Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 16 > Balliaren > Cabrera > Palma de Mallorca


Porto Colom > Cabrera25 november 2006
We zijn weer op weg naar Cabrera. Dit keer vanuit Porto Colom waar we vijf dagen aan een mooring hebben gelegen met een harde zuidwesten wind. Vandaag staat de wind voor één dagje vanuit het zuidoosten gepland, wat voor ons betekent dat het te bezeilen moet zijn.
Nog even tanken en boodschappen inslaan voor een week en dan wegwezen.  
Zoals gezegd heeft het de afgelopen dagen vrij hard en bij de golf van Lion zelfs stormachtig gewaaid waardoor de Middellandse zee flink is opgeschud. Dit resulteert in een nogal knobbelig zeetje. Ik weet eigenlijk helemaal niet of dat een officiële benaming is maar wat ik ermee bedoel is dat de golfen vrij spits zijn en van verschillende kanten tegelijk komen waardoor er geen ritme ontstaat waarop Witte Raaf door de golfen snijdt.
Zoals verwacht moeten we scherp aan de wind sturen maar zelfs dan blijkt dit voor het eerste uur niet voldoende dus houden we de motor erbij. Gelukkig kunnen we zodra we de hoek om zijn, ietsje afvallen, waardoor de rest bezeild is. Alle zeilen, dus ook het stormfokje, mogen buitenspelen en we lopen al snel zo’n 6 knopen.
Nu onze gewone fok een paar scheurtjes vertoont en dus naar de zeilmaker moet, hebben we voor het eerst het stormfokje op de kotterstag gezet. Hierdoor kunnen we eens rustig kijken hoe de schoten idealiter lopen als we dit zeiltje moeten gebruiken. Fijn om dat nu bij rustig weer te kunnen onderzoeken want bij een echte storm is dat niet het eerste waar onze aandacht naar uitgaat.
Witte Raaf loopt fantastisch op deze aan de windse koers en het is bijna jammer dat we er al zo snel zijn. Bij het binnenhalen van de vislijnen worden we op het laatste moment nog getrakteerd op een forse makreel waarna we de zeilen wegrollen en de baai van Cabrera binnen lopen.
Grappig om te ervaren hoe anders het is om een baai binnen te varen waar je al een keer bent geweest.
Nu richt ik mijn aandacht op de mooring en de daarvoor bestemde lijn, terwijl ik de vorige en dus eerste keer nog vol nieuwsgierigheid probeerde om het hoekje te kijken, dat de baai voor me aan het zicht ontnam.
We kiezen dit keer een mooring direct aan het begin omdat we verwachten dat we daar mooi in de luwte van de heuvels liggen. Door de andere hoek krijgen we beiden toch weer het gevoel hier nieuw te zijn. Nadat we onze Raaf netjes aan haar mooring hebben afgemeerd, roken we de makreel nog voor het vallen van de avond. Verser kan het niet.

Na een onrustig nachtje – ondanks de luwte hadden we last van een forse swell die de baai binnenkwam en terugsloeg op de rotsen achter ons -  verkassen we naar een mooring achter in de baai. Hier hebben we de vorige keer ook gelegen en geen last gehad dus waarschijnlijk liggen we hier rustiger.
Het is maandagochtend en al snel verschijnt het wekelijkse bootje van de vaste wal. Hiermee komen onder andere de parkbeheerder en zijn medewerkers en de bouwvakkers die hier aan het werk zijn, naar het eiland. Het bootje zit dit keer vrij vol. Waarschijnlijk nieuwe “ogen”. Eigenlijk zijn het allerlei soorten “logen” maar aangezien ze het allemaal met hun ogen doen noemen wij ze “ogen”.  Hier vallen onder andere de; bio, archeo, marino, socio, bacterio, en al die andere die we zo snel niet kunnen bedenken onder. Je kunt je misschien wel voorstellen dat het hier vrij druk kan worden, want wie wil er nu niet een weekje op kosten van de baas op dit prachtige eiland zitten en het een of ander onderzoeken.
De vorige keer was er een marinoloog die vijftien dagen lang, samen met twee assistenten, dagelijks twee duiken maakte om de algen groei rondom de eilanden te onderzoeken. Dit doet hij vier keer per jaar zodat hij naast de seizoensinvloeden ook de veranderingen op lange termijn kan bestuderen.

!!!Het heeft even geduurd maar in Porto Colom hadden we een goede internetverbinding dus na wat googlen en surfen heb ik eindelijk uitgevonden hoe dat nu zit met het soms wel en soms niet oplichtende water. De oorzaak ligt bij de Noctiluca Scintillans, een heel klein bolvormig eencellig algje (flagellaat) zonder bladgroen. Hij is een onderdeel van de plantaardige plankton oftewel fythoplankton. Het oplichten ontstaat door een chemische reactie als gevolg van de beweging in het algje dat bij ons beter bekend is onder de mooie naam zeevonk. Zeevonk laat zich alleen bij rustig weer zien. Hij heeft een hekel aan ruig weer dus dan laat hij zich naar een grotere diepte zakken. Als hij samen met zijn broertjes en zusjes in bloei staat, vormen zich grote zalmrose vlekken aan het wateroppervlak. Frappant is dat we deze vlekken vorig jaar op weg naar Noorwegen hebben waargenomen en toen in onze onwetendheid hebben gekenmerkt als walvis sperma.
Toch leuk om te weten want nu kijk ik beslist anders naar zo’n klein fosforescerend lichtje dat langs spoelt als ik het toilet doorpomp.!!!  

Na een heerlijke dag klussen, rond vier uur naar de Cantina gepeddeld voor een biertje. Hier worden we welkom geheten door Joan, de Capitania, Dit is de ‘nieuwe’ parkbeheerder die hier voor de komende week is gestationeerd. We voeren een vermakelijk handen en voeten gesprek in het Spaans waarbij aan het eind duidelijk is dat hij hier om de week, zeven dagen verblijft en de andere week op Mallorca woont. Hij vind het leuk dat we er zijn en we mogen van hem de hele week blijven liggen. Dat is mooi want onze permit is geldig tot de 29ste en we kunnen pas de eerste in Palma terecht. Dankzij zijn toestemming kunnen we hier nu heerlijk rustig blijven liggen.

Van een agent van de Guardia Civiel die Engels leert door middel van cassettebandjes en graag op ons wil oefenen, krijgen we uitgelegd dat het eiland lang geleden geconfisqueerd is door de militairen die het officieel nog steeds in beheer hebben. De medewerkers van het Spaanse nationale park voeren daarentegen het dagelijkse beheer en vinden dat het eiland van hun is. Dit zeer tegen de zin van de militairen in die nu zes maanden per jaar hun beheer-stempel op het eiland komen drukken. De overige zes maanden wordt de Guardia Civiel geacht de orde te bewaken. Dit doen ze met minimaal drie agenten die één week op het eiland worden gestationeerd. Officieel woont alleen de eigenaresse van de Cantina met haar gezin op het eiland. Alle anderen worden regelmatig gewisseld. Al met al is er een heleboel onderling geharrewar en gekift binnen deze wel hele kleine gemeenschap van nog geen vijfentwintig man gedurende de week en nog geen tien personen gedurende het weekeinde.
Voor ons uiterst vermakelijk om vanaf onze Raaf te aanschouwen als we in het zonnetje op het voordek zitten. Sinds twee dagen zijn we verhuist naar het voordek omdat we daar geen ‘last’ hebben van de bimini en dus van de nu toch langzaam aan wat frisse schaduw.
De schaduw mag dan fris zijn en de avonden koel met zo’n zestien graden, de dagen zijn met gemiddeld tweeëntwintig graden nog steeds heerlijk en ook het zwemwater is nog steeds aangenaam. Pech voor de baby zeepokjes!
Jan heeft trouwens vandaag de snelheidsmeter - van binnenuit - verwijderd omdat hij niets meer aangaf. Dit is een klein plastic wieltje dat onder het schip door middel van kleine schoepjes ronddraait. Het  aantal wentelingen per minuut geeft hij door aan de computer die daarmee de snelheid door het water berekend en op het desbetreffende schermpje weergeeft. De techniek staat voor niets!

Totdat de babyzeepokjes zich ermee bemoeien en besluiten samen met een paar minikreeftjes zich tussen de schoepjes te huisvesten. Dan staat het wieltje stil en houdt de weergave dus gewoon op..
Bezwaarlijk? Ach, afgezien van;
* dat je niet weet hoe snel je vaart,
* je zonder snelheidsmeter het effect van het trimmen van de zeilen
   minder goed kunt zien,
* het lastig is dat je het verschil tussen de ware- en de relatieve wind
  niet kunt zien,
* het berekenen van eventuele stroom mee of tegen moeilijk wordt
  zonder dit apparaat, aankomen doe je toch wel.
Het spannende van de actie van Jan is dat hij het wieltje van binnenuit wil verwijderen waarbij hij dus opzettelijk een gat van zo’n ZEVEN centimeter maakt waar dat prachtig heldere aquariumwater door naar binnen kan komen. Nu heeft onze klusjesman een stop - die hier speciaal voor is bestemd - die met een vloeiende beweging in het gat geplaatst moet worden waardoor het gat wordt afgesloten. Maar toch, op de één of andere manier wil het visioen van die reusachtige zuil helder spuitend water - ala de Flinstones - in het voorschip, maar niet van mijn netvlies.
‘Grote Bruine Beren’ blijken het, als Jan grijnzend het wieltje laat zien dat hij tijdens mijn rondje zwemmen heeft verwijderd. Op deze manier is het beslist makkelijker schoon te maken en die gevreesde ‘paal’ water, …….die bevindt zich gewoon waar hij hoort, in het aquarium onder ons!

We liggen hier nu al weer een dag of vier en zijn het enige schip in deze paradijselijke omgeving. Ondanks dat we zowel overdag als ‘s avonds druk zijn met van alles kan ik vooral als de melkweg in haar verrassende helderheid overtrekt mijn lyriek soms niet onderdrukken.

Na een korte schemer is ze er, de maan. Ze straalt en bevestigt de stilte. Bijna frivool staat haar pet vanavond. Haar licht vormt een poel die niet stopt aan de horizon. Alsof daar de weg ligt naar de stille belofte.
Door de opwaartse beweging van het water lijkt het zich in goud licht te versmelten tot een kokende stroom voorwaarts kruipend lava. Het vloeibaar goud fluistert; “Ga je mee verdwalen, ik weet de weg, ga je mee?”

Na twee avonden wachten, vindt Capitania Joan het genoeg. Als Mozes niet naar de berg komt dan komt de berg wel naar Mozes, dus stapt hij in zijn rubber dienstboot en haalt ons op voor een biertje in de Cantina. Na een gezellige uitwisseling van losse woorden - een gesprek kun je het niet noemen - zit de beschikbare tijd er voor ons op. Morgen varen we naar Palma maar we spreken af dat we in februari terugkomen als hij eilandwacht heeft. Dan zal hij ons een gedeelte van het eiland laten zien dat normaal voor bezoekers gesloten blijft.

De volgende ochtend, sinds tijden, gewekt door de wekker om nog snel een rondje om onze Raaf te kunnen zwemmen want dat is in de haven van Palma uitgesloten. Hierna is het tijd om los te gooien en onze boeg te richten op onze winterbestemming.
Het is onvoorstelbaar, ik voel me echt een zondagskind op vrijdag. Het is ook nu weer het mooiste weer van de wereld en zelfs de wind komt uit de goede hoek. Met een snelheid van zo’n vijf knopen varen we op ons gemakje in de richting van het vaste land terwijl we twee keer bezocht worden door een vlak langs varende en zwaaiende Guardia Civiel. Zit daar een ‘bekende’ van ons aan boord.? ’t Lijkt wel handig, ‘vrienden’ bij de juiste instanties!

Cabrera > Palma de Mallorca - 01-12-2006
Ondertussen hebben we onze lijnen vastgelegd aan pier 46 in Palma de Mallorca, waar we de komende maanden zullen blijven liggen. We liggen fantastisch beschut, helemaal achterin het noordelijkste hoekje van de haven. ‘Onze’ steiger is afgesloten met een stevig hek waardoor onze Raaf wel door Jan maar niet door alleman kan worden bezocht. In onze tuin van het heden en de directe toekomst ligt de overdag imposante en ’s avonds prachtig verlichte de kathedraal boven een boulevard vol met lampjes versierde palmbomen. Heerlijk zelfs de bomen hebben ze al voor ons verlicht. Hoe bedoel je zondagskinderen op vrijdag?

Na zes maanden onderweg liggen we nu voor het eerst een langere periode op één en dezelfde plek. Terugkijkend hebben we:
· 2581 mijl = 4789 kilometer afgelegd.
· Met een gemiddelde snelheid van 5.3 knopen = 9.8 KM per uur
· 488 vaaruren gemaakt, waarvan
o 246 zeilend
o 242 op de motor, waarbij we
§ 1200 liter diesel hebben verstookt
· 65 dorpen/steden aangedaan
· 104 nachten achter ons anker gelegen
· 77 nachten in een haven doorgebracht, waarbij we
o 1500 euro aan havengelden hebben betaald
· 500 liter eigen water gemaakt
· ± 40 kilo vis gevangen

We zijn hier al weer dik een week en iedere keer ontdekken we weer een nieuw pleintje, bakkertje, kerkje, straatje en of terrasje. Palma ontvouw zich als een stad vol prachtige doorkijkjes, met oude bomen en prachtige huizen, straat-amusement en andere verrassingen. Zo heeft, ondanks de aanhoudend hoge temperaturen, de herfst ook hier zijn intrede gedaan. Dit is onder andere zichtbaar door de grote verscheidenheid aan zaden in bomen en struiken en het kleuren en vallen van het blad van de loofbomen. De stralend wuivende groene palmen bieden hun een prachtig contrast.

De vorige keer dat we hier waren was de kathedraal dicht – in Spanje is een kerk gesloten als er geen dienst plaats vindt, edoch tegen betaling konden we er in. Voor mij gaat dit aan het doel voorbij omdat je dan in een doods gebouw komt. Zodoende hebben we toen besloten om de eerste de beste zondag dat we in Palma zouden liggen, de mis bij te wonen zodat we het geheel in officiële status kunnen aanschouwen. Nu ben ik alleen gedoopt en daarna door mijn ouders ‘vrij’ gelaten maar Jan heeft daarentegen als geboren en getogen Limburger, een gedegen Katholieke achtergrond met praktiserende ervaring in de vorm van het misdienaarschap. Gelukkig maar want daardoor kan hij me alles haarfijn uitleggen terwijl hij tussentijd regelmatig zijn kennis van het Latijn laat horen.
We hebben het geluk, vanaf de eerste rij, getuige te mogen zijn van een hoogmis – eerste advent – die zingend wordt ingeleid door een tiental roodwitte priesters en daarna wordt voorgezet door zes in prachtig paars gehulde heren. Echt indrukwekkend en dat in een, ondanks de enorme grootte, goed gevuld kerkgebouw. Mooi om te zien hoe zo’n reusachtige ruimte dan opeens tot zijn recht komt.

We realiseren ons dat het voor sommigen van jullie moeilijk te geloven is maar het is echt waar, we zijn ondanks dat we momenteel niet varen, iedere dag opnieuw razend druk. Waarmee?
Allereerst komt er nogal wat kijken bij alle voorbereidingen om ons huisje hier goed en veilig achter te laten, voordat we voor zes weken jullie kant opkomen.  
Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan het verwisselen van de olie, het ‘winterklaar’ maken van de watermaker, het wassen van de lijnen, het poetsen en leeg laten lopen van BB, het óntkalken van het BB motortje, het bevestigen van meeuwenbilprikkers op de preekstoel, het maken van covers ter bescherming van zon, zout en woestijnzand en ga zo maar door. Terwijl de datum van vertrek naar NL nadert lijkt de lijst van dingen te doen alleen maar te groeien!
En verder leren we mensen kennen die hier aan dit steiger werken en wonen en ieder hun eigen verhaal hebben. Zo zijn we uitgenodigd door onze Zweedse buurman die werkzaam is op het even verderop liggende megajacht – 75 meter lang met vier verdiepingen - van de Barclay brothers. In de machinekamer die qua oppervlakte ongeveer twee keer onze Raaf is bevind zich naast twee gewone dieselmotoren een heuse vliegtuigmotor waarmee ze net die tien knopen sneller kan varen. Na een complete rondleiding en een drankje in de crewroom constateren we terwijl we terugvaren in onze kleine edoch trotse BB dat het machtig is om een keer te zien hoe de echte rijken leven en het ook heerlijk is om terug te keren naar onze dan wel kleinere maar daardoor ook handzamere en knussere Witte Raaf.

Woensdag is het zover. Dan komen we jullie kant op. Met gemengde gevoelens, dat wel want onze Raaf voelt na de afgelopen zes maanden echt aan als thuis, maar daar staat tegenover dat we heel erg uitkijken naar het weerzien met jullie.

Vanaf  1 april gaan we weer varen en begint er een nieuwe episode met een daaraan gekoppeld nieuw verslag van onze reis.