Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag 29 > Amazone 1

Soure > 7 maart 2008
Wat een openbaring om bij daglicht te zien waar we gisterenavond ons anker hebben laten vallen. Verschillende rally deelnemers komen even informeren hoe het met ons is terwijl we net als de andere schepen rare cirkels draaien in de hier heersende, soms hele sterke, draaikolken. Vandaag maar eens even bijkomen van de voorgaande ervaringen. ’s Avonds is er een speciaal voor ons georganiseerd folkloristisch dansfestijn waar we samen met Chris en Geraldine een biertje halen. Erg gezellig om verschillende mensen weer even te zien en we maken kennis met Pedro een jonge journalist/fotograaf die met ons mee gaat de Amazone op. Morgenochtend vroeg moeten we om half zes anker op dus na een paar biertjes houden we het voor gezien.

Soure > Belem (01’28 Z / 48’28 W) – 8 maart 2008
Om vijf uur, vijf minuten voor de “wake-up call”, gaat de wekker. Het is nog pikdonker. Eerst de radio aan want om vijf uur precies roept Nico één voor één alle schepen op en dan verwacht hij een reactie. Gelukkig begint hij bij de A dus dat biedt ons nog even respijt. “Bonjour Nico, bonjour tout le monde, ici Witte Raaf” Om kwart over vijf geeft hij het signaal dat iedereen het anker op mag halen en na ons signaal aan Nico; “Ici Witte Raaf, Ancre est lever” varen we bij het eerste licht in konvooi richting Rio Para  Vandaag gaan we naar Belem, zo’n tachtig mijl verwijderd van de monding en als we eenmaal op de grote rivierarm varen, vormen we drie rijen achter elkaar en stomen we met zes knopen door het water richting Belem.

Voor de stad worden we ingehaald door een tropisch regenbui. Het stort werkelijk omlaag en het zicht verminderd aanzienlijk. Zolang iedereen dezelfde snelheid aanhoudt gaat het goed maar er moet er geen stoppen ergens voorin de rij. Scorch heeft een lekke bimini dat resulteert in een prachtig plaatje. Geraldine onder de paraplu achter het roer en Chris onder de buiskap. Ik rommel met emmers om zoveel mogelijk water op te vangen want vanaf de ingang van de Amazone kunnen we in verband met de grote hoeveelheid modder in het rivierwater  geen water meer maken met onze watermaker. De komende zes weken zijn we afhankelijk van; daar waar voorradig, water van de wal en verder van hemelwater. In badpak op het voordek was ik mijn haar in de regen en alleen voor het uitspoelen van de conditioner heb ik een emmertje nodig, de rest wordt voor me geregeld van bovenaf.

In het aangezicht van de stad worden we door de organisatie verzocht in een lange lijn achter elkaar te varen om een groet uit te brengen aan de inwoners. Ter verwelkoming wordt vuurwerk afgestoken er staan veel toeschouwers aan de wal. Dit is blijkbaar geen regelmatig voorkomend plaatje. Direct nadar we de stad zijn gepasseerd, gaan we linksaf een zijrivier op waar we voor een hotel mogen ankeren. Sommigen gaan eerst tanken maar de rest stuift als honden die vechten om een bot naar de ankerplek. Men heeft zichtbaar haast! Zodra we van onze verbazing zijn bekomen aanschouwen we de chaos van een afstandje en wachten tot de meeste liggen waarna we een plekje zoeken aan de zijkant van de groep dicht onder de kust. Lekker rustig en niet te ver van het steiger verwijderd. We kunnen onze BB’s aanleggen bij het hotelsteiger en mogen gebruik maken van het zwembad en het internet aldaar. Heerlijk!

Belem > 8 t/m 10 maart 2008
Ons oponthoud hier is een volle week dus we hebben voldoende tijd om rustig bij te komen en het een en ander te ondernemen. Veel van de andere deelnemers hebben tijdens hun stop in Soure, een Braziliaanse ranch bezocht en aan de verhalen te horen is dit beslist de moeite waard. Na de schippersbijeenkomst is er een reisagent die verschillende activiteiten organiseert en samen met Chris en Geraldine besluiten we om dit alsnog vanuit Belem te doen.

Maar eerst moeten we aan de slag met ons grootzeil want ondanks dat we het heel goed van ons af hebben kunnen zetten –we zijn fantastische struisvogels - en we het de komende tijd naar alle verwachting niet nodig zullen hebben, kunnen we het niet als een propje op de giek laten zitten. We zien er beiden tegenop omdat we niet direct een oplossing weten als de val in de mast zit. Christopher – in vroeger jaren een begenadigd klimmer – ziet het probleem niet en biedt aan naar boven te gaan. In plaats van hem omhoog te draaien via de winch, trekt hij zich iedere keer een meter hoger waarna Jan zijn lijn aandraait en ik de extra veiligheidslijn doortrek. Binnen de kortste keren zit hij in het topje van de mast en klinken de verlossende woorden, “it’s just unlatched, release it and then pull the working line”. De werklijn is een kleine lijntje dat hij mee naar boven heeft genomen en heeft vastgeknoopt aan de val zodat we deze omlaag kunnen trekken. Nu hij toch boven is controleert hij direct alle andere doorvoeringen en bevestigd een extra blok voor de halfwinder zodat die zijn eigen val heeft. Drie kwartier later zitten we opgelucht en tevreden aan een biertje  Dat is alles mee gevallen!

Fazenda Sanjo > 11 t/m 13 maart 2008
De komende dagen gaan we een bezoek brengen aan een echte Brazilaanse fazenda gelegen op het eiland Marajo in de monding van de Amazone . Het gaat hier om de boerderij Sanjo waar waterbuffels worden gefokt voor hun vlees en paarden voor het vervoer van materiaal en mensen. Aangezien de reis ernaar toe een halve dag duurt, hebben we besloten er twee nachten door te brengen. Samen met Chris en Geraldine van Scorch worden we om vijf uur ’s ochtends opgepikt door Anna Theresa - de eigenaresse van de farm - bij het hotel waar we bij geankerd liggen. Dit is de eerste keer dat we Witte Raaf zo lang alleen achter haar anker laten liggen. Best spannend maar er zijn gelukkig voldoende mensen die haar en Scorch in de gaten zullen houden.
Eerst per auto naar de haven, dan per passagiersboot vier uur varen waar we worden opgepikt door een minibusje. Deze brengt ons in veertig minuten naar de andere kant waar een kano klaar ligt die ons na een uur varen afzet bij een klein houten bruggetje. Daar staan onder begeleiding van twee cowboys, zeven gezadelde paarden en een houten kar met een waterbuffel ervoor, op ons te wachten. Dat we op een paardenrug naar de farm rijden is een verrassing maar voor we het weten zitten we in het zadel, Jan met zijn Crocs en ik met teenslippers aan mijn voeten!
De fazenda is een groot twee verdiepingen hoog gebouw met een prachtige bloementuin erom heen, aan een kant grenzend aan ondergelopen grasland en bos. In de zomer is de gehele omgeving droog en het gras bruin maar nu is het regentijd en dus een groen waterparadijs. Vanaf de veranda hebben we een prachtig uitzicht op de tot hun buik in het water staande grazende buffels en paarden. Verder hebben ze kuddes koeien, schapen en varkentjes rondlopend in het hoger gelegen veld en rond het huis; kippen, de twee pappagaaien, Napoleon en Marie-Antoinette en Sekka, een in het bos gevonden kapucijner aapje.  
We worden verwelkomt door Carlos, de man des huize en tevens de kok, met een heerlijke warm lunch. We zijn de enige gasten en krijgen dus de volle aandacht. Er wacht ons de komende dagen een compleet programma van verschillende activiteiten maar dat start gelukkig pas na een welverdiende uitbuik-siësta in de hangmat  

Rond vier uur staan onze paarden gezadeld voor het hek en krijgen we broeken en laarzen van Anna. In Brazilië zijn de meeste mensen klein en de grootste laarzenmaat voorradig is 45. Jan heeft mazzel met zijn kleine voetjes en ook de aan hem gegeven broek past hem goed. Chris is minder gelukkig, Met zijn voetmaat 48 past hij eigenlijk niet in de laarzen en de enige andere grote maat broek zit hem strak om het zitvlak. Zolang we op de paardenrug zitten gaat het nog wel maar zodra we afstijgen bij een oude indianenbegraafplaats scheurt Chris onder veel hilariteit uit zijn broek en te zien aan zijn manier van lopen komt hij er met zijn te kleine laarzen niet vanaf zonder blaren. En dat terwijl de arme ziel allergisch is voor paarden en er eigenlijk een hekel heeft. “They are dangerous on both sides and uncomfortable in de middle”, is zijn motto als het over paarden gaat. Gelukkig heeft zijn humor de overhand en kan hij oprecht met ons mee lachen om zijn eigen ellende.
De rit is prachtig en leidt ons over het droge gedeelte van het terrein waarbij we soms door een slootje moeten maar dat is voor deze paarden, die gewend zijn aan water, geen enkel probleem. Terug bij de fazenda wachten de caparinjas terwijl de cowboys voor de paarden zorgen. Na een heerlijk diner rollen we tonnetje-rond in bed na de waarschuwing dat we morgenvroeg om zes uur bij het melken van de buffels kunnen kijken.
Er zijn er maar drie die melk hebben momenteel want de rest is drachtig, of heet dat niet zo voor een rund? Naast de buffels hebben ze ook zo’n twintig witte hangzaknek koeien met hun kalveren in de kraal gedreven. Die naast melk voor de bewoners ook de weeskalfjes van melk voorzien zodat iedereen tevreden aan de nieuwe dag kan beginnen.

Het ontbijt is weer zeer uitgebreid met heerlijk vers gebakken brood en croissantjes en het lijkt of we van maaltijd in maaltijd schuiven. Vanmorgen staat er een ecologische wandeltocht op het program maar het regent pijpenstelen – een tropisch buitje – dus wordt het programma omgegooid en trekken we er op uit met de kano. Achterop staat een cowboy met een punterpaal maar die stuurt alleen maar bij, de voortgang wordt teweeg gebracht door een ervoor gespannen buffel die regelmatig tot aan zijn schoft onder water verdwijnt en soms zelfs moet zwemmen. Op de buffel zit een tweede cowboy die hem leidt door middel van een touw rond zijn nek.
De regen houdt niet lang aan en al gauw kunnen de parasols en regenjacks weg. We varen door het tijdens de regentijd onderlopende gedeelte van het terrein terwijl de buffel rustig voorsjokt. Her en der zien we kuddes buffels en verschillende vogelsoorten waarvan we de naam niet kennen. Op weg terug mag de liefhebber op de buffel rijden  en aangezien ik nog nooit op een buffelrug heb gezeten laat ik me dat geen twee keer zeggen. Met het water tot bijna aan mijn middel probeer ik me vast te klemmen met mijn benen rond die grote brede buffelbuik terwijl het water in de voortbeweging ze naar achteren trekt. Gelukkig zit er een touw om zijn buik dat me wat houvast biedt terwijl ik onder me die machtige spieren voel bewegen. Wat een power!
Anna Theresa komt achter me zitten en samen proberen we de buffel te overtuigen dat we bij de splitsing naar rechts willen terwijl hij een duidelijke voorkeur voor de kortste weg naar links vertoont. Ondanks dat we samen het touw om zijn nek naar rechts trekken lijken we voor hem niet meer dan een lastige vlieg op zijn rug. Hij duikt drie keer kort achter elkaar met zijn massale kop onder water en dan opeens,…………..neemt hij een spurt naar links terwijl Anna en ik nog naar rechts gaan en dus proestend kopje onder gaan.
Ondertussen gaat de buffel er razendsnel vandoor terwijl hij de kano met daarin, Geraldine, Chris, Jan en de cowboys, achter zich aan sleurt. Het is voor de cowboy nog een hele toer om van de kano op de op hol geslagen buffelrug te terecht komen maar zodra dat is gelukt, kalmeert de grote zwarte kolos en keert hij terug op zijn schreden om ons op te pikken terwijl we als verzopen katjes tot aan ons middel in het water op hem staan te wachten. Voor Anna-Theresa is het de eerste keer dat ze van een buffel is gevallen en dat terwijl ze op haar eerste jaar al voor haar moeder in het zadel zat. Gelukkig kan ze er, nadat ze zich ervan heeft overtuigd dat alles goed is met iedereen, net als ik hartelijk om lachen
Hoog tijd voor alweer overheerlijk eten en daarna uitgebreid oefenen in hangmat slapen! Afzien hoor dat boerenleven!

Vanmiddag gaan we samen met de cowboys de buffels terugdrijven naar de kraal naast de fazenda dus moeten de laarzen weer aan. Chris past er met de erbij gekomen blaren nu echt niet meer in dus hij gaat op sandalen en de naarstig door Anna gerepareerde broek laat hij ditmaal ook thuis.
De buffels grazen ver uit dus moeten we eest met onze paarden door de watermassa. Mijn paard is vrij klein vergeleken bij de rest en al snel komt het water me tot mijn middel en komen haar voeten niet meer op de grond. Zwemmen dus met mij er boven op! Gelukkig ben ik niet te zwaar voor haar en ze beweegt zich rustig voorwaarts terwijl haar kin op het water drijft. En dan opeens zien we ze. In de verte staat een grote groep zwarte waterbuffels. De drie cowboys drijven ze alvast bij elkaar en halen, versmolten met hun paard, met lasso’s kleine eigenwijze duveltjes terug naar de kudde.  
Jan is vast cowboy geweest in één van zijn vorige levens want voor ik het weet rijdt hij als een volleerde buffeldrijver door de kudde terwijl hij ze van voor naar achter drijft en weer terug. Zodra alle jonge buffeltjes bij de kudde zijn gedreven zet het geheel zich in beweging terwijl wij ze aan de zijkanten en in de achterhoede opdrijven. Een zwarte golvende buffelmassa deint voor ons uit terwijl we de bijna uitbrekers met fraaie kreten terugjagen in de groep. We drijven ze het water in en onze paarden zwemmen en lopen achter de kudde aan tot we bij de fazenda zijn. Daar nemen de cowboys het weer van ons over. Ze drijven met gemak het hele spul de kraal in terwijl wij onze paarden aan het hek knopen.
Ondertussen lopen de cowboys in de kraal waar ze gezamenlijk een buffel uitzoeken. Met een sierlijke trefzekere boog valt de lasso om de nek van het uitgekozen dier. Nu moeten ze hem eerst scheiden van de anderen voordat ze hem uit de kraal halen. Zodra hij alleen is gaat het hek open en dendert hij naar buiten. Met zijn drieen krijgen ze hem met heel veel moeite, met een touw om de beide achterpoten terwijl één aan de staart trekt, op zijn flank liggend op de grond. Nu krijgt de buffel een touw om zijn nek en dan gaat één van de cowboys op zijn rug zitten terwijl de andere twee hem voorzichtig loslaten. Zodra de buffel zijn vrijheid voelt, springt hij op en gaat er al bokkend vandoor. Voor de op de rug zittende cowboy is het de uitdaging er zolang mogelijk op te blijven zitten.
Het is prachtig om te zien hoeveel plezier de jongens beleven met dit rodeo spel, zeker als één van de buffels al bokkend, met zijn berijder op zijn rug, in de verte verdwijnt. Hij moet terug lopen!

Hetzelfde spel wordt met een kudde nog onbereden paarden uitgevoerd terwijl Anna uitlegt dat hierbij mede wordt gekeken naar de capaciteiten van de dieren. Een groot verschil met de buffels is dat de paarden geen touw om hun achterbenen krijgen om ze op de grond te krijgen. In tegenstelling tot de buffels pakken twee cowboys ieder een oor dat ze een halve slag draaien. Zodra dit gebeurd zakt het paard door de voorbenen zodat de betreffende cowboy op zijn rug kan gaan zitten. Zodra ze de oren loslaten komt het paard omhoog en gaat er in vliegende vaart vandoor. Ook met de paarden is het voor twee van de vier cowboys lopen geblazen maar dat mag de pret niet drukken.

Jan’s carrière als rodeo buffelberijder duurt precies twee seconde. Nog voor zijn billen goed en wel de rug van het dier hebben geraakt, ligt hij er aan de andere kant alweer af terwijl de buffel - een ingereden dit keer - tevreden toekijkt. Cowboytje spelen oké maar voor rodeo moet er eerst nog flink worden geoefend..
Na een overheerlijk diner stort de hemel zich met bakken leeg dus besluiten we het speuren naar kaaimannen aan ons voorbij te laten gaan. Zoals een goede boer betaamd, lekker vroeg met de kippen en het aapje Sekka op stok.

’s Ochtends na het ontbijt is het tijd voor de ecologische wandeling. We beginnen droog maar het duurt nog geen tien minuten of de hemelsluizen gaan wijd open. Na een paar minuten zijn we doorweekt maar met de camera’s in waterdichte zakken deert deze warme regen ons niet. Terwijl de donder boven ons hoofd dendert, spetteren we door wetlands en waden we tot ons kruis door een rivier waarbij Chris, als bescherming tegen de elektrische aal, plastic zakken om zijn ongelaarsde kuiten krijgt geknoopt.
We zien prachtige wilde orchideeën en kleine ananas-vormige vruchtjes terwijl we de apen boven ons hoofd horen krijsen met hier en daar de roep van wilde papagaaien. Zodra het onweer boven ons wegtrekt piept de zon tevoorschijn en zijn we binnen de kortste keer droog op onze voeten in de soppende laarzen na.
Terug op de fazenda eerst nog een heerlijke lunch en dan is het tijd voor de terugreis. Voor de verandering staan er, als we schoon gedoucht klaar zijn voor vertrek, vier gezadelde buffels klaar. Met alleen een touw om de nek waarmee we rechts en links kunnen aangeven en twee ons tot galop opdrijvende cowboys achter ons behoeft het weinig woorden om uit te leggen dat de rit terug naar de boot beslist hilarisch was.

Na een prima reis terug naar Belem wachten Witte Raaf en Scorch keurig achter hun anker en na een laatste caparinja in de bar is het tijd om terug aan boord te gaan. Na drie dagen boordevol lol en nieuwe ervaringen zijn we weer thuis.

Belem > 14 maart 2008
Na onze uitstap naar Marajo eiland hebben we nog maar een complete dag voor we richting Amazone gaan en aangezien Belem de laatste mogelijkheid is om uitgebreid inkopen te doen tot aan Santarem – over vier weken - is het zaak nog het een en ander in te slaan. Daarnaast komen we hier op de terugreis niet meer terug dus als we een indruk willen opdoen van de hoofdstad van het deelgebied Para dan moet dat nu. We besluiten tot een stadsrondrit onder begeleiding van een gids zodat we in een korte tijd de belangrijkste dingen kunnen zien terwijl we de achtergrond horen. Belem is de toegangspoort tot het Amazonegebied. Met meer dan 10.000 mangobomen verdeeld door de gehele stad is het een groene metropool in een van de natste gebieden ter wereld. Er valt hier gemiddeld 3500 mm regen per jaar.
Tijdens deze rit is de invloed van de verschillende nationaliteiten die hier tijdens de economische bloeiperiode – zo’n honderd jaar geleden - langs zijn geweest o.a. goed zichtbaar in de gevelbouw. Roze krullerige Italiaanse façades staan naast Duitse witte rechtlijnigheid en ook de Portugese tegelgevels ontbreken niet.  De Engelse hebben de Big Ben in het klein nagebouwd  en hem Small Ben gedoopt, de Fransen hebben de galerie Lafayette nagebouwd en een park met de verschillende bruggen van Parijs in het klein nagelaten en Catedral Da Se is een mengelmoes van stijlen die door de toen levende welgestelde burgers zijn vastgesteld en betaald. Belem is hierdoor een stad van contrasten, met wolkenkrabbers en kleine paalwoningen, met moderne auto’s en handkarren, met jetski’s en antieke bootje en uitgeholde boomstammen. Voor wie geld heeft is alles te koop, de mensen die vlak naast ons hotel in eenvoudige houten hutjes leven, wonen aan het open riool dat hun erf afscheid van de weg.

Tot Belem kunnen mensen, dieren en producten via het wegen- en spoornet worden vervoerd. Vanaf hier gaat alles met schepen verder het binnenland in. Mensen verplaatsen zich met de voor hier typische rivierkruisers. Kleinen twee verdiepingen hoge scheepjes waarop in hangmatten wordt geslapen. Het is de gewoonte dat je zodra je bent ingescheept je eigen hangmat bevestigd zodat je gegarandeerd bent van een slaapplek. Degene die naast je slaapt knoopt zijn/haar hangmat iets hoger of lager zodat er heel veel op een rij passen en kinderen slapen vaak in hun eigen hangmatje boven hun ouders.
Voor het vee zijn er speciale schepen. Ook hier vaak twee verdiepingen boven elkaar met mestgoten ertussen die aan de zijkanten kunnen worden geleegd. Daar kun je dus maar beter niet naast liggen.
Klein stuksgoed gaat meestal op de passagiersschepen mee en al het andere materiaal wordt in grote schepen of in soms voetbalveld grote duwbakken geladen die zonder problemen tot aan Manaus kunnen worden gevaren.  Over het algemeen wordt hier nog met de hand geladen. Er zijn maar weinig technische voorzieningen en arbeidskrachten zijn goedkoop.     

Belem > Cotejuba (01’17 Z / 48’32 W) – 15 maart 2009
We vertrekken pas rond 14.00 uur uit Belem omdat ons begeleidingsschip op zich laat wachten. ‘Scallybur’, een zestig meter lang en twintig meter brede bak van drie verdiepingen met daarop het organisatie comité van Iles de Soleil,  een begeleidingsteam van drie verschillende soorten politie – toeristen, rivier en militaire           - zes brandweer mannen (bombeiros) waaronder twee duikspecialisten, een Braziliaanse journalist en een keukenploeg en scheepscrew zal ons begeleiden  op onze trip door het Amazonegebied.  

Vooral de hoeveelheid politiemensen verbaasd ons nogal totdat we horen dat deze zijn meegestuurd door de provinciale overheid die hiermee onze veiligheid probeert te  garanderen. Er is ze heel veel gelegen aan positieve berichtgeving van buitenlanders om het langzaam opkomende toerisme te stimuleren. Daarbij worden ze gehinderd door de hier opererende Amazone-mafia die dit gebied met regelmatige overvallen van vrachtschepen en aan de rivier levende bewoners terroriseert. Door het vertoon van een grote politiemacht hopen ze dit in onze omgeving te voorkomen. Jammer dat dit nodig is, we hopen geen gebruik van ze te hoeven maken.

Voor vertrek krijgen een aantal ‘wat langzamere’ schepen de opdracht direct achter Scallybur te formeren. Alle andere waaronder wij mogen zelf weten waar we aansluiten. We varen vandaag de route die we een aantal dagen geleden met de passagiersboot naar Marajo eiland hebben gevaren en gaan tegen schemer voor anker bij een eilandje. We ankeren in twee rijen waarbij de catamarans, de ovni’s en Witte Raaf vanwege hun beperkte diepgang, een plekje dicht onder de kust zoeken en de overigen in de buitenlijn. Het ankeren verloopt nu een stuk rustiger dan in Belem. Blijkbaar is er onderling over gesproken.  
Morgenochtend gaan we om 04.00 uur anker op en aangezien er een lange dag op het programma staat houden we het na een koele duik verder rustig. Tijdens het eten komt er uit het niets opeens een onverlichte houten boot op ons afgevaren. Ze roepen iets onduidelijks terwijl te veel te dicht langzij komen en er een man overspringt. Om hun eigen schip af te houden blijkt later. We roepen via het afgesproken kanaal Scallybur
op om ze te informeren maar krijgen geen contact!
Schrikken! Het duurt even voordat duidelijk wordt dat ze op zoek zijn naar Jazz, één van de deelnemende zeilschepen. De ouders van Helene en Paul, die aan boord zouden komen in Belem hebben hun aansluiting gemist in Sao Paulo waardoor ze niet op tijd waren. Zodoende laten ze zich nu met lokaal vervoer alsnog afzetten. Niets aan de hand dus, maar wel een punt van aandacht voor de organisatie. Informatie vooraf creëert nu eenmaal duidelijkheid en voorkomt knikkende knieën!

Cotejuba > San Sebastian de Boa Vista (01’42 Z / 49’32 W) – 16 mrt 2009
We gaan bij het krieken van de dag anker op. Er staat vandaag 70 mijl op het program. 70 mijl intensief varen, zigzaggend tussen soms immens grote boomstammen en gras- en graseilanden door, tegen de sterke stroom van zo’n twee tot drie mijl bij de oevers en zo’n vijf tot zes mijl in het midden van de rivier.  Ondanks dat we nog dicht bij de monding van deze reuzenwaterweg zijn, heeft het getij door de enorme massa regen- en smeltwater die zich een weg naar de oceaan baant, nu al geen merkbare invloed meer.
We varen allemaal met een snelheid van zes mijl door het water. Ieder schip dat deelneemt aan deze rally moet gedurende lange tijd deze vereiste snelheid kunnen varen. Zolang iedereen zich hier aan houdt kun je elkaar niet raken zou je denken maar de praktijk blijkt anders.
Plotselinge koerswijzigingen om drijvende obstakels te ontwijken en de veelvuldig voorkomende draaikolken die de schepen onvoorspelbaar opzij, voorwaarts en achterwaarts verplaatsen maken het varen in konvooi tot een intensieve bezigheid.
We wisselen elkaar regelmatig af zodat degene die niet stuurt alle tijd heeft om de langzaam voorbij schuivende fauna te bewonderen. Veel mangroven afgewisseld door verschillende palmsoorten trekken voorbij terwijl we soms kleine leefgemeenschappen van twee tot zo’n tien huizen + kerkje passeren. De huizen staan op de oever direct aan het water en de enige vorm van vervoer is de boot/kano = uitgeholde boomstam.
Over het algemeen werken de mensen hier voor een grootgrondbezitter in het hout. Hiervoor krijgen ze onder andere vrij wonen en grond om voor eigen behoefte groente te verbouwen.
Rond half vijf arriveren we na ruim twaalf uur varen bij SS Boa Vista. Nadat we in parade onze groet hebben uitgebracht aan de op de kade staande bevolking, ankeren we in redelijk rustig water aan de overkant van de rivier.

San Sebastian de Boa Vista
Het hoofdsteiger, waar ons begeleidingsschip Scallybur, ligt afgemeerd, komt uit bij een pleintje met in het midden een vijvertje waar ‘s werelds grootste zoetwatervis te bewonderen is. Het arme dier, twee slagen met zijn staart en hij stoot zijn kop aan de andere kant van het basin. Dit kleine stadje bestaat uit een kern van grotendeels uit baksteen opgetrokken moderne gebouwen en huizen aan geasfalteerde wegen die uitkomen op smalle houten vlonders die de achterliggende houten paalwoningen met elkaar en het dorp verbinden. Auto’s hebben hier geen bestaansrecht. De inwoners verplaatsten zich te voet, met handkarren voor hun waren, per fiets en een enkele brommer.  En verder heeft ieder huis dat grenst aan het water natuurlijk een uitgeholde boomstam, een kano of een andersoortig vaartuig. De mensen leven hier grotendeels van de houthandel en daarnaast verkoopt ieder huis wel iets. De meeste verkopen allemaal hetzelfde en de uitdaging ligt voor in de eerlijke verdeling van inkomsten.
Tijdens onze wandelingen worden we door jong en oud opgewekt begroet.  Men is hier duidelijk bekend met de jaarlijks langskomende zeilbootbezoekers en hier en daar hangt ons bezoek zelfs aangekondigd op aanplakbiljetjes. Buiten het dorp krijgen we een rondleiding bij een palmhart fabriek.  Hier wordt het spierwitte palmhart uit het bamboe bevrijdt waarna het na een kort blancheren, onder grote hitte, in glazen potten wordt geweckt. De potten worden vanuit hier verscheept naar Belem waar vanuit het over de hele wereld wordt verspreid.
Ons bezoek aan de plaatselijke school is een groot succes. We worden door een groepje oudere leerlingen –groep 8 - opgehaald bij het steiger en ondanks dat de leerkrachten erg hun best doen de lessen voort te zetten, ontsnappen er overal kinderen die door ons op de foto gezet willen worden. Totale gezinsherenigingen worden georganiseerd waardoor er steeds minder kinderen in de schoolbanken zitten maar dit wordt oogluikend toegestaan. Ondertussen krijgen we een rondleiding van het hoofd die ons uitlegt dat de Braziliaanse regering deze school subsidieert waardoor de kinderen hier, op hun school uniform na, niet zelf voor materiaal hoeven te zorgen. Dit in tegenstelling tot de schooltjes in de kleine dorpsgemeenschapjes die we onderweg gezien hebben. Vele van deze worden door de staat niet erkend waardoor ze zelf hun materiaal bij elkaar moeten sprokkelen.  In vergelijk met Nederlandse schoolgebouwen ziet dit onderkomen er haveloos en kaal uit maar ieder kind heeft zijn/haar eigen stoel met vast getimmerd schrijfplankje en de fantasieloze omgeving lijkt geen invloed te hebben op hun opgewekte vrolijke natuur. Ondanks de relatieve rijkdom van deze school laten we de meegebrachte schoolmaterialen achter en sponsoren we de gewenste aanschaf van een encyclopedie.
De volgende dag gaan Jan en ik er met BB op uit. We tuffen op ons gemak – met vier pk ga je niet echt hard – de smallere waterweggetjes in en passeren her en der hoog op palen gebouwde woningen waar kinderen ons vanaf hun steigertjes vrolijk toe zwaaien. Vooral aan de hele kleintjes kun je zien dat we een bezienswaardigheid zijn. Wie bekijkt hier wie? Hier wonen de mensen die hun inkomen verdienen met de visvangst. Overal hangen garnalenfuiken en tussen palen zijn visnetten gespannen. Rondom de huizen scharrelen varkentjes en ieder huis heeft minstens één hond. De natuur is overweldigend mooi met prachtig bloeiende palmen en tropische bloemen die we niet bij naam kennen. Heen moeten we tegen de stroom in motoren maar terug laten we ons hierdoor meevoeren waardoor we optimaal kunnen genieten van de oerwoudgeluiden om ons heen. Wat een cadeautje!
Ter afscheid organiseert het dorp voor ons een door de jeugd uitgevoerde culturele avond waarbij we voor het eerst kennis maken met de sage rondom de roze dolfijn.

SS Boa Vista > Araras (01’46. 20 Z / 50’12.07 W) - 20 maart 2008  
05.30 “ Witte Raaf bonjour”, “Bonjour Nicolas, bonjour tout la flotte, ici Witte Raaf
Om 06.00 uur zijn we allemaal weer anker op en onderweg. Ook vandaag is het weer een gezigzag van jewelste. Voor grote bomen wordt vanuit de voorhoede gewaarschuwd over de radio. Het goed bedoelde,“grand bois a port of ……….’ werkt daarentegen eerder verwarring op dan duidelijkheid omdat vanuit de achterhoede meestal niet zichtbaar is waar het betreffende schip zich bevindt. Ieder voor zich moet gewoon goed opletten en daarnaast voldoende afstand houden om ruimte te bieden aan eventuele uitwijkmanoeuvres van anderen. Vanuit onze hangmat die we in de kuip hebben opgehangen hebben we een goed uitzicht naar voren en kunnen we met de afstandsbediening de automatische piloot uitstekend bedienen. Al met al ontspannend inspannen!
Rond drie uur en 55 mijl verder Amazone inwaarts ankeren we in een zijarm bij het eiland Araras. Vanuit onze hangmatten genieten we van de prachtige natuur in volledige stilte die alleen verstoord wordt door koppeltjes overvliegende krijsende papegaaien

Araras > Breves (01’41.69 Z / 50’28.27 W) – 21 maart 2008
Vandaag mogen we uitslapen. Pas om 08.00 uur trekken we verder richting Breves.
We passeren nu regelmatig geïsoleerde paalwoningen. De gezinnen die hier langs de waterkant wonen zijn groot met heel veel kinderen in alle kleuren en maten. Van blank met spierwit haar tot koffiebruin met pikzwart haar.

Volgens de legende veranderd de roze dolfijn ’s nacht in een aantrekkelijke man met hoed – om het blaasgat te verstoppen – die de vrouwen verleidt en bezwangerd. Deze legende wordt onder andere gebruikt om het verschil in kinderen binnen het gezin te verklaren. Het feit dat voor ieder kind binnen het gezin zowel kinderbijslag als schoolgeld wordt betaald door de regering resulteert in hele jonge zwangerschappen – 13 tot 14 jaar – die worden gestimuleerd en georganiseerd door de moeders. Des te meer kinderen des te groter het inkomen. Zowel de kinderen, de kinderen van de kinderen, de ouders en de grootouders zien er gezond en blij uit. Ze reageren over het algemeen vrolijk en open op onze Portugese groeten en iedereen zit goed in de kleren die over het algemeen uiterst kleurrijk zijn. Voor ieder huis hangt wel ergens wasgoed waardoor het voor ons al van verre zichtbaar is.

Zodra het eerste schip van onze vloot wordt gezien, zwermen de kano’s met kinderen en  moeders met hele kleintjes uit. Onze gids instrueert ons vooral snelheid en koers te behouden want deze kleine kano goochelaars kunnen hier uitstekend op anticiperen.
De echte waaghalzen varen tot aan de romp en proberen zich aan iets vast te grijpen waarna ze een stukje kunnen meeliften. Anderen komen zo dichtbij als ze durven in de hoop dat ze iets krijgen. Samen met Geraldine van Scorch heb ik pakketjes samengesteld bestaande uit een schrift, een potlood, een gum en een paar snoepjes. In eerste instantie waren we van plan deze aan scholen aan te bieden maar sinds ons bezoek aan een school in Boa Vista, realiseren we ons dat deze voldoende subsidie krijgen van de regering terwijl de kinderen buiten de gevestigde orde hier zelf moeten zorgen voor schrijf materiaal. Daarom geven we ze nu aan de meer geïsoleerde leefgemeenschappen waar ze geen winkels hebben en de bevolking afhankelijk is van de schaarse leveranties via het water.

Breves > 22 & 23 maart 2008
Net als SS Boa Vista heeft ook Breves een dorpskern van stenen huizen en kerken. De straten zijn breed en overzichtelijk en vanuit Breves zijn over de weg een aantal dorpen in de omgeving te bereiken. Zodoende zijn hier wel auto’s aanwezig al verplaatsen de meeste zich op brommertjes en fietsen. Iedereen op straat groet en vooral de jeugd probeert - de speciaal voor onze komst – op school geleerde Franse zinnetjes op ons uit. Als we daarop in het Engels antwoorden is de verwarring maar ook de lol compleet. Ze schakelen uiterst snel en al snel horen we “good morgning” “how are you?” als ze ons passeren op hun fiets.
Ze vinden het prachtig om gefotografeerd te worden en verdringen zich om mijn  zwarte kastje om het resultaat van hun gekke bekkentrekkerij te zien. Vooral het handgebaar van een gestrekte pink en duim met dicht gevouwen vingers, dat ‘hey brother, cool’ betekend, leidt tot veel hilariteit en mooie plaatjes.
Bij gebrek aan spelmateriaal spelen de jongens hier, met hun slippers, een spel dat nog het meest op jeu de boules lijkt. Degene die zijn slipper het dichts bij de centrale slipper gooit, wint!
Door de organisatie wordt ons in verband met de vervuiling van het rivierwater en de veelvuldige aanwezigheid van piranha’s, afgeraden om hier te zwemmen. Zodoende sluiten we ons aan bij een trip naar een boerderij op een uurtje rijden hier vandaan waar ze ‘zwart’ water hebben dat uitermate geschikt is om te plonsen. De boerderij stelt op de aanwezigheid van een aantal losvliegende papegaaien en Beo’s niet veel voor maar het zwemwater is net als de worstjes van de BBQ, heerlijk.
De rivier trakteert ons hier voor het eerst ook op de ankerplek op reusachtige gras- of blad eilanden met daaronder verstopte boomstronken. Hierdoor worden vooral de bredere Catamarans regelmatig van hun anker gesleurd. Onze Raaf is daar gelukkig totnogtoe van bespaard gebleven.  


Breves > Ituquara (01.01.47 Z / 51.01.70 W) – 24 maart 2008
We hebben vandaag weer zeventig mijl voor de boeg dus vertrekken we bij het krieken van de dag. In tegenstelling tot normaal weten we hier op de Amazone ’s ochtends bij het ophalen van het anker nog niet precies weten waar we het ’s avonds weer zullen laten vallen. We volgen ons begeleidingsschip en pas gedurende de vaart krijgen we per radio het waypoint van de aanstaande ankerplek te horen. Dit resulteert erin dat we minder actief bezig zijn met de route. We laten het op ons afkomen zoals het komt. Zelf hebben we hier weinig moeite mee maar binnen de groep deelnemers zijn er verschillende die de controle maar moeilijk los kunnen laten. Op zulke momenten zijn we blij dat we lang niet al het Frans verstaan dat er over de radio wordt uitgewisseld. De belangrijke zaken vertaald Geraldine voor ons, voor het overige volgen we het motto “leef, laat leven en geniet”.
Tijdens het ronden van een zandbank waarbij ze waarschijnlijk te dicht langs de oever zijn gevaren, loopt Julia, een Etap 37, aan de grond. De organisatie sommeert iedereen koers en vaart te behouden en keert met het begeleidingsschip terug om haar los te trekken. Na een half uurtje komen ze terug in zicht. De grote kolos Scallybur met Julia op sleeptouw. Zodra ze het konvooi hebben ingehaald wordt Julia losgemaakt maar dit blijkt te voorbarig. Ze kan geen voorwaartse snelheid creëren en wordt door de stroom achterwaarts weggezet. Waarschijnlijk is er iets mis met haar schroef dus wordt ze tot de volgende ankerplek weer op sleeptouw genomen. Op de ankerplek constateren de bombeiros die in volledige duikuitrusting op de tast – het water is zo troebel dat je geen vijf cm zicht hebt – de schroefophanging inspecteren, dat de hele schroef verdwenen is.  Pas over een dag of vier komen we in een stadje waar mogelijk onderdelen te koop zijn en de stroom dusdanig rustig is dat er werkzaamheden onder water uitgevoerd kunnen worden. Julia hangt de komende dagen als een vis aan een haakje of beter gezegd haak want Scallybur kan beslist niet klein worden genoemd.
Door deze situatie realiseren we ons weer even heel goed waarom we aan een georganiseerde rally deelnemen. In dit uitgestrekte watergebied waar weinig tot geen faciliteiten – zeker niet voor jachten - aanwezig zijn is de aanwezigheid van een groep mensen met hulpmiddelen en lokale kennis, onontbeerlijk. Zeker als je denkt aan de vaak intens sterke stroom, de zichtbare en onzichtbare obstakels en de noodzaak om Braziliaans (een zangerig Portugees) te spreken.

Itapuara > Mojui (01’20.43 Z / 51’38.60 W) - 25 maart 2008
Zevenenzestig mijl te gaan! De vegetatie is vooral de laatste dagen sterk veranderd van palmsoorten in hogere loofbomen met heel veel soorten klimop, orchideeën en vetplantachtige die op de stammen parasiteren. Doordat het water momenteel zo hoog staat, ongeveer acht meter hoger dan in de droge tijd, zijn de meeste zoogdieren landinwaarts getrokken. We zien daarentegen regelmatig kleurrijke pappagaaien en kleinere parkietachtige die luid krijsend overvliegen. Verder is binnen de vloot al meer dan eens de roze dolfijnsoort gezien maar wij horen nog niet tot die gelukkigen.

Mojui > Macacos (01’35 Z / 32’03 W) - 26 maart 2008
Totnogtoe hebben we iedere dag wel een paar spetters regen maar we zijn pas twee keer echt getrakteerd op een tropische regenbui. Aangezien we in verband met het hoge moddergehalte momenteel geen water kunnen maken proberen we, naast dat we zuinig zijn met water, zoveel mogelijk regenwater op te vangen in alles wat we aan boord hebben. Het is prachtig om te zien hoe iedereen zodra het echt gaat regenen naar buiten komt om zoveel mogelijk op te vangen en te genieten van een natuurlijke hemeldouche.
De temperatuur schommelt over het algemeen tussen de dertig en vijfendertig graden terwijl het ’s avonds afkoelt tot zo’n achtentwintig graden. We hebben momenteel nog weinig last van muskieten en we kunnen op de meeste plaatsen ondanks de piranha’s die hier wonen, zolang we geen wondjes hebben, veilig zwemmen al kun je dat beter ‘stroom drijven’ noemen want voor gewoon zwemmen is de stroom veel te sterk.  Dit ervaar ik zelf als ik zodra we geankerd zijn, overmoedig van de boeg afduik om Scorch een bezoekje te brengen. Ik haal het maar net en dat is eigenlijk alleen te danken aan de meters die ik mezelf cadeau doe door te duiken.  Voor de kinderen binnen de rally is het spelletje, aan de voorkant in het water springen en door de stroom naar achteren drijven waar een lange lijn met fender hangt, een geliefde bezigheid.

Macacos > 27 maart 2008
Op één van de deelnemende schepen leeft een Australisch gezin met drie kinderen. De oudste twee hebben beiden op school leren lezen maar de jongste, Alister, heeft nooit op school gezeten. Hij krijgt les van zijn ouders en tijdens een borrel hoor ik van zijn moeder dat hij moeite heeft met het leren lezen. Lezen = lezen, zoveel verschil kan er toch niet bestaan tussen Nederlands en Engels? Hier ligt een mooie uitdaging voor mij weggelegd! Geen school, toch een leerling!
Het probleem waarmee Ali kampt wordt al tijdens zijn eerste bezoek duidelijk. Hij kent het alfabet van voor naar achter en weer terug maar weet niet wanneer een letter een bepaalde klank krijgt. Ayayay, dit wordt lastiger dan ik dacht want wanneer klinkt een  A als a, als aa of als ee? Gelukkig hebben ze prachtig lesmateriaal – Australië heeft door zijn enorme afstanden veel geïsoleerde gezinnen waar ‘home-scoling’ een normaal gegeven is – waaronder klankkaarten waarmee we aan het werk kunnen.