Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag 40 Cuba II

C Manuel Gomez > Cayo Cuervo (21°04´2N/78°57´7W) 6 mei 09
Hiep hiep hoera in de gloria, Douwe en Steef zijn vandaag jarig dus we zingen er vrolijk op los. Ik snipverkouden en met een loopneus maar dat mag de pret niet drukken en ondanks dat het misschien wat nasaal klinkt is het niet minder gemeend.
De afgelopen dagen bedragen de afstanden tussen onze gekozen bestemmingen nooit meer dat 10 mijl wat ons alle tijd van de wereld geeft om voor het donker aan te komen zonder ons druk te hoeven maken. Ook vandaag heeft de wind geen haast en we passen ons er moeiteloos bij aan.
Scorch gaat zuidwaarts terwijl wij de noordkant verkennen. Jan heeft mijn verkoudheid over genomen maar doet dit met meer overtuiging wat er in resulteert dat hij echt ziek is. We kiezen een prachtig plekje in een hoekje bij een spierwit strandje waarna mijn lief het voor gezien houdt en zijn mandje opzoekt.
Tijdens mijn bezoek aan het strandje struikel ik bijna over drie groen gespikkelde eitjes die met wat koraal omrand in het zand liggen te smoren terwijl de twee eigenaren zenuwachtig om me heen rennen en me proberen mee te lokken naar veiliger grond. De enige voor mij zichtbare sporen zijn van vogelpootjes en leguaanstaarten. Een vliegende vis heeft zijn vluchtpreparatie slecht gepland en komt recht voor mijn voeten op de landtong terecht waar hij als een gek rond spartelt in de hoop weer ergens water te vinden. Voorzichtig, om zijn schubben zo min mogelijk te beschadigen, schep ik hem op en laat hem te water waar hij na een paar seconden overdenking het hazenpad kiest. Zouden er onder water ook hazenpaden bestaan of spreken ze daar van morenen-gangen?

Overal liggen schelpen en ik moet me beheersen om niet alles mee te nemen.
In de verte ligt een droomeiland zoals dat er in mijn fantasie uitziet. Helderwit zand, palmbomen en een azuurblauwe zee erom heen. Oké, niet vandaag maar morgen dan toch met zekerheid.

Jan is nog steeds niet lekker en vindt het een prima idee dat ik Robinson Crusoë ga spelen want dan heeft hij rust. Voor de zekerheid neem ik de radio mee zodat ik hem kan oproepen als er iets niet goed is. Mijn droomeiland is perfect! Geen andere sporen dan die van de dieren die er wonen of logeren. Een knalgele vogel komt nieuwsgierig op een tak zitten vlak bij mijn hoofd. Twee strandlopertjes rommelen aan de waterlijn. Vissen knabbelen nieuwsgierig aan mijn feloranje crocs. Een kleine krab zonder scharen maar met prachtige blauwe pootjes, besluit dat ik een leuke klimrots voor hem ben. De dieren hier zijn niet bang.
Ik zoek, half zittend in het water, een plekje in de schaduw van een boom, ‘hoebedoelu’, dromen zijn bedrog?

Jan is weer helemaal opgeknapt en het wordt weer hoog tijd voor wat kreeft op het menu dus gaan we met BB op zoek naar rif. Aan de noordwest kant van Cayo Cuervo gaat het ankertje overboord en duikelen we getooid met snorkel en vliezen overboord om in de totnogtoe meest fraaie koraaltuinen te belanden. Overal waar we kijken wuiven grote paarse bladen naast okergele sponsachtige fabrieksschoorsteentjes. Ze groeien op een basis van opengewerkt koraalraamwerk waar onvoorstelbaar veel kleurrijke vissen in en uitzwemmen. Een schoolklasje lichtblauwe visjes zwemmen keurig in een rijtje een opening binnen, gevolgd door een grotere geel gestreepte die voor de deur geweigerd wordt en blijkbaar in een ander lokaal thuis hoort. Moeder en dochter vis zwemmen een rondje om een roodbruin hersenkoraal waarna ze verdwijnen in één van de ontelbare tunneltjes. Overal is leven, grote scholen gele vissen laten zich wiegen op de stroom terwijl grote zilvergrijze angelvissen er in sierlijke bogen omheen zwemmen. Ademloos kijken we toe terwijl we in dit reusachtige aquarium ronddobberen. Jan die vandaag voor het eerst zijn wetsuit aan heeft, heeft geen last van de kou en we onderzoeken dit paradijs op zoek naar de verlangde voelsprieten van de langoustine die over het algemeen uit hun holen naar buiten steken maar hoe we ook duiken en spieden er is geen spriet te bekennen. Dan maar geen kreeft op het menu vanavond.
Op de terugweg richting de baai zien we een met een lap zwaaiende man op het dak van een klein visserbootje staan dat geankerd ligt aan de buitenkant van het rif. Wat nu, moeten we doen of we hem niet gezien hebben en stoïcijns doorvaren of reageren en naar ze toe. Stel dat ze in nood zijn, dan mogen we ze daar toch niet in hun/het sop laten gaarkoken? Zodra we dichterbij komen ontwaren we vier mannen op een klein rank scheepje, Celia genaamd. Is het veilig? Voor de zekerheid trek ik een T-shirt aan en we naderen langzaam.
Ze hebben motorpech en de eerste vraag die ze ons stellen is “waar zijn we”?
Ze hebben al twee dagen rondgedreven en vragen ons of we via de radio contact op willen nemen met hun thuishaven in Jucaro. Na de nodige gegevens te hebben opgeschreven, beloven we ze contact op te nemen en keren terug naar Witte Raaf.
Zowel op kanaal 16, de internationale scheepsfrequentie, als op de middellange noodfrequentie 2182 KHZ krijgen we geen response. We zijn hier echt in niemandsland. In het oosten bouwen de dagelijkse onweerswolken zich op, wat is wijsheid? We besluiten om met Witte Raaf naar ze toe te varen en ze een sleep aan te bieden naar de beschutte ankerbaai waar wij liggen. Ze liggen op vrij  ondiep water tussen twee riffen maar is mijn schipper stuurt Witte Raaf er keurig tussenin waarna ze dankbaar onze lijn aanpakken en vastknopen op de boeg van hun ranke scheepje. Vier grote kerels op zo’n klein bootje, waar slapen die in hemelsnaam allemaal?
Na een half uurtje leggen we ze voor anker bij het strandje waar wij eerst geankerd waren en terwijl Christopher van Scorch de schipper ophaalt om met de iridium telefoon contact op te nemen met hun thuisfront, leggen wij Witte Raaf even verderop voor anker. Net op tijd wordt al snel duidelijk want we liggen nog niet of de dreiging van de naderende donkere wolkenmassa veranderd in windvlagen tot 35 knopen die het gladde wateroppervlak opzwepen tot venijnige puntige golven en blikseminslagen die een halve mijl naast ons het water raken.
Het anker van het kleine scheepje is niet berekend op dit geweld maar gelukkig kunnen de mannen, staand in ondiep water, Celia van het strand afhouden.
Na een half uurtje kalmeert Wodan en brengt Chris extra water en biscuitjes naar de mannen die ondertussen hun kookstel aan het werk hebben gezet. Volgens zeggen hebben ze voldoende voedsel en al snel blijkt dat dit hoofdzakelijk bestaat uit de door ons gezochte kreeften waarvan we er tien in een grote zak van ze meekrijgen. Kreeft vangen en eten is illegaal voor Cubanen met uitzondering van de vissers dus de vraag rijst in hoeverre het hier om illegale kreeft handelt maar dat heeft beslist geen invloed op de smaak.
Het telefoneren is niet gelukt en we beloven voordat dat we morgen vertrekken nogmaals contact zullen zoeken met de nodige instanties terwijl Scorch het nogmaals via de iridium zal proberen.

Cayo Cuervo > Cayo Cinco Balos (21°03’0N/79°17’2W) 10 mei ‘09
Hoe we ook roepen op de beide gangbare frequenties, we krijgen geen response. Aangezien het er naar uit ziet dat we via de ons beschikbare middelen geen contact kunnen krijgen met het Cubaanse vasteland meldt Jan de
situatie aan het Caribische Safety and Security net, dat om 08.15 uur op de 8104 KHZ  wordt gehouden. De netcoördinator beloofd een mail te sturen aan de marina in Havana en een ander die meeluistert beloofd de gegevens door te spelen aan de US ambassade.
We zijn er nog niet gerust op. De mannen op Celia liggen nu dan wel veilig en hebben meer dan voldoende water en voedsel voor de komende dagen maar ze hebben geen radio en gedurende de dagen die we hier nu rondvaren hebben we geen schip gezien.
Zodoende vragen we via de radio, Rudi en Marijke van Lizzy die in Bonaire liggen en internet aan boord hebben, of zij willen kijken of ze de gegevens en positie van de mannen door kunnen geven aan de betreffende instanties. Een uurtje later horen we dat Marijke de gegevens in het Spaans aan de Cubaanse Rescue service heeft kunnen doorspelen. Scorch die nog bij Cayo Cuervo ligt geeft dit door aan de mannen die zichtbaar opgelucht zijn.

De ingang naar de baai van Cayo Cinco Balos is niet alleen volgens onze kaart smal en ondiep maar ook in het eggie. Met een waterdiepte van 1.6 meter, we steken met opgetrokken zwaard 1.4 meter, zoeken we onze weg naar binnen. Het blijkt alleen een soort ondiepe zanddrempel te zijn want zodra we in het kanaal zijn wordt het weer diep. Het ziet er hier spooky uit, alle mangroven zijn dood.
In de lagune – de mangrove zijn afgestorven na de orkaan die hier vorig jaar overheen kwam – ligt een groot wit Cubaans motorjacht omgeven door kleine platte snelle bootjes. Een toeristencharter blijkt al snel met twee Zuid Afrikanen en drie Italianen aan boord die hier een week voor hun plezier komen vissen.
Via de kapitein van het jacht horen we dat de Cubaanse reddingdienst in actie is gekomen en de mannen van Celia over twee uur zullen worden opgepikt. Met die kennis smaakt ons aankomstbiertje des te beter.
Eddie, één van de Italianen komt ons uitnodigen voor het diner bij hun aan boord.  Een leuke afwisseling na al die tijd geen mensen. Het eten is riant. Natuurlijk kreeft met vers gemaakte knoflook mayonaise, heerlijke snapper met verse kruiden en een in tomaten chili saus gebakken yellow tail. Dit opgevrolijkt door verse tomaten komkommersalade, gekookte aardappeltjes, wortelen en een door de Italianen matig gewaardeerde risotto.
De mannen kennen elkaar alleen van dit jaarlijkse visfestijn waarin ze een week lang, ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds rondvaren in de kleine platte bootjes die uitermate geschikt zijn voor het ondiepe water waar onder andere de harpon huist. Dit is een meer dan uit de kluiten gewassen sardien – tandeloos en alleen te vangen met vliegend aas - van één tot twee meter die niet eetbaar is en dus alleen gevangen wordt om gemeten en gewogen te worden waarna hij weer wordt teruggezet zodat de volgende fanaat hem kan vangen. Als ze dit zat zijn gaan ze op snapper en yellow tail jacht terwijl de Cubaanse bemanning de kreeften bijeen sprokkelt. Alles dat ze vangen moet worden opgegeten want het is niet toegestaan voor iemand buiten de geregistreerde vissers, om vis aan land te brengen, dus smikkelen maar.
Na dit koningsmaal en een uitermate gezellige uitwisseling van internationale wetenswaardigheden, keren we tonnetje rond terug op onze Raaf die tevreden op ons ligt te wachten.

We blijven hier nog een dagje want het rif moet meer dan de moeite waard zijn voor een snorkelexpeditie. Als worstjes verpakt in onze wetsuits laten we ons in de golfslag aan de buitenkant van het rif in het water zakken.
Ook hier is duidelijk zichtbaar dat Gustav hier vorig jaar heeft huisgehouden, de buitenste karaalwanden hebben het duidelijk zwaar te verduren gehad.
Een naargeestig grijs, bruin woud van zijwaarts neergeslagen koraaltakken vormt het heksenbos dat een thuis biedt aan duizenden kleurige vissen. Zodra we deze beschermende wal achter ons laten, wordt het koraal net zo kleurrijk als zijn inwoners. Overal waar we kijken zweven wolken gele, blauwe, zwarte en zilveren vissen in reusachtige  scholen op de beweging van de stroom. Als velden wuivende boterbloemen zijn hele vlaktes bedekt met geel gestreepte vissenlijfjes. Razendsnelle helderblauwe fosforescerende visjes schieten als kleine blauwe anemoontjes de gele velden in. Overal is beweging. Een grote donkerrode kreeft wandelt zijwaarts en achterwaarts terug naar zijn beschermende hol als hij ons ontwaard samen met een mooie grote oranje krab die ons ook niet vertrouwd. De vissen daarentegen zijn niet bang en soms splitst een school zich om ons heen waardoor we volledig omringd zijn door nieuwsgierige oogjes en wiebelende staartjes.
Zalmroze visjes met een gele kop en staart, zwart met blauw en groen oplichtende spikkels en een gele vin, roze rood met witte vintippen, alle pastelkleuren verzameld in streepjes in een rank vissenlijf, prachtige groen, blauw, roze papagaai vissen die door de verfdoos lijken te zijn geduikeld, het is teveel en te mooi om te kunnen omschrijven. Zo mooi hebben we het nog nooit gezien!
En de winnaar is,…… beiden zijn we verrukt val een geelblauw geruite maanvis die we de prinses dopen. Ze heeft op haar rug en buik, van geel naar lila uitlopende lange vinnen, een vel gele staart en zijvinnen en aandoenlijke fluoriderende blauwe wenkbrauwen, zoenmondje en een rond kroontje recht op haar kop. In eerste instantie lijkt ze schuw maar zodra we haar negeren komt ze naar ons toe want ze wil bewonderd worden, de ijdeltuit!
We kunnen er niet genoeg van krijgen en dobberen vol ontzag en verbazing in dit snorkelparadijs. Geen wonder dat ze dit Jardin de la Reine – de tuin van de koningin - noemen.

Cayo Cinco Balos > Cayo Breton (21°06’6N/79°27’3W) 12 mei09
Ook vandaag is het weer prachtig weer. Na een close pas om afscheid te nemen van onze gastheren, volgen we onze inkomende route op de kaart omdat we daar zeker van zijn dat we geen grond zullen raken. Met zo hier en daar 10 cm onder de kiel scharrelen we naar buiten en volgen de binnenzijde van het rif. Scorch is eerder bij de opening van onze volgende ankerplek dan wij en gaat zodoende voorop. Doordat zij, varend op de motor de diepte controleren, kunnen wij blijven zeilen wat resulteert in een schitterend tochtje tussen de mangroven door tot we er aan de zuidkant weer uit komen. Het rif ligt hier te ver verwijderd van onze ankerplek dus besluiten we rustig aan boord te blijven.

Cayo Breton > C. Zaza de Fuero (21°27’5N/79°34’6W) 13 mei 2009
Na overleg besluiten w ook voor dit traject nog binnen het rif te blijven want er zijn eigenlijk maar twee echte ondieptes waar we rekening mee moeten houden. Scorch is weer sneller waardoor wij met de zekerheid van voldoende diepgang op zeil voor anker gaan. Het blijft een uitdaging om de motor zo min mogelijk te gebruiken. Het water is heerlijk helder maar er is hier geen noemenswaardig rif in de buurt. Er komt een visserboot, één van de eerste die we hier ten zijn gekomen, langs om te vragen of we vis willen kopen maar aangezien we verwachten er morgen zelf ééntje te vangen bedanken we ervoor en maken we ze blij met twee koude biertjes en wat tijdschriften. In de gids staat vermeld dat in de lagune veel vogels zouden huizen maar des te westelijker we komen des te meer insecten we tegenkomen en aangezien we onszelf niet willen aanbieden als vers hapje op hun menu, blijven we lekker lui aan boord.

Zaza de Fuero > C. Machoz de Fuera (21°35’8N/79°46’5W) - 14 mei 2009
Onze volgende bestemming zou volgens de gids flamingo’s huisvesten. De ankerplek achter het eiland lijkt in eerste instantie een beetje rollerig maar nadat de wind opsteekt hebben we er geen last meer van. De flamingo’s zijn niet thuis maar het rif is hier weer heel anders dan op de voorgaande plekken. Hier zien we voor het eerst een hele dikke grote vis met heel veel vinnen en ogen zo groot als schoteltjes en een lachend pruilmondje. Ze ziet er echt schattig uit en vindt ons gelukkig net zo fascinerend als wij haar. Hier zien we voor het eerst fel oranje koraal en wat ik nu champignonvelden noem. (Ik moet nodig een boekje kopen waar ik de koraalsoorten en vissen in kan opzoeken want ze krijgen steeds vreemdere namen) Op het hoofdeilandje woont een Cubaan die in het weekend lunches verzorgt voor bezoekende toeristen. Nu is het er gelukkig uitgestorven en heeft hij alle tijd om koffie voor ons te maken. Hier wonen naast deze man alleen uit de kluiten gegroeide marmotten, prachtige grote leguanen en grote heremietkreeften.
Tijdens onze koffie bouwen de donkere wolken zich op aan de horizon dus wordt het tijd om terug te gaan aan boord. Ook nu weer zijn we weer net op tijd klaar met alle voorbereidingen voor wind en regen zodat we droog vanuit de kuip van het donderspektakel kunnen genieten. Dit keer valt er genoeg regen om met hemelwater zowel de shampoo als de crèmespoeling uit mijn haar te spoelen.
Negentien mei verloopt ons Cubaanse visum en we willen een paar dagen speling hebben voor de verlengingsprocedure dus er zit niets anders op, we moeten terug naar de bewoonde wereld en laten daarmee dit meer dan geweldige nog onbedorven zeilparadijs achter ons. Terug naar de wereld van mensen, normaal sociaal gedrag (kan geen kwaad na drie weken) en kleding.

Cayo Machoz de Fuera > Cienfuegos - 15 mei 2009
Vandaag staan er vijftig mijl op het programma dus zodra de zon haar eerste licht boven de kim uitstuwt gaan we anker op. Vanaf nu blijven we aan de buitenkant van het rif en varen we sinds drie weken voor het eerst weer in koningsblauw water. Westwaarts zeilen is in deze contreien meer dan geweldig omdat de wind altijd vanuit de goede hoek komt. Ongewild denken we beiden regelmatig even aan de terugtocht waarbij we iedere nu genoeglijke mijl zullen moeten bevechten tegen wind en stroom, maar wie dan leeft die dan zorgt! Nu genieten we er optimaal van. Zodra we Casilda passeren komen we dichter bij de kust en moeten we soms een slag maken om voldoende afstand te behouden van de kust.
De ingang naar de natuurlijke baai van Cienfuegos is smal en het is maar goed dat het grote containerschip dat net naar buiten komt vrij van de ingang is als wij er aankomen want anders hadden we de motor moeten starten. Nu volgen we op ons gemakje op het fokje de boeienroute naar binnen terwijl aan stuurboord een enorme onweerswolk zich ontlaad boven land. Na de ingang is het nog zo’n twee mijl baai inwaarts naar de marina en we hopen door het langzaam aan te doen dat de bui leeg is voor aankomst.
Yep, het was een goede berekening. De bui is opgelost alvorens we onze lijntjes vastknopen aan een grote betonnen steiger in de marina van Cienfuegos.
Natuurlijk krijgen we ook hier eerst weer bezoek van de broodnodige douane en andere beambten maar de beestjesmannen en snuffelhonden blijven uit.

Ons Cubaanse visum verloopt dinsdag en de havenmeester adviseert ons om deze morgen, zaterdag te verlengen omdat maandag een dag is waarop het meestal erg druk is bij immigratie. Aangezien de marina een paar kilometer verwijderd is van de stad en het er hier vrij plat uitziet halen we onze fietsen, na ruim een jaar rust, tevoorschijn. Onvoorstelbaar, hier en daar een druppeltje vet, de bandjes goed oppompen en joepie daar staan ze weer, onze rode stalen rossen.
Samen met Chris en Geraldine crossen we naar immigratie waar we direct geholpen worden althans waar de wil is om ons direct te helpen maar waar ze per persoon een zegel van 25 Cuc nodig hebben voor de vereiste verlenging. Deze zegels blijken alleen in de marina en bij de bank te koop te zijn dus cross ik terug naar de haven om de zegels te kopen want de bank is ondertussen dicht. Jammer, jammer, jammer, de haven heeft alleen zegels van 10 cuc. Die van 5 zijn op en immigratie moet precies 25 hebben, 30 mag niet!
Het is niet anders we zullen dit maandag verder moeten afhandelen nadat we bij de bank het benodigde zegel hebben gekocht. Aangezien we onze tijd hier in Cuba zo optimaal mogelijk willen benutten, brengen we een bezoek aan het busstation om informatie in te winnen. Hier ontmoeten we een Cubaan die ons voor een redelijke prijs met zijn personenauto naar Trinidad, een bij Unesco vermeld staand historisch stadje, zo’n tachtig kilometer verderop wil brengen.
Dus als een razende terug naar de haven waar we hem over een uurtje zullen ontmoeten.

Trinidad - 16 t/m 18 mei 2009
Het regent pijpenstelen als we het stadje inrijden. We worden na wat zoeken afgezet bij de Casa Particular waar Chris en Geraldine vooraf al een kamer hebben geboekt. De buurvrouw van hun casa nodigt ons uit om haar stulpje te bekijken en aangezien het - slaapkamer, eigen douche en toilet en gezellige binnentuin - er allemaal schoon en goed uitziet besluiten we daar voor 25 cuc = 22 euro per nacht te blijven. Onze gastvrouw Theresa blijkt een schat en ratelt er vrolijk in het Spaans op los. Als ik aangeef iets niet te begrijpen herhaalt ze het gewoon een aantal keer in de verwachting daarmee het onbegrip op te heffen.
Casa Particular is een begrip in heel Cuba en voor de Cubaan een manier om een extra centje bij te verdienen. Het huis dient aan bepaalde eisen te voldoen voor het wordt goedgekeurd en geregistreerd en vanaf dat moment moet de huiseigenaar maandelijks tax betalen, ongeacht hij/zij klanten heeft of niet. Daarnaast moet er een percentage afgedragen worden voor iedere overnachting. Al met al zit de verdienste dus niet echt in de overnachtingen maar meer in de maaltijden waar ze niets over hoeven af te dragen. We besluiten ‘thuis’ te dineren. Na een druilerige, het historische centrum ziet er troosteloos uit in de regen, wandeling belanden we in Casa del Trova waar we vergast worden op volksliedjes, gezongen door oude bazen waarbij de gitaar van hand tot hand gaat. Geweldig en gezellig! Ons diner is meer dan geweldig, garnalen in knoflook, verse groenten met de standaard rijst en bonen worden afgerond met een overheerlijke mangomoes uit eigen tuin. Theresa glimt onder alle complimenten, we hadden geen beter kosthuis kunnen treffen!

Zondagochtend, de zon schijnt, het historische plein fris gewassen, ziet er stralend uit. Het oude centrum doet met zijn kinderkopjes middeleeuws aan, de straten zijn verlaten. Langzaam maar zeker druppelen de kerkgangers de kathedraal binnen. We proberen in ieder land waar we komen naar de zondagsmis te gaan omdat dit een leuk beeld schets welke plaats het geloof inneemt in de gemeenschap en hoe dit wordt beleden. In tegenstelling tot Haïti zijn de mensen hier minder uitbundig gekleed. Er wordt veel gezongen en het koor, bestaand uit zo’n twintig jonge mensen, klinkt prachtig en wordt begeleidt door één simpele maar hemels klinkende dwarsfluit, bespeeld door een jong meisje. Al met al een mooi begin van de dag. We struinen eindeloos door kleine smalle steegjes, stuiten soms opeens op een groepje muzikanten, meestal oudere mannen die vol overgave en met heel veel onderling plezier zingen en spelen, en genieten van de oude sfeer die hier goed bewaard is gebleven. Een bezoek aan museum Romantica biedt een blik op het oude rijke verladen van voor de revolutie. Veel prachtig oud antiek verzameld in een mooi onderhouden historisch pand.
Overal klinkt muziek, meestal life gespeeld. Jammer dat de band dit ’s avonds optreed in Casa del Trova te elektronisch is. Door alle versterkers krijgt de fantastische trompettist geen kans. De zichzelf op gitaar begeleidende troubadour daarentegen is een waar genot voor het oor.

Maandagochtend, Chris en Geraldine hebben het op zich genomen de benodigde zegels voor onze visa te bemachtigen dus we zijn vrij in ons doen en laten tot de middag. Het slaperige Trinidad van gisteren heeft een metamorfose ondergaan. Overal zijn mensen op straat. Wandelend, op ezeltjes, in fietskoetsjes, in paardenwagentjes, op brommers, in auto’s. Oude mannen zitten op pleintjes in de schaduw, mannen en vrouwen staan in de rij voor de slager waar varkensvlees is binnengekomen, schoolkinderen in uniform slenteren langs een ‘hole in the wall’ waar milkshakes en sandwiches worden verkocht, het stadje bruist. Vanaf een terrasje observeren we het dagelijkse Cubaanse leven.  
In een bonnenwinkel kopen we met lokale pesos, vijftien sigaren voor één cuc. We vinden een bakker die bereidt is ons brood te verkopen en werpen een blik in de openbare bibliotheek waar de duistere stoffigheid van hele oude boeken overheerst. Trinidad leeft en wij genieten!

Eenmaal terug in Cienfuegos is het verlengen van ons visum een fluitje van een cent. Cienfuegos is een prachtige stad waar de invloed van de oude Franse barokke architectuur duidelijk zichtbaar is. Het is er schoon, zoals overal in Cuba en er hangt een prettige atmosfeer.
Chris en Geraldine gaan de volgende dag al met de bus naar Havana. Wij gaan
een dagje later omdat ik mijn verjaardag graag in de stad en niet in de bus wil vieren.
We gebruiken onze dag aan boord om te wassen en te tanken. De diesel in de marina is aanzienlijk duurder dan bij de pomp dus chartert Jan, beladen met zeven jerrycans, een paardenwagentje. De eerste pomp heeft geen pomp, de tweede verkoopt geen diesel en mijn schipper doorkruist samen met zijn zeer welwillende koetsier heel Cienfuegos maar weet ergens in een buitenwijk bij een garagebedrijf ‘illegaal’, voor de lokale prijs de benodigde diesel te bemachtigen. Ondertussen mag ik bij het naast ons liggende charterschip hun overgebleven levensmiddelen ophalen. Rijst, meel, suiker, eieren, azijn, olie, tonijn in blik, water, rum, bier, noem het maar en ze hebben het. Na een dagje hard werken hebben we op onze manier geld verdient en zijn we klaar voor ons bezoek aan de Cubaanse hoofdstad.

Havana en Viñales - 20 t/m 25 mei 2009
We hebben bij Cubatour kaartjes gekocht voor een toeristenbus die ons in vijf uur naar de noordkust van Cuba rijdt. Een prima bus met alle ruimte, toont ons uitgestrekte velden met suikerriet, grote bananenplantages en heel veel runderen. Veel sneller dan verwacht rijden we havanna binnen. Volgens onze reisgids moeten wij ons als toeristen op de wijken Habana Vieja en Vedado richten omdat de hele stad teveel van het goede is. Onze bus zet ons naast het oude centrum af en na een blik op de platte grond wandelen we naar een adres dat we in Cienfuego bij het toeristenbureau hebben gekregen. Voor we daar aankomen worden we opgepikt door een jongeman die ons een Casa Particular aanbiedt voor 15 Cuc per nacht. Kijken kan geen kwaad dus beklimmen we voor we het weten een prachtige oude marmeren trap. De kamer die voor ons was bedoeld is nog bezet maar als we dreigen om te keren worden we via een brandtrap naar het dak gebracht.
Een kamer met tv, airco, koelkast en eigen douche aan toilet gelegen aan een eigen dakterras met uitzicht op de tegenoverliggende daken met een echte duiventil, voor 15 Cuc = 13.50 euro, wat wil een mens nog meer? Niets toch, alhoewel, …… ondanks dat het er kraakhelder schoon is ziet het er beslist niet uit en zou het van de KLM hotelkeuring niet eens een blik krijgen.
Het ligt op het randje van de oude stad en het enige wat we hier doen is slapen dus ach waarom niet.
Onze huiseigenaar is alleraardigst en verzekert mij ervan dat naast zijn broers en vader die we ontmoet hebben, ook zijn vrouw en zoontje van twee in huis wonen. Niets om ons zorgen over te maken dus al wordt al snel duidelijk dat het niet helemaal legaal is want in tegenstelling tot bij Theresa waar we officieel werden ingevoerd in het Casa Particular registratie systeem, wordt hier niet om onze paspoorten gevraagd. Toiletpapier kunnen we pas krijgen als we hebben betaald.

Tijdens onze eerste wandeling over Parque Central passeren we het Grand Theatro waar die avond een concert ter ere van Babtiste wordt gegeven. Voor ons kost een kaartje 20 Cuc, een Cubaan betaald hier buiten het seizoen 10 pesos. Ondanks dat Havanna toch groot is lopen we Chris en Geraldine tegen het lijf die net als wij kaartjes hebben voor het concert van die avond. Ondanks de lage prijs is het schitterende theater grotendeels leeg. Het orkest, de helft van de normale bezetting, alleen  blazers en ritme dit keer, biedt een prachtige ondersteuning aan de sopranen en baritons. Een mooie inleiding voor mijn verjaardag die in Nederland al begonnen is.

Oké, het matras laat beslist wat te wensen over – als jan is opgestaan hoor ik na zo’n twintig seconden het ‘ploink’ van een paar veren die terugspringen - maar verder voldoet onze Casa best wel en het ligt uitermate centraal. Kevin stelt ons trots voor aan zijn zoontje Rodolfo en zijn vrouw Made die goed Engels spreekt. Onze ervaring is dat Cubanen binnen de veiligheid van hun eigen muren uitermate bereidt zijn om uitleg te geven over het systeem en Made legt ons uit dat huisvesting vaak van vader op zoon wordt doorgegeven omdat jonge mensen niet of nauwelijks in aanmerking komen voor huisvesting. Zij delen hun huis met Kevins vader en zijn twee broers. Zodra men een huis door de staat krijgt toegewezen moet er een eenmalig bedrag - hun huis werd op 500 Cuc getaxeerd - worden betaald. Hiermee verwerven ze het recht tot bewoning maar het huis blijft in bezit van de staat en als ze verhuizen gaat het daar naar terug. Aangezien niemand recht heeft op eigendom is er geen enkele stimulans tot onderhoud waardoor de huizen er verveloos en vaal uitzien en er binnen alleen het hoognodige aan wordt gedaan. Als ik Kevin vraag of ik een foto mag maken van hun bonnenboekje, biedt hij me spontaan die van vorig jaar aan. Leuk want totnogtoe kregen we op deze vraag alleen maar schrikachtige negatieve reacties.  
Op onze vraag hoe ze tegenover het systeem staan, haalt Made berustend haar schouders op. Het is nu eenmaal zo en als je als individu blijkt geeft het er niet mee eens te zijn loop je het gevaar opgepakt te worden genomen dus het heeft geen zin om er tegenin te gaan. De broer van Fidel, Raoul die nu het heft in handen heeft is veel militairistiser ingesteld als zijn broer dus het is zaak voorzichtig te zijn en niet op te vallen. We leven ons leven en de veiligheid van mijn zoontje betekend alles voor me, we hebben het goed zo.
Ze hopen op den duur goedgekeurd te worden als Casa Particular en zo een extra zakcentje te verdienen. Tot die tijd zijn ze blij met mensen zoals wij, die blij zijn met hun dakterras voor een paar nachtjes.

Ondanks dat in Habana Viejo, het oude centrum, grote gedeelten prachtig zijn opgeknapt biedt het geheel een beeld van imposante vergane glorie. Wat moet het hier prachtig geweest zijn voor de revolutie. Het straatbeeld biedt een geweldige variatie aan antieke soms prachtig onderhouden auto’s, koetsjes, fietstaxi’s en moderne staatsauto’s. In Obispo de straat tussen Plaza de Armas en Parque Central bieden dure winkels internationale merken maar deze worden alleen door toeristen en rijke Cubanen – meestal met veel geld teruggekeerd vanuit het buitenland – bezocht.
Musea de la Revolucion biedt een fascinerend gedetailleerd beeld hoe Fidel Castro, vijftig jaar geleden met zijn kameraden tot de revolutie is gekomen en hoe ze het hebben aangepakt. In tegenstelling tot het straatbeeld waar vooral Ché Chevarra op verheerlijkende wijze in woord en beeld wordt afgebeeld krijgt deze in het museum maar een halve wand die hij moet delen met José Marti.
Op de Plaza de la Revolucion worden daarentegen juist deze twee ‘helden’ groots in beeld gebracht.
’s Avonds genieten we van een heerlijk verjaarsdiner in een prachtig gerestaureerd restaurant naast de Kathedraal, terwijl ik alle lieve felicitatie smsjes lees. Heerlijk, dank daarvoor.
Genoeg Havana besluiten we dus boeken we een busrit naar Viñales, een klein dorp in de tabaksprovincie Pinar del Rio.

Vroeg op, want om half acht vertrek onze bus. Chris en Geraldine gaan ook die kant op maar aangezien zij een kaartjes bij een ander hotel hebben geboekt zitten ze in een andere bus. Onze gids, we zitten in een excursiebus die ook enkele reiskaartjes verkoopt, voorziet ons regelmatig van interessante informatie en voordat we in Viñales aankomen, stoppen we eerst bij een tabaksschuur waar de tabaksbladeren worden gedroogd en daarna bij een  sigarenfabriek waar deze bruine jongens handmatig in elkaar worden gedraaid. Staatsbezit natuurlijk en dus verboden om te fotograferen want je zou de kunst eens kunnen afkijken. Negenenzeventig procent van iedere oogst moet door de tabaksboeren worden afgestaan aan de staat en wordt verdeeld over de bestaande fabrieken. Iedere fabriek in Cuba maakt dus alle soorten sigaren, zowel de hele dure als de goedkope voor de lokale markt.
Wij zien hoofdzakelijk jonge mensen die met uiterste precisie de binnenste bladeren selecteren die ze daarna in een, halve maanvormig gesneden blad rollen en dichtlijmen met een naar zeggen natuurlijk goedje. Hierna wordt de sigaar in een op maat gemaakt vormpje geperst waarna deze in een drukpers gaat.
De tabaksbladeren die in de fabriek worden gebruikt, gaan nadat ze door de tabaksboer zijn afgeleverd eerst minstens een jaar – de hogere kwaliteitssigaren worden gemaakt van blad dat ruim tien jaar fermenteert - de koel/vrieskast in om te fermenteren. Pas dan is het blad zacht genoeg om er een goede sigaar van te rollen. Het fermentatieproces creëert de specifieke geur en smaak van ieder sigarenmerk. De sigarenrollers zijn verplicht een specifiek aantal sigaren, afhankelijk van grote en dikte, per dag te rollen. De eerste twee die ze meer rollen zijn voor eigen consumptie, alles daarboven levert een provisie op.  
De eenentwintig procent van de oogst die de tabaksboeren mogen behouden zijn voor eigen verkoop. De meeste boeren fermenteren hun bladeren veel korter, gewikkeld in een substantie van rum, honing, water en guave bladeren. Volgens de boeren wordt er aan het fabriekfermentatieproces bepaalde chemicaliën toegevoegd om de houdbaarheid van de sigaar te garanderen. Dit maakt hun eigen volledig natuurlijk geproduceerde sigaren naar hun mening tot een veel betere sigaar.

Viñales is een in een vallei liggend dorpje dat bestaat uit twee parallel liggende straten met kleurige houten huisjes. We worden we opgepikt door Isabel, eigenaresse van een Casa Particular waar we voor 15 Cuc kunnen slapen. Het is het laatste huisje aan de Secondary Road dus last van langskomend verkeer is hier niet van toepassing. Een ruime frisse kamer met een uitstekend bed en een moderne badkamer met alles erop en eraan. Geen enkele reden om nog verder te kijken.
Vanaf de veranda genieten we vanuit onze schommelstoelen van vers ananassap en het uitzicht op een groot veld in bloei staande asters en goudsbloemen en ’s avonds trekken extreem grote vuurvliegjes oplichtende strepen in de donkere lucht. Na onze uitstekende ervaring in Trinidad met thuismaaltijden besluiten we om ook hier in de kost te gaan. We mogen kiezen wat we willen eten – kip, varken, vis of kreeft, voor 8 Cuc per diner - en Isabel maakt ons ondertussen duidelijk dat we met onze keuze we haar de mogelijkheid bieden om iets anders te eten dan het gangbare. Nu begrijpen de dankbare grijns als we kreeft kiezen beter.
Het dorp zelf heeft weinig meer te bieden dan één restaurant en een paar muziekhuizen maar meer dan life gezongen en met plezier gemaakte muziek in combinatie met een mojito heeft een mens mijns inziens ook niet nodig.
Isabel slooft zich enorm voor ons uit. Bij de buurvrouw worden aardappelen gehaald en haar echtgenoot Poepie wordt er regelmatig op zijn brommer op uitgestuurd om nog benodigde ingrediënten te halen.
Acht grote stukken prachtige rode kreeft lachen ons toe vanaf hun schaal, maar we hebben het lef niet om het allemaal op te eten. We laten de helft liggen, eerlijk zullen we alles delen.
’s Ochtends om negen uur worden we opgehaald en na een wandeling door velden en achtertuinen komen we bij een houten huis waar drie gezadelde paarden klaar staan. Daniël onze gids stelt ons aan onze rijdieren voor waarna we de bossen intrekken. Jan’s paardje, drie jaar oud, heeft beslist pit en regelmatig verdwijnt mijn lief in het bladerrijke groen. Mijn ‘Chocolate’, tien jaar, kan geen echt enthousiasme meer opbrengen voor deze ritten en na een paar uur hard werken geef ik het op en laat ik me voortsjokken. Na vijf uur rijden door een meer dan prachtig gebied laten we de paarden achter aan het begin van het dorp, het is vast niet nodig om uit te leggen hoe we op onze stijve o-been spieren zijn terug gestrompeld naar onze Casa.
’s Avonds na wederom een heerlijk diner, neergestreken, ik kan momenteel even niet meer normaal zitten door mijn ontvelde paardenbillen, bij een lokaal muziekhuis, ontmoeten we een jong stel. Economisch samengebrachte reizigers blijkt al snel, ze reizen samen om de kosten te drukken. Iwan, een jonge architect uit Spanje, die net zeven maanden in Rotterdam heeft gewerkt is uitermate bereidt om het persoonlijk aan mij gerichte liefdeslied voor me te vertalen. Leuk om te zien dat niet alleen ik hier verlegen van wordt. Een heerlijke avond waarbij de muziekgroep niet van ophouden weet omdat iedereen meezingt en klapt.

Voor wandelen heb je geen billen nodig dus is er geen enkele reden om van onze geplande wandeling af te zien. Naast het dorpje Viñales liggen midden in de valei een aantal rare plat afgetopte heuvels die erbij liggen alsof ze er vanuit de lucht zijn neergegooid. Mogotes worden ze hier genoemd en ze bieden een bijzonder aangezicht. Voor de tabaksplant zijn we in het verkeerde seizoen, die groeien tussen oktober en april en hangen nu zodoende overal in de schuren te drogen. Maar de boeren verbouwen op dezelfde grond in het ‘laag’ seizoen maïs en overal wordt geploegd en gezaaid. Iedere wandelaar heeft in Cuba, net als in de Scandinavische landen, recht van overpad mits hij niets kapotmaakt. Na een paar kilometer op een gereguleerd paden kiezen we een route door weiden en langs akkers dat ons in de gelegenheid stelt praatjes te maken met de boeren. Eén ploegende boer heeft zijn ossen gemuilkorfd met een paar zakken zodat ze niet stiekem tijdens hun werk de jonge maïs uit de grond kunnen trekken. Het is prachtig om te zien hoe de ossen feilloos reageren op de geroepen commando’s van de boer waardoor ze precies tussen het jonge maïs het onkruid wegploegen zonder de nieuwe oogst te beschadigen. Na een bezoek aan een prachtige grot met een natuurlijk zwembad waar we nog geen teen in zouden willen steken, stuiten we op een grote tent met heel veel mannen en jongens. Een groot illegaal gokparadijs blijk al snel. Alleen gehouden op zondag, verstopt in het groen, biedt dit mogelijkheid tot dobbelen en ware hanengevechten. We kijken toe hoe de hanen worden gewogen en hoe ze in de ring tegen elkaar worden opgehitst. Het is fascinerend om te zien hoe fanatiek de gokkers op de aanval van de door hun gekozen haan reageren maar zodra er teveel bloed aan te pas komt houden we het voor gezien.
We liften een stukje mee op een paardenkar en ‘bewonderen’ van afstand een reusachtige muurschildering en zetten daarna voet richting hotel Las Jasmines voor een bezoek aan hun zwembad. Heerlijk even onze verstofte ledematen verkoelen.
Na twee en een halve dag Viñales zit het er weer op, morgen pakken we de bus terug naar onze Raaf in Cienfuegos.

Witte Raaf ligt keurig op ons te wachten en alles ziet er prima uit. Het weer ziet er de komende dagen heel goed uit, weinig wind al is hij dan op de neus maar meer dan dat mogen we oostwaarts varende tegen de passaat, niet verwachten dus als we slim zijn moeten we dit weergaatje pakken. In de jachthaven hebben we beschikking over gratis water dus als het even meezit moeten onze paarden- en wandelkleren hier onder handen worden genomen en moeten we nog naar de markt voor verse groente en fruit.
De middag besteden we aan de voorbereiding voor de trip van drie dagen naar Jamaica, terwijl de was per lading aan de lijn gaat. De douane melden we dat we graag om twaalf uur weg willen en dan houden we het voor die dag voor gezien. Morgen verlaten we dit fantastische land, we zouden hier beiden langer willen blijven maar het orkaanseizoen komt eraan dus moeten zorgen dat we tijdig onder de twaalfde breedtegraad zijn. Jammer maar helaas, het weer bepaald in dit geval ons plan. Maar niet zonder te kunnen vaststellen dat we ontzettend blij zijn met onze keuze om naar Cuba te gaan in plaats van naar de Bahamas en niet zonder iedereen die ook maar even nadenkt over de mogelijkheid van een bezoek aan Cuba, te adviseren, DOEN, nu het nog niet te laat is. Cubanen bedankt, jullie zijn degenen die jullie land bijzonder maken.

Cuba, bijzonder? Beslist!

Een land vol tegenstrijdigheden. Enerzijds heeft de Cubaan geen recht op vrije meningsuiting en wordt alle informatie die hij/zij krijgt gecensureerd, alleen mensen met familie levend in het buitenland krijgen meer informatie. Anderzijds wordt er voor iedere Cubaan door de staat gezorgd in de vorm van voedsel, behuizing, studie, gezondheidszorg en werk. Mede door deze zorg is de zo schrijnende armoede en honger, die in veel Zuid Amerikaanse landen een dagelijks beeld vormen, hier niet van toepassing, al hebben de ouderen het vaak moeilijk omdat de staatsvoedselvoorziening in combinatie met hun pensioen krap is.

De Cubaan wordt in het huidige systeem maar beperkt in staat gesteld tot het maken van eigen keuzes. Men is vrij in de keuze van studie en kan zoveel en zolang studeren als men wil. De staat bepaald als je bent afgestudeerd waar je, een baan kunt vervullen.
Men krijgt brood, rijst, meel, vlees en andere door de staat vastgestelde voedingsmiddelen waaronder ook sigaren. Daarnaast verdient men afhankelijk van de baan die men uitvoert een beperkt salaris. Men beschikt dus over weinig geld.
Mogelijk mede hierdoor hebben we nergens op straat vormen van verslavingen als alcohol en drugs gezien. Als er al gebedeld wordt dan wordt er gevraagd om een pen, een stuk zeep of kleding, buitenlandse producten die alleen met de dure Cuc kunnen worden gekocht.

Iedere keer als we binnenshuis met Cubanen spreken horen we hun eigen verhaal, vaak tegenstrijdig met voorgaande verhalen. Dit wordt mogelijk veroorzaakt doordat er buitenshuis geen mogelijkheid bestaat tot het veilig voeren van discussies en/of gedachte-uitwisselingen. De enige vorm van samenkomst is de wekelijks verplichte communistische straatvergadering, die wordt voorgezeten door een aldaar wonend communistisch, straathoofd. Een ieder die afwijkt in mening en/of gedrag kan een onderzoek naar zijn/haar persoon en gezin verwachten. Er zijn veel stille agenten die voor de partij de boel in de gaten houden. Ieder gezin leeft dus in zijn/haar eigen kringetje met zijn/haar eigen waarheid.

Op de vraag of ik in Cuba zou willen en kunnen wonen moet ik met nee antwoorden. Het ‘big brother is watching you’, zou voor mij te beklemmend zijn en opgegroeid en gestimuleerd tot het vormen van een eigen mening, met de mogelijkheid deze te baseren op een brede informatiestroom, zijn aspecten waar ik op den duur last van zou krijgen. Maar is het systeem daarmee verkeerd? In hoeverre heeft de boerenzoon, geboren en getogen op het Cubaanse platteland en uitkijkend naar de erfenis van de twee ossen waarmee ook zijn vader het land ploegt, last van ‘het gebrek aan informatie’? Je kunt met een kikker die alleen zijn eigen poeltje kent, niet praten over de oceaan. Op het platteland ontmoeten we tevredenheid met het systeem en een sterke pro-Fidel instelling terwijl er in de stad, onder de studenten en jonge mensen wel degelijk onvrede heerst.

Mag je een mens beperken in het maken van zijn/haar eigen keuzes? Houdt je hiermee  de mens dom? Wordt de mens gelukkiger van het maken van eigen keuzes? Als je denkt aan de film; “the gods must be crazy 1” - waarin een uit de lucht vallend colaflesje onrust en onenigheid veroorzaakt in een, voor de komst van het flesje, in vrede en balans levende stam in Afrika -  en kijkt naar de stress en overbelasting die de overstelpende keuzemogelijkheden in het westen veroorzaken, is het antwoord niet eenvoudig te stellen. Maar wie bepaald wat goed is voor een ander? De vooruitgang is niet te stuiten. Maar wat als vooruitgang betekend dat er in iedere stad ter wereld een Mc. Donald  moet zijn  Is vooruitgang een wereld waarin iedere stad op elkaar lijkt, met grote winkelcentra met identieke winkels? Cuba is voor ons het eerste land waar we geen fastfoodketen hebben gezien. Zelfs hier in Jamaica, in Port Antonio een stadje met een X aantal inwoners, biedt een KFC de mogelijkheid tot een snelle hap.
’t Mag duidelijk zijn dat ik geen antwoord heb op de bovenstaande vragen maar dat neemt niet weg dat ons bezoek aan Cuba me geprikkeld heeft om nuance aan te brengen in mijn mening over het communisme want net als ieder systeem heeft ook dit naast zijn schaduwzijden beslist goede aspecten die Cuba tot een uniek land maken.

Cuba bijzonder? Beslist.