Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 15 De Balliaren > Mallorca > Cabrera

Andratx > Isla de Cabrera - 8 november 2006
Vandaag gaan we voor een aantal dagen naar de eilandengroep Cabrera die ten zuidoosten van Mallorca liggen. In de zomer kun je er in de maanden juli/augustus 1 nacht en in juni/september maximaal 2 nachten blijven maar in de winter mag het langer, dus hebben we maandag in Palma, een permit voor een week aangevraagd en gekregen.
Bij vertrek staat er een stevig windje uit het noordoosten waardoor we scherp aan de wind zo.n 6.5 knoop varen. Op hoogte van de baai van Palma valt de wind weg en draait naar het zuidoosten waardoor we de motor bij moeten zetten. Na twee uur motor-zeilen (zeilen met de motor bij) draait hij door naar het zuiden waardoor de motor weer uit kan. Tien knopen wind is voor onze zware Raaf eigenlijk niet genoeg maar aangezien we geen haast hebben, kachelen we met een slakkengangetje van zo’n twee knopen richting het hoofdeiland waar we om half zes in de kom een mooring oppikken. Wat jammer dat Jan vergeten is om zijn leesbrilletje van zijn neus te halen voordat hij me hiermee kwam helpen. Nu ligt dat allerliefste blokkerbrilletje op de bodem - te diep om op te duiken - waardoor we ook deze aan het ondertussen toch wel zorgwekkend lange lijst van ons vervuilings spoor moeten toevoegen.
Als ik terugkijk kom ik op de volgende score totnogtoe;

1. Wifi antenne  > Dover
2. Bako   > Dover
3. Rookmachientje > Cows
4. Walky talkie  > Berlenga eiland
5. BBQ rooster  > Aquilas (konden we niets aan doen)
6. Puts (nieuw)  > Puerto Colom
7. Leesbrilletje (blokker)> Cabrera eiland

Ervan uitgaande dat je op iedere plek waar je iets achterlaat terug wilt komen is dit dus, omgedraaid, het laatste stukje van onze terugreis, whenever that may be. Niet echt een handige route maar dat is van later zorg.
Er liggen in twee verre hoeken nog twee schepen en verder is de baai leeg. Daar liggen we dan, in een omgeving die voor ons dicht bij het ideale komt. Boven de haven bij de ingang van de baai staat een prachtig in de rotsen opgaand kasteel uit de 14de eeuw en aan de kade staan een paar huisjes met een Cantina en aan de andere kant van de baai staan naar wat het lijkt een paar woonhuizen. Op deze bouwsels na, lijkt het eiland leeg. Of dat waar is, gaan we de komende dagen ontdekken.
Zoals verwacht staan er hier geen zendmasten dus zetten we de mobieltjes uit want die blijven anders nerveus zoeken naar iets dat lijkt op bereik. De komende dagen zijn we helemaal afgesloten van de bewoonde wereld.
De zon zakt onzichtbaar weg achter de heuvels maar wordt lila en paars teruggeketst door het wolkendek, waardoor het water in de baai mee kleurt en het kasteel in brand lijkt te staan. Nu de zon weg is koelt de lucht snel af en wordt het ook voor ons zaak iets van een vestje aan te trekken. Na een verloren pot backgammon voor Jan en een onverwacht goed en helder radiocontact via de korte golfradio, met Douwe van Johanna - een medezeiler die momenteel onderweg is van de Canarische eilanden naar de Kaap Verdische - houden we het voor gezien voor vandaag.

9 november, Mootje en Kyra zijn jarig zijn jarig vandaag. De zon staat als geëtst aan een strak blauwe lucht waardoor de temperatuur stijgt naar zo’n 23 graden met een watertemperatuur van 21 graden. Het water is hier extreem helder dat volgens de gids te wijten is aan het feit dat het hier nauwelijks regent. Hierdoor komen er geen zanddeeltjes van het land in het water terecht en dat in combinatie met de immense velden Neptunes gras als bodembedekker zorgt voor de bijzondere helderheid. We liggen op een plek waar het zo’n negen meter diep is en we kunnen de bodem goed zien met alles dat daar tussen beweegt in de vorm van verschillende soorten vissen. Eigenlijk liggen we momenteel dus in een loeigroot aquarium waar we van bovenaf inkijken. Vooral de kleine geepjes, dit zijn hele dunne grijs blauwe slangachtige visjes van zo’n 30 centimeter met een lange dunne snuit die nog zo’n drie centimeter uitsteekt, zijn erg grappig om naar te kijken. Ze zijn nieuwsgierig en komen geregeld aan de oppervlakte om even polshoogte te nemen. Gek genoeg of misschien juist wel heel logisch want wij vinden geep ook niet lekker, laten de meeuwen ze met rust. Met baby gepen weet ik het niet maar volwassen gepen hebben fluorescerend groene graten. De eerste keer dat Jan er een ving voor de kust van Frankrijk dacht hij dat het beest een te hoge nucleaire dosis had gehad en ging hij zodoende met een grote zwaai weer overboord.
Sindsdien doen ze het eigenlijk alleen nog maar goed in de vissoep.

Na gedane arbeid is het beter rusten dus moeten we nodig aan het werk. Mede door de waarschuwing van Hans en Anneke van Zwit – die na vier maanden zout water al zoveel aangroei hadden dat ze niet meer vooruit kwamen en zodoende het water uit moesten – en het heerlijke weer gaan we beiden verkleed als kikvors compleet met snorkel en flippers, gewapend met borsteltjes het onderwaterschip weer eens serieus te lijf.
De kunst is om de aangroei, van bijvoorbeeld zeewier en zeepokken, geen kans te geven om te hechten aan de buik van onze Raaf. Als preventie hebben we haar voor vertrek uit Nederland met een speciale verf – anti-fouling – ingesmeerd waar de aangroei niet van houdt. Zolang de watertemperatuur koud is valt het daarna met de aangroei dus wel mee maar zodra de watertemperatuur stijgt vindt de aangroei de anti-fouling opeens minder bezwaarlijk  Opeens blijkt onze blauwe ravenbuik uiterst aantrekkelijk om op mee te varen en dus leggen ze een slijmlaag aan waarin ze hun beginnende ‘worteltjes’ lekker in kunnen wikkelen. En dan is het gewoon een kwestie van tijd voordat er uit dat laagje opeens hele kleine baby- zeepokjes en -zeewierstruikjes hun kopjes opsteken.
Net als alles wat jong en klein is, heel schattig maar niet voor lang want zolang ze nog klein en daardoor schattig zijn, zijn ze nog met een borsteltje te verwijderen. Als je ze wat langer de tijd gunt, red je het daar niet meer mee en moet er zwaarder materiaal zoals mes en beitel aan te pas komen.

Ondanks de 21 graden zijn we beiden blij met ons pak en zijn we na een uurtje serieus klussen, door en door koud. Maar onze Raaf is voor een groot gedeelte verlost van de slijmlaag en boven op het roerblad hebben de in de groei zijnde zeepokjes en wierboompjes niet kunnen ontsnappen aan mijn moordlustige mes en moeten nu dus een nieuw houvast zoeken in de baai van Cabrera. Volgens mij een veel mooiere en veiligere plek dan op onze Raaf.  
De rest van de dag hebben we vrij – verdient met hard werken – en maken we eindelijk weer eens tijd om rustig te lezen. Heerlijk in het zonnetje in de kuip. Op de kajuit en in het gangboord wipt regelmatig heel parmantig een klein zwart/wit vogeltje – volgens mijn Engelse vogelgids een white wagtail  (jammer want nu weet ik nog steeds niet hoe hij in het NL heet) - heen en weer en BB die achter de Raaf dobbert, wordt bevochten door een stel jonge meeuwen die geen zin hebben in natte voeten. Omdat ze allemaal op de bovenkant van het motortje in het zonnetje willen zitten en geen genoegen kunnen nemen met een plekje op BB zelf, zit er geen één echt rustig want voor die tijd wordt hij er alweer afgejaagd. Hierdoor wordt het een vermakelijk spelletje; ‘opgestaan is plaats vergaan’ maar dan anders.
Na twee dagen gaan we voor het eerst een kijkje nemen aan land. We varen met BB naar de kade, laten ons informeren over de wandel mogelijkheden zonder gids, brengen een bezoek aan het
kasteel en sluiten ons bezoek af met een biertje in de cantina. Tijdens dit bezoek hebben we om precies te zijn, zes mensen gezien. De visser, de parkwachter, drie bouwvakkers en de kantine juffrouw. En het ziet er naar uit dat er aan deze kant van het eiland ook niet echt veel meer zijn.
Het kasteel is ook aan de binnenkant prachtig bewaard gebleven. Een heel smal wenteltrapje leidt naar de binnenplaats waar vroeger het leven zich moet hebben afgespeeld. Met grote openingen naar alle kanten biedt het een prachtig uitzicht over de eilandengroep.

Van de parkwachter hebben we een permit gekregen om naar de vuurtoren aan de zuidoostkant van het eiland te wandelen. We mogen deze tocht zonder gids doen mits we na afloop de permit weer terug brengen zodat ze weten dat we veilig zijn teruggekeerd.
Aangezien we niet precies weten hoe lang de tocht is, trekken we er de volgende ochtend bijtijds op uit. Na een glooiend stukje langs de baai gaat het alras omhoog maar het pad is goed dus is het alleen een aanslag op onze conditie. Na wat gehijg en gepuf in den beginne komen we aardig in het ritme en worden we door onze nu alweer vijf maanden van nicotine verstoken longen beloond en dus met rust gelaten.
De begroeiing varieert van lage struiken tot fijngroene naaldbomen. Ondanks dat er weinig in bloei staat, worden we regelmatig omringd door vlinders die hun voedsel blijkbaar ergens anders vandaan halen. Verder zien we geen levende ziel, volledig alleen op de wereld wandelen we hier door deze wijdse ruigheid.

Boven gekomen hebben we een fantastisch uitzicht op de vuurtoren waar we eerst voor naar beneden moeten zodat we daarna via een kronkelweg weer omhoog kunnen tot aan het topje. “Een mooie boel”, hoor ik naast me mompelen, “twee keer omhoog en maar een keer omlaag, dat is niet wat je noemt eerlijk, toch?”

Het vuurtorenhuis blijkt al sinds 1998 verlaten want sinds die tijd is de vuurtoren geautomatiseerd. Voor ons fantastisch want daardoor kunnen we nu uitgebreid op het uitkijkterras picknicken. Zodra we onze broodjes hebben uitgepakt blijkt dat we niet alleen zijn want opeens komen er van alle kanten kleine gekko-tjes tevoorschijn en voordat we het weten gaan er drie met één van onze plastic zakjes vandoor.
Prachtig zijn ze en totaal niet onder de indruk van ons. Een kleintje wandelt gewoon over mijn arm zonder dat hij daarbij verblikt of verbloost, maar dat kan ook niet met zijn oranje koppie.  Volgens mij zijn het twee verschillende soorten. De ene is glanzend zwart met een staalblauwe bef en buik en de andere heeft een oranjebruin lijf en kop en heeft een diep donkergroene staart. Het zou ook kunnen zijn dat het om mannetjes en vrouwtjes gaat maar in dat geval zijn de vrouwen hier zwaar in de minderheid.
Als je ze wat langer bestudeert, lijken ze nog het meest op hele kleine krokodilletjes of nog verder terug in de tijd, op kleine miniatuur dino’s. In brood blijken ze bij nader inzien toch niet echt geïnteresseerd maar de kaas die zo hier en daar nog te ontwaren is, vindt gretig aftrek.

Op de terugweg wordt onze inspanning gelukkig beloond met maar één keer omhoog en twee keer omlaag waarna alles weer klopt. Al met al een fantastische dag, waarbij we alleen dieren hebben gezien. Wat heerlijk dat we hier in het naseizoen zijn, in het hoogseizoen waren we naar alle waarschijnlijkheid met velen geweest.

Buiten de baai ligt De Blauwe Grot, zo genoemd in verband met de lichtweerkaatsing via het water op de rotswanden. Aangezien het licht tegen zonsondergang het mooist is gaan we tegen die tijd op pad met BB. De grot is vrij groot dus varen we naar binnen waar we de motor afzetten en met een biertje en een nootje op ons gemakje de zonsondergang afwachten. Vooral in de hoeken van de grot wordt door het licht van buitenaf het water diep donkerblauw gekleurd. Zodra de zon wegzakt komt het laatste licht de grot binnen wat een prachtige warme weerschijn geeft op de rotswanden. Al met al beslist een mooie entourage voor de dagsluiting.

Cabrera > Porto Petro13 november 2006
Na vijf dagen aan ‘onze’ mooring verlaten we dit paradijs onder zeil en varen we met een zacht windje langs de noordelijk gelegen rotseilanden die niet toegankelijk zijn voor bezoekers. Nadat we het vuurtoreneiland aan de noordkant gepasseerd zijn, krijgen we bezoek van twee prachtige Grote Grijze dolfijnen - Tursiops truncatus – die steeds naar ons opkijkend hun snelheid aanpassen aan die van ons en als ze dan toch nog te snel gaan (we varen maar zo’n twee knopen) dan zwemmen ze traag vooruit waarna ze met een sierlijke bocht terugkeren bij onze boeg. Dit ras zwemt veel rustiger en statiger dan hun wat kleinere soortgenoot en het is prachtig om te zien hoe de ene heel rustig recht zwemt en de ander zich hier aan aanpast met gebruik van rug- en buikvin. Nadat we elkaar uitgebreid hebben kunnen bekijken verdwijnt eerst de ‘bewegelijke’ waarna de ander zich langzaam op zijn zij draait, omhoog kijkt alsof hij wil zeggen; “dag, het was leuk, ik ga weer”,  waarna hij rechtsom weg zwenkt, de oneindig blauwe diepte in. Ons achterlatend met een glimlach op de koppies en een blije tinteling in ons bloed.

We hebben alle tijd vandaag en dat is maar goed ook want echt hard gaat het niet, maar dat mag de pret niet drukken want we zeilen en daar gaat het om. Bij het ophalen van de lijnen blijkt er aan onze makrelenlijn een ferme jongen te hangen die erom vraagt, gerookt te worden. Rond half vijf draaien we de baai van Porto Petro in waar we in het aangezicht van de haven ons anker laten vallen en liggen.
Een prachtige plek om ons nieuwe rookmachientje van Nonne en Jorgen uit te proberen, tenminste als we het benodigde houtschaafsel kunnen vinden. Meestal is het heerlijk dat onze Raaf zo groot is maar soms is het ronduit lastig dat ze zo ontzettend veel bergplek heeft. Zesenvijftig kastjes en opbergplekken zijn er volgens Jan. Over het algemeen weet ik redelijk waar wat ligt maar in dit geval ben ook ik serieus de klos kwijt. Na ons rookmachientjes debacle in Cows heb ik zowel houtschaafsel als rookkruiden beslist ergens diep weggestopt om maar niet steeds herinnert te worden aan het gemis. Twee uur later staat het inwendige van onze Raaf volledig op haar kop maar vanaf de tafel in de kuip trekken de eerste geuren van de belofte van gerookte makreel voorbij. De puinhoop komt morgen wel weer!

Porto Petro > Porto Christo14 november 2006
Om kwart over elf varen we de baai weer uit. Na het ontbijt hebben we eerst weer het één en ander terug gezet waar het hoort. De rest komt straks wel weer. Er komt een lekker windje uit het zuiden waarop we tot de hoek nog met grootzeil en genua kunnen varen. Daarna moet het grootzeil weg en gaan we verder op de genua omdat het grootzeil anders de wind uit de zeilen van de genua zou nemen. Snap jij het nog? Maakt niet uit, rond 15.30 meren we af aan de kade van het leuke oude haventje Porto Christo. Hier verwachten we Henny en Lieke met hun schip Orion te zien die als het goed is hier overwinteren. De Orion ligt er keurig maar verlaten bij. We zijn te laat, Henny en Lieke zijn al naar Nederland.
Zelf hadden we hier ook een winterplek kunnen krijgen nog voordat er überhaupt sprake was van een mogelijkheid in Palma. Aangezien het toen we hier waren om te kijken een uitermate troosteloze indruk gaf, hebben we toen besloten om nog even verder te kijken.
Nu ziet het er allemaal een stuk vrolijker uit maar dat neemt niet weg dat we blij zijn met onze plek in Palma. Waarom? Omdat Palma een grote niet van toeristen afhankelijke stad is met zo’n 300.000 inwoners. Een stad waar ook in de winter het leven gewoon doorgaat en waar soms zelfs Engelstalige speelfilms worden gedraaid. Een stad die er om vraagt om ontdenkt te worden en daar hebben we zoals het er nu uit ziet eindelijk eens uitgebreid de tijd voor.

Naast ons liggen Rob en Wil met Rowy. Zij hebben vijf jaar door het Caribisch gebied en langs de Amerikaanse kust gezworven en zijn sinds vorig jaar terug in Europa en wij kunnen dus veel van ze leren. Eerst gaan ze terug naar Nederland en ze laten hun schip hier voor de komende drie maanden achter, daarna zullen ze beslissen of ze terug varen naar Nederland of dat ze volgend jaar verder gaan richting Griekenland en Turkije. We zijn benieuwd!

Naast de normale klussen zoals wassen - daar waar we stroom en water hebben, gaat de waterkoker aan en komt de wasbol uit zijn kastje – en boodschappen doen komt ook de naaimachine na lang rusten weer eens tevoorschijn. Nu we de winterbestemming hebben bereikt, moeten we ons serieus gaan voorbereiden op het ‘overwinteren’. Voor zover je de winter doorbrengen in Palma, überhaupt overwinteren kunt noemen, maar a la.
Volgens Jan is het nu eerst zaak dat we de kuip watervrij kunnen houden als het regent. Hierbij gaat het niet om de gehele kuip maar om het gedeelte voor de ingang naar de kajuit.
Nu heeft Jan daar wel gelijk in want juist dat gedeelte wordt bij een beetje regen drijfnat omdat onze zelfontworpen bimini heel handig (niet dus) naar voren afloopt en dus al het door hem opgevangen water keurig in dat gedeelte van de kuip loost. Met een dakgootje kunnen we er een fantastische wateropvang van maken. Het enige wat er dan nog onder moet is een regenton en dan kunnen de goudvissen komen.
Maar dat geklots aan dek is ook niet alles dus het moet anders. Er moet een soort verbinding komen tussen de bimini en de buiskap. Om te voorkomen dat het allemaal heel donker wordt, kies ik voor het doorzichtig plastic dat ik in een opwelling in Fallmouth bij een zeilmaker op de kop heb getikt. Met wat ogen aan de ene kant en een paar op maat gemaakte touwtjes aan de andere lijkt het geheel uiterst functioneel. Nu de eerste regenbui afwachten om te kijken of het ook echt werkt. Voor de komende dagen ziet het er nog niet naar uit dat onze test kan worden uitgevoerd dus schorten we het project tot nader order op.
Ondertussen houdt Jan zich bezig met verschillende andere klussen waaronder het repareren van een van de voorluiken en het maken van zeilbeschermers op de verstaging. Dat laatste project lijkt een open einde te krijgen want het is ondanks de uitleg van Rob en Willy toch nog niet helemaal duidelijk hoe ze op de stag bevestigd moeten worden.

Vanavond heeft Marijn, mijn broer, de presentatie van zijn nieuwste boek. Daar was ik graag bij geweest maar dat kan natuurlijk niet. Dat is nu eenmaal de consequentie van de keuze. Meestal is die geweldig en soms ook even niet. Ter compensatie vandaag weer eens uitgebreid gebeld met het thuisfront. Ditmaal vanuit een belwinkel, één voor Martine uitermate bekend- maar voor mij nieuw fenomeen. Gelukkig heb ik op de valreep mijn broer Eyk ook nog even life kunnen feliciteren nadat hij met zijn gezin de Sint heeft onthaald.

Porto Christo > Porto Colom – 19 november 2006
Na een uitgebreid ontbijt met een krantje in de zon in de kuip, breken we na vijf dagen aan de kade op en gooien de trossen los. De wind komt uit het zuiden en aangezien onze bestemming daar ook ligt zit er niets anders op dan kruisen. Met zo’n twintig knopen wind lopen we toch al snel zo’n 6.5 knoop maar dat is is toch niet snel genoeg om de jacht lust van de roofvissen op te wekken. Onze vislijn blijft LEEG vandaag. Als om het goed te maken komen er een aantal dolfijnen langs waaronder een jong die de Raaf aandoen en daarna hun koers 180 graden omleggen en terugkoersen. Na vier heerlijke uren varen, meren we af aan een mooring in de baai van Porto Colom. De haven waar we aankwamen toen we hier voor het eerst land aandeden.  

Net even gezellig gesproken via de korte golf radio met Femke van Rajac. Zij zijn onderweg van het Canarische eiland, La Gomera naar de Kaap Verdische eilanden en net als bij Douwe is ook nu de radioverbinding glashelder. Fantastisch want dat biedt de mogelijkheid om eindelijk weer eens echt rustig bij te kletsen zonder dat je constant aan het gokken bent wat er aan de andere kant precies gezegd wordt.
Ze schieten al aardig op en zijn nu al drie dagen en nachten onderweg. Als we deze verhalen horen kriebelt het wel want als we bij Gibraltar niet linksaf waren gegaan, hadden we daar nu ook kunnen varen.

“Als ligt naast hadden op het kerkhof”, zei mijn moeder vroeger regelmatig tegen me en aangezien toeval je toe valt is het goed zoals het is. En krijg daar nu maar eens een speld tussen in deze hooiberg!

Ondertussen liggen we al weer een aantal dagen in Porto Colom. We waren van plan om hier maar een twee dagen te blijven en daarna door te gaan naar Cabrera maar hier hebben we de beschikking over internet en aangezien we nog steeds problemen hebben met onze website besluiten we hier wat langer te blijven  en te kijken of we het op kunnen lossen. In eerste instantie wordt het probleem alleen maar groter. Nu gaat naast dat de foto’s nog steeds niet geladen worden de hele site niet meer open. Tijd voor rigoureuze maatregelen!
Jan hikt er al een paar dagen tegenaan maar nu moet het dan toch gebeuren. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden dus de gehele website wordt gewist en stukje bij beetje weer opgebouwd. Superspannend op het moment zelf maar zodra blijkt dat de aanpak werkt, is de opluchting naar gelang.

Ik vermaak me ondertussen uitstekend met het fabriceren van winchcovers. Dit zijn hoesjes die onder andere als we straks naar NL gaan de winches (draaimolen waarop de lijnen van de zeilen op worden aangedraaid) afdekken.
In eerste instantie moest Jan niets van die ‘rare dingen’ hebben en kwamen ze bij ons niet aan boord maar sinds bekend is dat ze een goede bescherming bieden tegen het hier veelvuldig aanwezige fijne Sahara zand, zijn ze niet alleen welkom doch worden ze zelfs gewaardeerd. De uitdaging voor mij ligt in het feit dat geen ‘een winch hetzelfde is en ze zodoende allemaal een andere maat/vorm krijgen.
Naast de winchcovers maak ik zakken voor de lijnen aan de mast en de reling. Door de lijnen in zakken te doen, blijven ze soepeler waardoor ze beter hanteerbaar zijn en minder vaak in de wasverzachter moeten. .
Al met al zijn we beiden zo druk als kleine baasjes. Heerlijk want het waait momenteel stevig maar daar hebben we aan onze mooring weinig last van.

Nu de website oké is en deze versie er op staat, gaan we zodra de wind een beetje draait nog een paar dagen naar Cabrera voordat we onze winterstek in Palma zullen opzoeken. Vanuit daar meer en voor nu, tot later,........