Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.
Verslag 19

Faro > Portimao – zondag 6 mei 2007
Het is half zeven, we zijn wakker voor de wekker! De nieuwe dag spreidt zich met de opkomende zon als een belofte over ons heen. Het is afgaand tij en al het water binnen het waddengebied wil er nu zo snel mogelijk door het smalle gaatje uit om buiten te spelen in de oceaan. We profiteren optimaal van de ebstroom en krijgen bij de uitgang te maken met een ware race. Dit fenomeen ontstaat als water in tegengestelde stromen bij elkaar komt. Doordat er geen eenheid in de beweging is, gaat het water kolken en zo ontstaat er een spontane branding ondanks dat er voldoende diepgang is.
Branding is voor iedere schipper een onheilsbode waar ze ruim omheen willen  maar dat is juist bij deze vorm van branding niet mogelijk en/of nodig. De kolken veroorzaken soms wat rare golfslag maar verder is het een kwestie van roer recht houden en voort zo die gaat.  

Het grootzeil hebben we binnen de pieren al gezet en zodra we buiten zijn kunnen de genua en het fokje erbij en de motor uit. Natuurlijk gaan alle aanwezige vislijnen weer te water en dan is het genieten in het zonnetje met
een vers bakje koffie en een broodje Hollandse kaas.
Veel te snel komt Villamoura in zicht dus besluiten we verder te gaan naar Albufeira. Om tien uur hebben we een goed contact via de radio met ‘de Lizzy’ die in Portimao ligt en ‘de Wending’ die in Bonaire op het eiland Mallorca ligt. Rond elf uur zakt de wind weg en gaan de vissen harder dan wij maar op het moment dat we al half besloten hebben met motorvermogen naar Abufeira af te buigen komt de wind terug en zeilen we alsnog in één ruk door naar de baai van Portimao. Het was werkelijk te mooi om te stoppen. Marijke dacht nog even dat we slechts zouden passeren, maar die gedachte duurde maar even, want een half uur later zaten we weer heel gezellig bij ze in de kuip aan een wijntje.
Weer geen vis gevangen vandaag maar wel heerlijk gezeild!

Portimao – 7 tot 9 mei 2007
Na het ontbijt gaan we al vroeg op pad met BB. Onze gasflessen (propaan) zijn leeg en we weten van een half jaar geleden dat we ze een zo’n half uur rivier opwaarts kunnen laten bijvullen.
Het is windstil en de zon warmt al aardig op, dus we nemen genoeg water en een paar appels mee voor onderweg. Met BB de rivier optuffen is altijd leuk en nu we weten waar we naar toe moeten, wordt het een uitje.
Bij het gasbedrijf moeten we even wachten tot de juiste persoon er is en krijgen daarna een teleurstelling te verwerken als blijkt dat ze vorige maand brand hebben gehad waarbij de elektrische bedrading is vernietigd. Hierdoor kan hij de pomp niet meer op druk brengen en dat betekend dat hij niet meer kan vullen.
Daarnaast is het sinds 1 januari 2007 net als in andere Europese landen nu ook in Portugal verboden om gasflessen bij te vullen dus het is maar de vraag of we het ergens anders nog wel voor elkaar kunnen krijgen. Hij verwacht dat Lagos de beste kans biedt maar verder kan hij ons niet helpen. Dit is een serieuze domper want we koken normaal op propaan gas uit grote flessen die speciaal zijn ingebouwd in de voorpiek. Als nu blijkt dat we deze flessen nergens meer kunnen laten vullen moeten we ons systeem misschien wel ombouwen naar butaangas in de zo bekende blauwe campinggastankjes.
Op onze terugreis naar de baai doen we een water-check  bij de plaatselijke jachthaven en slaan nog wat verfmateriaal in bij de werf, achter de visserhaven.
Terug aan boord hebben we nog net voldoende tijd om met het nog aanwezige gas de beloofde maaltijd te bereiden voor de crew van de Lizzy waarmee we een hele gezellige avond besluiten.
Na een rustdag waarin we heerlijk rond keutelen aan boord bij zo’n 24 graden met een strak blauwe lucht, wordt het de volgende dag weer tijd voor actie want ook hier moet gewerkt worden. Na het tanken van diesel en water, blijkt dat we maximaal twee uur mogen vastknopen bij de plaatselijke jachthaven omdat ze daarna alle steigers leeg moeten hebben voor de komende Grand-Prix voor snelheidsduivels op het water. Deze wordt hier het komend weekend gehouden dus als we de bijbehorende herrie willen ontlopen is het voor ons zaak hier rap te verdwijnen.

Portimao > Lagos – woensdag 9 mei 2007
Op naar Lagos dus. Tegenover de jachthaven bevindt zich een grote supermarkt voor de benodigde inkopen en verder kunnen we daar meteen kijken of we hier nog gas op de kop kunnen tikken. Met de oversteek van zo’n zeven dagen en nachten en ons komend verblijf van twee maanden op de Azoren wil ik de basisartikelen in voldoende mate aan boord hebben zodat ik daar alleen het verse spul hoef in te slaan.
Na twee uurtjes dobberen varen we het laatste stukje met behulp van onze motor want anders is het maar de vraag of we tijdig arriveren voor de laatste brug van 19.00 uur.
Lagos heeft een vriendelijke, gezellige en overzichtelijke haven met alle faciliteiten die een zeiler zich kan wensen. Een werf, een aantal gezellige restaurantjes en kroegen aan het water, internet, de beloofde supermarkt en een uitgebreide wasgelegenheid met wasmachines en drogers.
Aangezien we geen idee hebben welke faciliteiten de Azoren te bieden hebben neem ik nu het zekere voor het onzekere. Vier machines draaien gebroederlijk naast elkaar en een paar uur later ligt alles weer fris en schoon aan boord.
De internetverbinding in de haven is stabiel genoeg om te publiceren dus naast de was is het zaak om verslag 18 af te ronden en de juiste foto’s erbij te zoeken. Zoals wel vaker wordt het weer nachtwerk maar misschien wel juist daardoor krijgen we het verhaal in één keer in zijn geheel op het net.

Lagos > Alvor – vrijdag 11 mei 2007
Nu we volledig bevoorraad zijn is het een kwestie van afwachten tot er een goed weergat ontstaat om de geplande 835 mijl Atlantisch blauw over te steken. Zoals het er nu uitziet moeten we wachten tot na de 15de omdat tot die tijd de wind uit het westen komt. Aangezien het nu de 11de is, besluiten we naar Alvor te varen. Dit ligt een half uurtje oostwaarts van hier en biedt naast een leuke ankerplek het aangename gezelschap van Marijke en Rudi van ‘de Lissy’ die we naar alle waarschijnlijkheid de komende maanden niet meer zullen zien omdat zij vanuit hier via Madeira naar de Canarische eilanden gaan.   
We komen er met afgaand water binnen waardoor de banken goed zichtbaar zijn en dankzij Rolf en Femke van ‘de Rajac’, weten we dat we bij de ingang een beetje bakboord aan moeten houden. Grappig zo vertrouwd als het voelt om hier na zo’n zes maanden weer binnen te varen. We ankeren achter de Lizzy die gezellig even dag komt zeggen.
De volgende dag loop ik op mijn gemak de plaat rond waarbij ik geniet van een overvloed van wilde bloemen, schelpen en een laatste duik in de oceaan. ’s Avonds genieten we met z’n vieren van de overheerlijk Portugese keuken in een gezellig tentje aan het water.
Zondagochtend, 13 december, twee dagen voor de door ons verwachte eerste optie, geeft opeens een mooie mogelijkheid, mits we diezelfde avond nog vertrekken. De eerste uren krijgen we dan waarschijnlijk nog wel te maken met een noordwestenwind waardoor we scherp aan de wind moeten koersen tot de kaap maar dan gaat hij volgens de verwachting naar het noorden waardoor we een mooie halve wind krijgen. Lang hoeven we er niet over na te denken want voor de komende dagen wordt er een meer dan forse wind voorspeld dus als we dit gat niet pakken liggen we hier naar alle waarschijnlijkheid nog wel een week of twee.

Opeens zijn we druk want nu ons vertrek een feit is moet er nog van alles gebeuren. De voorzetramen, 10 mm dik plexiglas, moeten ter bescherming van grote golven, voor de kajuitramen worden bevestigd, de laatste verse boodschappen moeten worden ingeslagen, ik wil nog een paar mailtjes versturen (wat niet lukt) en daarna moet BB veilig onderdek worden opgeborgen.
Daarnaast gaan alle losse items zoals stootwillen en lijnen en onnodige uitsteeksels zoals de BBQ en de BBM in de bakskist en onderdeks dus er is genoeg te doen. Rudi komt nog even kort buurten terwijl ik al het ingekochte vlees alvast aanbraad.
Klokslag 19.00 uur – conform de planning – gaat ons anker op terwijl Marijke en Rudi ons komen uitzwaaien in hun bijbootje. Na de nodige knuffels varen ze nog een klein stukje mee op en als ze terugdraaien blijft ons alleen nog het zwaaien. Slik.

Onderweg naar buiten vinden we feilloos de zanddrempel van Rolf en Fem, waar we alleen met hoog vermogen en een snel gezette fok van los komen. Zodra we buiten zijn zetten we ons grootzeil en de genua bij waarna we met zo’n knoop of zeven over de grond westwaarts lopen. Onze oversteek
is begonnen.

Alvor > Punta Delgada (de Azoren) – zondag 13 mei 2007
Het waait stevig maar zolang we in de beschutting van de zuidkust van Portugal varen hebben we weinig last van golven. We eten gezamenlijk waarna ik een uurtje ga liggen. Rond half tien gaat de zon onder en rond 24.00 uur hebben we Cabo Vincente, het meest zuidwestelijke puntje van Europa dwars van ons. De wind draait maar langzaam naar het noorden waardoor onze koers zuidelijker uitvalt dan geplant.
Het is een prachtige heldere nacht zonder maan waardoor de onmetelijke hoeveelheid sterren goed zichtbaar is. De afgelopen dagen heeft het fiks gestormd bij Finisterre waardoor het bedje van Neptunus aardig is opgeschud. De golven en de deining lijken van alle kanten te komen. Ze zijn niet te zien maar door deze visuele handicap horen we ze misschien nog wel beter. Soms klappen ze naast ons tegen elkaar wat een hoog klaterend geluid veroorzaakt. Dan weer komt er één met een forse knal tegen de romp van onze stoer voort ploegende Raaf.
Doordat het donker is wordt de wereld heel klein en geven de onverwachte geluiden en bewegingen ons een onrustig gevoel van spanning. Onze Raaf lijkt soms net een tol die van verschillende kanten wordt opgezweept waardoor ze alle kanten opduikelt. Soms verdwijnt haar trotse boeg geheel onder water waarna ze zich weer verheft terwijl de overvloed via de gangboorden naar achteren wegvloeit.
Gelukkig hebben we bij een rustige zeegang gegeten want ondertussen heeft mijn maag in overleg met mijn evenwichtsorganen besloten in staking te gaan. Meestal ben ik de eerste vaardag een beetje katterig, maar dit keer gaat het gevoel van discomfort beslist veel verder.  
Vooraf hebben we besloten de scheepvaartroute die op hoogte van Cabo Vincente loopt, samen over te steken en ons wachtsysteem daarna in te laten gaan maar deze ligt verder naar buiten dan onze kaart aangeeft.

Uit veiligheidsoverwegingen worden alle commerciële schepen op drukke knooppunten verplicht een zogenaamde scheepvaartroute volgen. Het gaat hier om een stuk water dat verdeeld is in drie stroken. Eén strook van drie mijl breed waar alle schepen met een noordelijke koers in varen, dan een strook van twee mijl separatie en dan weer een strook van drie mijl voor het verkeer dat in zuidelijke richting vaart. Om de noord is het vrij druk maar we kunnen overal zonder problemen tussendoor. De enige waar we voor uit moeten wijken is een visserschip in de separatiezone. De route om de zuid ziet er rustig uit dus ga ik te kooi tot mijn wacht van zes uur ’s ochtend.

Op wacht, maar nog steeds niet echt lekker. Het gloort achter ons. Het waait stevig, kracht 5/6 beaufort en de zee is een heksenketel. Slecht geasfalteerd noemt Jan dit.
Opeens zijn ze er weer, mijn vriendjes. Ik schat zo’n stuk of tien duikelaars. Groot en klein met prachtige grijze flanken. Eentje springt recht uit een omkrullende golf en beland met een enorme plons op zijn buik in het water. Dit lijkt toch wel heel veel op die kleine dolfijn in de Golf van Biskaje waarvan ik dacht dat hij nog op springles zat en de sierlijke dolfijnensprong nog niet helemaal kon uitvoeren. Zou het hier dan net als bij surfen en skaten om een hele speciale sprong gaan waarmee ze extra punten kunnen verdienen?
Twee anderen spelen voor ping pong bal waarbij ze als ketsende steentjes boven het water zweven en iedere keer kort even het water raken met hun buik. Na drie keer ketsen duiken ze olijk kijkend onder en even later herhalen ze hun act. Na een minuut of vijf houdt de groep het voor gezien en verdwijnen ze even stil als ze zijn gekomen.
Wat een oppepper!!!! Het akelige gevoel van vage misselijkheid wordt erdoor naar de achtergrond gedrukt. Ook het contact met Rudi en Marijke via de radio doet ons goed. Naast het geruststellende gevoel dat iemand je exacte positie weet, is het fijn om je verhaal te kunnen doen.

De eerste nacht zit erop maar we moeten beiden nog heel erg wennen aan de bewegingen die onze Raaf maakt. Inslingeren wordt dit genoemd. Onze ingeslapen spieren en pezen worden ruwe wakker geschud en moeten opeens non stop aan het werk.
Alles beweegt aan boord en ik kan niet staan, lopen, zitten en/of liggen zonder dat ik extra spieren moet inzetten om mijn evenwicht te behouden.
Daarnaast krijgt alles dat ‘los’ staat een eigen leven en het is dus zaak om alleen dat te pakken wat ik op dat moment nodig heb en niet meer dan dat ik met één hand kan vast houden omdat ik me met de andere in evenwicht moet houden. Koken kan nu in tegenstelling tot thuis, alleen stap voor stap waarbij ik voor alles waarbij ik twee handen nodig heb – bijvoorbeeld het snijden van een ui – moet gaan zitten. Iets even ergens neerzetten kan niet want dan gaat het aan de wandel waarna je het naar alle waarschijnlijkheid kunt terugvinden op de grond of tegen het plafond. ‘

Totnogtoe hebben we over het algemeen een strakke wind, kracht 6, uit het noordoosten. Overdag varen we op de genua met een gereefd grootzeil en voor het donker wordt, wisselen we de genua met de fok. We kiezen voor deze zeilvoering vanwege het comfort – de Raaf ligt beduidend rustiger – en omdat ik de fok alleen weg kan rollen, terwijl we de genua met veel wind, samen moeten doen. Op deze manier komt Jan ook aan zijn rust toe, zeker als de wind ’s nachts nog een krachtje toeneemt.  We gaan hard, voor ons doen zelfs heel hard! De eerste 24 uur leggen we met een snelheid van gemiddeld 6.5 knoop een afstand van 156 mijl af waarmee we meteen verschillende persoonlijke records vestigen.  De daarop volgende dagen gaat het langzamer doordat we ’s nachts zeil minderen.     
Na twee dagen constateren we samen dat als dit het is, wij dit niet leuk vinden.

Zo mooi en helder het weer de eerste twee nachten en dagen was zo bewolkt en grijs is het de derde nacht.
We zijn beiden ’s ochtends blij verrast als onze bakker, (broodbakmachine) ondanks het gehobbel en in vastgesnoerde staat, toch een goed gerezen broodje fabriceert. Na twee dagen krijgen we langzaam een gevoel van welzijn dat we geen van beiden al hardop willen uitspreken om Murphie niet wakker te maken. De enthousiast te water gelaten inky wordt al snel met een ferme ruk door een zilverkleurige knoeperd toegeëigend waarna we besluiten het vissen nog maar even te laten.
Smoothey doet ontzettend zijn best om ons van stroom te voorzien maar wordt door het gewiebel steeds uit zijn evenwicht geslingerd waardoor hij ondanks dat er ruim voldoende wind staat toch niet toekomt aan voldoende productie. Reden om voor het eerst de generator te laten draaien tijdens het varen. Dit gaat prima dus weer een ervaring rijker.  
Zodra het rustig genoeg is gaat Jan aangelijnd en summier gekleed, naar het voorschip voor een algemene check. Met het regelmatig overkomende water en de onstabiele ondergrond is het zaak dat hij zich naast het aanlijnen ook goed vasthoudt. Eenmaal voor blijkt het een uitstekend besluit. Een lijn waarmee het reddingsvlot bevestigd is aan de Raaf is losgeraakt en een staaldraadje op het rolsysteem van de genua blokkeert het soepel in- en uitrollen ervan.

Het bereiden van nassie neemt inclusief het snijden van de groenten zo’n tweeënhalf uur in beslag maar smaakt daardoor des te beter.  
Rond 22.00 uur, ik probeer te slapen, maakt de Raaf opeens een ontzettende zwieper naar links. Een ‘klapgolf’ is ongevraagd aan stuurboord onze kuip binnengedrongen en heeft met het verlaten van de kuip aan bakboord alle spatzeilen in één ruk losgetrokken. Gelukkig hebben we ze aan de boven- en zijkanten met tiewraps aan de zeereling vastgemaakt en alleen aan de onderkant geregen. Doordat de tiewraps kapot geknapt zijn, zijn zowel de zeereling als de spatzeilen gelukkig verder niet beschadigd maar onze knieën knikken des te harder.       

Atlantische oceaan – 18 mei 2007
Het is 00.00 uur. Jan heeft me net gewekt na drie uur rust waarvan ik, ondanks het constante geschommel, het laatste uur heel diep heb geslapen.
Nog mistig in mijn hoofd neem ik de wacht over; “de wind varieert tussen 4 en  6,  het is bewolkt waardoor het buiten pikdonker is, er staat een rommelig zeetje, geen scheepvaartverkeer waargenomen.” “Er staat heet water in de kan, wil je koffie?” “Dank je, ga maar lekker slapen.” “Oké, goeie wacht.”  
Ik duik met mijn koffie in het hoekje van de bank en laat mijn omgeving op me inwerken. Het is donker. De kajuit wordt alleen verlicht door de zwak oplichtende navigatie schermpjes en het gedimde radarscherm. Het klotsen van het drinkwater in de bakboord watertank overstemd soms het krakende gestamp van onze Raaf op de golven. Ze ademt als een oude walvis. In diepe halen wordt de lucht via de kieren van het luik in de kielkast naar buiten geperst.
De stuurautomaat, bromt, knort en jankt soms klagend op verschillende toonhoogten. Met een droge knal slaat een golf kapot op de stuurboordwand. De nacht is inktzwart. De nieuwe maan, de planeten en de vele sterren, ze zijn allemaal afgedekt door een dikke wolkenlaag.
Ik kan me niet bewegen tot mijn koffie op heb omdat er zich in de kajuit geen bekerhouders bevinden. Het is zo ver, mijn koffie is op. Er zijn al tien minuten voorbij dus het is hoog tijd om me los te weken uit mijn veilige warme hoekje.
Zodra ik het luik openschuif komt met alle hevigheid de buitenwereld binnen denderen. Ik steek mijn hoofd voorzichtig naar buiten. Het is donker. Zo donker dat ik geen horizon kan onderscheiden. Lucht en water verlopen in elkaar. Het water sist, suist en borrelt terwijl het wit oplichtend langs de flanken wegrolt.
De wind loeit in het grootzijl en Smoothy zoemt terwijl ze met horten en stoten haar rondjes draait en onze apparatuur van de broodnodige stroom voorziet. Regen ruist op de buiskap. De giek kraakt onder het geweld van de wind.
Ik laat het zijluik erin staan zodat ik niet, net als gisteravond, verrast kan worden door een spontane zijwaarts inkomende klapgolf.
De wind wakkert aan van 5 naar 7. De Raaf helt over naar bakboord. Ze zucht en steunt terwijl ze getrakteerd wordt op fikse watermassa’s die zich een weg terug omlaag banen.
Jan steekt zijn slaperige koppie om de hoek. “Wat gaan we tekeer hè?” “Gaat het goed?” “Hebben we nog wel snelheid?” “’t is zo’n rare korte beweging die we maken.” “Liggen we stil of zo?”
Hij kijkt verdwaast rond en verdwijnt na een minuut of wat weer te kooi.

Het lichtschijnsel aan de horizon neemt een vastere vorm aan. Geen zeevonk, ster of oplichtend zeeschuim dit keer maar een schip. Ik plaats de pointer (een soort cursor) op de echo op het radarscherm om te zien welke koers hij vaart. Langzaam maar zeker veranderd de lichtklomp in twee aparte lichten waardoor duidelijk wordt dat hij ruim voorlangs zal passeren. Het weglopende echobeeld op het radarscherm bevestigd dit.  
Het wolkendek is gebroken, een heldere planeet is goed zichtbaar. Achter ons licht het op waardoor het opeens lijkt alsof we naar het donker toe varen.  Nu wordt de buitenwereld weer langzaam een onderdeel van de binnenwereld. Enorme watermassa’s komen van schuin achter op onze Raaf af en glijden dan statig onder haar door. De deining is aardig voor ons. Hij zet ons wel schuin en op onze kant maar komt niet ongevraagd aan dek. Dit in tegenstelling tot de minder goed opgevoede golven die menen spelletjes met ons te moeten spelen, zoals; ‘Kan ik je omduwen?’, ‘Wie is er sterker, jij of ik?’ en ‘Wie wordt er nat hier?

Zomaar een kort stukje uit mijn vorige wacht. Ondertussen drie uur geslapen. Wakker worden is minder moeilijk dit keer. Zou het wachtsysteem van drie uur op, drie uur af al zijn ingesleten? Jan vindt het beter om er een extra rif bij te zetten omdat in de buurt van land de wind wel eens zou kunnen versnellen.
Dus plan van aanpak doorgenomen, zwemvest aan, lijn vast aan de haak en met een paar korte handelingen zijn we klaar.

Als het rustig is bestaat de wacht uit het controleren van eventueel koerskruisende scheepvaart, wind in combinatie met zeilvoering en koers. Dit doen we met behulp van een eierwekker, ieder kwartier zodat we zelfs door de hele snelle grote jongens niet verrast kunnen worden. Tussentijds hebben we tijd voor klusjes of lezen we wat.

Ons wachtsysteem hebben we als volgt ingedeeld en bevalt totnogtoe goed.
· Van 21.00 uur tot 09.00 uur > drie uur op - drie uur af,
· Van 09.00 uur tot 10.00 uur > gezamenlijke tijd,
· Van 10.00 uur tot 14.00 uur > één wacht – één vrij,
· Van 14.00 uur tot 15.00 uur > gezamenlijke tijd,
· Van 15.00 uur tot 19.00 uur > één wacht – één vrij,
· Van 19.00 uur tot 21.00 uur > gezamenlijke tijd.

De vierde dag voelen we ons allebei fysiek goed. De zon komt tussen de bewolking door en kleurt de oceaan prachtig diep koningsblauw. Voor het eerst sinds ons vertrek zitten we op ons gemak in de kuip en gaan de vislijnen weer buitenboord. Gelukkig vangen we niets want ik moet er niet aan denken dat we een grote vis op dat slingerende achterdek uit het water moeten hijsen, maar het doet ons beiden goed om weer eens een middag lekker buiten te zijn.

19 mei 2007, 09.30 uur, LAND IN ZICHT!!!!! In de verte verstopt onder laaghangende bewolking tekent zich langzaam de kust van Sao Miguel af.
In de luwte van het eiland valt voor het eerst sinds ons vertrek de wind weg en dobberen we op ons dooie akkertje richting Punta Delgada, de hoofdstad van de Azoren. Bij het binnenvaren van de haven worden we verwelkomt door militaire fregatten en helikopters die een vlootdag opluisteren.

Het is ons gelukt! Onze eerste ‘grote’ oversteek zit erop. Op een fikse spierpijn, een gebutste afstandsbediening van de automatische piloot en een afgescheurde WC-bril na, is alles nog heel.

We hebben ons doel in 141 uur met een gemiddelde snelheid van 5.9 knoop = 11 km per uur, 835 mijl = 1550 km afgelegd.
Moe, trots en voldaan kijken we samen tevreden terug op onze eerste langere oversteek waarbij we toch forse wind en een vrij ruwe zee hebben gehad.

Een paar belangrijke lessen die wij hebben geleerd, zijn;
· dat je uitgerust en fit aan een oversteek moet beginnen;
· dat het ‘inslingeren’ gedurende de eerste paar dagen soms helemaal niet leuk is;
· dat regelmatig contact via de radio met geestverwanten heel stimulerend werkt;
· dat zoveel mogelijk onderdeks stouwen, een zorg wegneemt;
· dat zowel de bildge als machine’kamer’ regelmatig moeten worden gecontroleerd;
· dat een inspectie rondje op dek op zijn tijd heel nuttig kan zijn;
· dat met zeil minderen voor de nacht, het comfort van een goede rust ruim opweegt tegen het snelheidsverlies;
· dat we houders moeten creëren waar we dingen zoals volle koffie bekers etc,  in kunnen zetten, zodat je je handen vrij hebt voor andere zaken;