Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 5 > De Spaanse noordkust


Arriba an A Coruna - 17-06-2006
We liggen in de jachthaven die direct aan het centrum van de stad grenst. Zoals eerder vermeld heeft Jan voor het aanleggen zijn bootschoenen aangetrokken. Triest voor zijn ondertussen grijze i.p.v. witte sloffen die plotsklaps afgedankt in de hoek staan maar waarschijnlijk wel beter voor de eerste indruk die de Spaanse havenmeester van ons krijgt. Ondanks dat Spanje beslist onderdeel is van de EU, krijgen we hier een douaneformulier in te vullen waarop ze werkelijk de naad van ons beider hemdjes willen weten. We hebben speciaal hiervoor op de computer een formulier ontworpen waarop al onze gegevens staan. Hierop plaatsen we voor het eerst, onze scheepsstempel en dan ga ik met een officieel uitziende map richting havenkantoor. We hebben ergens gelezen dat een vrouw over het algemeen minder vragen krijgt en sneller geholpen wordt en dat wordt hier al snel bevestigd. Na een korte blik op mijn fraaie papierwerk en het betalen van een borg voor de sleutel die toegang geeft tot de haven, kunnen we proosten op een geslaagde overtocht.

Na het ordenen van het schip eerst een paar uur geslapen en daarna met een ware jetlag (hoe kan het met maar een uur tijdverschil) de oude stad verkend. Een wirwar van hele smalle straatjes met vrij hoge huizen waaraan aan de buitenzijdes balkonnetjes hangen die zijn dicht gemaakt met glas. De glazen stad wordt
A Coruna hierdoor wel genoemd. Deze glasfaçades zijn aangebracht omdat de stad regelmatig geteisterd wordt door een kille wind vanuit zee.
Het is ondertussen negen uur ’s avonds en her en der worden terrassen uitgezet. Er wordt pas rond tien uur gegeten maar ergens in een smal steegje ontdekken we een authentiek restaurantje waar ze verschillende tappas serveren. Deze in combinatie met een lokaal glaasje bevestigen onze aankomst in Spanje. Heerlijk! De nachtrust daarop volgend trouwens ook al waren we beiden net echt goed gewend aan ons ‘op en af’ schema.

We liggen aangesloten aan de elektra van de haven en worden gewekt door de geur van vers brood dat ons bakmachientje vannacht weer heeft gefabriceerd. Sinds onze aankomst in Spanje is de lucht grauw en grijs en komt de temperatuur niet boven de negentien graden uit maar het eerste dat we zien als we de kuip instappen, is een palmboom dus er is hoop.

Rond 13.00 uur komt Zwit binnen en we zijn maar net op tijd om hun lijntjes aan te pakken. We spreken af dat Hans en Anneke eerst een paar uur gaan slapen en dat wij, rond een uur of vijf, voor tappas zorgen. Gezellig sterke verhalen uitgewisseld waarbij zeil en route gegevens worden uitgewisseld en de dolfijnen hoofd onderwerp van gesprek zijn.

Zij willen net als wij graag naar Santiago de Compastella en na onderzoek blijkt het handig te zijn om dit vanuit hier te doen. Om 08.15 uur met de bus naar het station en als blijkt dat we daar te laat zijn voor de trein, nemen we de bus. In Spanje is reizen met de bus duurder en wordt als luxer ervaren dan de trein. Na vijftig minuten door een prachtig glooiend, dicht en groen bebost Galicie (is dit de streek waar Asterix en Obelix vandaan komen???) worden we afgezet in Stantiago de Compastella.

Het straatbeeld geeft een duidelijk herkenbaar pelgrimgehalte weer. Veel, met rugzakken bepakte pelgrims, gewapend met stok, kalebas en Sint Jakobsschelp, bruinverbrande koppen met een wezenloze blik, die met uit de kluiten gewassen kuiten, lopend op stoffige stevige stappers aan ons voorbij trekken richting kathedraal. Het centrale gedeelte van de stad bestaat uit oudheden die gebouwd zijn vanaf de zesde eeuw na Chr. Het overlijden van Apostel Jacobus gaf in de negende eeuw aanleiding tot de bouw van de nu nog steeds overheersende kathedraal die het hedendaags eindpunt vormt van de bedevaarttocht voor de pelgrims.
Onderaan de trappen van de kathedraal zien we pure emotie. Pelgrims die het eindpunt van hun tocht bereiken bij de ingang. Zuivere tranen die in schril contrast staan met de poppenkast die we binnen ervaren.
De contradictie is enorm. Zowel binnen als buiten vinden we de barokke stijl van dit godshuis overdadig en protserig. Jan krijgt vanuit zijn Katholieke achtergrond spontaan de kriebels bij het zien van dit Roomse circus. Vooral de nog in werking zijnde biechthuisjes met elektronische weergave van volgnummer en wachttijd in combinatie met elektronisch geregelde lichtjes die bij inworp van tien eurocent als kaarsje oplichten roepen diepgewortelde frustraties op. De vele aan de wand bevestigde breedbeeldschermen die om stilte vragen activeren alleen onze lachspieren.
Gelukkig maakt een adembenemend zuiver stemgeluid met een hoog engelgehalte, van een traditioneel geklede non, ons bezoek alsnog tot een genot.
De oude stad is prachtig en we wandelen op ons gemak de bedevaarttocht die daarin is uitgezet en na een heerlijke lunch met o.a. gamba’s aoli gaan we per trein terug naar A Coruna.

Aangezien het nog geen 17.00 uur is besluiten Jan en ik om alsnog te vertrekken en die nacht in de baai voor anker te gaan. Na de was uit de droger te hebben opgepikt, waarvan de helft voor langere termijn geleend blijkt te zijn, worden we uitgezwaaid door Hans en Anneke van Zwit, Olga en Onno van Jobber
en de op dienstzijnde havenmeesters.
Tijdens het verlaten van de haven geeft Jan al aan dat er iets niet klopt. Net als bij dat afwijkende akkevietje tijdens de oversteek van de Golf van Biskaje, komt de motor niet voldoende op toeren en krijgen we daardoor niet de normale snelheid. We besluiten om voor anker te gaan achter de pier om daar rustig te kunnen analyseren wat de mogelijke oorzaak zou kunnen zijn.
Volgens de boeken zijn er verschillende opties zoals; iets met de schroef, een verstopping van de luchtinlaat en/of vuile brandstoffilters. Vooral die brandstoffilters hangen als een ‘Jaws’- melodietje boven ons hoofd want zoals zowel Tjeerd als Bart heel terecht opmerkten is goedkoop vaak duurkoop en de diesel die we in Fallmouth hebben ingeslagen was beslist goedkoop. De kijkglaasjes geven geen troebel beeld maar dat wordt waarschijnlijk zwaar beïnvloed door wishfull thinking. De luchtinlaat is het probleem niet en de schroefas laat zich soepel met de hand draaien dus zijn we terug bij af.

Aangezien in kringetjes denken over het algemeen niet tot oplossingen leidt besluiten we ’s ochtends vroeg op zoek te gaan naar een monteur in de hoop dat die ons wijzer kan maken, dus leggen we aan bij club Nautica. Rond 16.00 uur meldt Manolo zich. Zijn Engels is net zo goed als ons Spaans dus komen we met drie paar handen en voeten een heel eind. Zeker omdat techniek internationaal voor zich spreekt en Manolo net als Jan punt voor punt controleert en afstreept. Nadat hij alle filters verwisseld heeft blijkt tijdens een proefvaart dat dit niet tot de verwachte toeren toename leidt.
Manolo moet terug naar zijn werk maar belooft vanavond terug te komen. Wij zullen ondertussen alsnog de schroef onder water checken.
Dit keer is het de beurt aan Jan om te water te gaan dus ik zoek zijn mooi weer wetsuit op die we gekocht hebben bij de Lidle. Ademen blijkt moeilijk zodra hij het pak heeft dicht geritst maar hij ziet er beslist strak uit. Snorkel en vliezen completeren het geheel en zo gaat mijn zeeheld via de zwemtrap te water. Nog geen drie seconden later is hij al weer boven water met de opmerking; “Er hangt een ragebol om onze schroef!!”  
De kleur van de ragebol heeft Jan niet kunnen vaststellen maar we zijn er beiden van overtuigd dat dit een Frans souveniertjes is dat we hebben opgepikt tijdens onze oversteek van de Golf van Biskaye.  

Manolo reageert opgelucht als hij rond 21.00 uur terugkomt. Nu is de oorzaak tenminste duidelijk. Hij bouwt de voorfilter weer in en vertrekt met de tip dat er aan de overkant van de baai een werf is die onze Raaf voor vijftig euro uit het water kan tillen. Veel goedkoper dan een duiker, aldus Manolo. We overnachten aan het steiger en de volgende ochtend blijkt al snel dat een duiker minstens honderd euro zal kosten ongeacht de tijd die hij voor de klus nodig heeft. Op zich een goede reden om naar de werf aan de overkant te varen want dan kunnen we direct de schroefas controleren. Anderzijds is het lichten van een schip altijd spannend want ook daarbij kan van alles mis gaan.

Terwijl we onze mogelijkheden nog aan het afwegen zijn, biedt onze Amerikaanse achterbuurman met een grote Catamaran de oplossing. Honderd euro vindt hij belachelijk, hij heeft een paar kids die het leuk vinden en het volgens hem graag voor ons willen doen.
Deze kids blijken nog te slapen omdat ze hem gisteravond aardig hebben geraakt maar hij beloofd ons dat hij ze uit bed zal trekken. Eenmaal wakker blijken ‘the kids’ rond de twintig jaar oud te zijn maar de rest klopt helemaal. Er komt een prachtige duikuitrusting tevoorschijn waar Alex, een van de twee, zich in wurmt. Binnen vijf minuten nadat hij te water is gegaan, komt hij boven met een bos fel groen nylon draad dat vroeger beslist de vorm van een visnet heeft gehad. Met de woorden, “your clean to go” is ons probleem opeens geheel uit de wereld. Top!
Jan brengt hem 30 euro zodat hij zijn flessen een paar keer kan vullen op onze kosten. Dat is nu wat je noemt win/win, hij blij en wij blij!  
Het is 12.00 uur, inpakken en wegwezen!!! Terwijl we uitvaren komt de duikschool binnen. De instructeurs bekijken ons vertrek wat verbouwereerd. Daar vaart hun verwachte snabbel opeens zelfstandig weg!
Dag A Coruna, we verlaten je baai en verwelkomen de Atlantische deining

A Coruna > Corme – 22-06-2006
Een strak blauwe lucht met de koperen ploert recht boven ons is het decor tijdens onze uitvaart langs de middeleeuwse Torre de Hercules die net als toen, nu nog steeds de schepen met lichtsignalen een veilige doorgang biedt. Er staat een heerlijke wind uit het Noordwesten waarmee we met alle zeilen bij, richting Corme zeilen. Aangezien er in de boeken staat dat er hier tonijn zit, gaat de tonijnlijn uit. Deze bestaat uit een soort inkvisachtig ding met twee grote ogen en tussen de tentakels bevinden zich twee loeigrote haken. Volgens de viswinkel is dit het aantrekkelijkste hapje dat er voor een tonijn te vinden is dus dat zou moeten lukken.  Voor de zekerheid gooi ik de makrelenlijn ook uit want als het een niet lukt dat heb je tenminste nog iets anders te eten. Al gauw blijkt dat het tonijnhapje - waarschijnlijk door onze snelheid niet voldoende zinkt - en dus vooral door de meeuwen gewaardeerd wordt want die duiken er lustig op af. Aangezien ik niet zit te wachten op een gehandicapte bootmeeuw aan boord voor wie ik iedere dag verse vis moet vangen, haal ik de lijn binnen en bind er een stuk lood aan. Nu zinkt hij goed maar is hij nauwelijks meer binnen te halen.
Tijdens dit gerommel met lood en haken realiseer ik me dat ik eigenlijk bar weinig weet over de vismethodiek die nodig is voor het vangen van tonijn. Moet de prooi hoog of juist laag in het water? Moet hij in beweging zijn zodat hij hem net als de makreeltjes kan jagen en vangen of moet hij juist stil in het water hangen, zo nu en dan een beetje op en neer gehengeld door de visser aan dek?  Help wie weet hier meer van?
Uit deze noodkreet valt neem ik aan op te maken dat we geen tonijn hebben mogen aanschouwen doch daarentegen wel vier makrelen hebben gevangen. Dankzij Jaap de Leeuw, bedankt Jaap, die ons naar aanleiding van ons rookmachientjes debacle verschillende recepten heeft gemaild, hebben we die avond heerlijk makreel gegeten.
 
Bij binnenkomst in de baai van Corme worden we verrast door enorme bakken die in de ingang in het water liggen. Hierop blijkt later, worden eendenmosselen gekweekt voor de lokale markt. Zwit die een dag eerder vertrokken is uit A Coruna, door ons debacle met het schroefpruikje, ligt vlakbij een spierwit strandje voor anker. We kruipen achter ze langs en laten ons anker twintig meter verderop zakken zodat ook wij uitzicht hebben op het zilverwitte zandstrand. Hans en Anneke komen net terug met boodschappen dus wordt het borrelen bij hun aan boord. Maar niet voordat Jan onze dagverse makrelen gefileerd heeft.

Bij ontwaken is het bewolkt maar tijdens het ontbijt trekt het open. Er zijn overal kleine figuurtjes te zien tussen de rotsen. Waarschijnlijk plukken ze mosselen dus wij besluiten hun voorbeeld te volgen.
Met de dinghy varen, dat kunnen we zo langzamerhand wel, maar met de dinghy landen op een strand met branding is toch echt andere koek. We gaan dit keer op pad zonder motor en dus gewoon alleen met peddels! Jan zit aan die peddels op het enige bankje en ik voorop op de boeg. Aangezien ons bootje een zachte onderkant heeft is hij nogal kwetsbaar en moeten we voorkomen dat hij over rotsen en de bodem schuurt. Dat betekend dat we er, bij aankomst, tijdig uit moeten springen. Althans een van ons, blijkt al snel, want de ander moet door peddelen tot op het strand. Het niet mis te verstane commando ‘eruit’ klinkt de eerste keer wel erg vroeg waardoor ik als scheepsmaat door twijfel bevangen - ik verwacht minstens tot mijn middel te verdwijnen in het koude water - blijk geef van Oost-Indische doofheid. Na een verstoorde blik van mijn lieve peddelkapitein verdwijn ik alsnog te water, tot halverwege mijn dijen blijkt al snel.
Samen sjorren we ons bootje het strand op en daarna gaan we op zoek naar mosselen. Degene die we vinden hebben allemaal nog een vrij klein formaat dus gaan we bij een lokale visser kijken wat hij verzameld. Hij laat ons zijn buit trots zien maar dat maakt ons niets wijzer behalve dat we nu weten hoe het eruit ziet. Het zijn zwarte torentjes van zo’n vier cm lang die aan de onderkant vastgezeten hebben zoals een mossel vastzit op een steen. De bovenkant loopt een beetje taps toe en heeft parelmoer kleurige ovaaltjes. Ze blijken een delicatesse te zijn en brengen daardoor volgens zeggen, veel geld op. Heeft iemand een clou wat dit is?
Volgens zeggen zijn de mosselen aan de andere kant van de rotsen groter dan waar wij zijn dus varen we om. Makkelijker gezegd dan gedaan blijkt al snel want nu moet de boot te water door de branding waarbij mijn peddelkapitein een flinke duw verwacht van zijn scheepsmaat zodat hij veilig door de branding is alvorens de scheepsmaat aan boord mag. Maar ja, tot waar loopt die branding? En hoe kom je dan als scheepsmaat nog aan boord als je al tot je middel in de golven staat en je, je alleen over de harde achterkant, naar binnen kunt laten vallen. Het mag duidelijk zijn dat we hier nog geen handigheid in hebben. Oefening baart kunst dus we gaan het aan de andere kant gewoon opnieuw proberen. Dit keer gaat het al een stuk beter, vooral als we na het plukken van de mosselen – ze zijn hier niet echt veel groter dus waarschijnlijk zijn we gewoon te vroeg met onze pluk – besluiten dat ik terug mag peddelen.

’s Middags heerlijk gewandeld door de omgeving en ’s avonds de mosseltjes, klein maar fijn, als borrel-hapje soldaat gemaakt terwijl we samen met Hans en Anneke het Spaanse St Juan festijn luister bijzetten met Nederlandse liedjes onder begeleiding van gitarist Jan.

Corme > Camarinas – 24-06-2006
Tijd is tijd voor mijn schipper. Om tien uur anker op is om tien uur anker op dus we verlaten de baai om tien minuten over tien terwijl Zwit  nog even blijft liggen. Ze zijn bang voor mist in Camarinas dus willen ze een uurtje later vertrekken.
Met een variabele windkracht twee soms oplopend tot drie, dan weer teruglopend naar een, slingeren we langzaam Ria de Corme y Lage, uit. Zwit’ een veel lichter schip dan onze Raaf, heeft duidelijk voordeel bij dit gebrek aan wind en komt ons lachend voorbij.
Wie het laatst lacht, lacht het best, grijnzen wij terug terwijl we de tweede grote makreel boven halen. Na zes makrelen houden we het voor gezien en halen de makrelenlijn binnen. Ondertussen heb ik een nieuwe tonijnmethodiek opgezet in de vorm van een lijn met onderaan een zwaar stuk lood met daarna een grote haak met daaraan een makrelenkop als aas. Aan het eind van de dag kom ik tot de volgende meervoudige conclusie:
q we zijn vandaag geen tonijn tegengekomen,
q tonijn foerageert niet voortbewegend,
q we gingen te hard of te langzaam voor de tonijn,
q tonijn had al gegeten en was dus niet geïnteresseerd,
q tonijn houdt niet van makreel,
Het moge duidelijk zijn dat ik wat de tonijn betreft nog niet veel wijzer geworden ben. De makreel daarentegen gaat vandaag in folie de oven in, waarna ik hem omtover tot makreelsalade!

Camarinas blijkt een gezellig dorp dat rond de havenkom is gebouwd. De originele haven ligt vol grote en kleine vissersschepen die allemaal stuk voor stuk prachtig geschilderd en schoon zijn. Dit geeft het geheel een vrolijke aanblik. Na een wandeling over de boulevard, zwichten we samen met Hans en Anneke voor een lokale paella.
Ook hier blijven we een dagje liggen maar dat wordt, naast dat het hier leuk is, ook sterk beïnvloed door het feit dat Nederland vanavond voetbalt tegen Portugal. Het is prachtig weer dus na de nodige klusjes besluiten we op onze ‘vouw’ fietsen (ze blijven fantastisch Frans) te onderzoeken of we tot Cabo Vilano, kunnen komen. Na een kort stukje asfalt veranderd ons gekozen pad al snel in zand en schelpenpad maar daardoor laten we ons niet afschrikken. We fietsen door koele hoge dennenbossen, langs prachtige baaitjes met spierwitte strandjes en her en der staan huisjes met rondom bebouwde grond. Mais, erwten, aardappels en kool, alles staat gezellig door elkaar.
Deze pracht en praal is gesitueerd in een heuvellandschap waarbij we als we heuvel-op gaan ernstig blij zijn dat we niet meer roken. Heuvel-af gaat heel hard. Dat vraagt dan misschien minder van onze conditie, het vereist daarentegen wel een haarfijn gevoel van timing wanneer de trappers weer aangezet mogen worden want bij een verkeerde timing loopt de ketting eraf
Wat is het toch heerlijk dat Jan zo handig is. Natuurlijk moet ik het ook kunnen maar waarom zou je allebei vieze handen oplopen?
Na zo’n vijf kilometer heuvel op, heuvel af worden we beloond met een prachtig uitzicht vanaf Cabo Vilano, de Kaap die we gisteren nog vanaf onze Raaf  hebben bewonderd.
Terug in de haven blijken er nog drie Nederlandse schepen binnen gekomen te zijn. Niet geïnteresseerd in voetbal blijkt al snel. Op zich wel terecht want wie kan die partij gele en rode kaarten en al die medische hulptroepen die te pas en te onpas op het veld verschijnen nu rijmen met een sportieve pot voetbal?
Over sommige zaken kun je beter zwijgen, geloof ik. Nederland - Portugal is er zo een!

Camarinas > Finistere - 26-06-2006
Nadat ik wat verse groente en vlees heb ingeslagen bij de supermechando vertrekken we rond 10.30 uur richting Finistere alwaar we vanavond willen ankeren. Hans en Anneke van Zwit besluiten nog een dagje daar te blijven dus duwen ze ons af bij vertrek.
We varen met een aardig windje de Ria uit waardoor we alle zeilen mee kunnen laten doen, maar zodra we buiten zijn is het huilen met de pet op. We overleggen of we de gennaker (dit is een heel groot zeil dat lijkt op een spinaker, maar dat in tegenstelling hiertoe, zowel in de top van de mast als onderaan op de boeg vast zit) tevoorschijn zullen halen maar voordat we tot een besluit zijn gekomen heeft onze voorganger de zijne al gehesen en weer omlaag gehaald want ook daarvoor staat er te weinig wind.

Maar ja we zijn niet voor niets zeilboot dus doorzetten en zodra we onze koers iets kunnen bijstellen zetten we de genua op de boom vast over stuurboord en het grootzeil vast over bakboord. In eerste instantie worden we nog ingehaald door een catamaran maar zodra we een voordewindse koers kunnen sturen lopen we gestaag uit. Cabo Finistere, een beruchte kaap bij slecht weer, blijkt het einde van de wereld te betekenen (fini-terra). Deze rijst massief op uit zee. Opgewekte jongens die Galliërs, zou Cesar zeggen in Asterix en Obilix want we varen momenteel via Costa del Morte, de kust des doods naar het einde van de wereld.
Volgens Jan heeft het einde van de wereld te maken met het feit dat Finistere het meest westelijke puntje is van het Spaanse vasteland en men vroeger dacht dat de aarde plat was.. Dat zou betekenen dat de wereld pas weer begint bij Amerika, of zoals Jan opgewekt meldt, aan de binnenkant van de kaap. We gaan maar uit van het laatste.
Ondertussen is de wind aangewakkerd tot WK 4 en zodra we hoekje omgaan komt er nog een knoopje of wat bij. Gelukkig hebben we voor het hoekje de genua met de boom al weggehaald en daarvoor in de plaats de fok gehesen. Nu stuiven we opeens scherp aan de wind, met 5/6 beuafort, Ria de Corcubion