Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 22 Potro Santo & Madera


São miguel > Porto Santomaandag 6 augustus 2007
Afscheid blijft een lastig ding maar de einder lokt en nieuwe ontdekkingen zijn een voortvloeisel uit het loslaten van het bekende. We zwaaien tot we de havenhoek om zijn en ruimen daarna alle lijnen en stootwillen onderdeks. Alleen BB blijft dit keer, in verband met het verwachte rustige weer, vastgesjord aan dek.
Dit is het einde van ons bezoek aan de Azoren. Tweeënhalve maand hebben we hier doorgebracht en we zijn beiden intens blij dat we voor deze toch afwijkende route hebben gekozen. Hierdoor hebben we alle rust en tijd gehad om een aantal van de eilanden echt te bekijken. En dat zijn ze ons inziens stuk voor stuk, anders, beslist waard. Dag lieve gastvrije mensen, dat prachtige natuur, tot wie weet op onze terugreis over een jaar of wat.
We vertrekken anders dit keer. Veel minder gespannen en goed uitgerust. Het is stralend weer en er staat zoals voorspeld geen zuchtje wind. De eerste 24 uur zullen we naar verwachting de motor moeten gebruiken en pas morgenmiddag de dan opstekende wind oppikken. Als de voorspelling klopt kunnen we daarna tot aan Porto Santo zeilen. Ondertussen speuren we de horizon af naar waterfonteintjes en/of uit het water opspringende giganten terwijl we luisteren naar de Portugese uitkijkers die over de radio de “wale-watch” bootjes in rap Portugees aanwijzingen geven over de te volgen koers.
Een prachtig blauw oplichtende oceaan met hier en daar een stormvogel strekt zich uit tot aan de horizon.  Aan het eind van het eiland zien we dolfijnen aankomen en opeens zijn we omsingeld. Honderden, overal rondom de Raaf springend, duikelend, dartelend,  waar we ook maar kijken. Minstens twintig tuimelaars die elkaar voor onze boeg verdringen om even in de boeggolf meegezogen te kunnen worden. Soms zwemmen ze met z’n vieren boven elkaar en dan ook nog zij aan zij terwijl ze regelmatig omhoog kijken om zich ervan te vergewissen dat we goed zien hoe leuk ze zijn. Dan zwenken ze weer rakelings langs, onder en boven elkaar langs zonder dat ze elkaar raken. In volledige harmonie. Alsof we door een span dolfijnen worden voortgetrokken. Na zo’n tien minuten dollen wordt het sein vertrek gegeven en zien we ze richting de kust verdwijnen. We voelen ons echt witte raven!
Na een half uurtje loopt onze vislijn uit en vangen we een dorado. Lekker een vers maaltje vis onderweg. Vijf minuten later passeren we een vissersbootje waar vier vissers aan een stuk door tonijnen boven water halen. Dat willen wij ook wel dus tegen alle boordregels in gaat inky nogmaals overboord. Sinds Jan het boek ‘Mango aan boord’ heeft gelezen moet ik (een vrouw) op het aas spugen voordat het te water gaat. Dit bijgeloof zou de vangst stimuleren dus oké dan maar. Hij ligt nog niet in het water of bingo daar gaat de lijn weer. Maar niks geen tonijn, er hangt weer zo’n prachtige goudgroene joekel aan. Die hebben we al dus halen we voorzichtig de haak uit zijn lip en geven hem de vrijheid. Hij schiet weg. Die zal de eerste keer wel even moed moeten verzamelen voordat hij weer naar een inktvisje hapt. Voor ons voldoende reden om inky niet meer uit te gooien.
We laten het eiland achter ons en opeens, het lijkt wel een safari, ziet Jan twee grote ruggen met kleine vinnen. Twee walvissen die op hun gemak aan de oppervlakte zwemmen. Als we motorvermogen terugnemen om naar ze toe te varen, verdwijnen ze de diepte in.  
Waren het potvissen die geen zin hadden in pottenkijkers?

Er dobbert een donkerbruine schilpad voorbij, of beter gezegd wij passeren zijn dobberspoor. Het is een grote dit keer, zonder lifters op z’n rug. Zonder zijn kop op te tillen draait hij met ons mee. Kijkt hij ons na? Dag leukerd, goeie reis!

Eén vin voor de boeg. Snel naar het voordek. Als dolfijnen zich niet gezien weten verdwijnen ze net zo stil als dat ze zijn gekomen. Het is een gevlekte die blijkbaar met signalen de rest van de school laat weten dat er enthousiast publiek is, want opeens vanuit het niets zijn er wel twintig. Twee lichtgrijze jongelingen spelen ‘stuivertje wisselen’ voor de boeg terwijl de rest in formatie aan bakboord mee zwemt. Ze verdwijnen zoals ze kwamen. Eén kleine grijze komt nog gauw even terug om te dag zeggen en volgt daarna de anderen.
Een oranje reddingsboei doemt op. We proberen hem op te pikken maar hij is al te ver volgezogen met water en dus te zwaar. Heeft hij tijdens dienst zijn inhoud verloren of is hij van een schip gevallen? We hopen het laatste. Nu biedt hij bescherming aan een aantal vissen die zich eronder schuilhouden zodat ze niet gezien worden door hongerige meeuwen of stormvogels.
De schemer treed in nadat de zon zich achter de horizon heeft laten wegzakken. Geen wind maar een dag vol van indrukwekkend mooi oceaanleven.
a het eten stellen we de wacht in en ga ik als eerste te kooi. Rond 21.00 uur heeft Jan radiocontact met Rudi en Marijke van de Lissy. Zij liggen momenteel in Porto Santo en wachten daar op ons.
Om twaalf uur roept Jan me. De eerste nacht. Het is donker als ik opkom. Langzaam wakker worden, vertraagd mijn waarneming. Zwarte vegen verstoppen op sommige plekken de sterren. Hemel en water zijn niet met het oog te scheiden.
De belofte van de maan tekent zich af op de onderkant van het wolkendek. Haar licht doet de melkweg verbleken. Langzaam verheft de maan zich boven een wolkenflard. Ze vertoont zich vannacht als een geelgouden sikkel hangend op haar rug, als een luie kuipstoel die plaats biedt aan al dat ze met haar licht doet verdwijnen.
Als een ware dyslecticus plak ik in eerste instantie in gedachten een steel aan haar waardoor ze een omgekeerde letter p (=première) vormt. Gelukkig komt mijn geheugen  in opstand door het prachtige beeld dat ze een dikke week geleden vormde in vol wasdom.
Gek eigenlijk, die goeie oude zon is een vaststaand immer terugkerend gegeven. Altijd trouw in dezelfde vorm aanwezig. Zonder sterven en/of wedergeboorte trekt hij iedere dag zijn spoor langs ons blikveld. Dit in tegenstelling tot de maan die zich vannacht bijvoorbeeld pas om 01.00 uur vertoont. Niet alleen neemt ze een paar uur vrij, uren die ze door de zon laat opknappen, ook toont ze zich iedere nacht in een andere hoedanigheid in een fascinerende cyclus van sterven en wedergeboorte die ze in 28 etmalen weergeeft, in sierlijke frivoliteit, wispelturig en veranderlijk. Geen wonder dat ze de maan als vrouwelijk betitelen. Of mag ik dat niet zeggen?
Door de komst van de maan is de onmetelijkheid van het water aan banden gelegd. Haar schijnsel toont de horizon waardoor mijn wereld wordt omlijnt. Alleen omhoog kijkend houdt de onmetelijkheid stand. Satellieten speuren wordt makkelijker nu de minder sterk verlichte hemellichamen zijn vervaagd. Op een schommelend schip is dit soms lastig omdat ik als uitgangspunt beweeg. Dit maakt mij als uitgangspunt onbruikbaar dus gebruik ik een heldere ster als vast punt om vast te kunnen stellen of de positie ten opzichte van de andere veranderd. En nu maar hopen dat mijn heldere uitgangspunt niet net de gezochte satelliet is.  
Rond 13.00 uur steekt zoals voorspeld de wind op en kan de motor naar bed. Niet half maar meer aan de wind maken we een gemiddelde van vijf knopen waar we dik tevreden mee zijn na al die uren motorgebrom. Met de wind komen de golven waardoor we regelmatig water aan dek krijgen dus gaan de vloerluiken open. Wel water aan dek onder helling en geen water in de bildge, joepie ons waterdichte schot is nu echt waterdicht!!!

In vergelijk met onze vorige grote oversteek is deze passage een eitje. We slapen beiden goed als we geen wacht hebben en voelen ons daardoor veel fitter. Ondanks dat de oceaandeining in combinatie met de langzaam hoger wordende golven onze Raaf flink in beweging houdt, hoeven we geen halsbrekende toeren uit te halen om ons van voor naar achteren te bewegen. Wel een kermisattractie maar geen rollercoaster dit keer.
De enige hapering op deze trip vormt de radar die de echo van een vrachtschip op een geheel andere positie weergeeft dan dat hij zich bevindt maar dat is met dit heldere weer met het blote oog goed waar te nemen. Aan stuurboord is aan de horizon de nachtelijke verlichting van Madeira zichtbaar.

Iedere dag worden we bezocht door dolfijnen die even komen dollen en de laatste dag mag na een heerlijke verse vismaaltijd de vislijn weer uit in de hoop een visje te verschalken voor Rudi en Marijke. Mijn spuug moet wel heel krachtig zijn want het lokt een ruim 80 centimeter lange mannetjesdorado aan de haak.
06.00 uur, aan de horizon verrijzen in het tere licht van de ochtendstond vier scherp gelijnde grijze puntjes. Porto Santo in zicht!
Het laatste stuk kan de knik in de schoot en varen we met zo’n zes mijl naar het meest zuidwestelijke puntje langs een schitterend veelkleurige hoge rotswand  Dag kleine schilpad, zo’n 500 mijl naar het westen dobbert een soortgenoot van je.   

Porto Santo - Vrijdag 10 augustus 2007
Voor de haven worden we binnen gehaald zoals ze ons tweeënhalve maand geleden hebben uitgezwaaid. Een vrolijke bruinverbrande Rudi en Marijke die ons in hun dinghy enthousiast tegemoet varen terwijl ze ons welkom heten in Porto Santo. Na 1000 kilometer, 101 uur varen waarvan we driekwart hebben kunnen zeilen, is onze tweede oversteek een feit. Na een bezoek aan de havenautoriteiten en de douane, een heerlijke douche en een zoetwater wasbeurt voor onze Raaf laten we ons anker vallen in de havenkom, naast de Lissy.
’s Avonds verorberen we met z’n vieren, in de kuip van onze buren, onze laatste uiterst smakelijke vangst. Terwijl we onze ervaringen van de afgelopen tijd uitwisselen valt er een oog op de toch wel hele vreemde positie van onze radardome (het plastiek omhulsel) die op een beugel aan de mast is bevestigd. Hij hangt een beetje schuin voorover gekiept alsof hij ieder moment omlaag kan komen ‘’zeilen”. Geen wonder dat hij zulke afwijkende waardes aangaf. Morgen is er weer een dag, nu eerst maar eens een boerennacht maken.

Marijke en Rudi besluiten nog een dagje te blijven en Rudi biedt aan om te helpen met het omhoog draaien van Jan. Hierdoor kan Jan zelf de mast in, iets dat ik persoonlijk  erg fijn vind omdat ik sinds een tijdje kriebels in mijn benen en buik krijg bij hoogtes en tegelijkertijd kan Jan nu zelf direct observeren wat er aan de hand is en hoe het, het beste kan worden opgelost.
Het is meer dan fantastisch, onze beschermengel of liever die van onze Raaf heeft  tijdens de afgelopen oversteek wel heel erg hard moeten werken om de radar voor een val te behoeden. De dome met daarin de radarscanner hangt nog maar op één moer. De overige drie zijn verdwenen.
Met twee takeltjes omhoog en een aantal acrobatische toeren van Jan aldaar, is het probleem verholpen en staat de radar weer keurig in lijn op zijn beugel. Ditmaal met moeren die niet uit zichzelf los kunnen trillen.
Na een nachtelijke test met broodmeel vertrekt de Lissy de volgende ochtend met de helft van het resultaat. Zij hebben alweer lang genoeg op Porto Santo gelegen en gaan verder richting Madeira en de Canarische eilanden.

Porto Santo is na ons verblijf op de Azoren, in ieder opzicht een terugkomst in de bewoonde wereld. Op het eiland waar in de winter maar 5000 inwoners wonen, zijn nu zo´n 20000 mensen aanwezig en aangezien het toerisme de belangrijkste inkomstenbron vormt en het seizoen kort is, is het er druk, heel erg toeristisch en duur.
Voor een schip van onze lengte moet in de Marina aan het steiger, 44 euro per nacht betaald worden terwijl we om te mogen ankeren in de havenbaai, 17 euro per nacht moeten neertellen. Er gaan griezelverhalen dat het ankeren ´buiten´voor het strand, zelfs nog duurder is dan een overnachting in de Marina. Zelfs de voor een weekje strand  overkomende Maderianen klagen steen en been over de te hoge prijzen. Het eiland is zo´n 12 km lang waarvan bijna de gehele zuidkust bestaat uit een 9 km lang wit zandstrand. En dat is wat dit eiland vooral voor de mensen van Madera zo aantrekkelijk maakt daar die op een paar zwarte kiezel-‘zand’stranden na alleen rotskusten hebben.

We huren een auto om het eiland te bekijken en al snel blijkt dat we ons best zullen moeten doen om niet te snel te veel te willen zien want dan zijn we rond voordat we het weten, Rustig aan dus, met hier een daar een stop bij een mooi uitzichtpunt of voor een mooie wandeling.
Woensdag wordt er en gunstige wind verwacht voor de oversteek naar Madeira dus gaan we dinsdagmiddag na overleg met de havenmeester aan het steiger om water en stroom te laden en een was te ‘draaien’ in ons balletje. Rond schemer vertrekken we en leggen we onze Raaf voor de publieke pier op zo’n 20 meter afstand van het strand, achter het anker. Vanuit onze kuip hebben we vanuit hier een prachtig uitzicht op de stad en het verlichte feestterrein rondom de kapel van de heilige Maria.

Porto Santo > Madeira – Baia de Abra – donderdag 16 augustus 2007
Onze bestemming op het eiland Madeira ligt zo’n veertig mijl van hier verwijderd dus we kunnen het rustig aan doen. Om tien uur gaan we anker op en varen we met een langzaam toenemende wind in één ruk naar Baya de Abra. Deze baai ligt aan het meest oostelijke puntje van het eiland en is volledig omsingeld door grillig gevormde, prachtige gekleurde, kale rotswanden.
Het is hier meer dan prachtig maar de weersomstandigheden met een zwaar bewolkte hemel en gierende valwinden die via de bergruggen omlaag komen denderen, waardoor de Raaf aan haar ankerketting sleurt, maken de eerste dag niet uitnodigend om op onderzoek uit te gaan. De volgende dag piept de zon tevoorschijn dat onmiddellijk uitnodigt tot een frisse duik in het prachtige heldere water. Maar aangezien de wind volgens de verwachting nog wel een paar dagen zal aanhouden en de deining al gestaag opbouwt en de baai inkomt, besluiten we te verkassen naar Funchal en hier terug te keren als het weer rustiger is.

Baia de Abra > Funchal – vrijdag 17 augustus 2007
Onderweg pikken we de Lissy , met Rudi en Marijke op die in Machico liggen, waarna we verder gezamenlijk opzeilen langs de prachtige groene, druk bebouwde zuidoost kust van Madeira. We passeren onder andere de landingsbaan die gedeeltelijk aan het eiland is vast gebouwd en rust op talloze reusachtige palen. En dan te bedenken dat ik toch vele malen op dat beton ben geland zonder te weten dat daaronder water lag.   
Als we bij Funchal de hoek om komen varen we de luwte in waar de zuidwest kant zich meestal in wentelt. We laten ons anker vallen voor de havenmuur op zo’n tien meter van het strand. De Lissy  gaat een kijkje nemen in de jachthaven waar ze een mooi plekje krijgt toegewezen aan de kademuur.
Ondertussen flitsen de SMSjes tussen Pio en Eva, die twee weken vakantie doorbrengen op Madeira, en de Raaf heen en weer. Ze hebben deze vakantie geboekt zonder te weten dat wij hier mogelijk zouden zijn. Bijzonder dat dit zonder planning zo mag lopen. Ze hebben allerlei handige zaken waaronder een internet antenne voor ons uit NL mee genomen die ze mee zullen brengen als ze maandag een dagje met ons gaan zeilen.

Op zaterdag breng ik samen met Marijke een bezoek aan de versmarkt die in alle documentatie wordt geroemd. Oude vrouwtjes in klederdracht verkopen fel gekleurde uitzonderlijk gevormde bloemen, waaronder de vogelkopbloem en de eerste en tweede verdieping staan vol met marktkramen hoog opgetast met groente, kruiden en fruit. De fruitkramen boven lijken er meer te staan voor de toeristen dan voor de gewone handel en her en der worden ons verschillende voorproefjes aangeboden van de verschillende passievruchten die tot mooie stapeltjes zijn opgebouwd. De verkopers lijken er niet voor hun lol te staan maar puur voor de omzet waardoor ze nogal stuurs overkomen. We complimenteren de jongedame die ons helpt omdat ze glimlacht. Mogelijk mede hierdoor verteld ze ons nadat onze koop gesloten is dat ze op de aangeboden voorproefjes suiker doen om ze zoeter te laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Jammer dat de commercie ook hier zijn intrede heeft gedaan op een dusdanige wijze dat aan eerlijkheid voorbij gegaan wordt.
Pio en Eva staan om elf uur op de kade en Jan haalt ze op met BB. Geweldig toch, twee Noordwijkers die zomaar bij ons op de koffie komen.
Pio was de tienduizendste bezoeker van onze website en nu kan hij mooi zijn prijs persoonlijk in ontvangst komen nemen. Tijdens het anker op ervaren ze direct wat het betekend om op een schip te leven. De ankerlier laat het af weten zoals er wel vaker iets hapert aan boord. Gelukkig krijgen ze hem samen omhoog waarna we een genoeglijke middag rondvaren langs de zuidwest kust van het eiland. Het enige dat ontbreekt zijn de dolfijnen en walvissen, maar zeg nu zelf, je kunt niet alles hebben, toch?  
Na de officiële speech die nu eenmaal bij een prijsuitreiking hoort en een gezellig etentje zit het er weer op voor ze. Nog één dagje zon en dan vliegen ze terug naar Nederland. Dag lieve mensen, heerlijk dat jullie een dagje getuige konden zijn van ons leven op de Raaf.
Het Madeira Archipel staat al op Genuese zeekaarten uit 1351 maar is pas in 1420 door Joao Goncalves Zarco, aan de Portugese bezittingen toegevoegd. Twee jaren later dan Porto Santo dat in vergelijk een kaal en droog bezit bleek. Madeira, wat hout betekend, is daarentegen een prachtig dicht bebost eiland, rijk aan vers water.
Kolonisten brachten slaven binnen die terrassen en irrigatiekanalen (levadas) aanlegden waardoor nu ieder stukje van het eiland bebouwd kan worden. Langs de levadas zijn onderhoudspaden aangelegd die heden ten dagen ook als wandelpaden worden gebruikt. Madeira is mede hierdoor een populaire vakantiebestemming voor wandelaars en plantenliefhebbers. Op aanraden van voorgangers besluiten we dit eiland te bekijken met het lokale busvervoer omdat volgens zeggen de lokale chauffeurs ware coureurs zijn. Op de voorste bank zitten moet een uitdaging zijn.
Zo nemen we de bus naar Ribeiro Frio waar vandaan we een wandeling van 12 km naar Portela ondernemen. Het is nog vroeg maar de bus zit al stampvol. Goede schoenen en stalen zenuwen vanwege de ravijnen zijn volgens onze gids een vereiste. De levadas lopen inderdaad soms over richeltjes met als enige scheiding een dun ijzerdraadje en door tunnels en kloven waar het goed oppassen is waar je je voeten neerzet maar dan zie je ook een schitterend stukje van het eiland.
Ook de westkant van het eiland doen we met de bus. Om op tijd te zijn nemen we een taxie naar het buiten de stad liggende busstation. Onze taxichauffeur vindt het belachelijk dat we deze trip met de bus doen en klaagt steen en been over de “stupid toerists”. Zijn wij even blij dat we voor de bus gekozen hebben, je zal een hele dag met zo’n man opgescheept zitten!.
Met een vertrek om 08.00 uur rijden we met twee keer een tussenstop van een kwartier, met een comfortabele touringcar, dwars over het eiland naar het meest noordelijke puntje. Hier hebben we een stop van vier uur waarna we via de zuidwestkust terug rijden naar Funchal. Een prachtige route die ons een goede indruk geeft van de westkant van Madeira.
De dag daarna staat in het teken van klussen en Jan haalt de ankerlier uit elkaar om het probleem te detecteren. De oorzaak ligt bij de electro-motor die door een kleine opening zout water binnen heeft gekregen.  Zoals bijna alles kan ook hij niet tegen zout. De kop is gedeeltelijk weggevreten en twee van de drie veertjes die druk uitoefenen op de koolborstels zijn verdwenen. Jan gaat op jacht maar ondanks alle meedenkers slaagt hij er toch niet in om met de juiste veertjes terug te komen terwijl een nieuwe passende electro-motor hier al helemaal niet te krijgen is. Er zit dus niets anders op dan het anker handmatig te hieuwen en elders te kijken naar de juiste onderdelen.
Ondertussen zijn Rudi en Marijke onderweg naar de Canarische eilanden. Iedere avond hebben we contact via de radio en zoals het er nu uitziet hebben ze een razendsnelle overtocht. Toen ze voor zichzelf een toegangsbewijs haalden voor een eventuele stop op de Ilhas Desertas en/of Ilhas Selvagens hebben ze deze ook direct voor ons  mee genomen.  
De komende dagen wordt er rustig weer verwacht wat een bezoek aan Ilhas Desertas mogelijk maakt. Het gaat hier om drie onbewoonde eilanden die vallen onder natuurbescherming en waar je alleen bij isla Grande met een toegangsbewijs, maximaal twee nachten mag ankeren. Aangezien we van daaruit waarschijnlijk terug willen naar Praia de Abra, waar ook geen faciliteiten zijn, besluiten we een nachtje in de jachthaven door te brengen zodat we water kunnen tanken en onze accu’s kunnen opladen.

Funchal > Islha Desertas – zondag 26 augustus 2007
Om 14.30 uur zijn we klaar. Water getankt, boodschappen gehaald en de accu’s zijn weer 100% opgeladen. Er staat weinig wind maar dat wisten we. We volgen met een rustig gangetje de twee catamarans en een houten bark die net met toeristen uitvaren op  dolfijn en walvis’jacht’. Opeens zien we ze in de verte samenscholen dus gaat bij ons het gas er op. Gehaakte zwarte vinnen splijten het water naast één van de catamarans. Het is een indrukwekkend grote groep pilot whales die bedaard rondom de schepen zwemmen. Na een minuut of tien houden de andere schepen het voor gezien. Ze moeten terug naar Funchal. Wij laten ons drijven terwijl we omringd worden door de school. Pvrwschw, Pvrwscwh Pvrwschw, Pvrwschw, Pvrwschw, klinkt het rechts, links, achter en voor ons, als ze de ingeademde lucht uit hun luchtgat op hun kop laten ontsnappen. Ze hebben een vrij ronde kop en als er een rechtstandig opduikt zien we dat net als bij de dolfijnen de bek een glimlach vormt. Achter de rugvin loopt de ruglijn nog een stuk rechtdoor tot de versmalling van de staart. Hier vormt het lijf opeens een hoek omlaag waardoor hij tijdens het duiken een hoekige vorm toont alvorens zijn staart boven water komt.
Alleen wij en zij, nieuwsgierig naar elkaar. Er zijn veel jongen bij de groep die regelmatig naast hun moeder hun koppie uit het water tillen. We dobberen wat rond terwijl ze overal om ons heen opduiken met hun specifieke Pvrwschw. Pas na zo’n 45 minuten trekken ze langzaam verder in tegengestelde richting, de zon tegemoet terwijl wij opnieuw koers zetten naar de Desertas.
Islha Grande is een langgerekte hoge rots met ergens ter hoogte van het midden een soort strekdammetje moet liggen waarachter geankerd mag worden. Onze pilot (gids) waarschuwt ons dat we er niet rechtstreeks achter kunnen duiken in verband met onder water verstopte rotsen dus is het zaak eerst de dam te onderscheiden, dan verder af te zakken en dicht onder de rotswand terug op te koersen tot vlak ander de dam. De laagstaande zon kleurt de rots in prachtige aardetinten maar vergemakkelijkt daarmee het zicht niet echt. Pas als we vlak bij zijn ontdekken we twee lage gebouwtjes waardoor we weten dat we goed zitten. De in de pilot genoemde ankerboei is bezet door een bootje van de natuurparkbewakers dus gaan we op eigen anker liggen. Het is er vrij diep, zo’n 10 meter en de draaicirkel tussen de boei, de rotswand en de onderwater griezels is klein dus besluiten we voor het eerst ons ankergewicht aan de ketting te hangen. Dit is een extra stuk lood dat om de ankerketting vast gemaakt wordt. Het glijd omlaag rondom de ketting tot op de bodem. Hier zorgt het ervoor dat het stuk ketting vanaf het gewicht tot aan het anker, netjes plat op de bodem blijft liggen waardoor er hoofdzakelijk horizontale trekkracht op het anker wordt uitgeoefend en zorgt ervoor dat de ankerketting stijl omlaag hangt in plaats via een boogje. Hierdoor wordt de draaicirkel van de Raaf om haar anker veel kleiner. Aan de bovenkant van het gewicht is een touw bevestigd waarmee het weer opgehesen kan worden voordat het anker wordt gelicht.
Na een check door de snorkel zijn we tevreden. Het anker heeft zich netjes ingegraven en het gewicht houdt de ketting netjes op zijn plaats. Na een prachtige zonsondergang laat de maan gelukkig nog wat op zich wachten doordat ze achter het eiland zit. Ze is bijna vol en zodra ze haar zilveren licht over het diepe zwart van de oceaan laat stromen verbleekt alles in haar directe omgeving. Zelfs de stormvogels lijken stiller zodra ze boven de kim uitklimt.
We zijn een nachtje te vroeg gekomen en krijgen toestemming voor een extra nacht.
Het water is hier glashelder en lekker fris maar de diepte is te groot om met snorkel en zwemvliezen de overboord gevallen lepel op te vissen. Jammer genoeg zit er niet voldoende ijzer in waardoor ondanks dat het een leuk spelletjes is om hem er midden op te krijgen, de magneet van Goos en Mo ook geen soelaas biedt.
Tegen schemer ankert er een houten zeilbark uit Funchal achter ons. Aan dek zien we een man of tien zitten die naar de wal lijken te kijken. Ondanks het feit dat het lijkt of ze het koud hebben zien we geen beweging op de wal. Even later komt er een klein rood viskottertje achter hun liggen en nadat hun anker is uitgegooid en hun aggregaat pruttelt, gaat de radio aan. De stilte wordt verscheurd zodra de stem van een overenthousiaste Portugese verslaggever, die een voetbalwedstrijd verslaat, over het water schalt.
Na een kwartiertje zien we het rubber bootje van de bark richting viskottertje varen en even later weer terug. Hebben ze een vrachtje vis opgepikt? Even later gaat de houten bark anker op. Gaan ze in het donker terug naar Madeira? We gokken er lustig op los maar komen er niet meer uit als hij vlak bij ons opnieuw voor anker wil gaan.
De maat komt ons uitleg geven. De bark heeft een groep “logen” aan boord die speciaal hiernaar toegekomen zijn om het geluid van de stormvogel te horen en op te nemen. Zoals we misschien wel kunnen begrijpen is het geluid van de voetbalwedstrijd daarbij erg storend dus is hij naar de visser gevaren met het verzoek of deze, voor deze ene keer, de radio uit wil schakelen. De Portugese vissers blijken geen boodschap te hebben aan een stelletje van ver komende “logen” die naar het monster van Marijke komen luisteren en weigeren aan het verzoek tegemoet te komen. Zodoende zoeken ze nu een plekje zover mogelijk van de visser vandaan en hopen daarbij op ons begrip.
Deze uitleg lost ons gegis op dat we met zekerheid nooit tot een bevredigend einde hadden kunnen brengen. Zeker niet als we zonder uitleg hadden gezien dat ze zich, nog steeds aan dek, in slaapzakken wikkelden en ‘s ochtends tegen schemer allemaal kaars rechtop met verrekijkers op de rotswand gericht omhoog zaten te turen terwijl twee man met een geluidsarm iedere Krie-ieuw-ieuw-ieuw, proberen op te pikken.
De laatste nacht delen we ons paradijs met een Frans zeiljacht en dan is het al weer tijd om verder te gaan. Het weerbericht beloofd zo’n 15 knopen wind uit de goede richting dus we zouden wel gek zijn om daar geen gebruik van te maken. Nadat we het anker gezamenlijk aan dek hebben gesjord richten we