Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 6 > De Spaanse Ria’s


Finistere > Corbucion – 27-06-2006
De Zwit  komt deze kant op en aangezien we het hier wel hebben gezien, besluiten we - in de verwachting dat we aan het einde van de hiernaast liggende waterarm luwte tegen de noordenwind kunnen vinden - deze in te duiken richting Corbucion  Na ongeveer een uur tegen de wind in varen, komen we aan het einde de Jan van Gent tegen die daar voor anker ligt.
Dit is een splinternieuw prachtig rood geschilderde coaster die op zijn beurt ligt te wachten om van zijn vracht kolen te worden verlost.
Echte luwte is ook hier niet te vinden dus gooien we het anker maar uit met uitzicht op het strand. De Zwit komt een uurtje later aan en gaat een meter of tien voor ons liggen. Een beslissing die ze later zullen herzien in verband met de diepte of beter gezegd de te verwachte ondiepte bij eb.
Op zich liggen we hier prima maar de wal ziet er niet aanlokkelijk genoeg uit om tegen windkracht 6 in te roeien dus besluiten we de nieuwe wifi-antenne uit te proberen. En wat schets onze verbazing, we hebben een meer dan stevig signaal waarmee we niet alleen onze mail kunnen binnenhalen maar ook de website kunnen bijwerken en kunnen bellen via skype en voipbuster. Zelfs Anneke en Hans hebben via de webcam naar hun kleindochter kunnen zwaaien. Heerlijk zo dichtbij als jullie dan opeens zijn. Weer helemaal op de hoogte en met een voldaan maar roodgloeiend oortje naar bed.  

Corbucion > Portosin - 28-06-2006
Echt spannend is het hier niet dus we gaan al vroeg anker op richting Ria Muros. Volgens de reisgidsen zijn de komende vier Ria’s, schitterend met prachtige witte zandstranden en goed verzorgde jachthavens.
In tegenstelling tot de Zwit die met halve wind een flinke slag de oceaan opmaakt, zetten wij de genua op de boom en varen we als melkmeisje, dicht onder de kust langs. Zoals beloofd, prachtige spierwitte zandstranden met tegen de berg opgekropen dorpjes, vormen het beeld vanaf de Atlantische oceaan. Nu ziet het eruit als een belofte van een reisgids maar hoe zal het er zijn als er windkracht acht/negen om je oren zwiept en er een imposante oceaan deining op je af komt?
Met dit lichte weer, de wind is ondertussen afgenomen naar 2/3, is de Zwit sterk in haar voordeel want zelfs met hun flinke slag naar buiten komen ze ons ruim voor de haven van Portosin voorbij.

Aangezien we ons hebben voorgenomen om zoveel mogelijk te zeilen, kabbelen we rustig voorwaarts en worden op een bepaald moment ingehaald door.............., jawel, een aantal driehoekige grijs/zwarte vinnen. DOLFIJNEN, ze zijn er weer!!!! Voor, achter, op zij, overal rondom, zwemmen ze in grote getale, Ria Muros, binnen.
MUZIEK !! We hebben ondertussen vastgesteld dat de klankkast die onze Raaf vormt als we Shanty muziek (iets met beat) opzetten, de nieuwsgierigheid van de dolfijnen opwekt, want je kunt duidelijk zien hoe ze van hun voorwaartse koers afwijken als ze in onze omgeving komen. Dit is een ander soort dan die in de Golf van Biskaje. Ze zijn groter. Grijs en zwart zijn de overheersende kleuren op hun rug en flanken terwijl de buik ook bij deze prachtig wit is. Ze bewegen zich anders, statiger, wijzer lijkt wel. Maar wel met de zo bekende flipper glimlach op hun snuit en zo’n leuke opgetrokken neus-rimpel op hoogte van hun ogen. Ook nu weer komen ze naast en onder de Raaf zwemmen terwijl zij zich regelmatig op hun zij draaien en omhoog lijken te kijken. Of dit nu echt zo is of dat ik dat alleen graag wil, weet ik niet maar in feite doet dat er ook niet echt toe.
Soms moet ik even in Jan knijpen om niet te gaan stuiteren van de overmatige energie die deze dieren me lijken te geven. En Jan? Die laat zich goedmoedig knijpen en geniet!

Tussenstop bij Muros
Muros is een heerlijke plek waar we drie nachten in de baai voor anker liggen. In het oude dorp zijn nog heel veel oude Gallisische bouwwerken herkenbaar aan de vorm van oude bogen. Hieronder hebben ze op fantastische wijze overal gezellige terrasjes gecreëerd waar het rond 14.00 uur vol stroomt met Spanjaarden die er een glaasje en een tappaatje komen halen. De eerste avond worden we getrakteerd op een meer dan indrukwekkend vuurwerk dat in onze richting wordt afgeschoten. Dit wekt de indruk alsof we er middenin liggen..Onze oh’s en ah’s vervliegen in de knallen, waar ze hier dol op zijn.
We liggen net voor de Grote Beer een oude Collin Archer van Harm en Els - twee uit Nederland geëmigreerde Zwitsers die al een jaar of vijf onderweg zijn - en nu op weg terug om dichter bij de kleinkinderen te kunnen zijn. Els is even naar Nederland maar Harm komt ’s avonds koffie drinken met echte Hollandse stroopwafels. Hij heeft een aantal leuke tips aangaande de Portugese kust en voor we het weten is het laat.

De volgende dag, cultureel, met Hans en Anneke. Muros heeft een oude watermolen die vorig jaar in ere is hersteld en nu tentoongesteld wordt. Het is maar goed dat er foto’s en afbeeldingen ter verduidelijking zijn aangebracht want onze uiterst vriendelijke sleutel- bewaker blijkt geen woord anders dan zijn zeer vloeiende Spaans te spreken en onze vocabulaire op dat gebied schiet nog erbarmelijk te kort.
Het principe van de molen is leuk. Met vloed komt het zeewater een reservoir binnen via grote gaten in de molen muur Bij afgaand tij wordt het opgeslagen water via een schoepenrad dat de molenstenen in beweging zet, terug geleid naar zee. Op deze manier werd vroeger met de kracht van het water graan gemalen.  

Muros > Isla Salvora - 02-07-2006
Conform de planning bereiden we onze Raaf voor, voor het vertrek richting Ria d’arroussa. Deze Ria ligt om het hoekje dus is het een kwestie van naar buiten varen, om El Castro de Barona, waar we vanuit Portosin, het Keltische verdedigingsford hebben bezocht en dan weer bakboord uit het volgende fjord in
Rondom het dorp hangt wat laaghangende bewolking en Anneke en Hans besluiten nog even te wachten tot het weer is opgetrokken, maar de overkant is in contour zichtbaar dus wij gaan anker op, rondom het mosselponton, de baai uit. Zodra we de baai goed en wel uit zijn, worden we opgenomen door de zwevende ‘witte wieven’ die zich langzaam dansend om ons sluiten.
Mist creëert een hele kleine sompige wereld waarin het vocht in zichtbare slierten langs zweeft terwijl het ons het zo vanzelfsprekende zicht ontneemt. Als je maar lang genoeg in de verte blijft turen dan kun je zomaar opeens roze olifanten met elkaar over het water zien dansen.

Het is heel rustig, met maar vier knopen wind, dus voor ons biedt dit een prachtige gelegenheid om de ‘mistprocedure’ te oefenen. Dit houdt in dat ik buiten achter het roer sta en naast de uitkijk buiten het misthoorn signaal voor mijn rekening neem, terwijl Jan binnen in de kajuit de radar en de navigatie bij houdt. De benodigde communicatie gaat tijdens deze procedure via walkie talkies (WT’s). Deze taakverdeling hebben we nog niet eerder concreet kunnen uitvoeren dus alles staat open voor verbetering.
Tijdens mijn uitkijk zie ik jammer genoeg geen roze olifantjes maar dat komt waarschijnlijk omdat ze allemaal rose gympies aanhebben hè Job?  

Mijn misthoorn signaal bestaat uit het iedere minuut tien seconde blazen op onze oude koperen toeter waarna ik heel goed moet luisteren of ik misschien antwoord krijg van een ‘terug-toeteraar’.
Het ontbreken van nicotine heeft mijn long inhoud nog niet echt sterk verbeterd waardoor, als ik mijn best doe, mijn toeoeoeoet na ongeveer acht seconde zieltogend afsterft in een zielig piepje. Aangezien ik dit iedere minuut moet herhalen laat ik de behaalde acht seconde al snel teruglopen naar zes waarna ik wel gewoon de gewenste minuut stilte in acht neem.
Jan heeft twee contacten op de radar die beiden voor ons zitten en met ons in dezelfde richting lijken te bewegen. Onze terugname van snelheid levert geen noemenswaardige verandering op dus besluiten we per walkie talkie dat we onze gewone achttienhonderd toeren aanhouden. Iedere keer als Jan me iets meldt door de WT mis ik het begin waardoor ik ga raden wat hij mogelijk gezegd zou kunnen hebben en dit ter confirmatie herhaal. Als ik goed heb gegokt komt juist die herhaling heel professioneel over en als ik fout zit herhaalt Jan zijn tekst waardoor ik het toch weet.
Het WT onderdeel binnen onze mist procedure roept bij mij een stoute grinnik op omdat ik Jan zijn achterhoofd zie terwijl ik hem aan mijn oor hoor. Op zo’n moment komt me het beeld voor ogen van een groot cruise schip waar de kapitein op de brug per microfoon communiceert met een medewerker drie verdiepingen lager.
Maar alle gekheid op een stokje, de contacten op het radarscherm komen gestaag dichterbij terwijl ze met het blote oog onzichtbaar blijven tot op minder dan een halve mijl. Het blijken twee zeilschepen te zijn die net als wij de Ria Muros verlaten. Beiden zonder radar en jammer genoeg niet op de hoogte van de misthoorn procedure waardoor ik me als zender mooi alleen zit uit te sloven. Ze zijn daarentegen wel erg blij met onze komst en kleven zich als ‘zwaankleefaantjes’ achter ons.

Zodra we in de monding van Ria Muros opgenomen worden door de Atlantische deining klaart het op en wringt het zonnetje zich door de witte waas terwijl de wind dusdanig aanwakkert dat de motor uit kan. Heerlijk, tijd voor stilte en,            de makrelenlijn.
De tweede makreel laat zich aan dek hijsen en met hoofdpijn en een andere haak in zijn bek weer in het water zakken. Dit op advies van Irene die terecht opmerkte dat een beetje tonijn zich niet laat afschepen met een door ons aangeboden makrelenkop als er daarnaast complete met staart rondzwemmen.
Jammer genoeg vindt dit zo’n tien minuten voor onze ankerplek plaats dus is er zelfs voor een gemotiveerde tonijn geen tijd om ons overheerlijke aas te verschalken  Zonde van onze enige doch voor het goede doel geofferde makreel.  

De ankerplek ligt aan de landskant van een Atlantisch vogel reservaat dat in bezit is van een rijke Spaanse vismagnaat. In de baai waar we liggen staat op een rots een prachtige beeld van een zeemeermin (Sirene) en net boven het strand staat een Spaans Castella met bijbehorende Capella. Een aantal Spanjaarden die met een motorboot naast ons ankeren worden bij het aan land gaan beperkt tot het strand omdat het eiland privé-bezit is.
Als deze weg zijn peddelen wij op ons gemakje richting strand waar we opgewacht worden door bewaker Juan. Hij blijkt aangesteld te zijn om het eiland te bewaken en woont hier samen met zijn vrouw en zoon.
Nadat hij ons in vlot Spaans met twee woorden Engels heeft uitgelegd dat het niet is toegestaan om het eiland zonder speciale permit te bezoeken en wij hem onze teleurstelling in het Engels met twee woorden Spaans retourneren, worden we uitgenodigd om met hem mee te rijden naar de Castella. Hier laat hij ons eerst zijn eigen huisvesting zien dat bestaat uit een grote woonkeuken in de toren en twee slaapkamers en een badkamer op de eerste verdieping. Daarna worden we rondgeleid door de woonruimte van de baas, ‘el jefe’.
Nadat we de Kapel hebben bewonderd nodigt hij ons ook nog uit voor een rondrit over het eiland.  Jan mag voorin naast Juan, en ik mag in het bakje van zijn 4-wheel drive plaats nemen.
Terwijl voor ons uit kleine konijntjes en haasjes een veiliger heenkomen zoeken, crosst Juan ons met zichtbare trots rond over ‘zijn’ eiland, her en der stoppent om ons de generator, de waterput, de ruïnes van een vroeger bewoond dorp en wilde paarden met een veulen te laten zien.
Op de route rijden we aan de Atlantische kant dwars door een meeuwen kolonie waarbij de meeuwen kuikens in blinde paniek, als koddige, kleine, vette, gestreepte, bolletjes veer, wegduiken achter een paar grassprieten terwijl het gevaar toch duidelijk zichtbaar van boven komt. Pa en moe meeuw rekken hun nekken terwijl ze hun alarmkreet uitkrijsen. Sommigen kiezen het luchtruim maar we worden niet door ze aangevallen.  
Al met al een fantastische safari door een particulier natuurpark waar maar weinig mensen komen. Wat een geschenk! Als dank brengen we Juan een pakketje met allerlei Nederlandse lekkernijen. Hij van zijn kant brengt ons verschillende vissoorten die zijn baas inblikt. Eindconclusie in deze; we hebben van elkaars gezelschap genoten en uiten dit in het uitwisselen van geschenken.  

Isla Salvora > Isla D’arousa zuid - 03-07-2006
Vannacht hebben we onverwacht bezoek gehad in de vorm van vissersschepen in alle vormen en maten. En dat terwijl we gisteravond net besloten hadden om geen verlichting aan te doen omdat er in deze uithoek echt geen scheepvaartverkeer te verwachten is.
Nu, na een onrustige nacht blijken we volledig omsingeld te zijn door kleine bootjes met in ieder bootje twee tot vier man die allemaal een lange stok in hun handen hebben waar ze met lange halen tegen lijken te duwen. Na enige studie onzerzijds blijken ze te trekken in plaats van te duwen aan stokken waaraan aan het uiteinde een soort stalen korfje zit met aan de onderzijde een soort hark. Met deze hark woelen ze de zandbodem om, op zoek naar de St. Jacobsschelp. Om te voorkomen dat het bootje zich verplaats tijdens deze zoektocht, hebben ze in beiden richtingen een anker uitgegooid en bewegen ze zich via een van deze lijnen voort. Dit doen ze met een tiental bootjes naast elkaar waardoor ze lijken op een grote wat onhandig deinende krab die zich zijwaarts voortbeweegt.

Isla d’arousa zuid > Isla d’arausa noord – 04-07-2006
Conform ons besluit van gisteravond, hebben we vanmorgen alleen koffie gezet en zijn daarna anker op gegaan om te kijken bij de baai aan de andere kant van het eiland. We houden ruim afstand van de kust
om alle zich onderwater verstoppende rotsen met rust te laten.
Deze Ria staat bekent om de grote hoeveelheid mosselpontons die hier in lange rijen zijn verankerd op
een waterdiepte van zo’n twintig meter.De oostkant van het eiland is volledig omringd door deze grote pontons waar we tussendoor laveren. Het zijn grote rechthoeken van twintig bij veertig meter die bestaan uit, aan elkaar bevestigde balken die op grote drijvende metalen vaten rusten. Bij een ponton zijn ze
bezig met het vast wikkelen van babymosseltjes die ze aan touwen met dwarshouten onder het ponton hangen, zodat ze daar als hangjongeren op kunnen groeien. De lijnen zijn zo’n tien meter lang en hangen loodrecht omlaag.
De mosseltjes groeien aan zo’n lijn veel sneller omdat ze niet droog komen te liggen tijdens de eb en doordat ze niet in aanraking komen met zand, scheelt het enorm in het spoelen na de vangst. Hopelijk worden ze hier groter dan die kleine zandhappers die wij totnogtoe hebben gescoord.

Aan de noordkant, lokt een idyllisch baaitje bestaand uit een strandje met direct aangrenzende hoge dennen, ons richting kust. Lastig te beoordelen of en zo ja waar de rotsen wonen zeker daar onze elektronische kaart daar geen verdere informatie over verstrekt. Aangezien het tot vrij dicht bij de kust diep blijft, kruipen we tot zo’n vijftig meter naar het strand voordat we ons anker laten zakken.
We raken ondertussen al aardig bedreven in het ankeren en weten precies wat we moeten doen. Zelfs het gele ankerballetje dat Jan sinds een dag of vier gebruikt, zwiept zonder problemen over boord als het anker valt. Vandaag was voor het eerst het lijntje van het balletje te kort waardoor het nu zo’n tien cm onder het wateroppervlak constant naar lucht hapt. Het is met een lijn vastgemaakt aan het anker waarmee hij gebruikt kan worden voor het lostrekken van het anker als dit bijvoorbeeld vastzit achter een rots. Bijkomend voordeel is de markering van onze ankerpositie die het balletje weergeeft voor andere schepen.

De plek waar we nu liggen is werkelijk prachtig. Net als in Noorwegen groeien de dennenbomen hier tot bijna in het zoute water en vanuit de kuip tijdens het ontbijt horen we de vogels zingen.
Terwijl in Nederland de mussen van het dak vallen, is het hier bewolkt en fris. Een fantastische dag dus voor klusjes en aangezien we de generator nog niet hebben gebruikt sinds we Nederland hebben verlaten, besluiten we deze aan het werk te zetten zodat we brood kunnen bakken en de naaimachine kunnen laten snorren
Jan komt na het eindeloos doormeten van allerlei draadjes tot de teleurstellende conclusie dat een van onze muziek boxen buiten het heeft begeven. Dat betekend dus mono muziek voor de dolfijnen en aangezien ik verwacht dat ze dat beslist zullen horen, moeten we ons muziek genre er misschien een beetje op aanpassen.
Ondertussen frommel ik de meters zonnetent-stof die ik gisteren heb voorbehandeld, onder mijn naaimachine naald door zodat het dubbelzijdig tape gezekerd wordt. Na het slaan van een aantal ringen op de hoeken en in het midden voor de bevestiging aan de giek proberen we hem bij windkracht vier uit. Dit leidt tot hilarische taferelen zonder enig resultaat maar dat mag de pret niet drukken.

Aangezien het in de schaduw echt te koud is ruimen we de zonnetent in wording op voordat we met onze bijboot aan land gaan. Wandelen langs het strand met een ijsje voor het ‘naar huis gaan’, wat wil een mens nog meer?