Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Reisverslag 17 > Ibiza & Formentera


Palma
De één april grap moet blijven, lezen we op het internet, twee dagen voor vertrek. Toch lijkt dit niet echt te leven onder onze naasten want niemand heeft zich gedurende onze winterstop afgevraagd of onze vertrekdatum een grap is. Nee dus, om 06.00 uur gooien we de trossen los na een heerlijk verblijf van vier maanden in de stad Palma op het eiland, Palma de Mallorca.

Een verblijf dat we bij ons vertrek uit Nederland niet hadden gepland. Ons stond toen nog voor ogen dat we de winter zouden doorvaren en landen als Italië, Malta, Tunesië en Marokko zouden aandoen. Pas bij het binnenvaren van de Middellandse zee werd ons door de verhalen in de Pilot duidelijk dat in de Middellandse zee, varen gedurende de winter, mede door de regelmatig staande Mistral niet aan te raden is. Voor ons voldoende reden om te besluiten tot een langere ‘winterstop’ met een daaraan gekoppeld bezoek (langer) aan het thuisfront.
Ons zesweekse bezoek aan Nederland hebben we als heerlijk, warm, en intensief ervaren. Zes weken vol van contacten die we nu we ‘weg’ zijn uit Nederland veel intenser en met meer diepgang hebben gevoeld. Mogelijk komt dit doordat we elkaar minder spreken maar het zou natuurlijk ook kunnen zijn dat we door ons gezamenlijk verblijf aan boord, minder gewend zijn. Wie zal het zeggen?
Het resulteerde in ieder geval in een groot gevoel van dankbaarheid voor de liefde, vriendschap en warmte, dat we mee terug hebben genomen naar onze Raaf.

Bij terugkomst in Palma - met een enorm overgewicht aan bagage, dat we dankzij de prettige samenwerking met Air Berlin voor een redelijke prijs hebben kunnen meenemen – lag onze Raaf er mooi bij.
Met een prachtig uitzicht op de imposante Kathedraal ín onze achtertuin’, bij een temperatuur van rond de twintig graden onder een strak blauwe lucht was het goed toeven in deze mooie oude en steeds weer verrassende stad. Op de regelmatig gestelde vraag, vervelen jullie je niet, kunnen we met overtuiging antwoorden, geen moment. Onze ‘to do list’ die toen we aankwamen zo’n 30 items vermeldde, groeide ondanks onze dagelijkse activiteiten gestaag en nu teugkijkend kunnen we stellen dat we er zo’n 60 hebben uitgevoerd en er nog/weer 36 open staan. Leven op een schip brengt een onophoudelijke hoeveelheid klussen met zich mee waarbij we het niet hebben over eenvoudige zaken als wassen en poetsen.

De stad Palma blijkt het walhalla voor bootjes mensen. De enorme hoeveelheid meer dan prachtige schepen die hier in de haven liggen afgemeerd vragen om voortdurend onderhoud wat er voor zorgt dat alles te verkrijgen is. Voor ons reden om nog eens kritisch na te denken over eventueel aan te schaffen zaken en onderhoud. Zo hebben we door het plaatselijke Nederlandse bedrijf, A + rigging, onze tuigage onder de loep laten nemen. Deze algemene inspectie bleek al gauw niet overbodig. Twee van de stagen liepen niet via de zaling waardoor onze mast niet goed gestut stond. En verder is door hun een haarscheurtje in de giek onder handen genomen en hebben we er een aantal prachtige ‘nieuwe’ schoten en vallen bij.
Ook hebben we na overleg besloten tot de aanschaf van een nieuwe fok omdat de oude aan de rand vergaand verteerd is door de zon.
Naast klussen als; de nieuwe windgenerator installeren en aansluiten, bodemplaten voor de reserve dinghy maken en schilderen, proppen bij afsluiters bevestigen, tropengordijnen maken voor de kajuit, een beschermhoes maken voor de buitenboordmotor, de BBQ, en BB, waren er nog tientallen andere zaken - ik zal er terzijnertijd nog wel eens een lijstje van maken - die moesten gebeuren en het was maar goed dat Douwe en Alex een weekje en Bart en Martine een weekend overkwamen voor een bezoek want mede dankzij hun, konden we ons zelf tijd toestaan om de stad en de omgeving te bekijken.
Als andere ogen meekijken ontdek je pas hoeveel je eigenlijk al weet over je directe omgeving.
Daarnaast hebben we met hele leuke mensen die aan ‘onze’ steiger en bij club Nautica lagen, een paar keer heerlijk gegeten en een tocht door de bergen gemaakt en zijn we door de stad verwend met een leuke beurs aan de waterkant waar eerst alle Spaanse provincies zich presenteerden met hapjes en drankjes uit hun streek met daarop volgend een groot aantal grotendeels Zuid Amerikaanse landen die ons vergasten op hun lekkernijen en hun vaak meeslepende muziek. Al met al een heerlijke tijd.

Palma > Formentera – 1 april 2007
Ondanks al deze heerlijkheid kruip het bloed waar het niet gaan kan en zijn we allebei blij als we de lijnen losgooien.
Zoals gezegd; 1 april, 06.00 uur, het is nog donker. We willen naar Formentera waar we hebben afgesproken met een oud collega van Jan. 75 mijl voor de boeg.
We hebben onze kiel opgetrokken want de doorgang tussen ons eigen steiger en onze buursteiger is maar vier bootlengtes en met wederzijds aangelegde schepen blijven er dus maar twee bootlengtes over. Deze ruimte wordt verkleind door de mooringlijnen die vanaf deze schepen omlaag lopen naar het midden van de vaart. Overblijft een heel smal doorgangetje waarbij het belangrijk is het midden goed aan te houden en zonder kiel lopen we minder risico om achter de lijnen te blijven hangen. Tijdens het uitvaren blijkt onze boegschroef alleen geluid te produceren. Van enige werking is geen sprake wat waarschijnlijk veroorzaakt wordt door een grote bevolkingsgroep zeepokken die zich illegaal in dit voor hun prettige holletje hebben gevestigd. Op zich geen probleem ware het niet dat dit onze draaicirkel sterk vergroot en er een lichte zijwind staat.  
Al snel blijkt de combinatie van; de te grote draaicirkel, de opgetrokken kiel  en de zijwind, reden genoeg voor onze Raaf om keurig om de aan bakboord liggende mooringlijnen heen te varen en zich te verwarren in de lijnen aan de overzijde. Binnen de kortste keren staan er negen slaperige Duitsers aan dek om ons behulpzaam af te houden van hun daarvoor zo rustig afgemeerde huurschepen. Tot overmaat van ramp draai onze schroef zich vast in een van de lijnen waarmee ook onze motor het voor gezien houdt. Daar liggen we dan, wij die stilletjes wilden vertrekken.
Jan krijgt gelukkig de motor weer gestart en terwijl er verschillende opties worden besproken laat hij de schroef voorzichtig voor en achteruit slaan waardoor deze zich met zijn rondom bevestigde messen kan lossnijden. Opeens zijn we los en kunnen we achteruit het midden van het vaartje bereiken. Gelukkig kan het Duitse schip met het restantje lijn zichzelf weer vastleggen en met een korte spring krijgen we de boeg in de juiste richting waarna we alsnog kunnen uitvaren. Drie kwartier later dan gepland en beslist op ongewenste wijze verlaten we alsnog de haven van Palma.
Buiten staat er een lekker windje, 3 tot 4 en werpt de zon haar eerste stralen over het blauwgroene water. Zodra het grootzeil en de genua staan, de motor uit is en we samen met een kop koffie zitten bij te komen van alle verwikkelingen, springt er opeens een dolfijn aan stuurboord uit het water omhoog. Het is grote grijze, die zich met een sierlijke duik terug laat glijden in het water en zich verder niet meer laat zien. Voor ons symboliseert hij het gevoel van blijdschap en vrijheid. Een gelukssignaal.

Ondanks de aangroei op onze ravenbuik maken we toch een mooie snelheid. Zou dit komen doordat onze mast nu rechter staat? Wie zal het zeggen? Na twee uur zwakt de wind af en vervolgen we onze route al motorzeilend richting Formentera. Een eiland dat net onder Ibiza ligt waar we rond 20.00 uur ons anker laten vallen naast de Wending. De meer dan prachtige koopmans 48, van Cor en Anneke Groenewold dat ze geheel naar eigen inzicht hebben laten bouwen en prachtig hebben ingericht.
Anneke heeft eten op het vuur staan maar dit blijkt nog even te moeten wachten want ons anker pakt niet. Bij het ophalen blijkt al snel waarom niet want er ligt een joekel van een steen precies in de holte van het anker waardoor hij zich niet in de bodem vast kan scheppen. De steen is te groot om er zomaar vanaf te duwen dus besluiten we alsnog aan een mooring (boei aan een lijn die is vastgemaakt op de bodem) te gaan liggen. De haak waarmee we een lijn door het oog van de boei kunnen steken ligt onhandig ver weg dus wordt het ringsteken vanaf het zwemplateau. Na een paar oefenrondjes hebben we hem te pakken en dan is het een kwestie van heel goed vasthouden en de lijn zo snel mogelijk ‘doorlopen’ naar voren waar hij vastgelegd moet worden op de kikker.
Voor de zekerheid zetten we vanuit BB die we zo meteen toch nodig hebben om naar de Wending te varen, onze speciale mooringlijn erbij en met een enorme plons verdwijnt na een ferme duw ‘onze’ ankersteen terug naar daar waar hij vandaan komt. Volgens een Frans schip dat even verderop ligt is onze mooringboei niet betrouwbaar dus roeien Jan en Cor gezamenlijk terug en leggen de extra lijn onderlangs door de lus waarmee de boei aan de lijn is bevestigd. Na veertien uur ligt onze Raaf weer veilig afgemeerd.

Bij Cor en Anneke branden de kaarsen en de kachel en worden we onthaalt op een heerlijk diner aan de speciaal door Cor gedekte tafel. Heerlijk en gezellig en het is dus al veel te snel laat.  
Na een boerennacht besluiten we ‘s ochtend bij de koffie met z’n vieren om hier een dagje te blijven liggen want voor Rudie’s baai, een prachtige baai een klein stukje verderop, staat de wind verkeerd waardoor de deining recht de baai in wordt gestuwd. De middag staat in het kader van het in Palma vers gekochte vlees aanbraden en het diner voorbereiden voor ons viertjes op de Raaf.
Cor en Anneke hebben hun bijbootje nog niet opgepompt en hebben zodoende vanmorgen na de koffie ons BB-tje meegenomen zodat ze vanavond zelfstandig kunnen komen. BB uit logeren, het zou een mooie titel voor een kinderboek kunnen zijn. Jammer genoeg is zijn pyjama nog niet af want anders had hij die mee kunnen nemen. Een dagje logeren is voor de eerste keer echt lang genoeg dus na een meer dan gezellige avond roeit Jan op en neer waarna we hem weer gezellig aan dek hijsen. Morgen gaan we naar Ibiza.

Formentera > Ibiza - 3 april 2007
Het is prachtig weer! Zon en wind dus wegwezen! Na het ontbijt zetten we alles weer zeevast en Jan haalt alvast de mooringlijn binnen. Terwijl we met de laatste voorbereidingen bezig zijn roept Anneke ons op; “er drijft hier een groene boei voorbij, is dat misschien die van jullie?” Na een snelle check blijkt het inderdaad die van ‘ons’ te zijn. De boei is los geschoten van zijn lijn en danst nu als een speelbal op de golven richting kust. De Fransen hadden gelijk, ‘onze’ mooring bleek inderdaad niet betrouwbaar maar heeft ons de afgelopen twee nachten wel keuring op onze plek gehouden.

De zeiltocht naar Ibiza is meer dan geweldig. Met een stevig windje dat vanuit de flank binnenkomt stuiven we langs Espalmador, ‘Rudie’s baai’ met de Wending die als een ranke dolfijn om ons heen dartelt. Mooie actiefoto’s kunnen maken en na tweeënhalf uur varen we gezamenlijk de haven van Ibiza binnen.  
Toch wel bijzonder! Jan, Cor en Anneke kennen elkaar nu al zo’n achtendertig jaar. Jan en Cor, allebei begonnen bij de koopvaardij. Elkaar leren kennen bij de marine, vandaar uit allebei naar de burgerluchtvaart en nu hier naast elkaar aan de kade in Ibiza. Twee oud gezagvoerders van een Boeing 747, nu kapitein op een scheepje van nog geen vijftien meter. Hoe gek kan het lopen?

Na de nodige boodschappen nemen we het pontje naar het centrum waar we de oude stad bekijken en neerstrijken in een gezellig restaurant. Ons galgenmaal is heerlijk, morgen scheiden helaas onze ‘wegen’. Cor en Anneke gaan verder de Middellandse zee in en zullen via de Ballearen richting Griekenland en Turkije koersen, terwijl wij onze koers richting de west zullen vervolgen. Voor mij blijft dit een van de minder leuke aspecten van het varen. Afscheid nemen is nu eenmaal niet mijn sterkste kant.

Ibiza > Espalmador – 4 april 2007
Zoals we zijn aangekomen zijn we ook weer vertrokken. Na een rustige opstart en een laatste kop koffie op de Wending is het tijd voor vertrek en op hoogte van de havenmond keert de Wending oostwards en wij westwaards. Dag lieve mensen tot een weerzien ergens en tot die tijd spreken we elkaar misschien wel via de radio.
Wij gaan naar Espalmador, ‘Rudie’s baai’ waar we de goede wind willen afwachten voor onze tocht naar het vaste land. Als het enigszins meezit willen we via Torrevieja richting Gibraltar, zodat we het nieuwe huis van Paul en Wil nog kunnen bekijken.
Espalmador is een klein schiereiland dat met een ondiepte aan Formentera vastligt. De ankerbaai ligt vol met moorings maar na onze escapade van twee dagen terug vertrouwen we toch maar liever op ons eigen anker. Het is een prachtig eilandje met aan de ene zijde spierwitte poedersuiker stranden en aan de andere kant een ruige rotskust. Bij onze rondgang stuiten we op een, aan zijn staat te zien nog niet zo lang geleden aangespoeld potvis die de mooie Latijnse naam Globicephala melaena draagt, enorm veel wrakhout en tientallen alleenstaande schoenen. Een jutterparadijs!

Espalmador > Gibraltar – 7 april 2007
Na ‘two days of paradise’ lijkt de wind goed te staan dus besluiten we tot een vroeg vogel vertrek. Bij de eerste ochtendschemering hieuwen we het anker en verlaten we, nu wel, muisstil de baai waarna we koers zetten richting vaste land.
Maar al snel blijkt dat de wind fors sterker is dan verwacht en dit in combinatie met een zware deining op de kop doet ons besluiten om af te vallen en comfortabeler voor de wind weg te lopen. Helaas een bezoek aan Paul en Wil zit er dit keer niet in. Zelfs Chartagena is niet haalbaar en dus zetten we, na rijp beraad, koers verder naar het westen richting Gibraltar.
Nu we onze koers definitief hebben gewijzigd is het zaak ons mentaal voor te bereiden op een langere tocht. We delen het wacht systeem is en doen de nodige voorbereidingen voor het nacht varen. Totnogtoe hebben we nog weinig scheepvaart en dat wat er is zit dicht onder de kust van het vaste land maar straks als we om kaap Palos komen kunnen er oplopers komen die vanuit het Suez kanaal richting Gibraltar varen.
Met een mager zonnetje is het kil op het water en met de nacht in het vooruitzicht zit er niets anders op dan de truien en het warmte ondergoed uit de kast tevoorschijn te toveren.

Dolfijnen, dolfijnen, opeens zijn ze er weer. Dit keer de Delphinus delphis, sierlijke ongeveer twee meter lange dieren met een gele streep op hun flank. Twee komen spelen en de rest gaat in een razende vaart voort. Zijn ze op jacht? Na vijf minuten houden onze twee speelmakkers het voor gezien en verdwijnen ze in de richting van de anderen. Misschien kunnen ze nog net mee-eten.
Na zo’n 45 minuten zijn ze er weer. Nu met de hele school en links en rechts schieten ze als vuurpijlen langs en onder de raaf door. Net als wij krijgen ze er dit keer geen genoeg van en blijven voor ruim een half uur naast en voor ons uit dartelen terwijl ze regelmatig omhoog kijken alsof ze willen zeggen; ”zien jullie wel hoe mooi ik ben?” Onder de indruk, stil, uitgelaten, dankbaar, zo maar een paar emoties die me gedurende dit bezoek weer overvallen. Eigenlijk schieten woorden schieten te kort, om het gevoel te beschrijven die deze dieren ons geven.

Tijdens de schemer neemt de wind geleidelijk af en moet de motor een handje helpen. Het wordt een heldere koude nacht waarin de langs schuivende kolossen al van ver te zien zijn. De radar en de AIS (een apparaatje dat de naam, positie koers en snelheid van een schip groter dan 300 ton, op een schermpje  weergeeft) helpen goed met het inschatten van de juiste afstand. Drie uur op, drie uur af, bevalt ons beiden goed al is het opstaan na een paar uur diepe slaap wel wat moeizaam.
Tijdens ons radio gesprek ’s ochtends om elf uur ziet Jan dat onze vislijn uit zijn ‘waarschuwingswasknijper’ is. We hebben beet! Het inhalen gaat zwaar en in tegenstelling tot vorige keren komt er geen vis boven water. We wisselen het inhalen af terwijl Jan zijn handschoenen aan doet. Het is een tonijn en dit keer een grote. En als ik zeg groot bedoel ik ook groot want zo op het oog lijkt hij wel een meter lang. Die krijgen we niet aan de lijn omhoog gehesen dus maak ik de haak los om hem daarmee aan boord te tillen terwijl Jan de lijn strak houdt waardoor hij half op het zwemplateau half in het water hangt. En juist deze positie schenkt hem de vrijheid want met een hevige slag met zijn staart komt er teveel spanning op de lijn waardoor deze afbreekt. Daar gaat hij, terug de veilige diepte in, nu met een lip piercing met onze kleine witte inktvis eraan.
Als een lip piercing de nieuwe trend wordt binnen de tuna populatie in de Med kunnen de sportvissers hun lol nog op want dan ontstaat er een ware run op inktvisaasjes. Geen sushi en tonijnsteak dit keer dus een nieuwe lijn met dit keer een groene inktvis. Misschien zijn die minder populair.
Vier dolfijnen, dit keer de Stenella coeruleoalba - ook ongeveer twee meter maar met witgrijze strepen op de flank en een spierwitte buik -  komen langs om ons te troosten en rond een uur of drie ziet Jan een grote zwarte rug met een slappen vis aan stuurboord oprijzen. “Jo een walvis”, roept hij, maar voordat ik aan dek ben is hij met dezelfde statigheid waarmee hij oprees, weer verdwenen. Groot, zwart met een slappe vin op zijn rug.
In de loop van de avond neemt de wind toe. Recht van achter dit keer dus varen we met uitgeboomde genua over bakboord en grootzeil over stuurboord terwijl de golven ons van achteren opstuwen. We gaan hard en met deze koers blijven we zo’n vijftien mijl bij kaap Cato vandaan en passeren de grote commerciële vrachtschepen ons nu zowel aan stuurboord als bakboord.

Degene die recht van achteren komen roepen we op via de marifoon om te checken of ze ons zien op hun radar want in vergelijk met die grote jongens zijn wij maar een klein notendopje. Gelukkig zijn we met onze stalen romp goed zichtbaar op hun radar maar er gaat iets geruststellends vanuit als je een stem hoort zeggen; “yes I have you on radar, I will keep two miles out of your track.” Op de AIS is daarna mooi zichtbaar hoe ze keurig in een halve cirkel om ons heen varen waarna ze hun koers vervolgen.
De wind blijft aantrekken (kracht 6 tot 7 met uitschieters 8) en aangezien hij zwalkt besluiten we de boom uit de genua te halen zodat we flexibeler zijn en beter kunnen anticiperen op de wisselingen. Ondertussen gaat het leven van wacht lopen, slapen en eten gewoon door en we zijn blij met onze hondenkooi - een eenpersoonsbed met een slingerzeiltje, waar je lekker stabiel in ligt tijdens zware zeegang – die geen kans krijgt om af te koelen omdat we elkaar erin afwisselen. Als we ’s ochtends dichter bij Gibraltar komen krijgen we de stroom van het getij tegen. Wind tegen stroom creëert venijnige golven maar onze Raaf laat zich er niet door van haar stuk brengen en ploegt gestaag verder.

Tegen de avond neemt de wind af en zodra de rots van Gibraltar in zicht komt is de zee weer gekalmeerd en de wind weg. Op de rede liggen grote tankers en containerschepen achter hun anker te wachten op lading en bestemming en terwijl we zitten te kijken naar deze reuzen komt opeens weer een school dolfijnen langs. Eentje oefent de achterwaartse salto waarbij hij steeds zijn witte buik toont en anderen tollen rondjes voor onze boeg. We gaan duidelijk niet hard genoeg voor ze want ze zwemmen met gemak vooruit waarna ze met prachtige bochten opeens weer vanuit de diepte opduiken. “Welkom in Gibratar”, lijken ze te zeggen.

Het licht neemt nu snel af en het is donker als we de baai binnenlopen. Gelukkig kennen we het hier en weten we precies waar we voor anker willen. Om tien uur ’s avonds, na een tocht van 380 mijl die we hebben afgelegd in 63 uur liggen we moe en tevreden in de baai van La Linea. Nu eerst maar weer eens een lange nacht in ons eigen bed, morgen zien we wel weer verder.

Gibraltar – 10 april 2007
‘Na zware arbeid is het goed rusten’, zegt het spreekwoord. Klopt!
We besluiten een paar nachten in de haven van Marina Bay door te brengen zodat we op ons gemak een aantal scheepsbenodigdheden en tax free kunnen inslaan en na een week onze mail weer kunnen binnenhalen en wie weet zelfs reisverslag 17 op de website kunnen plaatsen. Tot de volgende keer.