tijd dat we onze trotse driekleur weer correct kunnen tonen. De ene stok is te dik, de andere te kort, de volgende te krom, al met al valt het niet mee om een mooie te vinden maar het struinen langs de ruige noordoostkant van het eiland is heerlijk en enpassant vinden we een heleboel zee-egels skeletjes die in onze meegebrachte emmer verdwijnen. We komen maar tot de helft en gewapend met vijf stokken keren we terug naar onze kritische kapitein die ze stuk voor stuk afkeurt. Morgen nog maar eens proberen.  

18 augustus 2009
Op het andere deel van het eiland worden we verrast door veelkleurig waterpoelen die variëren van oranje tot zacht lila. Heel bijzonder. Gelukkig vinden we ook vandaag een aantal vlaggenmast-opties en na een heerlijke zwempartij in de luwte van het eiland keren we voor de lunch terug aan boord. Phoe gelukkig, één van onze stokken krijgt de goedkeuring van onze schipper. Onze driekleur wappert al snel trots aan een origineel Caribisch stuk zwerfhout!
Na het eten lossen we de meerboeilijn en hieuwen het anker waarna we op ons gemakje op de genua richting Fuikbaai dobberen. We hebben Fuik voor ons alleen tot de schemer waarop er last-minute nog een ander zeilschip binnenkomt. Gelukkig ankeren ze op ruime afstand waardoor we het gevoel van privacy behouden.

19 augustus 2009
’s Ochtends proberen we wat te snorkelen maar het zicht is vrij matig. Alleen direct onder het steigertje kunnen we leven ontwaren. Het kleine strandje is mooi maar het vele zwerfvuil doet afbreuk aan de van een afstandje smetteloze natuur. Jammer dat de hier in het weekend BBQ-ende mensen hun afval niet gewoon mee naar huis nemen.
Rond de middag gaan we anker op en een uurtje later varen we onder zeil het Spaansche water op. Vier maanden geleden vertrokken en nu terug thuis. We herkennen van een afstandje een aantal bekende longstayers en ankeren op ons oude vertrouwde plekje vlak bij Morninglight en Issis. Eigenlijk liggen we een beetje te dicht bij Tom maar hij vindt het niet erg en zo kunnen we hem zonder radio voor de koffie uitnodigen.
20 augustus 2009
We hebben vanaf Bonaire al contact gehad met Guido dus hij weet dat we eraan komen en binnen de kortste keer hebben we weer beschikking over ‘tank’, de prachtige oude Volvo stationcar waar we ook vorig jaar gebruik van mochten maken. Nu we de auto hebben, is het eerst zaak een bezoekje te brengen aan de douane en immigratie want hier op Curaçao zijn ze daar beslist lastiger mee dan in Bonaire.
Er is sinds ons vertrek wel het één en ander verandert qua regelgeving maar dankzij de inzet van een aantal zeilers zijn daar goede oplossingen voor gevonden. Verder is alles erg vertrouwd en voor we het weten hebben we het gevoel nooit te zijn weggeweest.
De dagen van de week zijn nog steeds  herkenbaar aan de happy hour avonden op dinsdag en donderdag waar ze nog steeds de overheerlijke vers gemaakte loempia’s met frietjes serveren en dagelijks luisteren we naar het radionetje met uitzondering van zondag.
Scorch ligt er verlaten.  Chris en Geraldine zijn voor een bezoek naar Europa maar Annemiek en Timo zijn thuis in hun prachtige woonboot. Met Ted, Tineke en de kinderen gaat het prima en na een paar uur zijn we ook voor de kleine Jessy en Sem weer even vertrouwd als vanouds.
Na een paar dagen waarin we Willemstad en omgeving bezoeken zit de vakantie van Douwe er weer op. Jammer maar helaas het was heerlijk hem aan boord te hebben en het zal stil worden zonder zijn ondertussen vertrouwde gezelschap.

De tijd vervliegt terwijl we verschillende klussen aanpakken. Zo last Irwin van Maru  twee buizen op onze achterbeugel waardoor we BB makkelijker op kunnen hijsen. BijBootjes zijn zeer geliefd in het criminele circuit, niet vanwege het bootje zelf maar vanwege de buitenboordmotor die er aanvast zit. Aangezien de meeste motoren aan de bootjes vastgemaakt zijn worden de bootjes gestolen en elders van elkaar gescheiden waarna de bootjes kapot achtergelaten worden. De enige manier om diefstal te voorkomen is ophijsen en op slot leggen. Daarnaast voorkomt ophijsen veel aangroei aan de onderkant dus snijdt het mes aan twee kanten.
Verder hebben we weer heel regelmatig contact met Rob Wink om een uitkomst te vinden voor onze nog steeds zout water voortbrengende watermaker. Aangezien we na meerdere handelingen en dagelijks contact geen uitweg meer zien besluit Rob om nieuwe membramen op te sturen vanuit Italië. Onze watermaker groeit ons soms boven het hoofd maar de betrokkenheid en service van Rob weerhoudt ons er iedere keer weer van om hem met een grote zwieper overboord te gooien. We blijven hopen.

6 september 2009
Nu we op Bonaire de roest onder het bed hebben aangepakt besluit Jan dat de achterbilgde aan de beurt is. Een fantastisch streven ware het niet dat hij op de één of andere manier zijn schouder er verkeerd mee belast waardoor hij volledig uitgeschakeld wordt. De pijn is dusdanig erg dat hij zich in eerste instantie laat behandelen door een Oostenrijkse Fysiotherapeute die het eerder erger maakt dan dat het verlichting biedt.
Terwijl Jan niet weet waar hij het zoeken moet van de pijn vindt er in mijn familie een medische situatie plaats waarbij mijn aanwezigheid is gewenst. Er zit niets anders op dan Jan met zijn schouder alleen achter te laten al voelt dat natuurlijk helemaal niet goed.

20 september 2009
Na twee weken Nederland heb ik het gevoel dat ik met een gerust hart terug kan naar mijn lief die er nog steeds niet echt jofel aan toe is. Natuurlijk was twee weken veel te kort om met iedereen die ik had willen zien af te spreken maar dat was dan ook niet het doel van mijn bezoek. Hopelijk zie ik jullie rond de kerst.

Jan is in de tijd dat ik in NL was tijdens een bezoek aan het strand van Zanzibar in contact gekomen met Ines Hallewas, secretaris van de stichting SCCN die het op zich heeft genomen de hier aangespoelde griend op te vangen. De stichting bestaat volledig uit vrijwilligers die ondertussen al sinds half juli het klokje rond voor Sully, zo is hij genoemd, zorg dragen. Na de eerste medische opvang is hij gehuisvest in een klein met
pontons afgezet bassin, direct aan het strand van Zanzibar.  
Na de eerste 48 uur waarin de overlevingskans van de nog jonge griend klein was - hij was zwaar vermagerd, uitgedroogd en had een infectie aan zijn staart - werd duidelijk dat hij het dankzij constante zorg,
antibiotica en gemalen haringpapjes zou halen en nu moet hij op krachten komen zodat hij zodra er een groep grienden langs komt terug kan naar zee.
De vrijwilligers waarvan de meesten een fulltime baan hebben, lopen ondertussen op hun tandvlees en de vraag is of ze het lang genoeg kunnen volhouden. Aangezien er op het Spaansche Water zo’n tachtig schepen liggen met mensen aan boord die dicht bij de natuur leven en gewend zijn tijdens oversteken ’s nachts wacht te lopen stelt Jan voor, hulp te vragen via het radio net.
Zoals verwacht is er een groot enthousiasme onder de zeilers en de crew van drieëntwintig schepen melden zich spontaan aan voor de informatie sessie
De belangrijkste aandachtspunten tijdens de griend-oppas zijn; toeristen die met hem willen zwemmen waarschuwen dat het, ondanks dat het een dolfijnsoort is, een wild dier blijft dat tijdens spel mogelijk een armpje hier of daar uitrukt. Niet uit agressie of boosaardigheid maar gewoon omdat hij alleen van zijn eigen kracht uitgaat. Verder moeten we opletten dat er geen plastic in het bassin waait en of Sully zich niet vast zwemt in de omringende netten.
Een leuk facet aan de oppasdienst is het borstelen. Een griend maakt zo’n miljoen nieuwe huidcellen per dag aan en in vrijheid in de kudde schuren ze bij elkaar de oude huidcellen weg. Aangezien Sully alleen is, moeten wij hem als hij daarom vraagt, door een borstel aan een lange steel in het water te houden de mogelijkheid bieden zich daar langs te schuren zodat hij dit niet langs de netten aan de zijkant doet. Daarin zou hij verstrikt kunnen raken waardoor hij zou kunnen verdrinken.

Vandaag zien we voor het eerst sinds december onze kleindochter weer. Met haar ouders welteverstaan want Bart en Martine komen met kleine Lieke naar Curaçao voor hun vakantie. Ik had de mazzel om samen met hen in het vliegtuig naar Curaçao te zitten dus ik ben gelukkig op tijd terug. Ze hebben een prachtig huisje gehuurd bij Jan Tiel dus ze zitten vlakbij terwijl ze in het huisje van alle gemakken voorzien zijn.
Heerlijk om eindelijk weer eens relaxed bij te kunnen praten zonder de tijdsdruk die er tijdens onze bezoeken aan NL toch altijd opzit doordat we in een korte tijd zoveel mogelijk mensen willen zien.

Lieke is enorm gegroeid en een prachtig, blij opgewekt meiske dat makkelijk op zich laat passen waardoor haar ouders er ook saampjes op uit kunnen.
Ondanks dat ze nog niet praat, wikkelt ze met haar stralende lach en schitterende blauwe ogen opa Jan om haar hele kleine pinkje. En dat terwijl Jan volgens zeggen niets ‘kan’ met kleine wezentjes van dit formaat. Maar ja zeg nou zelf, je bloedeigen kleindochter vormt daar wel een uitzondering op. Al ligt het daar volgens deze opa  niet aan. “Het komt gewoon omdat het zo’n opgewekt mensje is.”

Bart en Martine willen heel graag zwemmen met dolfijnen en laat dat nu kunnen hier op Curaçao. Jan heeft deze behoefte niet zo sterk dus opa kan op de kant op Lieke passen terwijl wij met z’n drieën voor het eerst van ons leven een dolfijnenhuid gaan voelen. Na een korte briefing waarin ons onder andere verteld wordt dat we ze alleen achter het blaasgat mogen aanraken gaan we te water. Naast uitgebreid aaien doet de ons toegewezen dolfijn in opdracht van haar trainer allerlei kunstjes waaronder ‘zingen’, flipper schudden en het ons met grote snelheid door het water voorttrekken. Wauw wat een ervaring, eindelijk weten we hoe ze voelen.
23 oktober 2009
Jan heeft ondanks bezoeken aan verschillende hulpverleners nog steeds een alles overheersende pijn maar gelukkig is Chris van Scorch terug en voor het eerst sinds weken heeft hij het gevoel dat er verlichting is. Werken is daarentegen geen optie en we nemen het aanbod van de naar werk informerende jonge Poolse zeiler Mick, met twee handen aan. Zeker als blijkt dat Mick zijn eigen stalen Friese Domkruiser - jawel een Nederlandse Friese merenbootje, hier en daar aangepast voor oceaanvaren, dat nu voor anker ligt hier in het Spaansche water van Curaçao - in Trinidad een uitgebreide roest behandeling heeft gegeven.
Mick is uiterst serieus en werkt zeer precies. Als hij roest ontdekt onder de vloerplaten zijn Jan en hij het er na lang wikken en wegen over eens, de vloerplaten moeten eruit. Nu hebben ze onze Raaf in België op de werf niet gemaakt om regelmatig bij de huid te kunnen. In tegendeel, eerst is de stalen romp gemaakt, daarna zijn over de isolatie dekens mooie houten wanden aanbracht waarna de vloer erin gelegd is. Op de vloer en tegen de wanden zijn de kasten en bedden aangebracht, allen prachtig afgewerkt met onzichtbaar verlijmde
Ondanks dat ze er tien dagen zijn vliegt de tijd en voordat
we het weten is het al weer tijd om ze weg te brengen naar
Hato. Dag lieverds, heerlijk dat jullie er waren.

Mick werkt uiterst precies en slijpt na het bikken de wand- en vloerplaten schoon tot op het blanke staal

sierlijsten. Er is dus geen ontkomen aan, om onder de vloer bij de stalen huid te komen moet de zaag erin. Zowel Jan als Mick hebben tranen in hun ogen staan als ze voor het eerst de zaag in dat schitterende massieve hout zetten. Zodra de eerste plaat eruit ligt blijkt Mick gelijk te hebben. Vlak naast het spant, op het platte vlak onder de slaapkamervloer bikt hij zonder hard te slaan naar buiten. Witte Raaf is lek!
Het is een minuscuul gaatje dat zich eenvoudig met kneedhars laat dichten maar toch, zo kunnen we de Pacific niet in. Waar er één is, kunnen er meer zijn en dit gaatje bevindt zich onder een droge ruimte dus we houden ons hart vast hoe het er onder de natte ruimtes uitziet. Er zit niets anders op dan de zaag rigoureus in te zetten zodat we de huid van de Raaf aan een grondig onderzoek kunnen onderwerpen.

30 oktober 2009
Via, via komen we in contact met een bedrijf dat gespecialiseerd is in staalmetingen uitgevoerd in het water. Normaal werken ze voor grote containerschepen dus zo’n klein bootje als onze Raaf kunnen ze er op vrijdagmiddag wel tussendoor doen. En jawel, onvoorstelbaar maar waar, klokslag 14.00 uur komt er een bootje langszij met twee duikers en de eigenaar van het bedrijf. Met een geavanceerd meetapparaat en een
leitje waarop de romp van de Raaf getekend staat, verdwijnen de duikers onder water terwijl de eigenaar de computer aan boord van het bootje instelt.
Jan verteld de eigenaar ondertussen dat we een gaatje in de romp hebben en gekscherend spreken de twee heren af dat als de duikers het gaatje niet vinden, de clausule ‘no cure, no pay’ van toepassing is.
Mede dankzij deze afspraak worden de duikers tot twee keer toe teruggestuurd om vooral de galleywand en de twee toiletwanden uiterst secuur te controleren.
Na ruim twee uur geven ze het op. Met hun lijstje met metingen komen ze boven en genieten van een biertje terwijl wij met de baas de bevindingen doornemen. Het gaatje hebben ze pas op onze aanwijzingen gevonden en direct ernaast vertoont het staal een dikte van vier mm en alle wanden van de natte ruimtes laten een meting tussen de vier en de zes zien. Nu is het weekend maar volgende week brengt hij ons het uitgewerkte rapport maar vooralsnog dus geen enkele reden om ons ongerust te maken.  

Natuurlijk zijn we opgelucht dat het vlak van Witte Raaf er niet zorgwekkend aan toe is maar tijdens het weekend komt langzaam het besef dat we niet echt heel veel opschieten met de meting omdat het bij ons dus niet gaat om grote geroeste vlakken maar om kleine putjes. Na lang piekeren besluiten we verder te gaan met Mick en ondanks het positieve resultaat toch de wanden en de vloeren te verwijderen zodat we de huid van binnenuit kunnen onderzoeken en waar nodig kunnen ontroesten.

In eerste instantie leek het te gaan om een vloer en een wand van een kast waardoor de inhoud nog verplaatst kon worden. Nu we besloten hebben tot een grootscheepse aanpak (rara waar deze uitspraak vandaan komt)  kunnen spullen die eenmaal uit een kast zijn gehaald niet meer terug dus waar laten we die? Gelukkig bieden Ted en Tineke uitkomst. We mogen onze spullen zolang bij hun in de schuur opslaan. Vanaf dat moment begint
de jacht op dozen, bij voorkeur van AH of van schildersbedrijven omdat we daar geen kakkerlak-eieren in verwachten. Amay ik wist dat we nogal wat spullen aan boord hadden maar dat het zoveel kon zijn! BB is de limiterende factor en ik vaar en rijdt regelmatig op en neer waardoor ik als ik het een beetje plan de tweeling regelmatig kan zien.

Tussendoor breng ik een bezoek aan de groep van Ted waar ik een uurtje vertel over Grienden in het algemeen en Sully in het bijzonder. De kinderen reageren heel enthousiast en de meeste hebben hem al
een keer gezien.  Gelukkig maar want normaal zijn grienden vanaf de wal niet te zien omdat ze verder uit de kust blijven en dit is dus een unieke mogelijkheid.
Met Sully gaat het prima. Hij wordt met de dag sterker en stouter en waar hij in het begin nog achter de speedboot aanzwom – hij is getraind om achter een boot aan te zwemmen zodat als er een groep voor de kust wordt gesignaleerd hij erheen gebracht kan worden – zwemt hij nu voor de boot uit en bepaald zo zelf de route.
Ondanks deze blijken van zelfstandigheid keert hij dagelijks keurig terug naar zijn bassin waar hij door George Kieffer, vier keer per dag wordt gevoed. Grienden zijn groepsdieren die gezamenlijk jagen en het alleen niet redden. Sully lijkt George geaccepteerd te hebben als zijn familie. Ondanks de band die er is ontstaan tussen die twee vaart George direct uit met
Sully zodra hij een seintje krijgt van de kustwacht dat er een groep is gesignaleerd. Tweeëntwintig mijl verderop wel te verstaan en als ze daar eindelijk zijn, is de groep verdwenen. Teleurgesteld keren ze terug richting Jan Thiel, “Maar nee, kijk daar, zijn dat geen grienden?” Jawel voor hen zwemmen vijf dieren. George vaart om de groep heen met Sully in zijn kielzog en legt de boot stil. Aangezien onze jonge vriend zich achter de boot lijkt te verstoppen manoeuvreert George de boot tussen Sully en de groep uit zodat hij wel in contact met ze moet komen. Regelmatig verdwijnt zijn vin samen met een paar anderen van de groep onder water dus nu is het afwachten. Het is ondertussen 17.30 uur en het wordt langzaam donker. Er komt een staart boven water, de groep duikt! Gaat Sully mee? Is hij terug waar hij hoort? Is het gelukt?

George start met een dubbel gevoel de motor, ze moeten terug naar Jan Thiel. Ze koersen in het donker langs de kust van Curaçao terug naar het Seaquarium. “Oh nee, kijk daar! Is dat een vin die ons volgt?
Het is Sully, hij is niet meegegaan met de groep! Durfde hij niet? Kan hij wel duiken? Tientallen vragen komen op terwijl de teleurgestelde bootcrew met een vermoeide Sully terugkeren naar zijn bassin.
De daarop volgende dagen is onze jonge vriend serieus van slag. Hij speelt een beetje met zijn haring en beweegt zich nauwelijks. In tegenstelling tot hiervoor dobbert hij nu constant onder zijn blauwe speelbal direct naast ons ponton terwijl hij ons met één oog in de gaten houdt. Heeft hij heimwee naar zijn soortgenoten? We weten het niet en maken ons allemaal ernstig zorgen, hoe nu verder. Hem gewoon loslaten staat gelijk aan een wisse dood want alleen kan hij niet overleven. Wachten op een nieuwe groep en het nogmaals proberen?

Na een dag of vier voltrekt er een verandering in Sully’s gedrag. Hij lijkt zich nu steeds meer te richten op mensen en als wij hem geen aandacht geven, flirt hij met het langs de kant staande publiek. Langzaam rijst het besef dat hij misschien al te lang in contact is met onze soort en dus niet meer terug kan.
George is, als één van de leidinggevende figuren binnen het Seaquarium, reëel genoeg om te beseffen dat er andere paden betreden moeten worden.
Seaworld in San Diego wil Sully heel graag hebben daar ze daar twee vrouwtjes grienden hebben en hij een welkome aanvulling voor de twee zou zijn. Bijkomend voordeel is dat ze daar ingesteld zijn op het houden van grienden en Sully volgens George leerbaar is, oftewel goed te trainen valt. De vraag die bij dit plan rijst is of Sully toegelaten wordt in de US. Dit hangt af van eventuele bacteriën die sommige grienden in zich dragen. Voor hen zijn deze niet schadelijk maar voor gewone dolfijnen dodelijk.
Vanuit Seaworld wordt een dierenarts naar Curaçao overgevlogen voor een bloed afname. Nu is dit bij een mens een simpele handeling omdat deze zijn arm aanbiedt en stilzit maar hoe doe je dat bij een wilde ondertussen weer op krachten gekomen griend? Gelukkig heeft George al vaker met dit bijltje gehakt en
Aan de overkant staan de walvrijwilligers klaar om de touwen die aan de onderkant van het net zijn bevestigd, in ontvangst te nemen.
Door deze aan te trekken ontstaat er een grote hangmat voor meneer. Aangezien het bassin te diep is om te staan wordt hij met vereende krachten naar ‘buiten’ gesjord richting strand waar zowel de trainsters als de dierenarts kunnen staan.
Hier wordt een klein plekje op zijn staart gedesinfecteerd waarna er met een soepele beweging een naald
in een voor mij onzichtbare ader verdwijnt. Sully geeft geen krimp terwijl er drie buisjes volstromen, maar wat wil je met zoveel schoonheden om je heen?

Nu hij er zo rustig bij ligt, kan hem meteen de maat genomen worden voor de hangmat die gemaakt moet worden voor zijn eventuele vervoer naar de United States. Met een kwartiertje is alles gelukt en schuifelt de ploeg weer terug het bassin in. Zodra de uitgang gesloten is, wordt het net langzaam geopend terwijl de trainsters allemaal het water uit spurten. George begeleidt samen met twee mannelijke trainers Sully even naar het midden van het bassin waarna ook zij het water rap verlaten. Het is gelukt! Drie mooie buizen bloed die door Franka in beweging worden gehouden en Sully die van het geheel niet onder de indruk lijkt te zijn en zich alras weer over zijn buik laat borstelen.  

Aan boord van Witte Raaf wordt het per dag onleefbaarder. Langzaam maar zeker verdwijnen er steeds meer vloer- en wandplaten en Mick zet nu regelmatig de slijptol op de huid om de wanden mooi schoon te schuren. Het stof dat hierbij vrijkomt kruipt werkelijk overal doorheen en er is geen schoon plekje meer te vinden. Op twee pannen na is de galley leeg en overal liggen snoeren, schuurpapier en verf. Daar waar Mick is geweest en het staal er goed uitziet smeren we eerst twee lagen beschermende Sigmacover 280 met daarover drie lagen witte twee-componentenlak van de Antilliaanse verffabriek. En nu maar hopen dat dit voor de komende jaren afdoende is.
De gang door de Raaf lijkt meer op roede lopen dan op een schip omdat we overal op de spanten moeten balanceren. Wie had dat gedacht en dat terwijl ik vroeger beslist geen talent was op de balk.
Ondertussen heeft Mick achterin nog een plekje gevonden dat er zwak uitziet maar verrassend genoeg is de huid zowel onder het aanrechtblad als achter de koelkast oké. En dat terwijl we juist daar een slecht stuk hadden verwacht met als grootste angst dat de koelkast verwijderd zou moeten worden. Beslist een meevaller waar we blij van worden totdat Mick opeens van vooruit roept; ”water”! Onder de toiletvloer heeft hij een slecht stukje gevonden waar hij niet verder durfde. Het stuk daarnaast zag er iets beter uit en daar ging hij spontaan door de huid met zijn hamertje. Dit gaatje is groter en laat zich van binnenuit niet dichten dus moet Jan het water in om het van buitenaf dicht te kitten.
Nu duidelijk is waar de zwakke plekken zich bevinden kunnen we met staalwerker Erik en Curaçao Marina in conclaaf wanneer we het water uit kunnen voor het laswerk. In eerste instantie ziet dit er somber uit maar gelukkig vindt Erik een gaatje waar we kunnen staan. Dag Spaansch Water, tot over een week, dan hopen we terug te zijn met een mooie waterdichte romp.

17 november 2009
Curacao Marina maakt gebruik van een hefboomwagen waar Witte Raaf op getrokken wordt waarna een zware tractor het geheel er via een schuine wal uittrekt. Heel spannend dat beslist maar een uitkomst voor ons want nu hoeft er geen stag los gemaakt te worden en ook de wieken van de windgenerator hoeven er niet af. Terwijl wij als nerveuze ouders om de Raaf heen stiefelen, rijden de jongens van de werf haar uiterst professioneel naar een mooi plekje aan het water dat net is vrijgekomen. Een half uurtje later staat ze er keurig bij op hoge blokken zodat de kiel omlaag kan. Prachtig want nu kunnen we die voor het eerst ook eens onder handen nemen.

Ondanks alle pech zijn we spekkopers want we mogen de periode dat we droog staan op de werf in de bungalow van Marianne en Arjan Dros logeren. Niets lekkerder dan na een hele dag stofhappen en zweten, heerlijk in een schoon bed met airco kunnen slapen.
Voor ons is het allemaal nieuw maar voor de lasser is het gesneden koek. In overleg met Erik wordt er besloten om drie stukjes staal te vervangen. Twee kleine putjes kunnen van binnenuit worden opgelast. Voor we het weten vliegen de vonken eraf en worden er rechthoekige stukjes staal uit de buik van Witte Raaf geslepen. Hoebedoelu lek?
Terwijl de staalwerker delen wegsnijdt, zitten wij natuurlijk niet stil. Nu Witte Raaf droog staat, biedt ons dat de mogelijkheid die dikke buik weer in een paar nieuwe lagen antifouling te zetten. Eerst natuurlijk waar nodig schuren plamuren, schuren plamuren en daarna rollen maar. Er lijkt geen eind aan te komen want iedere dag moet er een nieuw laagje op, maar langzaam maar zeker knapt ze op. Jammer dat er van al ons werk, als ze eenmaal weer in het water ligt niets meer te zien zal zijn. Na twee dagen is de lasser klaar en kunnen wij aan de slag om de ingezette stukjes onzichtbaar weg te plamuren. Met eindeloos geduld zet Jan laagje op laagje want één dikke laag werkt niet. Iedere keer als het uitgehard is moet het eerst weer worden geschuurd, al met al een huzarenklus. Pas als we ook daar de nodige lagen antifouling op hebben gesmeerd kunnen we trots zeggen dat het is gelukt. Ondanks dat we weten waar we moeten kijken kunnen we de ingezette plaatjes niet meer terugvinden.
25 november 2009
Ondanks werkdagen van zeven tot zeven heeft het ons toch twee dagen langer gekost dan gepland. Woensdagmiddag ligt Witte Raaf daarentegen weer in haar element en blijkt ze na controle geheel waterdicht.
Het is warm in de marina en we verlangen er beiden naar om te kunnen zwemmen dus besluiten we diezelfde middag nog terug te varen naar het Spaansche Water. De Pontjesbrug draait speciaal voor ons en we worden meermaals gekiekt door toeristen op de terrassen. Mooi is ze hè, onze Raaf!

Buitengaats checkt Jan de machinekamer even en ontdekt dat de schroefas-koker witverziekend heet is. Foute boel, dus direct de motor af. Terwijl Jan gaat kijken of hij de oorzaak kan vinden blijf ik aan dek op de uitkijk want we liggen hier nu niet op het meest rustige stukje water. Zeilen naar het Spaansche Water kan alleen met een forse slag naar buiten want de wind staat recht op de neus en dan zijn we beslist niet op tijd om voor het donker binnen te zijn. Dus eerst maar even een fokje voor de stabiliteit en rustig kijken of we het kunnen oplossen.
De knop van de afsluiter voor het koelwater van de schroefas blijkt dolgedraaid en houdt het koelwater buiten. Zodra Jan het probleem heeft geanalyseerd gaat hij de afsluiter met een tang te lijf waarmee hij hem open krijgt. Na een half uurtje zwalkend, dwars op de golven kan de motor weer aan en stiefelen we alsnog op ons gemakje naar het Spaansche Water. Heerlijk want nu kunnen we vanavond nog even bij Sully kijken.

Nu de buitenboel weer goed in de verf zit moeten we onze aandacht weer richten op de binnenkant. Eerst moeten de stukken nieuw staal in lagen verf worden ingebed zodat deze beschermd zijn en dan moeten we beslissen hoe we Witte Raaf weer leefbaar gaan maken.
Een timmerman hier in Curaçao kost $40 per uur terwijl volgens zeggen een timmerman in Cartagena hetzelfde verdient per dag. Met de enorme klus die er is ontstaat door het wegzagen van al die wanden en vloeren kunnen we dus enorm veel besparen als we de klus in Cartagena laten uitvoeren. Daar staat tegenover dat we nu geen kasten meer hebben waar we iets in kunnen stoppen dus waar laten we alle spullen die we bij Ted en Tineke hebben opgeslagen?
Natuurlijk voelen we ons hier zo langzamerhand thuis maar dit gaat wel heel erg in de papieren lopen en na langdurig beraad besluiten we op korte termijn richting Colombia te vertrekken want wees nou eerlijk kerst in Cartagena klinkt ook aantrekkelijk.
Ted is zo lief om alle spullen in een keer in zijn aanhanger te laden en vaart daarna gezellig met Sem en Jessy mee naar de pomp om diesel en water te laden. Jammer dat Aron er niet bij is want die had er beslist van genoten.
Eén van de grote voordelen van langer op Curaçaos verblijven is ons contact met Ted, Tineke en de kinderen. Naast dat we regelmatig leuke en lekkere dingen met hen delen zien we de kinderen zo regelmatig dat ze gewoon zichzelf zijn en dat is een cadeautje op zich.

1 december 2009
George wil ons graag bedanken voor onze inzet en activiteiten rondom Sully. In eerste instantie heeft hij het over een gezamenlijk biertje maar zodra ik hem bel om af te spreken wijzigt hij zijn plan. Of we om 17.00 uur bij het seaquarium kunnen zijn voor een sunsetswim met de dolfijnen. Hoezo of we dat kunnen, daar verzetten we bergen voor!
Op het moment dat we het seaquarium binnenkomen, sluiten de restauratie en de winkel. Het ligt er stil en verlaten bij. Na een minuut of tien pikt George ons op bij het terras en voorziet ons al wandelend van duikbril, snorkel en zwemvliezen. En dan lopen we langs de grote lagune waar acht dolfijnen huizen. Voor we te water mogen legt George ons uit dat we een koker van ons lichaam moeten maken en de dieren als ze dichtbij komen alleen vanaf hun blaasgat naar achteren mogen aanraken. Verder meldt hij enpassant dat hij benieuwd is hoe de alpha-mail, het leidende mannetje van de groep op Jan zal reageren. Hoezo, wat zijn de mogelijkheden?
Het bijzondere van deze situatie is dat de dolfijnen vrij zijn. Geen vis voor een kunstje, als ze willen komen ze. Hebben ze geen zin dan blijven ze weg.
Ik dobber in het water en ondanks dat ik weet dat ze er zijn, schrik ik me rot als er opeens van achteren drie donkere schimmen waaronder een hele grote langs me flitsen. Ze verdwijnen in de lagune terwijl mijn hart in mijn keel bonkt. Ook de tweede keer laat ik me verrassen door die snelle rakkers en ook nu verdwijnen ze weer. Maar dan komt het grote mannetje van voren aan, glijdt vlak langs me waarna hij zijn snuit in Jans nekholte legt. Terwijl hij druk uitvoert op Jan duwt Jan voorzichtig terug. Twee mannen op zoek naar elkaars kracht, respect en ruimte. Na een twee minuten durende krachtmeting houdt hij het voor gezien en duikt weg.
`Well done Jan, you just passed the test` klinkt het vanaf de kant.
Na deze keuring verlaat het mannetje onze hoek van de lagune waarna de andere vijf naar ons toe mogen komen. In een perfecte harmonie dansen ze om ons heen zonder ons of elkaar te raken.

Ik kan en wil niet om haar heen

“Waarom ga je weg, kom nou spelen!”

Zodra Witte Raaf te water gaat is er van onze inspanningen niets meer te zien, al het werk bevindt zich onder de waterlijn

Verstilde schoonheid

Opeens voel ik een lijf op mijn been terwijl twee anderen van recht voor op me afkomen. Zo mooi, zo sierlijk, ieder met zijn/haar eigen kleurschakering op de kop. Ze glijden ieder aan een kant langs me terwijl mijn handen langs hun flanken glijden. De ene voelt ruwer aan dan de ander. Daar zijn ze weer, nu samen aan een kant met hun witte buiken naar me toegedraaid. Ze willen duidelijk aangeraakt worden. Plotseling glijdt er één van achteren onder me door. Op haar rug zie ik al snel als haar witte kin langzaam onder de mijne verschijnt terwijl ze haar buik tegen de mijne schurkt. Buik aan buik met een dolfijn!! Woorden schieten te kort!

Als ik omkijk zie ik er eentje rechtstandig in het water hangen tegenover Jan terwijl ze hem strak aankijkt. Later verteld George dat ze zo met hun sonar je hartslag en bloeddruk meten. Er komt nog net geen papiertje uit met de uitslag.
Ik kir er ondertussen lustig op los. Ik mag dan nog wel geen Nemo´s Whales spreken, Dolfijns gaat me al aardig af. Ze zijn nu overal, vlakbij. Raken me aan met hun snuit en flanken terwijl er eentje met haar neus tegen mijn duikbril ligt, alsof ze wil zeggen: `ik kan je niet van dichtbij genoeg laten zien hoe mooi, leuk en lief ik ben`. `Zie je me wel?` Ik kan en wil niet om haar heen.
Voor mij mag dit eeuwig duren maar dat kan natuurlijk niet. George staat geduldig te wachten op de kant maar hij moet zo direct weer naar Sully om hem te voeren.
Na aandringen van Jan zwem ik met tegenzin naar het vlonder bij de trap waar ik kan staan. Achtervolgt door vier schoonheden die er net als ik geen genoeg van kunnen krijgen. Terwijl ze om de beurt hun snuit in mijn hand leggen, lijken ze te zeggen: “waarom ga je weg, we hebben het toch leuk zo samen?”Terwijl ze tegen mijn benen schuren neem ik in gedachte het besluit; “oké ik moet eruit, ik kan George niet langer laten wachten”. Op dat moment draaien ze zich alle vier tegelijkertijd om en verdwijnen. Zie je wel dat ik Dolfijns spreek, misschien nog wel beter zonder dan met woorden.
Helemaal hyper schieten we wat kleren aan waarna George ons laat zien waar hij Sully’s eten klaarmaakt. Dikke vette haringen uit Novia Scotia. Volledig gescheiden van de dolfijnenkeuken zodat ze elkaar niet kunnen besmetten met onbekende bacteriën. George gaat Sully voeren, terwijl we het Seaqurium verlaten zijn we er beiden stil van. Wat een ervaring! Onbeschrijfelijk!

De laatste dagen staan in het kader van afscheid nemen, inkopen doen en het zeevast zetten van alle spullen. Vooral het laatste blijkt een ware gocheltruck. In het voorschip bevindt zich een toiletruimte waar momenteel geen toilet en/of kastruimte meer aanwezig is dus de vloer en wand kunnen worden gebruikt als bergruimte voor dozen. Lastig is wel dat eventueel bilgdewater via deze vloer naar de bilgde kan lopen dus kan er niets staan wat niet nat mag worden. Verder kunnen de dozen niet hoog opgestapeld worden maar moeten klemvast staan om te voorkomen dat alles gaat rollen bij ruige zeeën. Ook de matrozenhut waar we normaal tijdens de overtocht slapen is volledig ontmanteld en biedt nu ruimte voor dozen. Op de stalen huidplaten leg ik zoveel mogelijk karton om beschadigingen aan de verf te voorkomen waarna het een soort puzzel wordt wat naast wat kan waardoor er een klemvaste belading ontstaat. De voedingsmiddelen voor de overtocht houdt ik eruit want zodra alles staat is er niet meer te lopen. Alles wat niet in de toiletruimte en de matrozenhut past, moet in de voorpiek al proberen we deze qua gewicht zo licht mogelijk te houden in verband met het vaargedrag van Witte Raaf. Des te zwaarder ze voor beladen is des te meer duikt ze met haar boeg onder water. Zware spullen moeten dus zoveel mogelijk midscheeps worden gestouwd.
Mede door dit beladingsprobleem, staat inkopen me tegen maar dat neemt niet weg dat een laatste bezoek aan Albert Hein toch nog dozen vol rookworst, hagelslag, erwtensoep, müsli, broodmeel, Parijse Wafels, Chocolade en drop oplevert. Stouwen maar.
Afscheid blijft ook nu weer lastig, ook al keren we waarschijnlijk na ons bezoek aan de West Caribic hier terug. Ditmaal nemen we niet alleen afscheid van dierbare mensen maar ook van Sully waarmee we tijdens al onze nachtelijke wachten ook een band hebben opgebouwd. Dag maatje, een goede reis naar San Diego, wie weet komen we je daar een keer opzoeken!
Dag lieve mensen, bedankt voor alles, we hebben van jullie genoten! Wie weet treffen we elkaar volgend jaar weer hier!