Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 27 > Brazilie

Salvador > 17 januari 2008
Salvador, is een enorm grote levendige stad. Zo anders dan Banjull dat toch de hoofdstad is van Gambia. Er is hier een enorm contrast tussen arm en rijk. Voor degene die geld heeft is alles voorradig, voor diegene die niets heeft, is er niets. Geen sociaal netwerk voor daklozen en/of zwerfkinderen.
‘ ieder voor zich en god voor ons allen’ is een uitspraak die beslist van toepassing is op deze stad waar meer kerken staan dan het jaardagen telt. 94 % van de bevolking is katholiek dus onze lieve heer speelt hier een belangrijke rol al moet hij zijn plaats delen met verschillende bijgeloven meegebracht van het Afrikaanse continent.
Tijdens de slaventijd zijn er in Salvador veel slaven aan land gebracht om te werken op de achterliggende plantages en de bevolking is zichtbaar beïnvloed door deze bloedlijn. Van blank tot pikzwart met een bijna blauwe glans leeft hier samen. Niets heerlijker dan rustig op een terras zitten en kijken naar deze prachtige mensen mix.

De Marina Centre Nautique de Bahia, ligt aan de rand van het commerciële havengebied en wordt afgescheiden door hoge hekken met bewakers voor dag en nacht. Direct daarbuiten is het Braziliaanse leven hoorbaar in de vorm van de hele dag hoorbare drums en andersoortige muziek die ons westers in de oren klinkt. Brazilianen lijken hier allemaal maar één stand op hun volume knop te hebben en dat is vol open. Auto’s dreunen voorbij met een beat die de wielen doet los komen van het asfalt en overal op straat dendert muziek dat ik nog het beste kan omschrijven als herrie, uit boxen. Wordt ik oud?
In de directe omgeving staan veel lege panden waar de daklozen ‘s nachts slapen en volgens zeggen is de criminaliteit hoog  We worden meermaals gewaarschuwd voor zakkenrollers en er worden regelmatig toeristen beroofd als ze ’s avonds over straat lopen. Reden genoeg voor ons om kleine bedragen mee te nemen als we de stad in gaan en tot mijn spijt mag mijn camera tijdens deze uitstapjes niet mee.
 
Na een paar dagen rust en ontzouten zijn we weer gewend aan een onbewegelijk bed en hebben we weer landbenen gekweekt.  Hoog tijd om de stad te verkennen.
Over een paar dagen begint het carnaval en overal worden podia en standjes opgezet voor het grootste festival van het jaar. In Salvador werd Carnaval op grote schaal gebruikt om anoniem af te rekenen met rivalen.  Om deze reden zijn maskers die de identiteit vermommen hier tijdens deze festiviteit verboden.

We liggen aan het passanten ponton en hebben veel aanspraak met verschillende zeilers  die regelmatig langslopen. Zo ligt de Tinto ,met wie we uit Banjull zijn vertrokken, hier sinds twee dagen en vanmiddag hebben we de lijntjes van Maria en Warren van Nightfligh - waarmee we gedurende hun overtocht regelmatig radio contact hebben gehad - aan kunnen pakken. Erg gezellig allemaal.
Jammer genoeg liggen we naast de vaste ligplaats van een Braziliaanse schipper die het manoeuvreren van zijn schip nog niet geheel onder de knie heeft. Of beter gezegd nog helemaal niet want de eerste keer komt hij met zijn boegspriet onze flank binnenvaren, waarbij hij onze zee- reling naar binnen buigt en een deuk achterlaat. De tweede keer wordt hij aan lange lijnen door het havenpersoneel naar binnen getrokken omdat hij hem zelf niet meer onder controle heeft. De schipper is alleraardigst en biedt direct aan de schade te herstellen maar dat neemt niet weg dat onze Raaf geschaad is. Balen, …….. zeker als de reparateur tijdens het recht slaan van de reling een aantal fikse butsen in het teakdek achterlaat. Als deze daarna bij zijn vertrek door de houten vlonder van ons zwemplateau springt is de maat even vol.

Salvador > Icaparca - 24 januari 2008
We gaan weg, even uitwaaien in de idyllische baai van Ipakaripa. Een rustig klein dorpje op een eiland aan de overkant van de baai waar we kunnen zwemmen en wandelen. Heerlijk even weg uit de hectiek van de grote stad.  Ipakaripa is een lang gerekte verzameling van kleine kleurrijke huisjes en een wit kerkje. Carnaval begint hier al een week eerder en we vallen tijdens onze wandeling naar het dorp in het begin van de eerste carnavals optocht. Prachtig verklede vrolijke mensen, jong en oud doet mee. Op een terras waar we worden opgenomen door een paar lokalen, genieten we van een ontspannen feestje waarbij mijn camera gewoon mee kan.

Op een bij eb droogvallende zandbank naast ons, vallen twee ovni’s en een catamaran droog. Na twee dagen rust begint het te kriebelen en besluiten we dit goede voorbeeld te volgen. Voordien schrobben we die grote ravenbuik, met snorkels op, zo veel mogelijk schoon en de dag daarop zetten we haar naast de cat op het zand.
Onder brede belangstelling zetten we die grote bolle buik in een nieuw laagje anti fouling. Marine blauw dit keer en gestaag verdwijnt in ons gevecht tegen het tij het baby-blauw. Ik ben benieuwd of ze nu nog aantrekkelijk is voor walvissen.
Gehuld in een nieuw onderwater jasje keren we terug naar Salvador om de voor ons eerste briefing mee te maken van Iles du Soleil. Er wordt uitgelegd welke groep wanneer verwacht wordt te vertrekken, waar we onderweg rekening mee moeten houden en waar we verwacht worden te ankeren op Fernando de Noronja. Maar voordat we hier weg gaan staat eerst het carnaval nog voor de deur.

Salavdor – 29 januari 2008
Oh, oh! Drie dagen zonder koelkast is in de haven geen probleem als je het gebrek aan koud bier uitsluit, maar het spookbeeld van zes weken Amazone waar het zo maar 40 graden kan zijn en waar ik tussentijds weinig inkoop mogelijkheden verwacht, beneemt me regelmatig de adem. Verse groente is sowieso uit den boze en wat moeten wij kaaskoppen zonder kaas? Zodra deze buiten de koelkast komt, gaat hij aan de wandel dus dat wordt serieus wennen aan veel jam zonder boter op brood.
Jawel onze koelkast heeft het begeven. Nu kan ik hem dat niet echt kwalijk nemen want zestien jaar is een respectabele leeftijd maar toch. Met pensioen oké maar dan wel ruim van te voren melden en niet gewoon afnokken met de carnaval voor de deur. Ayayay, ik hoop heel intens dat er nog een monteur opduikt voordat het feestgedruis losbarst.

Joepie, joepie, joepie!!! Ons ouwetje geeft de pijp nog niet aan Maarten. Onze koelkast doet het weer. Dankzij het feit dat hij oud is - zonder noemenswaardige elektronica - kan de tegen zessen aanwezige monteur het vervlogen gas aanvullen. Wel even schrikken als hij de volgende dag weer warm wordt maar gelukkig is dit de eer van de Braziliaanse sleutelaar te na  dus hij komt terug. Nadat hij een piepklein gaatje heeft gedicht is de warmte weer uit de kast.

De stad bruist! Beat, muziek en stemgeluid rollen omlaag over het haventerrein. Na een bezoek aan het plaatselijke VVV weten we waar we veilig rond kunnen rondlopen en het spektakel van dichtbij kunnen beleven. Al te dichtbij is ronduit ongezond, blijkt al snel als we met Warren en Maria langs de optocht route staan. Reusachtige trucks met veertien joekels van boxen aan iedere kant, met op het dak een band, zetten de haartjes op mijn armen rechtop en dreunen op ons borstbeen. Gelukkig hebben we oordoppen bij ons waardoor onze trommelvliezen gespaard blijven. Voor de trucks uit, lopen de bijbehorende groepen. Zingende springende dansende, lachende mensen uitgedost naar gelang het thema waarbij ze horen. Erachter lopen de groupies, mensen die zich hebben ingetekend bij de groep van hun keuze en gewapend met een T-shirt hun aanhang kenbaar maken. Spetterend, knallend, bruisend, schitterend, kleurrijk, energiek, vrolijk, uitgelaten, allemaal superlatieven die me door het hoofd schieten en terug te brengen zijn tot één woord, namelijk; OVERWELDIGEND.

Boven gekomen – de oude stad ligt op een heuvel boven de haven en is verbonden met een lift - laten we ons opnemen in een groep in roze tutu’s aangeklede travestieten, die vooral Jan en Warren erg leuk vinden. En-passant zorgen ze ervoor dat we niet worden overreden door hun bijbehorende truck en na een half uurtje verdwijnen ze in het feestgedruis.
Met een biertje in de hand slenteren we door de oude stad, terwijl we onze ogen uitkijken. Zo jammer dat ik hier mijn camera niet mee naar toe kan nemen! Het ene plaatje is nog mooier dan het andere en overal stralen lachende mensen je toe.
We worden geadopteerd door een groepje jonge meisjes die nadat we onze namen hebben uitgewisseld, niet meer van onze zijde wijken. Ze nemen ons mee naar iedereen die ze kennen, om ons voor te stellen en kletsen er vrolijk op los in het Portugees. Dat we driekwart niet begrijpen mag de pret niet drukken. Ook de daarop volgende avond weten ze ons in die immense mensenmassa weer terug te vinden maar dat is waarschijnlijk niet zo moeilijk. Vier van die lange blonde gringo’s tussen al die donkere koppies.

We slenteren, dansen, kijken, zingen en genieten met volle teugen. Wat een spektakel! Tijdens het afrekenen van een paar biertjes wordt Jan verrast door een kleine grijpgraag. Direct nadat Jan het wisselgeld in de achterzak van zijn broek steekt voelt hij een korte aanraking waarna hij een tienjarig knaapje ziet wegspurten. In een reflex schiet hij er achteraan en krijgt hem na zo’n vijftien meter te pakken. En dat op z’n croc’s!! (Rare plastic klompachtige schoenen die heerlijk lopen) De omstanders hebben direct in de gaten waar het hier omgaat en houden de knaap vast terwijl Jan hem het meegegriste geld ontfutseld. Tja kleine zakkenroller, dit slachtoffer heb je onderschat, de volgende keer moet je een tragere kiezen.
 
Na drie avonden zit het er op voor ons. Het is tijd om te vertrekken. Nog snel even inkopen doen voor de oversteek en het verblijf op Fernando de Noronha en afscheid nemen van de lieve mensen die we hier ondertussen ontmoet hebben. Dag Warren en Maria, ’t was kort maar geweldig, we wensen jullie een hele goede reis met vele encounters als deze.

Salvador > Fernando de Noranja - 4 februari 2006
Tijd is tijd en onze ‘on time performence’ – een voor ons uit de luchtvaart geërfd  fenomeen – zou hoog scoren. Warren en Maria van Nightfligh gooien onze achterlijnen los terwijl ik voorop de lazylines in het groene havenwater laat zakken. Klokslag 08.00 uur zijn we los en varen we uitgezwaaid door een enthousiaste groep Iles du Soleilers en Warren en Maria, de haven uit. “Last in, first out”, is de laatste kreet die we meekrijgen.

Binnen het breakwater zetten we het grootzeil en bergen we de lijnen en de stootwillen op. We worden gevolgd door vijf andere Iles du Soleil medezeilers waaronder Scorch en All the Colours. Warren en Maria vervagen langzaam in kleine gekleurde stipjes terwijl we bakboord uitgaan naar de monding van de Bahia. Gisteren vond ik het nog jammer dat we ze maar zo kort kunnen zien, nu ben ik gewoon intens blij dat we ze hebben ontmoet.

Het is doodtij dus het is zaak om buiten de monding van de rivier te zijn voordat de vloedstroom binnenkomt. Vanaf de wal zwelt het geluid van drums aan. Carnaval heeft Salvador nog vol in zijn greep!
Het is prachtig weer en er staat een lekker windje uit de richting waar we naar toe moeten dus dat wordt kruisen. Met zowel stroom, zo’n twee knopen, en wind, zo’n vijftien knopen, tegen varen we richting Rio de Janairo in plaats van naar Fernando de Noronhjo maar dat mag de pret niet drukken. Met alle zeilen bij kunnen we Scorch in eerste instantie aardig bijhouden maar als we over onze andere boeg, bakboord, moeten varen lopen ze opeens ver uit. Aan de horizon zien we de skyline van Salvador. Na tien uur zeilen hebben we zestig mijl afgelegd maar we zijn maar twintig mijl opgeschoten richting ons doel.
Tegen schemer loopt de vislijn uit. Beet! Joepie, verse vis heeft de laatste weken niet meer op ons menu gestaan en is zodoende, ondanks de nasi en kip curry die ik vooraf heb gekookt, meer dan welkom. Een prachtige blauwvin tonijn van zo’n zeventig centimeter laat zich levensmoe binnenhalen. In tegenstelling tot zijn totnogtoe gevangen familieleden heeft deze knaap, lange puntige blauwe buikvinnen. Jan maakt hem schoon, fileren moet tot morgen wachten dus hangen we hem aan de hekstoel.

Is het de lucht van verse vis of zijn wij met Witte Raaf aantrekkelijk gezelschap, wie zal het zeggen? Twee vogels met een spanwijdte van zo’n 45 centimeter – ik denk dat het gannets zijn - zwerven om ons heen en strijken regelmatig neer op het dunne lijntje van de zeereling. Ze vinden ogenschijnlijk niet voldoende houvast om in balans te blijven maar blijven het proberen. In eerste instantie wel even schrikken als er opeens zo’n grote vage schim uit het donker opdoemt. Het vermoeden dat het om de vislucht gaat wordt bevestigd als ze verdwijnen zodra ik onze vangst heb ingepakt en in de koelkast heb gelegd. Jammer jongens geen makkelijk maaltje dit keer maar als jullie in de buurt blijven zijn de restjes voor jullie.

Na overleg met Scorch besluiten ook wij de motor bij te zetten. Tot Receife hebben we stroom tegen en met de wind uit de verkeerde richting kruisen we hier als het een beetje tegen zit over drie weken nog en dat is zonde van de vijf dagen die gepland staan voor het nationale park, Fernando de Naronha. Zeilend met de motor bij kunnen we nu eenmaal scherper aan de wind dus dan gaan we in tenminste een beetje in de goede richting. Scorch vaart dicht onder de kust terwijl wij gekozen hebben om verder naar buiten te steken in de hoop dat daar de stroom minder sterk zal zijn. De tijd zal leren wie de beste keuze heeft gemaakt.   

5 februari 2008 – 13 18 Z / 37 35 W
Het is donker, de maan heeft vrij genomen tijdens het Carnaval.  De hoeveelheid zichtbare sterren is mede hierdoor enorm. Grote oplichtende vlekken van heel veel kleine sterretjes bij elkaar verlichten de verder donkere nacht. Nu we een noordelijke koers aanhouden, lijken de voor mij ondertussen herkenbare sterrenbeelden opeens verkeerd om te staan. Ze bewegen zich logischer wijze nu in tegengestelde richting over de hemel koepel maar in deze staat logica lijnrecht op het visuele beeld dat ik heb opgeslagen op mijn chip.  

Aangezien we zo oostelijk mogelijk willen opsturen om een goede uitvalshoek te creëren voor onze lange slag omhoog, hebben we de genua ingerold en varen we met een koers van zo’n 15 graden aan de wind net niet recht tegen golven en wind in. Het is onrustig aan boord. Doordat Witte Raaf nu vaak onverwacht door een golf wordt opgetild maakt ze soms rare onvoorspelbare zwiepers.

Onze watermaker bromt zacht terwijl hij het zout uit het zeewater filtert voordat hij het in pure vorm in onze watertanks pompt. Hij functioneert het beste als we over stuurboord liggen dus nu we een lange slag naar buiten maken met de benodigde stroom van de motor kunnen we, van de nood een deugd makend, onze watervoorraad weer mooi aanvullen. Fijn want we hebben in Salvador geen water getankt omdat het water daar erg organisch is en naast dat er een plantaardig luchtje aanhangt wordt het in de gids afgeraden om het als drinkwater te gebruiken.  

Bij het ochtendgloren kan de genua weer bij maar zelfs met steun van de motor kunnen we de gewenste koers niet halen. We varen weer naar Rio! Aan het eind van de dag na een gekmakend aantal slagen liggen we weer dwars van Salvador. Dat gaat goed zo, maar niet heus! Mooie boel is dit, we hebben ons nog niet aangesloten bij deze ralley of we hangen onze ‘principes; ‘we wachten op de juiste wind want we varen in principe niet op de motor’ en ‘we varen bij voorkeur niet scherp aan de wind’, in de wilgen. Zeewilgen wel te verstaan.

Jan wordt gek van de tegenstrijdige gegevens die de instrumenten aangeven door de hier heersende variatie tussen de magnetische en de ware koers. In Nederland is dit verschil van zo’n drie graden te verwaarlozen maar hier scheelt het bijna twintig graden waardoor hij constant heen en weer moet rekenen. De oplossing blijkt eenvoudig. Alle instrumenten worden door mijn schipper op waar gezet waarna nu alleen het kompas nog afwijkt door de variatie.

’s Middags geeft Jean in zijn beste Frans onze positie door aan Michel van de l’Embellie die het radionet voor zijn rekening neemt. Hij spreekt geen woord Engels en ratelt er vrolijk op los in zijn landstaal terwijl wij elkaar met grote vraagtekens aankijken. Uit lang vervlogen schooltijden komen woorden als le moteur, la voile, le vent, le currant en pecher terug maar maak daar maar eens mooie zinnen van. Onze cursus Frans op reis van het LOI heeft ons aardig op weg geholpen met de eerste kennismaking maar met zinnen als ‘kan ik bij u een hotelkamer boeken’ komen we nu niet ver.
In de verte vindt een vreetfestijn plaats. De zee kolkt terwijl dolfijnen zich tegoed doen aan een school vis die ze hebben samengedreven tot een waar zeebanket.

6 februari 2008 – 12 18 Z / 36 35 W
Het is druk vannacht. Links en rechts schuiven grote koopvaardijschepen langs en één wijkt zelfs zichtbaar voor ons uit  Mooi om te zien hoe zijn navigatie verlichting  verandert van groen naar rood. We bedanken hem via kanaal 16 maar er komt geen reactie terug. Nog steeds geen maan.

We hebben het groepsnet gemist. We moeten duidelijk nog even wennen aan de voor ons nieuwe groepsactiviteiten.
De huidige acht knopen wind zijn net niet krachtig genoeg voor onze Raaf om het op deze koers alleen op de zeilen te doen maar met een klein duwtje in de rug van de motor die met een laag toerental bijstaat, zeilt het heerlijk.
De afgelopen dagen ben ik zo druk bezig geweest met koersen, wind en stroom richting onze bestemming, dat ik bijna zou vergeten om te genieten van het hier en nu. Het is prachtig weer en de oceaan laat zich van haar mooiste kant zien. Hoog tijd voor een verfrissend zeebad met de puts!

Met het regelmatig opspattende buiswater moeten de luchthappers dicht en ondanks dat we, zodra de eerste zonnestralen Witte Raaf in een gouden gloed zetten, we de zonneschermen voor de kajuitramen doen, wordt het binnen flink warm. Vooral in het kombuis is de temperatuur tijdens het gebruik van gas = koken, gelijk aan een sauna en het is zaak om de waterkringloop in onze lijven op peil te houden dus we drinken veel.
Met tien knopen wind mag de motor naar bed. Heerlijk, de stilte die over ons neerdaalt. Alleen nog maar het geruis van het water langs de romp en een laag rommelt geluid als de wind de zeilen plaagt.

7 februari 2008 – 10 30 Z / 35 07 W
Jan slaapt. De nacht is inktzwart en ik moet turen om onderscheid te kunnen maken tussen hemel en aarde. De sterren verdwijnen regelmatig achter grote donkere wolken. Net voor de wolk neemt de wind toe om af te sterven als we er recht onder zitten.   

Vandaag is mijn vader jarig. Ik voel me verdrietig. Wat doe ik hier? Onzin natuurlijk want dit is nu eenmaal een consequentie van de keuze die we hebben gemaakt, maar dat is de ratio die spreekt en in dit geval krijgt die geen overhand. Zodra het licht wordt zingen we gezamenlijk in de kuip alle verjaarsliedjes die we kennen en ik doe het later nog eens dunnetjes over op mijn harmonica.

8 februari 2008 – 08 42 Z / 33 59 W
Vanochtend hebben we voor het eerst contact met de Engelssprekende schepen waarmee we een netje vormen voorafgaand aan het Franse net. Met Dutch Link kunnen we zelfs gewoon Nederlands spreken want Janette is Nederlandse en Mike een uitstekend Nederlands sprekende Engelsman.

Het is prachtig zeilweer en met een knik in de schoot schieten we aardig op, richting doel. De oceaan toont zich vriendelijk met een lichte deining en weinig golfslag. Aangezien we al een tijdje geen spatwater meer aan dek hebben gehad mag de buiskap omlaag. Ondanks dat deze een geweldige bescherming biedt tegen wind water en zon, blijft het een sta in de weg bij het naar buiten stappen en vormt hij een hindernis in het uitzicht.

Opeens ziet Jan spuiters aan stuurboord. Drie grote sproei fonteinen water die wit uit het koningsblauw omhoog spuiten. Walvissen! Ik zoek naarstig naar mijn bril en zie zodoende de staarten van de drie in de diepte verdwijnende kolossen niet boven water uitkomen. Jan is er helemaal vol van. “Drie staarten Jo drie, van die zoals je het in een film ziet.”
Tien minuten later zien we twee fonteinen aan bakboord. We verleggen onze koers dat met deze wind goed kan en kunnen ze tot zo’n vijftig meter naderen terwijl ze wat aan de oppervlakte grasduinen. En dan terwijl ik met mijn camera op de voorpiek sta, kromt de grootste zijn rug. Eerst wordt zijn kleine rugvinnetje zichtbaar, dan de hoek van het lijf met de aanzet van de staart en dan jawel, precies zoals op de plaatjes, de machtige staart waar het water met stromen vanaf stort.
Hij of zij verheft de staart tot volledig vertikaal en verdwijnt rechtstandig de diepte in. Z’n maatje volgt, waarschijnlijk een jong want deze verdwijnt onder water zonder een echte duik te maken. Even later zijn er nog twee, nu weer aan stuurboord. Deze blijven op afstand en duiken weg zodra we koers wijzigen. Aan de richting en hoogte van het sproeiwater kunnen we opmaken dat het hier om potvissen gaat.

9 februari 2008 – 06 36 Z / 33 09 W
De maan doet het nog steeds niet. Ondanks haar afwezigheid is de horizon vannacht goed te onderscheiden. Her en der bedekt een donkere vlek de sterrenbeelden.
Het is een plezier om wakker te worden, zittend in de kajuitopening, met de wind in mijn gezicht.

Pff splatsch, pff splatch, ik hoor ze eerder dan dat ik ze kan zien. Pas als ze vlak bij de romp opduiken zie ik de ondertussen bekende groen oplichtende zeevonk explosies die ze veroorzaken als ze kracht zetten met hun staart. Heerlijk, ze zijn er weer. Het is lang geleden dat ze echt rondom Witte Raaf bleven dartelen maar dat maken ze nu meer dan goed. Atlantic spotted denk ik dat het zijn want ik hoor ze ademen en hun wit oplichtende schuimsporen tonen korte scherpe zwenkingen. Ze blijven ruim een half uur rond ons opduiken en dan opeens is er alleen het ruisen van het water, ze zijn weer vertrokken.  

De dolfijnen zijn terug. Terwijl ik aan de computer zit te schrijven hoor ik hun lijven op het water klappen. Ik denk dat ze komen kijken naar het voor hun onbekende licht van het beeldscherm dat door de ramen naar buiten schijnt en daarom opspringen. Als een verblind konijn staar ik in het duister terwijl ik ze probeer te ontwaren maar mijn ogen zien niets door de overdaad aan licht en dus er zit niets anders op dan gewoon genieten van de geluiden die ze maken met hun capriolen.

10 februari 2008 – 04 27 Z / 32 32 W
In de verte doemen lichtjes op aan de horizon. We hebben het weer gevonden. Langzaam naderen we de donkere rotsmassa aan de zuidkust van Fernando de Noronha. Een eruptie die vanuit de diepte omhoog geduwd is en nu een waar natuurparadijs vormt. Zo’n 375 km verwijderd van de kust van het Braziliaanse vasteland en omringt door het onmetelijke blauw van de Atlantische oceaan. Terwijl het ochtendgloren langzaam de overhand krijgt over het nachtelijk duister varen we langs hoog oprijzende rotsen waaronder Morro do Pico. Een hoge puntige rots die nog het meeste lijkt op een naar de hemel wijzende fallus.

Er is hier maar één baai waar geankerd mag worden. Het eiland staat onder strenge bewaking van natuurbeschermers en er is een lange lijst van regels waar een ieder die het eiland wil bezoeken zich aan moet houden.
Er liggen al een flink aantal Iles de Soleil schepen voor anker. Voorzichtig zoeken we onze weg en laten we ons anker vallen op een open plek midden in de groep. Na een heerlijk koud biertje eerst maar eens een uurtje slapen.

’s Middags worden we verwacht aan de wal voor een briefing van de organisatie. De scheepspapieren en paspoorten moeten worden ingeleverd zodat de plaatselijke autoriteiten deze kunnen controleren en er is informatie over de mogelijkheden die het eiland biedt. Het strandje voor de baai lijkt wel een tweedehands dinghy verkooppunt met al die op het strand getrokken BB’s.

We vallen met onze neus in de boter want deze week zijn er internationale surf wedstrijden. Verder is volgens zeggen de onderwaterwereld een waar duikers paradijs. Rondom liggen verschillende prachtige stranden en er is een baai waar de groene schildpad en de hawksbill schilpad in ondiep water huizen waar vanuit ze hun eieren leggen op het aanliggende strand. Genoeg te doen en te zien dus maar
Het oude centrum van Salvador ligt op een heuvel met aan de voet de marina waar we eind januari
Recht tegenover de marina ligt dit oude fort dat gebouwd is door de Portugezen om de baai te beschermen tegen indringers.
Terwijl wij zeil zetten naar Ipakaripa verdwijnt de stad langzaam maar zeker in een forse bui. Het samenspel van zon en regen levert iedere keer opnieuw prachtige plaatjes op.  
Ipakaripa, een paradijselijk eiland van rust en schoonheid op nog geen uur varen van Salvador. Even geen herrie en drukte, .........
Alhoewel, ...........carnaval
Kan natuurlijk niet als
herrie worden betiteld.
Samen met Scorch laten we de nog steeds dreunende bruisende stad Salvador achter ons en zetten we
Op nog geen vijftig meter van Witte Raaf duikt deze potvis onder en toont daarbij haar machtige staart.