Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 21 Azoren (2)

Terceira - Angra do Heroismo > 20 juni 2007
Angra do Heroismo is een prachtige stad gelegen aan een natuurlijke baai waar de oude zeilschepen in vroeger tijden een veilig heenkomen vonden. Het heeft sterk te lijden gehad onder meerdere vulkaanuitbarstingen, waaronder de laatste van 1980, waarbij tachtig procent van de stad is vernield. Aangezien het tijdens de oudejaarsavond viering gebeurde was het grootste gedeelte van de bevolking buiten waardoor er gelukkig weinig slachtoffers zijn gevallen. Ondertussen is de stad weer in oude glorie herrezen en staat nu onder bescherming van Unesco als werelderfgoed.

In de stad wordt druk gewerkt aan de versiering en de geluidsboxen die overal boven de straten worden opgehangen. Over de balkonhekjes hangen overal kleurige kleden die getuigen van lange avonden van nijvere handarbeid.
Het geeft de stad een kleurrijk aanzicht met als hoofdkleuren rood en geel in kunstig bevestigde vaandels. Het feest van de heilige geest hier op Terceira is een jaarlijks terugkerend spektakel waarvoor veel eilandbewoners van de andere eilanden speciaal overkomen. Volgens een jongeman van São Miguel is Terceira het eiland dat bekend staat vanwege de ongedwongen en vriendschappelijke sfeer. Agressie is hier een niet bestaand fenomeen. Dit blijkt al snel als we onderweg naar de openingsceremonie getuige zijn van het leggen van een gigantische rode loper over het traject waar de optocht zo direct door zal komen. Geen politie, geen dranghekken, gewoon een kleine vrachtwagen vol rollen tapijt en een paar mannen die het tapijt over straat uitrollen terwijl iedereen plaats maakt en hulp biedt. De optocht, in het teken van de drie zustersteden in China, India en Brazilië, begint rond 22.00 uur en houdt aan tot 02.00 uur. Een vier uur durend kleurig spektakel waarbij o.a. piraten om de 50 meter een aanval openen op de Portugese officieren en een prachtige draak bestaande uit zo’n 10 eronder lopende mannen een kunstige onder en tussen elkaar doorlopende dans uitvoeren.

De zondagochtend staat in het teken van stieren. Na mijn ervaring met een stierengevecht in Sevila was ik volkomen klaar met stierenvechten. Zo laf en onsportief met onnodig veel dierenleed. Het mag dan een cultureel aspect zijn maar ik vind het afschuwelijk.
Maar dit blijkt heel anders in zijn werk te gaan. De gezondheid en het welzijn van de stier is het kapitaal van de eigenaar dus ze zijn heel zuinig op ze. De stier heeft een werk en rust tijden regeling waarin is vastgelegd dat ze maar vier keer in de week een half uurtje mogen optreden dus daar kunnen piloten rustig jaloers op zijn. l
As we op de plek arriveren waar straks zes stieren tegelijkertijd losgelaten zullen worden is het al vrij druk. Het plein is al flink vol maar volgens een oud Portugees baasje kunnen we veilig naast hem komen zitten op de trap van een hotel. Zowel tijdens het festijn als erna vragen we ons af of het wel echt zo veilig is, zeker als  de stieren vanuit een straatje recht tegenover ons naar beneden komen denderen. Gelukkig worden ze op het plein dusdanig afgeleid door waaghalzen dat ze steeds links of rechtsaf slaan en ons dus met rust laten.

Rond twee uur s ‘nachts na een optocht van 24 dans- en zanggroepen uit alle dorpen van het eiland worden er grote BBQ’s en lange tafels met daarop wijn en brood, de straat op gedragen en ertussen in worden stapels hout in brand gestoken. Na de stieruitdaging s óchtend is het nu tijd om je moed te tonen door over het vuur te springen terwijl iedereen zich te goed doet aan geroosterde sardientjes, brood en wijn.   

Na een rustige ochtend met wat klussen, het gevangenispak van BB is o.a. eindelijk klaar, staat de middag in het teken van een typische Azoriaanse activiteit, Tourada á corda, een vorm van stierenrennen.
Dit stamt naar alle waarschijnlijkheid uit het jaar 1581, waarin de eilanders bij gebrek aan wapens en op aangeven van een pastoor hun vee het strand op hebben gejaagd om de toen arriverende Spanjaarden te verjagen. Hiermee hebben ze de komst van de Spanjaarden twee jaar kunnen vertragen.

Bij dit stierenrennen wordt een stier in een speciaal hiervoor afgezette straat losgelaten aan een heel lang touw. Dit touw wordt enigszins gecontroleerd door vier mannen die ervoor moeten zorgen dat de stier binnen de op het wegdek geschilderde lijnen blijft. Verder mag hij vrij rondrennen. Het is aan de waaghalzen (mannelijke) van de stad om de horens van de stier aan te raken waarop ze als dit lukt, applaus ontvangen van het publiek. De stier krijgt afhankelijk van de mannen aan het touw, alle vrijheid om achter de uitdagers aan te gaan en krijgt er soms één te pakken die hij dan op de horens neemt. De horens zijn afgedekt met koperen dopjes dus naast veel medeleven en aandacht komen er meestal niet meer dan blauwe plekken en kneuzingen uit voort.
Voor dit spektakel loopt de halve stad uit. Jong en oud, man, vrouw en kinderen, iedereen zit op hiervoor speciaal geplaatste containers of achter houten schotten en muurtjes weggekropen. Het feest is compleet als een stier onverwacht over zo’n muurtje springt waar een hele meute mensen achter verstopt staat. Dan vliegt iedereen opeens alle kanten op tot grote hilariteit van de op dat moment veilige omstanders. Al met al erg leuk om naar te kijken en voor Jan en Jaap om aan mee te doen want die kunnen zich na twee keer kijken niet meer inhouden. Gelukkig zijn ze oud en wijs genoeg om voldoende afstand te houden en nadien zijn ze als kleine jongens die van enthousiasme over hun eigen woorden struikelen terwijl de adrenaline nog in ze rond pompt.

Woensdag beklimmen we Monte Brasil, een heuvel recht tegenover de haven. Een prachtige maar zeer steile wandeling die een mooi uitzicht biedt op de stad. Tot donderdag staan de avonden, de rest van de week, in het kader van verschillende uitvoeringen en optredens van bekende en minder bekende muzikanten en zanger(essen)s waaronder een bloedmooie, prachtig zingende Fado zangeres die speciaal voor het festival uit Lissabon is overgevlogen.
Donderdagmiddag is het weer zo ver, nu mogen de stieren rondrennen aan de haven waarbij ze via de schuine wal het water in kunnen. We besluiten met z’n vieren vanaf het water te gaan kijken dus vandaag mag BB voor het eerst in haar nieuwe pakkie op pad. Het is prachtig weer en we hebben vanuit ons bootje een fantastisch uitzicht op het spektakel terwijl we niet bereikbaar zijn voor horens. De meeste stieren vinden het prachtig om het water in te stuiven en gaan het gevecht aan met de opblaasbare bootjes van een paar uitdagers. Dit tot het verdriet van één van de bootjes die niet bestand blijkt tegen de toch afgedekte horens. Gelukkig blijft de zijkant heel waardoor de jongens die erin zitten niet zinken en de stier niet bij ze kan komen.
De laatste stier doet me nog het meest denken aan Ferdinand. De stier die niet wil vechten en het liefst op z’n billen op de top van zijn heuvel onder zijn boom tussen de klaverbloemen zit weg te dromen.

Een tour met een huurauto over het eiland wordt fantastisch genavigeerd door Laura en we krijgen ondanks dat ook hier de top van de kratermond in de wolken ligt, in één dag een goede indruk. Frappant om te constateren dat dit eiland weer totaal anders is dan de vorige twee die we hebben gezien. Het is relatief vlakker al is het natuurlijk ook vulkanisch met hier en daar een krater en opborreld vulkaangas dat de begroeiing verkleurd tot okergeel. Ook hier overal prachtige hagen blauwe hortensia’s zover het oog reikt en ook hier veel koeien waaronder Fries stamboekvee. Maar toch anders, glooiender, met prachtige groene valleien, wilde bloemen en een andere bebouwing.

Ondertussen lopen de Tarpan, de Vagebond, De Klef en de Wateraap binnen. Deze schepen komen allemaal uit het Caribisch gebied en zijn onderweg terug naar Nederland. Jaap en Laura kennen de bemanning van de Klef en de Wateraap al van de heenreis dus dat is een gezellig weerzien. Erg leuk om de verschillende ervaringen te horen van mensen die de oversteek naar en van de overkant al hebben gedaan.

Na bijna twee weken feest wordt het voor ons tijd om verder te gaan. Jaap en Laura blijven nog een aantal dagen in Angra om wat meer tijd door te brengen met de Dutch gang die vanuit de Azoren terug gaan naar huis.

Angra do Heroismo > Praia da Vitória – 3 juli 2007
Met een rustig windje richting Praia da Victoria is het plan. Zodra we de haven uit zijn gaan we onder zeil en gaat de vislijn uit en voordat de genua goed en wel getrimd is loopt de vislijn uit. Een barracuda van zo’n zeventig centimeter vindt ons aas interessant genoeg om in te bijten. Met het vangen van onze eerste barracuda rijst direct de vraag, is hij veilig om te eten en zo ja hoe kunnen we hem dan het best bereiden. Na consultatie van verschillende boeken en het advies van Jaap via de radio, wordt hij gefileerd en in de goede boter gebakken. Kraakvers stevig wit vlees dat uitstekend smaakt.
We ankeren voor de haveningang op zo’n vijftig meter van het strand zodat we naast de privacy dat ankeren biedt, genoeg hebben te zien.
s ’ochtends zien we een Nederlands schip arriveren en na een praatje blijkt het om Gerrit, een oud collega van Jan, te gaan. Ondanks dat hij hetzelfde vliegtuigtype heeft gevlogen, hebben ze elkaar binnen de KLM gek genoeg nooit ontmoet.
Hij is solo uit Nederland komen overvaren en zijn vrouw Gill vliegt hier over een paar dagen naar toe zodat ze hier samen vakantie kunnen vieren. Het onderwerp van gesprek die avond, terwijl hij een hapje met ons mee eet, mag duidelijk zijn.

Praia da Vitória > Velas – zaterdag 7 juli 2007
De windvoorspelling ziet er voor Graciosa niet goed uit. In de ankerbaai komt met deze wind de swell binnen dus besluiten we  door te varen naar Faial. Onderweg doet de wind alles behalve dat wat er voorspeld is waardoor we grotendeels motorzeilend voortgang boeken. Aangezien rondom de Azoren walvissen huizen zijn we beiden op onze qui-vive en turen om en om de horizon af naar ‘spuiters’. Dit zijn waterfonteinen die walvissen die uit de diepte opduiken creëren middels hun uitademing.
Geen waterfonteinen maar wel drie scherp getekende vinnen die recht op ons afzwemmen. Op het moment dat ik Jan er op attent wil maken duiken ze weg en zien we de daaropvolgende minuten niets meer. En dan opeens uit het niets, duiken volkomen synchroon, twee grote tuimelaars van ieder zo’n drieëneenhalve meter op twee meter van onze romp op uit het water. Ze springen minstens twee meter hoog het water uit waarna ze ons jubelend en vol ontzag achterlaten en weer in de diepte verdwijnen. Niets geen aangeleerd gedrag, geen trainers en/of ballen, gewoon puur natuur. We ervaren het beiden als een groet die ze ons gezamenlijk komen brengen en raken er de gehele dag niet over uitgesproken.

Aangezien het met de wind niet op wil schieten besluiten we ons doel nogmaals te wijzigen en zetten we koers naar de hoofdstad van het dichterbij liggende São Jorge, Velas.
São Jorge is een lang, smal bergachtig eiland, 56 km lang en 8 km breed. Langs de noordkust rijzen 480 m hoge kliffen loodrecht uit zee. De zuidkust loopt hier en dar glooiend af waardoor het toegankelijk is. Het eiland is onder andere bekend om zijn heerlijke rookkaas.
We arriveren tegen schemer en de baai blijkt vol te liggen met schepen dus ankeren we vrij ver naar buiten op twintig meter water. Dit is de eerste keer dat we zo diep ankeren en dus best spannend maar al gauw blijkt dat het anker houdt dus na het bereiden van de maaltijd eten we in de kuip en laten we de omgeving op ons inwerken.
We liggen vlak bij hoge rotsen waar, zodra het donker wordt, duizenden stormvogels hun slaapplaats blijken te zoeken. Het is een kabaal van jewelste als ze aanvliegen terwijl we ze gedurende de dag nooit enig geluid hebben horen maken. Krie-ieuw-ieuw-ieuw, krie-ieuw-ieuw-ieuw, krie-ieuw-ieuw-ieuw klinkt het links, rechts voor, achter en boven ons. Jan probeert met de meest fraaie imitaties met ze te communiceren maar die leidt niet tot nader contact. Als ze allemaal hun plekje hebben gevonden kalmeren ze en worden we alleen nog door een enkele laatkomer op de gezellige roep getrakteerd.
Na een vrij onrustige nacht door een inkomende golfslag besluiten we na het ontbijt, een bezoek te brengen aan het stadje. BB gaat te water en Jan heeft binnen de kortste keren de buitenboordmotor achterop hangen. Aangezien deze nogal zwaar is heeft mijn schipper hier een takelsysteem voor ontwikkeld dat uitstekend werkt.
De zee is nog steeds onrustig en voordat we het weten krijgen we een paar golven achterin waardoor we niet echt droog aan de wal komen maar dat mag de pret niet drukken. Nadat we bij de havenautoriteiten zijn langs geweest, brengen we een bezoek aan het VVV om te informeren naar de bijzonderheden van de stad. Met onze Raaf zover buiten de baai willen we niet te ver weg dus we beperken ons tot de bezoek aan de directe omgeving waar vanuit we de plaatselijke weersomstandigheden in de gaten kunnen houden.  
We vallen onverwacht met onze neus in de Azoriaanse boter. Vandaag is de laatste dag van hun zomerfestival met ’s middags stierenrennen aan de haven en ’s avonds verschillende muzikale optredens op het feestterrein.
Tijdens onze tocht terug naar de Raaf, maken we weer water met BB, nu komen de golven van recht vooruit dus besteed ik de komende uren aan het fabriceren van een spatzeil zodat we straks de camera droog over kunnen brengen.

Het stierenrennen is ook hier een spektakel. Het vindt plaats op de kade waar een grote rechthoek aan drie zijden is afgezet met scheepscontainers waar het publiek een mooi uitzicht heeft op het geheel. Eén lange zijde aan de waterkant is opengehouden en dit biedt een grappige vluchtweg voor de waaghalzen die voor de aanstormende stier moeten uitwijken. Verschillende jonge mannen proberen de stier uit te dagen om hun te volgen bij hun sprong in het water maar gelukkig is deze wijs genoeg zich niet te laten uitlokken. Hij stopt tijdig terwijl hij zo wel een hele rij knullen van de kademuur het water in dwingt.  
Gelukkig heeft Jan tijdens het spektakel op Terceira voldoende adrenaline tot zich genomen waardoor hij nu hoog en veilig vanaf een container, gezellig naast me zit te genieten.
Het muziek arrangement begint met drie optredens van studentenverenigingen van de omliggende eilanden die elkaar met scherts, muziek, dans en vaandelzwaaien de loef af proberen te steken. De avond en het festival wordt afgesloten met een optreden van een fantastische band van het vasteland die verschillende muziekgenres ten gehore brengt. Rond één uur houden we het voor gezien waarna we met BB onder een overweldigende sterrenhemel Raafwaarts sturen. Misschien was een zaklantaarn als verlichting nu toch wel een goed idee geweest. Een goede les voor de volgende keer.

Velas > Horta – maandag 9 juli 2007
Het is stralend weer met een lekker briesje. Na een rustig ontbijt besluiten we ankerop te gaan richting Horta, de hoofdstad van Faial. De wind komt uit de goede richting en blaast ons de eerste paar uur met een aardig vaartje westwaarts. Dan opeens is het op dus dobberen we de komende paar uur op de meestaande stroom met een slakkengangetje langs de kust van het eiland Pico terwijl we ons uitgebreid douchen op het achterdek. Tussen Pico en Faial staat nogal wat stroom tegen dus zit er niets anders op dan het laatste stukje naar Horta, te motoren.

Horta onder zeilers ook wel het zeilersmekka van de Atlantische oceaan genoemd. “Je moet er geweest zijn”, zoemt het rond. Deze haven dient voor de overstekende zeilers vanuit de US als rustpunt en springplank voor de tocht naar het vasteland van Europa. Wie Horta zegt, zegt Café Sport. Een klein edoch gezellig café aan de haven waar zeilers elkaar treffen en waar onder het genot van een biertje, ervaringen tot meeslepende avonturen groeien.  
De haven ligt vol maar voor onze Raaf is er nog een plekje naast twee anderen aan de kademuur. Alle muren rondom de haven zijn beschilderd met fraaie en minder fraaie scheepsuitingen. De traditie wil dat iedere bemanning die Horta aandoet, een merkteken achterlaat. Doet men dit niet dan brengt het net als vertrek op vrijdag, ongeluk.
Reden genoeg voor ons om een mooi plekje uit te zoeken en alvast na te denken over een ontwerp. Natuurlijk moet ons logo van de Witte Raaf erin en na drie dagen prutsen en rommelen staat hij er naar tevredenheid op. Een gezellige klus met veel aanspraak van langs wandelend publiek en medeschilders.
Na een paar dagen komen Jaap en Laura met de Margalitti en Edo en Marieke met hun Klef vanuit Graciosa, de Gillian met Gerrit en Gill vanuit Terceira en de Schoonheyt met Ab en Agaath vanuit Sao George, binnen. Nog een paar dagen later lopen de Diederik met Charles en Jeannette en de Moja met Sjoerd en Clair vanuit Bermuda binnen. Zo lig je als enige met een Nederlandse vlag in de haven, zo liggen er opeens zeven. Naast de nodige aanloop leidt dit tot een gezellige borrel op de kade en ook tijdens een pianoconcert in het meer dan schattige theatertje, zijn de Nederlanders goed vertegenwoordigt.

Met Gerrit en Gill van de Gillian bezoeken we met een snelle ferry het eiland Pico alwaar we een auto huren voor een rondje eiland. Pico is het ‘jongste’ eiland van de Azoren en wordt gekenmerkt door de majestueuze, 2350 m hoge, tot in de wolken rijkende vulkaan, die niet alleen de hoogste berg van Portugal is maar ook de hoogste top van het grootste gebergte ter wereld, de Midden-Atlantische Rug. De zuidkant van het eiland is ruig en rijkelijk begroeit met wilde orchideeën en andere bloemen. Gelukkig weten Gerrit en Gill veel van flora waardoor we er heel veel kunnen thuisbrengen, tot zelfs de Penis Agraricus, Giganticus, toe.
Voor het beklimmen van de vulkaan heb je een hele dag en een goede conditie nodig dus dat stellen we uit tot de volgende keer dat we hier zijn. Je moet iets bewaren voor later, nietwaar?
Wel bezoeken we een kleine variant waarvan de krater doormidden gespleten is.

Het eiland Faial ontdekken we in het gezelschap van Jaap en Laura die hier tien jaar geleden ook al eens zijn geweest. Naast het landschap bekijken we via het architectonisch bouwkundig oog van Jaap verschillende ruïnes en plotjes op mogelijkheden waardoor je anders naar de omgeving gaat kijken.
Vooral de westkant van het eiland biedt een bijzonder aanzicht door de vulkaanuitbarsting die hier vijftig jaar geleden heeft plaats gevonden. De bestaande vuurtoren was bedolven met lava en er heeft zich een nieuw stuk land gevormd dat in zijn volkomen kaalheid nog het meest weg heeft van maanlandschap.

Een bezoek aan een walvisvaart museum brengt speculaties op gang over de werkmethodiek uit vroeger tijden.
Op het eiland zijn verschillende uitkijkposten waar vandaan de oceaan werd afgespeurd. Zodra er een potvis gesignaleerd werd die zich dicht genoeg bij land bevond voeren de walvisvaarders met smalle ranke roeiboten uit en werd de potvis met de hand geharpoeneerd. Zodra hij voldoende was uitgeput werd hij terug gesleept naar de wal waar hij met grote staalkabels aan land werd gesjord. Een groot voordeel dat de potvis heeft boven de andere walvissoorten is zijn enorme vetgehalte waardoor hij een groter eigen drijfvermogen heeft. Zodra hij dood was werd begonnen met het in stukken hakken van het dier waarbij ieder onderdeel verwerkt en werd gebruikt. Heden ten dagen zijn de uitkijkposten nog steeds functioneel. Er wordt nog steeds gejaagd op walvissen, maar nu alleen nog maar met de camera lens. Iedere dag vertrekken er tientallen rubber bootjes met toeristen die op aanwijzing van de uitkijk[posten hopen een glimp op te vangen van deze prachtige giganten.

Horta > Praia do Vitória – maandag 23 juli 2007
De tijd vliegt en voor we het weten liggen we al weer 14 dagen in Horta. Hoog tijd voor een nieuw uitzicht dus na een avond Kolonisten van Catan waarbij zowel Laura als Jan twee keer winnen breken we vroeg in de ochtend op en verlaten we, uitgezwaaid door Jaap en Laura, met de ochtendkrieken, Faial. Ons doel, Praia do Vitória op Teceira en dan na een paar dagen  terug omlaag naar São Miquel.
We besluiten ten zuiden van Pico langs te gaan omdat daar de kans op walvissen groter lijkt. Hier worden we vergast op forse windvlagen voor en achter de vulkaan, een constant wisselend uitzicht op de top van de Pico en voor het eerst de Atlantic spotted Dolfin, een dolfijn die lichtgrijs is bij geboorte en naar gelang hij ouder wordt spikkels op zijn flanken krijgt waar als ze wat langzamer zouden zwemmen de leeftijd aan af te lezen is, maar geen walvissen.
Tot Jan even gaat liggen, tijdens mijn uitkijk ontwaar ik opeens een enorme fontein water recht vooruit even later gevolgd door een grote staart die rechtstandig boven water uitkomt. Jan is binnen een paar tellen aan dek waarna hij in de richting stuurt van mijn waarneming. Doordat zijn zicht wordt belemmerd door de genua kan hij de rechtstandig uit het water opduikende gigant niet zien. Zeker eenderde van de potvis komt boven water uit tijdens deze sprong die even later wordt gevolgd door een soortgenoot. Een gigantische sprong voor zo’n massaal dier! Later horen we van een kenner dat ze dit doen om hun omgeving te bekijken.
De wind draait als een drol in een pispot. Onder invloed van de eilanden past hij zich aan waardoor we onverwacht redelijk scherp aan de wind moeten varen terwijl de stroom die rondom de eilanden zijn eigen pad vormt er tegen in staat. Dit creëert een ruig stukje water waarbij we nogal wat water aan dek krijgen.  
Zoals gewoonlijk zijn we alert op eventueel naar binnen stromend water en ja hoor we krijgen op een kort stukje vrij veel water binnen. Dit is nu de derde keer sinds ons vertrek uit Nederland en doordat we dit keer over stuurboord liggen (onze bildge pomp bevindt zich aan bakboord), raken we het water maar moeizaam kwijt. Zodra de zee kalmeert en we geen water meer aan dek krijgen houdt de toevoer op. We zijn het beiden roerend eens over het feit dat we zo de oceaan niet over willen. Het wordt zaak om eerst uit te vinden waar het water binnenkomt en omdat we met de bestaande gegevens, er moet water aan dek komen en we moeten onder helling varen, een vermoeden hebben dat het wel eens via de ankerkluis zou kunnen komen besluiten we na twee nachtjes in de baai van Praia, door te varen naar Ponta Delgada. Een haven waar we een aantal mensen kennen die ons indien nodig kunnen helpen met het oplossen van dit probleem. Terwijl Gill onderweg is naar huis met het vliegtuig, sluiten wij ons bezoek aan Praia af met een gezellig etentje met Gerrit van de Gillian die morgen solo terug zeilt naar Nederland.

Praia do Vitória > Ponta Delgada – woensdag 25 juli 2007
De tocht naar São Miquel is er één uit een reclamefolder. Prachtig helder zonnig weer, een vriendelijke oceaan deining en  halve wind met zo’’n 18 knopen. Onderweg loopt de vislijn uit en vangen we een prachtige zilvergroen-blauwe, 70 centimeter lange, dorado die zijn kleur verliest zodra hij bij ons aan dek ligt. De filé gaat in de koelkast, de kop is voor de sterntjes en de staart gaat sinds onze kennismaking met Graham en Joannie uit Ierland, aan de preekstoel. Dit is een gewoonte onder vissers waarmee ze hun vangst aangeven en we hebben met Graham een wedstrijdje opgestart wie de meeste en/of grootste vissen vangt. Wel een raar gezicht hoor, zo’n vissenstaart aan de boeg.

Pas onder het eiland valt de wind weg terwijl de zon zich als een grote rode bal in het water laat zakken. Zien we daar in de verte waterfonteinen opspatten?
Terwijl het licht vervaagt zoeken de stormvogels, onder het uitbrengen van hun specifieke roep, hun slaapplaats in de hoge rotskust weer op. Om elf uur, na veertien uur zeilen en twee uur motoren, knopen we onze Witte Raaf weer veilig aan de kade van Puota Delgada vast.
Een wandeling naar de douche resulteert in verschillende ontmoetingen met bekenden waardoor onze aankomst hier een beetje als thuiskomen aanvoelt.
Jan is niet meer te houden en zodra we een mooi plekje aan ‘een vinger’ (een zijsteigertje) hebben gekregen, komen de gereedschappen aan dek en begint hij met het uitbouwen van de ankerkluis. Een enorme klus want naast de gasbuns (een speciale bekisting waar de twee gasflessen in staan) moet de volledige houten wandbetimmering die ervoor zorgt dat de ankerketting niet direct in contact komt met de huidplaten, eruit worden geschroefd. Het is schrikbarend hoeveel roest er in deze pas twee jaar oude ruimte is ontstaan. Op de bodem vinden we naast zo’n twintig schroeven en bouten, twee ballpoint's en een, eens nieuw doosje stanleymesjes die de waterafvoer van de ankerkluis bemoeilijkten.
Na twee dagen demonteren en schoonmaken ontdekken we tot onze verbazing, achter de houten ophanging van de gasbuns, maar liefst VIER 10 mm grote niet afgedopte gaten in het waterdichte schot. Hoezo waterdicht? Onvoorstelbaar!!!!

We kunnen er met ons verstand niet bij hoe de werf dit op deze manier heeft kunnen afleveren maar zijn als een kind zo blij dat we het lek boven hebben. Nu we eenmaal zover zijn besluit Jan het rigoureus aan te pakken. Dat betekend eerst alles schuren en schoonmaken. Daarna een speciale roest-coating erop en daarover heen een twee componentenverf die het geheel luchtdicht afsluit. Ondertussen worden de gasflessen voorzien van een nieuw laagje roestwerende verf en ook het anker krijgt op advies van Ab van de Schoonheyt die hier ondertussen ook zijn binnengelopen, een wit kleurtje zodat zijn ligging op de zeebodem beter zichtbaar is..
Ook Jaap en Laura zijn overgezeild uit Horta waardoor we het klussen overdag kunnen afwisselen met avonden vol gezelligheid, ontspanning en inspanning bij het spelen van Kolonisten van Catan. Het is onvoorstelbaar en bedroevend maar ik krijg het niet voor elkaar om te winnen van die drie.
Van Ab en Agaath, die al een rondje Carieb hebben gedaan en nu gaan overwinteren in de Algarve krijg ik allerlei bruikbare tips en spullen ter bestrijding van kakkerlakken en het maken van landenvlaggetjes.
Na zes dagen is de klus geklaard! De ankerkluis ziet er niet alleen uit als nieuw maar heeft nu, als het goed is, een waterdicht schot dat ook werkelijk waterdicht is!  

We varen nu ruim tweeënhalve maand rond bij de Azoren-archipel en het wordt langzaam tijd om te denken aan de oversteek naar de Madeira groep. De weerberichten worden bestudeerd, inkopen worden aangevoerd en de was gaat voor de laatste keer de machine in. Bij aanvang van onze vorige oversteek waren we beiden moe en dit heb ik als heel vervelend ervaren dus claim ik bij mijn schipper een vrije dag die ik heerlijk relaxed in het zwembad naast de haven door breng. We vertrekken bij daglicht om de kans op het zien van walvissen ten zuiden van het eiland zo groot mogelijk te maken en dan is het zover. Tijd voor het afscheid van dierbare mensen die we hier (her)ontmoet hebben. Jaap en Laura verwachten we wel weer ergens tegen te komen maar Ab en Agaath gaan vanuit de Algarve waarschijnlijk terug richting Nederland. Van Evaristo, de manager van Futurismo ‘wale and dolfin watchers’, die we soms verwenden met een pakje Nederlandse stroopwafels, krijgen we ten afscheid een huisgemaakte pot jam en een pot honing van het eiland.  
Maandag ochtend 09.00 uur varen we voor de vierde maar nu laatste keer de haven van Ponta Delgada uit richting het 530 mijl verderop liggende eiland Porto Santo. Onze reis gaat verder maar daarover meer in verslag 22.