Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 12

Jawel, de winnaar van onze prijsvraag ‘wat is Flappie’ is bekend. Het is Cees Caspers, een oud collega van mij van Transavia. Cees kon ons de ochtend na publicatie het verlossende antwoord geven over Flappie. Het is een Sunfish, in het Nederlands ook wel tegenstrijdig, een maanvis genoemd van het soort Mola Mola. Dat is een andere tak dan degene die vaak in aquaria gehouden worden en dat is maar goed ook want onze Flappie is niet direct geschikt als huisdier.
Hij wordt in volwassen status zo’n 3 meter, wat groot is voor zo’n glazen bakkie en hij eet graag verse kwallen. Wel een oplossing bij oosten wind aan het Noordzeestrand maar verder niet eenvoudig te verkrijgen. Het is me trouwens volledig duidelijk waarom hij zich o.a. hier heeft gevestigd want kwallen zie je hier in de prachtigste kleuren en in alle maten. Alleen die kleine blauwtjes waarvoor gewaarschuwd werd op het nieuws, hebben we nog niet gezien.
Hoe zit dat eigenlijk, met kwallen? Smaken ze ergens naar en smaakt een blauwe anders dan een rood-groene of is het onafhankelijk van de kleur een smakeloos hapje gelei? Van zee-egel weet ik uit ervaring dat ze een geheel eigen smaak hebben maar kwal heb ik totnogtoe nog niet willen proeven.
Misschien is het wel gebeurd in een van de onsmakelijke televisieprogramma’s waar mensen voor geld de meest vreemde diersoorten moeten verorberen maar dat heb ik dan gemist. Mocht iemand het weten, dan houden we ons natuurlijk aanbevolen.

De prijs die Cees met dit juiste antwoord heeft gewonnen is nog een verrassing. Zowel voor hem als voor ons maar zodra die een vorm heeft aangenomen zal ik erover berichten. De overige inzendingen waren ook allemaal goed. Deze mogen met de eer van de kennis strijken.
 
Almerimar > Puerto Genovesdonderdag 21 september 2006
Ondertussen zijn we na een dag of vier, lantervanteren in de haven van Almerimar, vertrokken richting Cabo Gata. Dit is binnen de Middellandse zee het meest zuidelijke puntje van Spanje.
De stop in Almerimar heeft ons goed gedaan. Naast veelvuldig, e-mail en telefonisch contact met het thuisfront hebben we er een aantal leuke mensen ontmoet. Zo stond er ’s middags opeens een Deens stel; Jorgen en Nonne, dat we kort gesproken hadden in het haven kantoor, aan de loopplank met de vraag of ze hun zelf gekookte eten ’s avonds bij ons aan boord mochten komen opeten.
De meeste mensen die we hier spreken gaan naar het westen richting Carieb en verklaren ons voor gek als we ze vertellen dat wij richting oost gaan, maar gelukkig hebben Jorgen en Nonne, dezelfde plannen in die zin dat ze eerst een jaar of wat gaan rondvaren in de Middellandse zee en daarna pas oversteken. Nu willen ze vanuit hier, met een korte stop op Sardinië rechtstreeks door naar Griekenland waar ze de boot voor drie maanden op de wal herbergen.
Het door hun meegebrachte diner was uitermate smakelijk en tijdens dit gezellig (in het Deens, hyggeligt) samenzijn hebben we alleen maar kunnen constateren dat het heerlijk is om mensen met dezelfde interesse tegen te komen. Jammer dat ze een andere kant opgaan maar we zullen elkaar hier in het Middellandse Zeegebied wel weer ergens treffen.
Onze buurman John en zijn vriendin Maivis met hun hond Maartje, een meer dan leuke …….collie die precies weet hoe ze het eten van je bord moet kijken, liggen al een paar dagen in Almerimar. John heeft een aantal jaar in de Middellandse zee rondgedoold en kan ons van alles vertellen over de do’s en don’ts in dit gebied. Zo vernemen we dat we in het hoogseizoen hier beslist niet moeten zijn omdat het te vol en te duur is. Bepaalde jachthavens vinden een bedrag tussen de 250 en 600 euro voor een nachtje aan een steiger, helemaal niet gek. Ook weet hij van alles te vertellen over verschillende vismethodieken waaronder natuurlijk mijn favoriete onderwerp, hoe vang je een tonijn?
Een van zijn uitspraken; “Voor een tonijn moet je gewoon mijlen maken, des te meer mijlen, des te meer kans! “, zou door Cruyff niet beter kunnen worden uitgelegd.
Al met al hele gezellige buren waarmee we het praatje, dat we sinds het verlaten van de Portugese kust hebben gemist, ruimschoots in kunnen halen.
Almerimar is trouwens een hele bijzondere plek. Een dorp of stad kun je het niet noemen want het heeft geen kern, anders dan de haven. Er is in the middle of nowhere een haven gebouwd met allemaal speels gebouwde aan elkaar geschakelde doch van elkaar verschillende appartementencomplexen rondom. Daaromheen is een golfbaan aangelegd met daaraan grenzend, ……… jawel nog meer appartementencomplexen. Binnen het geheel zijn heel veel kleine restaurantjes en kroegjes gevestigd en voor het dagelijks verbruik is er een grote supermarkt.
In de haven is ruimte voor duizend schepen in het water en daarnaast hebben ze dan ook nog ruimte op de wal. Almerimar blijkt een typische overwintering haven waar voor de komende winter nu al geen plek meer beschikbaar  Een aantal schepen liggen hier al jaren en de bewoners hebben een radionet opgezet dat iedere ochtend door een vrijwilliger wordt bediend. Om klokslag 10.00 uur wordt op kanaal 67 met prachtige Engelse correctheid de agenda van de dag gepresenteerd door de net-coördinator van de dag, waarbij navraag gedaan wordt naar eventuele hulp die iemand nodig heeft, gecheckt wordt of iemand een lift nodig heeft of kan aanbieden en meer van dat soort zaken. Daarna worden de mogelijke activiteiten van de dag doorgenomen waarna nieuwkomers en vertrekkers de kans krijgen hun zegje te doen. Al met al een meer dan vermakelijk en functioneel opgezette organisatie die voor de bezoekers van de haven een hoop praktische vragen kunnen invullen. Vooral de kreet “nothing heard”, die na ieder item waarbij inspraak mogelijk is maar meestal niets kwam, zal ons nog lang heugen.

In een van de nautische winkels hebben we eindelijk, na lang zoeken, (sinds vertrek Nederland), de al zo lang gewenste BBQ gevonden. We hebben hem bij vertrek van de jongens en Martine gekregen maar konden toen de juiste niet vinden en hier lopen we er zomaar tegenaan. Prachtig is hij. Hij heeft een stang waarmee hij aan de reling vastgemaakt moet worden en werkt op gas waardoor je niet met open vuur hoeft te werken. Je zult begrijpen dat hij ondanks dat hij nog geen naam heeft, direct aan de reling is bevestigd.  

We vertrekken pas rond 12.00 uur want rond die tijd draait de wind van oost naar west zodat we hem van achterin binnen krijgen. In aanvang is het maar weinig maar na een uurtje of wat neemt hij toe tot zo’n 24 knopen van achterin. Met een uitgeboomde Genua en een vastgezet grootzeil lopen we al snel zo’n zeven knopen en dat is hard voor onze raaf. We besluiten verder te gaan dan gepland om alles eruit te halen wat er in zit.
Ondanks onze snelheid gaan de vislijnen buiten boord en al snel haal ik de eerste binnen in de vorm van een dorada. Een prachtig en uitermate lekker visje dat we in Alvor op de BBQ hebben gehad. Dat is wel fijn want nu weten we tenminste wat voor vissenvlees we dit keer letterlijk in de kuip hebben. De daarop volgende drie keer haalt Jan iedere keer 2 flinke makrelen binnen wat onze vangst binnen de kortste keer op zeven zet. Meer dan genoeg dus de lijnen mogen niet meer buitenboord. We besluiten twee makrelen te fileren en deze later samen met de dorada op onze splinternieuwe BBQ uit te proberen terwijl de overige vier makrelen de oven ingaan, voor een salade.
Zo ronden we met een gevulde koelkast, onverwacht Cabo Gata al vandaag in plaats van morgen en duiken we na zonsondergang een baai in net om de hoek van de kaap.
Er staat nog wel een lichte swell in de baai maar deze is nog van gisteren en moet als het goed is binnen korte tijd afnemen. Dit gebeurd inderdaad mede door het toenemen van de westenwind die aardig van zich laat horen zo vlak bij de kaap. Met zo’n 25 knopen laat hij alles klapperen dat niet echt goed vast staat. Nier echt lekker om bij te BBQ-en dus dat stellen we uit tot morgen.
Dit is de eerste nacht dat we ons nieuwe ankerlicht – een uit 6 ledlampjes bestaand lantaarntje dat nauwelijks stroom gebruikt – kunnen uitproberen en met succes want hij is zo helder dat je de sterren niet meer kunt zien. Hij doet het dus fantastisch maar we moeten we een ander plekje voor hem zoeken zodat wij zelf niet verblind worden. Het is een prachtig systeem dat uit zichzelf aangaat bij zonsondergang en weer uit als die koperen ploert opkomt. Waarom zo’n los lantaarntje hoor ik sommige van jullie denken, de raaf heeft toch zo’n prachtig ankerlicht in de top van de mast. Ja zeker, we hebben inderdaad een pracht van een ankerlicht boven in het topje van de mast maar dit heeft twee aandachtspunten,
1) Ons bestaande ankerlicht vreet stroom waardoor hij iedere nacht dat hij brand een aanslag levert op de batterijen en daarbij niet uit zichzelf aan- en uitgaat dus langer brandt nodig
2) Hij bevindt zich dusdanig hoog dat kleinere schepen waaronder de zo beruchte vissers, hem niet zien en zodoende in het donker zomaar een deuk in je kunnen varen.
Al met al een goede investering in veiligheid, al kun je je natuurlijk afvragen of de prijs van het lampje zich ooit in diesel laat omrekenen.

Puerto Genoves > Aquilas – vrijdag 22 september 2006
Na een onrustig nachtje (wind en swell) varen we rond negen uur de baai uit verder omhoog richting Torreveija.
Ondertussen hebben we een berichtje gekregen van onze Deense vrienden die we gisterochtend vroeg hebben uitgezwaaid voor hun tocht richting Sardinië. Door de te harde wind, zo’n 35 knopen recht op de kop, zijn ze uitgeweken en hebben ze overnacht in een baaitje zo‘n vijf mijl verderop. Ze hebben daar de hele nacht problemen gehad met hun anker en zijn zodoende afgelopen nacht uitgeweken naar een vissershaven. Als ze horen dat we maar zo’n twintig mijl achter ze varen, besluiten ze hun bestemming aan te passen zodat we elkaar vanavond kunnen treffen.
We hebben een lekker windje dat pas aan het eind van de dag afneemt waardoor we alleen het laatste uurtje de motor moeten bijzetten. Rond 18.00 uur ankeren we naast de Luna in een baai net boven Aguilas.
Jorgen en Nonne begroeten ons uitgelaten en nadat we de normale zaken hebben afgerond zetten we BB-tje overboord om ze op te halen. Zelf hebben ze hun BB-tje verloren door diefstal in, jawel Gibraltar. Onze kleine BB heeft het bootjesmonster niet te pakken gekregen maar die van Jorgen en Nonne, die vastgeketend zat met een staaldraad onderaan de Luna, heeft hij verschalkt.
Zodra ze bij ons aan boord zijn komen de verhalen. Er was teveel wind om rechtstreeks door  te zetten naar Sardinië dus hadden ze besloten uit te wijken naar San José, een kleine jachthaven vlak bij de Kaap. Daar werden ze geweigerd omdat de haven vol zou zijn, dus hebben ze hun anker uitgegooid in een baai die maar vijf mijl hoger lag dan onze baai van gisteravond. In deze baai hebben ze tot twee keer toe bezoek gehad van duikers en iedere keer als de duikers een half uur onder water waren begon de Luna te driften. De eerste keer hebben ze het anker opgehaald en opnieuw laten vallen waarna ze weer vast lagen maar de tweede keer kregen ze hun anker niet meer omhoog en dreigden ze tegen een andere boot aan te komen. Het anker zat ergens vast en aangezien het stikdonker was hebben ze de hele nacht wacht gehouden totdat het licht genoeg was om op onderzoek uit te gaan.
Nonne en Jorgen zijn beiden duikers en hebben al het duik-equipment aan boord dus zijn ze omlaag gegaan om te kijken wat er nu precies aan de hand was. Hun ankerketting liep onder het andere schip door en hun anker hing halverwege, vastgeknoopt met de lijn van hun ankerboei, aan de ankerketting van het andere schip. Aangezien het  met vier knopen was vastgezet konden ze niet meer om valse opzet heen. Samen hebben ze hun anker losgemaakt en terwijl ze zich stonden af te drogen kwam de boot van de duikers de baai binnenvaren.
Zij hebben vriendelijk gezwaaid en daarna demonstratief hun anker opgehaald. Zij hebben het geluk dat ze beiden kunnen duiken en het benodigde materiaal aan boord hebben, maar wat als dit niet het geval is? Dan hadden de duikers waarschijnlijk minstens honderd euro gevraagd om even te kijken naar het ‘vastgeklemde’ anker.
Onvoorstelbaar, zorgwekkend en beslist een deuk in het vertrouwen in de mensheid  om je heen. Is dit wat de rijkdom van een schip met een minder bedeelde doet?

Nonne heeft vandaag voor het eerst een vis gevangen dus we besluiten alle visjes bij elkaar op de BBQ te leggen en deze met elkaar te verorberen.
Na een heerlijke maaltje vis is het goed slapen zou je denken en op zich was dit beslist de bedoeling maar de nacht brengt als verrassing een fors regenfront met onweer waardoor Jan en Jorgen de nacht gedeeltelijk actief hebben doorgebracht in de vorm van het sluiten van luiken, loskoppelen van de radioantenne, etc, etc. Lekker hoor zo’n ‘zoet’ buitje over ’t dek, jammer dat het een groot gedeelte van de Sahara heeft meegebracht.
 
Aquilar > Cabo de Paloszaterdag 23 september 2006
’s Ochtends worden Jan en ik opgewekt door een schreeuw waarna ik aan dek schiet . Nonne  en Jorgen zijn er vroeg bij en hebben hun anker al op. We zien ze vanavond wel weer maar Nonne heeft nog een ‘stincky worm’ voor me en wil me die geven zodat ik daar vandaag mee kan vissen. Jorgen vaart zodoende vlak langs de Raaf en vergeet daarbij de wind die hem te pakken neemt en tegen ons aandrukt waarbij de Luna met haar preekstoel (metalen frame aan de voorzijde op een schip) onze splinternieuwe, aan de reling gemonteerde BBQ, er afrukt. Daar gaat onze nieuwste aanwinst, nog geen week aan boord van de Raaf en hij ligt al op de bodem van de nu Middellandse zee. Verder komen we er met een kleine deuk in ons hekwerk en een fikse schrik, goed vanaf.   
Jorgen duikt de BBQ op van een diepte van zo’n 8 meter, maar het grillrooster laat zich niet vinden en wordt daarmee een klimrek voor de hier wonende heremietkreeftjes en krabbetjes.
Zowel Nonne als Jorgen voelen zich ontzettend bezwaard en aangezien woorden op zo’n moment niet toereikend zijn, besluiten we beiden uit te varen en vanavond verder te zien.

Het is een prachtige dag met een heldere blauwe lucht en een lekker warm zonnetje. Ideaal, ware het niet dat de wind het laat afweten en de motor ons dus moet voortstuwen. Wel jammer want nu varen we te snel voor makrelen. Maar aangezien John ons vertelde dat de zwemsnelheid van tonijnen onze bootsnelheid ver te boven gaat, gooien we Inky uit. Inky is een felgekleurd plastiek inktvisje met in zijn buik twee lelijke grote haken. Ik heb hem in een van de Spaanse Ria’s gevonden en volgens de verkoper – die ze zelf maakt – is dit het beste kunst aas om tonijn mee te vangen, dus wat let ons.
In eerste instantie hebben we een lijn buitenboord met een lengte van zo’n 100 meter. We lopen zo’n zes en een halve knoop als we opeens een hoop gespetter achter ons kielzog waarnemen. BEET, nu zien dat we dat wat er aan hangt ook binnen boord krijgen. Eerst gas verminderen en dan om de beurt langzaam maar zonder aflatende spanning op de lijn de molen indraaien tot aan de wartel. Daarna de laatste vijftig meter met de hand terwijl we onze vangst geen kans geven om onder water te gaan en dus over het water glijdend naar ons toe halen. Als we hem aan dek hebben zit ik klaar met de whiskyfles om hem te voorzien van een slokje in zijn kieuwen voor een pijnloze dood. Jan, in eerste instantie ongerust over de hoeveelheid te gebruiken whisky, is het al snel met me eens dat dit een stuk humaner is dan een klap op z’n kop met een hamer. Na een paar stuiptrekkingen voel je de verdovende ontspanning van de alcohol in het voordien nog gespannen vissenlijf, waarna het leven  langzaam wegvloeit..
Deze vis is groter dan makreel maar pas nadat we hem hebben vergeleken met de plaatjes uit ons vissenboek, blijkt dat we hier een  Thon Rouge te pakken hebben, oftewel een bluefin tuna. Jawel, onze eerste tonijn is binnen.
Nu we weten dat de snelheid geen probleem en Inky aantrekkelijk genoeg is om in te bijten, gaat ook de tweede lijn buitenboord. .De tweede vangst verspelen we omdat we niet voldoende spanning op de lijn houden waardoor hij zich los kan wurmen maar drie en vier ontkomen niet aan onze nieuwe inhaalmethodiek en liggen al snel naast hun maatje in de ovenschaal. Tijdens radiocontact met de Luna horen we dat zij er ook een hebben gevangen dus besluiten we te stoppen. Ons visquotum voor vandaag is weer bereikt. Tijdens het inhalen van de lijnen kan een snel zwemmende hongerlap, het voorbij schietende aas niet weerstaan en bijt. 1 over quota maar zijn lip is zodanig beschadigd  door de haak, dat teruggooien voor hem geen levenskans biedt.
Ons plan om te ankeren in de binnenzee Mar Menor blijkt niet haalbaar omdat de laatste brug die deze zee scheidt van de Middellandse, om vijf uur voor het laatst draait. Na overleg besluiten we om de hoek bij Cabo de Palos voor anker te gaan.
Jorgen en Nonne hebben de gewoonte om na het ankeren even te gaan kijken hoe het anker erbij ligt en deze goede gewoonte nemen we van ze over zolang de watertemperatuur dit toelaat. (Voor Jan alles warmer dan 26 graden).
Tijdens onze ankercheck worden we van alle kanten omringd door hele grote prachtig gekleurde doch erg griezelige kwallen die van alle kanten lijken te komen en onvoorspelbaar zijn in hun zwemrichting. Met duikbril en snorkel zijn ze goed te zien maar dat neemt niet weg dat ze er soms opeens zijn. Mijn in eerste instantie ontspannende zwempartij veranderd dus al snel in een ontwijkmanoeuvre waarbij de snelheid van mijn ademhaling duidelijk maakt hoe spannend ik dit vind. Jakkie bah!!! Maar ons anker ligt er mooi bij en daar gaat het om.

Na een dag vol avonturen is de schrik van vanmorgen weg maar Jorgen kan zich niet ontspannen voordat we van hem een cadeau hebben aanvaard. Een cadeau in de vorm van, ……………. een rookoventje. Natuurlijk hebben we gedurende een van onze avonden ons verhaal over het verlies van ons rookmachientje verteld en laten zij er nu precies zo een aan boord hebben. We aanvaarden hem in dank en dopen hem Luna.
Nadat ik van Nonne heb geleerd hoe ik een tonijn het beste kan fileren, zitten we al snel aan de sushi, gevolgd door tonijnsteaks, uit de pan.

Het zit die twee niet mee! Als Jorgen vermoedt dat zijn anker krabt en hij zodoende opnieuw wil ankeren blijkt dat zijn elektrische ankerlier dienst weigert. Aangezien zijn anker te zwaar is om alleen handmatig te lichten wordt ook deze nacht voor hem een doorwaakte. Reden genoeg voor hun om de volgende ochtend te besluiten, Mar Menor over te slaan en rechtstreeks door te gaan naar de jachthaven van Torrevieja.
Om twee uur ’s middags draait de brug pas die toegang verleent tot Mar Menor dus laten we ons rustig op het windje drijven langs de hoogbouw van La Manga.
Bijna schokkend is het om na de prachtige ruige rotskust van Gabo de Gata bij San Jose tot voorbij Cartagena, opeens geconfronteerd te worden met het beeld van uit het water oprijzende, uiterts moderne hoogbouw – er zitten prachtige objecten bij voor een maquette  hoor Job - gebouwd op de langgerekte landengte die de Middellandse zee scheidt van Mar Menor. (kleinere zee in het Spaans)
Het mineraalrijke water - werd vroeger veel gebruikt om te kuren - is zo’n vijf graden warmer dan het water in de Middellandse zee en populair bij de Spaanse toeristen. Dit blijkt ook wel als we de brug passeren want dit doen we in file met meerdere hoofdzakelijk Spaanse schepen.
De diepte is over de gehele lagune zo’n zes meter waardoor ankeren overal mogelijk is. ’s Middags is er een stevig windje opgestoken dus kiezen wij voor een van de vijf eilanden waar we in de luwte ons anker laten vallen. Als we er aankomen liggen er zo’n twintig schepen maar zodra de zon ondergaat liggen we er alleen. Wij met z’n vieren, Jan, de Raaf, BB-tje en ik, gehuld in de fraaie kleuren van de zonsondergang. Als je hem zou schilderen, zou hij naar alle waarschijnlijkheid als kitsch gekwalificeerd worden.
We liggen beschut voor de zuidoosten wind maar ’s avonds draait deze naar het zuiden en ’s nachts zelfs door naar het westen waardoor er van beschutting niet echt meer te spreken is. Reden genoeg om na het ontbijt anker op te gaan en te verkassen naar de andere kant van het eiland, zeker gezien het feit dat de mistral waait en we daar zelfs hier een staartje van mee kunnen krijgen.
Zo laten we rond 11.00 uur ons anker zakken aan de andere kant van isla Mayor wat naar nu blijkt, privé bezit is. Heerlijk rustig liggen we hier, zeker als de wind afneemt. Alle rust en tijd voor klusjes dus. Jan gaat gewapend met een schuursponsje te water om de romp schoon te schrobben en ik maak de eerste grove opzet voor een beschermingscover voor BB-tje. Volgens ervaren schippers is dit noodzakelijk om te voorkomen dat hij binnen twee jaar door de zon wordt verteerd. De stof is een streepje dus wordt het een pyjama. Na de eerste opzet wordt passen noodzakelijk dus roei ik met het hele spul naar het strandje. Jammer genoeg zet de wind op waardoor ik alleen nog bezig ben, opwapperende flappen terug te duwen en het na een kwartiertje opgeef. De wind zet door in kracht en komt uit het zuidwesten. Nu vraag ik je, eerst liggen we beschut voor zuidoost en komt hij uit het westen en daarna verkassen we naar de beschutting voor noordoost en krijgen hem vanuit het zuidwesten.
Het mag tijdens het koken en eten dan wat onrustig zijn, laat in de avond gaat hij liggen en krijgen we alsnog een rustige nacht.

Mar Menor > Torrevieja - dinsdag  26 september 2006
’s Ochtends, met gedraaide wind, realiseren we ons dat Jan blij mag zijn dat hij ze gisteren tijdens zijn schoonmaakwoede niet is tegengekomen. Niet een enkele, zo hier en daar, maar trossen van zo’n twintig tegelijk, spoelen de kwallen om ons heen. Onvoorstelbaar zo veel! Blijkbaar gedijen ze uitstekend in deze mineraalrijke warmere binnenzee. Ik ben blij dat ik ze vanaf het dek kan bewonderen en er niet tussen lig.
Na de brug van twaalf uur zijn we weer buiten waar we met een zuidoosten wind kracht 4 op  grootzeil en genua naar Torrevieja varen. Volgens de boeken wordt ankeren in de havenbaai ontmoedigd maar volgens Jurgen die al een paar nachten in de jachthaven ligt, liggen er aan de westkant wel schepen achter hun anker. En inderdaad de baai is prachtig ruim en er is meer dan voldoende ruimte en beschutting dus besluiten we ondanks alle voorbereidingen qua fenders (stootkussens) en lijnen, toch ons anker te laten vallen. .
Achter ons ligt een oude bekende. Een Fins houten schip dat we in Cascais met regelmaat de baai hebben zien omploegen omdat hij van zijn anker afsloeg. De eerste keer pakt ons anker niet maar de tweede keer krijgen we een opgewekte duim van onze Nederlandse buurman van de Sogno d’Oro terwijl we de motor afzetten en de luiken her en der openen.
Onze Nederlandse buurman blijkt een vervroegd gepensioneerd kolonel administratie van de marine. Hij is vorig jaar november met zijn beeldschone acht meter lange scheepje vertrokken en heeft een aantal maanden op de Balearen gebivakkeerd.
Genoeg te zien en te beleven dus maar eerst gaan we naar onze Deense vrienden die ons verwachten voor het eten. BB-tje of misschien wel vosje, gaat buitenboord en na een snelle douche op het achterdek gaan we op zoek. Al snel ontdekken we twee vrolijk springende lachende mensen op het steiger die ons de weg wijzen naar hun schip. Heerlijk om ze weer te zien en dat terwijl het maar twee dagen geleden was dat we ze hebben uitgezwaaid. Sinds hun komst in Torrevieja hebben ze ontzettend veel geslapen en nu zijn ze weer helemaal bij de mensen. Morgenochtend vroeg vertrekken ze richting Ibiza en het is dus maar goed dat we vandaag deze kant zijn opgekomen want anders hadden we elkaar waarschijnlijk misgelopen.
Ook vanavond worden we weer onthaald op een heerlijk Deens diner en we kunnen niet anders dan constateren dat als Nonne geen bankdirecteur was geworden ze beslist kok had moeten worden.
Bijzonder trouwens dat je in zo’n korte tijd een dusdanig intense vriendschap kunt voelen. We nemen afscheid met het vertrouwen dat we elkaar weer zullen treffen, alleen het waar en wanneer laten we open. De volgende ochtend zijn we vroeg uit de veren om te zwaaien maar ze zijn ons te snel af geweest of beter gezegd te vroeg.

Torrevieja
Rond een uur of elf komt de kolonel, zoals we Henk (onze buurman) al snel noemen op de koffie en ’s avonds eet hij een hapje mee. Zo vaak eet hij geen ‘home-cooked meals’ zoals hij het zelf noemt en mijn pasta blijkt een welkome afwisseling op de fastfood variaties aan de wal. Bij nader inzien eet hij regelmatig een hapje mee bij deze en gene en dat maakt het erg leuk want hij weet werkelijk alles en kent iedereen. Natuurlijk vormt de marine een mooie basis waar vanuit geanimeerde gesprekken ontstaan.
Tijdens een van deze gesprekken ging zoals ook hier al vaker was gebeurd onze Finse vriend weer aan de haal. Dit keer kwam de wind uit zee waardoor hij op het strand werd gezet. Uit het niets verscheen een ander Fins jacht dat de reddingsoperatie om het houten schip los te trekken opstartte door een lijn op zijn achterdek vast te maken en te trekken. Een lastig puntje daarbij was dat hij weinig voorwaartse ruimte had omdat 100 meter verder de jachthaven begint. Zoals gevreesd en verwacht gaat het fout. Als de reddende Fin door gebrek aan ruimte achteruit moet slaan, er daardoor ruimte in de treklijn komt, waarna deze zich met de nodige souplesse om de schroef wikkelt, veranderd de redder in het slachtoffer. Zeker als de andere Fin de lijn waaraan de nu op drift geraakte Fin nog hangt, losgooit - van je vrienden moet je het in dit geval beslist niet hebben - wordt hij een ‘drifting duck’. De Finse redder wordt het slachtoffer nu hij door de sterke wind naar de schepen in de jachthaven toe geblazen wordt waar hij al snel in verstrikt raakt. Aangezien hij er in zijn eentje niet uit komt gaan Jan en de kolonel, beiden in hun BB-tje op reddingsactie. Twee moedige mannen op pad, Jan gebruind en met wilde blond oplichtende haardos en de kolonel ook gebruind, met zijn pijp tussen zijn tanden geklemd. De ene trekt, de ander duwt en samen krijgen ze het Finse jacht bij de wirwar van schepen en ankerlijnen weg. De kolonel stuurt en Jan duwt het gehandicapte schip voorwaarts tot het vrij is en veilig zijn anker kan laten vallen. De Fin wilde het liefst naar zijn ankerplek worden geduwd, maar daar hadden de redders in nood niet voldoende benzine voor in hun tankjes. De Fin is duidelijk aangeslagen en verdwijnt zodra zijn anker ligt, onderdeks. De volgende ochtend komt hij heel dierbaar, met betraande ogen zijn dankbaarheid betuigen in de vorm van koek, chocolade en appels.   
De ‘houten’ Fin waait ‘s nachts los en heeft geen verdere redding meer nodig. Hem ontmoetten we in de nautische winkel waar hij een zwaarder anker besteld.

‘s Avonds gaat de telefoon, Paul en Wil zijn een uurtje geleden geland en nu al aangekomen in hun appartement in Torrevieja. Met wat aanwijzingen en knipperen met zaklantaarns hebben we al snel zicht op het appartement waar ze vertoeven. Morgen komen ze koffie drinken dus pikken we ze met BB-tje op, bij de jachthaven.  
De kolonel komt nog even langs voor een borreltje en druk zijn stempel op onze Raaf door een geschenk in de vorm van een Lifesling. Dit is een reddingsband aan een lange lijn waarmee je een persoon die overboord geslagen is weer binnen kunt halen. Zelf heeft hij er geen ruimte meer voor en in zijn eentje heeft hij er ook weinig aan. En dan te bedenken dat wij in Almerimar erover getwijfeld hebben of we er één zouden kopen in de tweedehands winkel. Nu heeft hij zich op deze manier een plekje aan onze reling verworven en noemen we hem de kolonel. Wij kunnen hem blij maken met twee boeken waaronder de nieuwste Ludlum van Steef die nu in het ruilcircuit is opgenomen.

Paul en Wil staan rond 11.00 uur op het steiger te zwaaien en Jan haalt ze op met BB. Bepakt en bezakt met kaas, zoete en zoute drop en het tijdschrift zeilen, komen ze aan boord en al snel zitten we aan koffie en Finse koek alsof we elkaar gisteren nog gezien hebben. Paul en Wil hebben een huis gekocht aan de andere kant van Alicante in Castella. Het is nog in aanbouw en vandaag gaan we met hun auto een kijkje nemen naar de vorderingen. Het dorp ligt omgeven door bergen in het Spaanse binnenland. Hun huis wordt gebouwd aan de buitenkant van de compound en heeft uitzicht over een olijvenboomgaard met de bergen in de verte. De muren staan al en er zijn al een aantal raam- en deurposten gezet. Het is goed dat we er even zijn want er blijken een paar dingen af te wijken en nu kunnen ze die a.s. maandag bespreken met de tussenpersoon. Het wordt een leuk huis op een mooie plek met een prachtige grote lap grond die omgetoverd zal worden tot tuin met zwembad. Prachtig allemaal. Gaaf dat we het gezien hebben want nu praat het veel makkelijker en kunnen we meedenken.

Na terugkomst besluiten we de avond op de Witte Raaf met Tappa’s en een Spaans wijntje.
Van de week hebben we ’s avonds via de korte golf radio met Femke en Rolf van de Rajac gesproken. Ze zijn van Madera na de Canarische eilanden gevaren en liggen nu 2000 mijl van ons verwijderd bij een heel klein eilandje, La Graciosa net boven Lanzerote.
Op advies van Rolf wil Jan de accu van de generator laten doormeten want die wil nog steeds niet zonder startkabels starten. Volgens Rolf is het beter om voor het opstarten gebruik te maken van een eenvoudige start-accu in plaats van de dure gel-accu die er nu aan gekoppeld staat. Nadat we met de gel-accu geprobeerd hebben om BB tot zinken te brengen gaan Paul en Jan met de auto op zoek naar een garagebedrijf. Na een uurtje of wat komen ze terug met twee van die zware monsters, maar BB-tje laat zich niet op zijn kop zitten (dat doet hij letterlijk trouwens wel) en brengt zijn zware vrachtje veilig aan boord. Met in kronkels uitgevoerde zware gewichthef-oefeningen krijgen we de nieuwe accu in de daarvoor bestemde bak en nu maar hopen dat het probleem is opgelost. Direct aansluitend rijden we met z’n drietjes, Wil ligt lekker op het strand, naar de Spaanse Lidl waar we de auto vol stouwen met water, bier, koffie en andere houdbare zaken. Arme BB, eerst een accu, dan twee en nu een autovracht vol boodschappen! Het is onvoorstelbaar hoe hij ook dit trouw en zonder klagen allemaal voor ons doet. Zou je een lintje kunnen aanvragen voor BB-tjes?

’s Avonds samen met Paul en Wil een heerlijk ijsje gehaald in de stad en daarna na een dikke knuffel bij het afscheid terug naar onze Raaf. Morgenochtend vroeg verlaten we de Spaanse vaste wal en vertrekken we rond zeven uur voor de oversteek naar de Balearen. Het weer ziet er goed uit dus we richten onze steven rechtstreeks op Mallorca met de mogelijk om uit te wijken naar Ibiza als het onderweg tegenvalt.

Torrevieja > Majjorcazondag 1 oktober 2006

Tijdens anker op, om zeven uur ‘s ochtends, komt de kolonel in zijn BB-tje langzij om afscheid te nemen. We krijgen als aandenken van hem het boek mayday. Een heel interessant boek met een compilatie van scheepsongevallen en noodsituaties. Uiterst leerzaam maar pas als we weer ergens veilig in een baai achter ons anker liggen.  Na een laatste groet en een lichtsignaal van Paul vanaf zijn balkon, verlaten we de baai van Torrevieja en varen we de opkomende zon tegemoet. En over alle gebeurtenissen onderweg en op de Balearen berichten we jullie graag in ons volgende verslag.