Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 10 > De Portugese west en zuidkust

! Hoe gaat een mens om met teleurstellingen? Van een ander weet ik het niet maar zelf werd ik er vanmorgen ten volle mee geconfronteerd toen ik ontdekte dat mijn verslag van de maand augustus totnogtoe in zijn geheel verdwenen is uit het computerbestand.
Het eerste half uur blijf ik in een soort ontkenningsfase hangen terwijl Jan naarstig allerlei verschillende mogelijkheden uitprobeert om te kijken of hij het misschien toch nog ergens kan opsporen. Tijdens deze zoektocht drentel ik doelloos van het voorschip naar het achterschip en weer terug en zet onnodig koffiewater op terwijl ik vijf minuten daarvoor net verse koffie heb gezet. Als het duidelijk wordt dat het echt weg is en niet teruggevonden kan worden komt de boosheid. Deze richt zich op verschillende doelen tegelijkertijd. Zo word opeens het werk dat Jan en Rolf voordien aan de computer hebben uitgevoerd, de oorzaak, terwijl tegelijkertijd de leeftijd en het welzijn van de computer zelf de oorzaak zijn van het debacle.
Verrassend trouwens om te voelen hoe mijn wenkbrauwen zich vastzetten in een frons bij deze stemming. Nu ondertussen alweer een paar uur en een anker akkevietje later, kan ik de frustratie scheiden van de teleurstelling over het verlies van een stuk tekst over onze ervaringen vanaf Lissabon.
Oké, sippen en zeuren helpt niet dus er zit niets anders op dan uithuilen en opnieuw beginnen.

Cascais > Sines – 17 augustus 2006
Na het vertrek van Mar en Steef hebben we nog een nachtje voor anker gelegen in de baai van Cascais en zijn daarna vertrokken richting Sines. De voor de hand liggende haven van Sesimbra doen we op het advies van een Portugees niet aan. Volgens zijn zeggen is de gastvrijheid daar ver te zoeken en hebben ze meestal geen plaats voor passanten. Sines is veel leuker volgens hem dus op naar Sines.
Zo’n zestig mijl verwijderd van Cascais dus een goede dag varen, maar er staat een leuk windje uit het noordwesten en het is stralend weer dus wie doet ons wat? De vraag wie blijkt verkeerd het gaat vandaag om wat. Aangezien we de accu’s een beetje willen bijladen besluiten we de motor nog even bij te laten staan. Een goed voornemen dat door de motor zelf verhinderd wordt omdat hij er na een goed half uur uit zich zelf mee stopt. Niet schokkerig of met een knal, nee gewoon heel rustig alsof hij met de schakelaar is uitgezet. Op zich niets aan de hand want er is wind dus we zeilen, maar ondanks dat geeft het een heel unheimisch gevoel want oké, we hebben hem nu dan misschien niet nodig maar straks bij het invaren van de haven van Sines waarschijnlijk wel en wat als de wind wegvalt? Ons respect voor onze voorvaderen groeit weer.
Aangezien motor uitval over het algemeen vaak veroorzaakt wordt door een vuil filter, is dit het eerste aandachtspunt. Jan checkt het voorfilter dat zo schoon blijkt als een paar pas gewassen baby billetjes. Daar zit het dus niet in en daarmee loopt de mogelijkheid dat de oorzaak bij het fijnfilter ligt, zienderogen af. Volgens de brandstof indicator zit er nog ruim een vijfde deel brandstof in de tank, wat overeenkomt met onze berekening dus ook dat kan het niet zijn. Het gekke is dat de motor als we hem tussentijds proberen soms wel aanslaat maar direct weer afsterft. Tijdens die checks zijn er in het voorfilter soms kleine luchtbellen te zien wat zou kunnen wijzen op een luchtlek. Maar waar? Na gedegen onderzoek, blijkt dat er alleen sprake is van luchtbellen als we sterk overhellen naar bakboord en dit is met de huidige deining en het afnemen van de wind soms beslist van toepassing. Zou het kunnen zijn dat de motor doordat we soms heftig slingeren, lucht aanzuigt  bij de dieselingang van de tank? We weten het niet maar ontluchten lijkt een logische actie. Naast een logische actie ook een goede oefening want dit hebben we nog niet gezamenlijk uitgeprobeerd op een slingerend schip. Na wat zoeken en rommelen krijgen we dit in soepel teamwork voor elkaar. En wat dacht je wat, hij doet het! Onze motor start en blijft lopen, maar voor hoelang? Jan’s vertrouwen is geschaad dus we besluiten de motor zo min mogelijk te gebruiken zodat hij het misschien doet bij binnenkomst Sines.
De wind is zoals gezegd sterk afgenomen en aangezien het nog zo’n 50 mijl varen is besluiten we de halfwinder tevoorschijn te halen. Dit is een uitdaging op zich want deze hebben we pas een keer eerder gezet en dat was twee jaar geleden op een bijna windstille dag op het IJsselmeer.in gezelschap van de jongens en Martine. De vraag; “Hoe was het ook al weer”, van Jan is in dit geval beslist tegen dovemansoren want ik had die ene keer samen met Martine, onder het genot van een glaasje, gezellig toekijkend vanuit de kuip, niet echt meegedaan, laat staan opgelet.
Gelukkig is logica ons beider niet vreemd dus met wat overleg en uitproberen krijgen we hem omhoog. Amay, wat een schok, we waren het even vergeten - of heet dat verdrongen – midden in dit reusachtig
grote stuk zeildoek staat groots en kleurrijk het logo van de eerste naam van onze Raaf afgebeeld in de vorm van een Toekan. Op zich natuurlijk ook een prachtige vogel maar in Nederland jammer genoeg te zeer geassocieerd met goedkope biefstuk en appelmoes met een kers.   

? Halfwinder, hoor ik sommigen denken wat is dat? Ik beloof dat ik hier in een volgend verslag op terugkom.

Terwijl aan stuurboord de zon ondergaat, zien we aan bakboord de pier van Sines. Dit betekend dat het donker is als we aankomen maar dat was vandaag niet te voorkomen. Zittend is de kuip nemen we de verschillende scenario door, voor het geval onze trouwe Perkins (de motor) er vandaag geen zin in heeft.
Zo houden we de fok stand-by en checken de mogelijkheid om onze raaf op het strand te laten lopen in het geval we misschien door ruimtegebrek niet kunnen afremmen. Alle voorzorgsmaatregelen, hoezo luchtvaart indoctrinatie, blijken niet nodig want ons motortje snort als vanouds en we ankeren dus op onze normale manier.
Sines blijkt inderdaad heel erg leuk en de volgende dag besluiten we een dagje aan het steiger te gaan liggen zodat we gebruik kunnen maken van de faciliteiten van de haven. Binnen de kortste keer is onze Raaf omgetoverd tot een wasdrogerij. Schone lakens, handdoeken, dekbedhoezen, en natuurlijk de nodige kleding, alle lijnen en schoten hangen er mee vol.

Rajac, een mat zwart geverfde stalen tweemaster met en prachtig Collin Archer kontje, ligt zo’ n 20 meter bij ons vandaan achter haar anker, op het mooiste plekje van de baai. Rolf de schipper van Rajac hebben we in Cascais als even gesproken en ’s avonds maken we kennis met Femke tijdens een hele gezellige borrel bij hun aan boord. Het is duidelijk dat ze er al een paar jaar op wonen, mooi, comfortabel en van alle gemakken voorzien. .
De volgende morgen gaan zij verder en we sluiten de avond af met de belofte dat ze ons een seintje geven voordat ze anker op gaan zodat wij op hun plekje kunnen gaan liggen.

De opmerking, “Het wordt niet zo vroeg”, van Rolf gisteravond spookt door Jan’s hoofd als er om half acht geklopt wordt. Hoezo niet vroeg? Ondanks dat we nog niet echt wakker zijn toch in actie en tien minuten later liggen we keurig met ons anker op het plekje waar Rajac lag. Dat de ‘primespot’ gewild is blijkt wel uit het feit dat de crew van een schip uit Nieuw Zeeland klaar stond om te gaan verhalen (scheepsterm voor verkassen). Deze keren onverrichter zaken terug naar bed als ze zien dat ze te laat zijn.
’s Middags komt Zwit binnen. Het is al weer even geleden dat we Anneke en Hans hebben gezien dus zodra alles geregeld is bij hun aan boord, komen ze borrelen op de Raaf. Weer even ouderwets bijpraten over alle wederzijdse ervaringen.
De volgende ochtend wordt onze aandacht getrokken door een zware mannenstem die over het water schalt. “Hallo, hallo, Witte Raaf, zijn jullie daar?” “Jullie krijgen de groeten van Ruud” Ruud? Welke Ruud? Jan gaat met BB naar de wal om te horen wat hij bedoeld. Op de wal maakt hij kennis met Eddie. Ed is de voormalig discotheek eigenaar van de Question op Texel. Hij heeft al een aantal jaar een vaste ligplaats in de haven van Sines en verblijft samen met zijn vrouw, gedeeltelijk hier en gedeeltelijk in Den Burg. De Ruud waar wij de groeten van krijgen, blijkt Ruud van Chickey te zijn. Hem hebben we samen met zijn vrouw Irene ontmoet in Falmouth waar we een gezellige borrel met elkaar hebben gedronken. We zijn samen met Chickey begonnen aan onze oversteek over de Golf van Biskaje maar zijn beiden in andere havens aangekomen. Grappig genoeg heeft Ruud het toentertijd wel over Eddie gehad maar dat waren we kwijt.
Eddie is onderweg naar de Lidl en aangezien hij zijn Camper aan de haven heeft staan nodigt hij ons uit om mee te gaan. Joepie, grote boodschappen! Alles met een W sla je nu eenmaal makkelijker in als je vervoer hebt, dan als je het moet sjouwen. Anneke en Hans gaan ook mee en nadat de waterlijn van Zwit en de Raaf weer een stukje gezakt zijn, drinken we koffie bij hun aan boord. Geweldig, gewoon ronduit genieten is het om te luisteren naar de levenservaringen van Ed. Vooral de ‘gestolen’ Texelse vleugel - pagina groot nieuws in de telegraaf – waar hij een aanzienlijk aandeel in heeft gehad, prikkelt onze lachspieren
Frappant is trouwens dat Ed en Ruud elkaar kennen via het internet en elkaar dus nooit fysiek hebben ontmoet. Volgens Jan lijken ze wel een beetje op elkaar. Twee no-nonsense kerels die allebei zeggen waar het op staat.
’s Avonds gaan we eten met Hans en Anneke. Het wordt ons galgenmaal want onze wegen scheiden zich hier. Zij hebben besloten tussentijds nog twee weekjes naar Nederland te gaan en moeten dus op zoek naar een goede haven, terwijl wij zo langzamerhand weer verder moeten op ons pad naar de Middelandse zee.
Na een uitermate gezellig en smakelijk lokaal diner en een afzakkertje bij de koffietent wordt het tijd voor het afscheid. Gek, ik heb totnogtoe afscheid geassocieerd met ons vertrek uit Nederland maar nu blijkt dit iets te zijn dat we niet achtergelaten hebben. Afscheid is het gevolg van een fijne ontmoeting en dus hopelijk iets van alledag.

Sines > Baleiera – 22 augustus 2006
’s Ochtends vroeg anker op, nog een laatste groet naar Anneke en Hans en weg zijn we voor onze laatste tocht langs de westkust van Portugal want vandaag ronden we als het goed is de beruchte Cabo Sao Vincente. Deze kaap is het meest westelijke puntje van Portugal en daarmee ook het einde van het Europese vasteland. In de boeken staat deze kaap bekend om de harde wind die lokaal rondom de kaap kan ontstaan maar vandaag is daar geen sprake van. Imposant, hoog, met uitgesleten holtes en grotten is het een pracht gezicht om aan voorbij te gaan. Op aanraden gaan we voor anker in de baai van Baleiera. Een wat troosteloze baai met wat visserschepen aan moorings, twee grauwe hoge pieren en een indrukwekkend klinkende branding die op de rotsen voor ons stuk slaan.

Baleiera > Alvor – 23 augustus 2006
Na een meer dan onrustig nachtje in het bijzonder voor de schipper – mijn schipper heeft de hele nacht de meest afschuwelijke situaties bedacht waarbij hij zowel anker als ankerketting kwijt raakte achter rotsen die groter werden naarmate de nacht vorderde – verliep het anker op vanmorgen vlot, met uitzondering van de reusachtige steen die het anker mee omhoog tilde. Na wat foto’s laat hij zich er eenvoudig met de pikhaak afwippen waarna de spookbeelden van de nacht oplossen met de opkomst van de zon.
Er staat een leuk windje, zo’n 18 knopen dus zetten we zeil voordat we de baai verlaten. Dit blijkt leuk totdat we zo’n mijl of twee uit de kust zijn waar nog maar een knoop of zes staat en de Genua zich laat horen door regelmatig te klapperen. Op zich natuurlijk jammer maar we zijn er geen van tweeën rauwig om als er opeens een grote school dolfijnen om onze Raaf buitelt. Het is hetzelfde ras als hetgeen dat we in de Golf van Biskaje hebben gezien, vrij klein met gele ruiten op hun flanken. Wel jammer voor Mar en Steef dat ze er toen niet waren maar heerlijk om ze nu na zo’n lange tijd weer om de boot te hebben. Doordat we ze in het begin heel vaak hebben gezien, realiseerden we ons toen niet hoe bijzonder het is.
Pas toen we ze vanaf het binnenvaren van de Portugese wateren niet meer zagen realiseerden we ons dat het geen vanzelfsprekendheid is.
Na een dag van heel weinig en aan het eind forse wind arriveren we rond vijf uur, met opkomend water, tussen de pieren van de Alvor rivier. Volgens onze gids is dit een prachtig waddengebied met schitterende lagunes waar veel vogels foerageren. Op de kaart staat een vaargeul aangegeven maar deze wisselt nogal eens door de sterke getijde stroming.   
Bij de ingang liggen een rode en een groene boei – beiden niet terug te vinden op de kaart – ter indicatie van de geul, maar daarna is het een kwestie van goed kijken naar de verschillende kleuren in het water. Oplichtend beige geeft de zandbank =  ondiepte = boem = ho aan en daar moeten we dus voor oppassen.
Ons anker laat zich na een ingespannen kwartiertje turen gewillig vallen op de zandbodem van deze prachtige baai .
Het dorpje Alvor, van origine een kleine oude vissersplaats en sinds kort ontdekt door de toeristen, ligt tegen een heuvel aan de baai die voor meer dan de helft droog valt. Zodra dit gebeurd loopt de bevolking uit om kokkels te zoeken en pieren te steken.
Dit doen ze anders dan mijn broers vroeger. Die begonnen te spitten op een plek waar veel zandhoopjes lagen in de hoop dat er daar een paar zaten. Deze mannen hebben een pot zeezout bij zich waarvan ze een klein beetje op een gaatje in het zand gooien. Zodra er een pier in het gaatje woont komt deze met zijn kop boven het zand uit in de veronderstelling dat het water er weer is en dat is het moment waarop de spa de klei in verdwijnt. Succes verzekerd!!!
Rajac ligt ook in de baai en heeft net als in Sines ook hier weer het mooiste plekje veroverd.
’s Avonds komen Rolf en Femke een borrel halen en zijn samen met ons getuige van een prachtige soap die zich op een Franse Catamaran naast ons afspeelt. Heerlijk herkenbaar zoals de vrouw uiterst indirect aan haar man duidelijk maakt dat ze boos is, waarna de man zich in allerlei kronkels moet wringen om weer bij haar in het gevlei te komen.  
Na een nachtje achter het anker, zijn we uitgebreid op onderzoek uitgeweest met ons BB-tje om de mogelijkheden tot droogvallen te onderzoeken. Het tij valt niet helemaal handig want idealiter zouden we onze raaf om half zes op de plaat moeten zetten maar dan is het nog stikdonker en is de lijn die we willen aanhouden nog niet zichtbaar. Zodoende kiezen we ervoor om bij schemer uit de veren te gaan en bij zonsopgang onze raaf bakboord uit vast te laten lopen.
Het is de tweede keer dat we deze droogval exercitie ondernemen en vinden het beiden superspannend.
Het is volle maan en dus springtij en om te voorkomen dat een plaatselijke wind ons op de plaat waait waar we dan vervolgens de eerste maand niet meer afkomen, hebben we ons reserve anker, aan de achterkant van het schip, in de vaargeul uitgezet.
Als gekooide leeuwen lopen we van voor naar achter om te kijken, of, hoe en hoeveel we droogvallen. Gelukkig blijkt onze zwemtrap lang genoeg zodat we zonder verdere touwladder constructies op de grond kunnen stappen. We verwachten zo’n drie uur afgaand en zo’n twee uur opkomend tij de tijd te hebben om het onderwaterschip aan te pakken dus dat wordt actie. Voordien hebben we alle spullen die we verwachten nodig te hebben, in onze BB geladen waaronder koffie en broodjes zodat we niet steeds omhoog en omlaag hoeven klauteren.
Zodra het maar even kan schuren we de eerste aangroei die zich op de romp heeft vastgezet, eraf totdat ze onverwacht toch helemaal droog ligt. Vooral de schroeven, zowel de grote als de boegschroef zijn al flink aangegroeid door zeepokken die zich er prima thuis schijnen te voelen. Gek hoor, dat je als klein zeepokje kiest voor een draaiend bestaan, maar ja wat verschilt het van de mens die veel geld betaald voor een rondje in de achtbaan?
Rolf en Fem komen even kijken naar de drooggevallen raaf maar verdwijnen na het maken van een aantal foto’s om ons niet verder van het werk te houden.
Door het springtij krijgen we twee uur extra waardoor we ondanks dat het zo midden op de dag aardig opwarmt, tijd hebben om de romp te poetsen en de waterlijn in te smeren met, op advies van Hans, jawel, uierzalf die Mar en Steef voor ons hebben meegebracht uit Nederland.
Onze droogval wordt er een uit het boekje want als we klaar zijn, hebben we zelfs nog tijd voor een wandeling over de plaat, voordat we aan boord moeten afwachten tot we weer loskomen. Sinds we in de Algarve zijn en de temperatuur zo’n 6 graden warmer is dan aan de westkust, krijgt de bimini (ons vaste zonnescherm) onverwacht veel positieve feedback en ook nu zijn we weer blij met de schaduw die ze verschaft. Zodra we de eerste wiebel voelen zetten we de ankerlijn van het achter anker, op de winch in de kuip zodat we die stukje bij beetje kunnen inhalen. Dit hebben we gisteren afgekeken van een Duits schip en het werkt uitstekend.
Rond twee uur liggen we, moe maar tevreden, weer rustig achter ons anker. Witte Raaf doet haar naam weer eer aan, ze straalt!
’s Middags komt La Barraka binnen met Guido en Eveline. Een vrolijk jong stel dat we hebben leren kennen op de vertrekkersdag van het blad Zeilen. Het is geweldig wat zo’n dag teweeg kan brengen. Zodra er een Nederlandse vlag binnenkomt is het eerste wat we doen, kijken of we ze kennen en/of het vertrekkers zijn. Het blad met de groepsfoto en de individuele reisplannen staat naast ons logboek en wordt er regelmatig bijgepakt. Ook nu weer, al is het alleen al om even te kijken hoe het ook alweer was. ’s Avonds tijdens een borrel op La Barraka doen we, met drie BB-tjes naast elkaar op sleeptouw, een rondje door de baai na een te nabije ontmoeting (het anker van Guido hield niet) met de Franse soapcatamaran.
De volgende dag gaat een jeugddroom van me in vervulling in de vorm van kappertje spelen. Vroeger deed
ik dat met mijn poppen maar nu mag het op echt haar. Zowel bij mij als bij Femke moeten de punten nodig bijgeknipt worden en aangezien Femke, Rolf al een paar jaar knipt, en het er goed uit ziet, vertrouw ik haar mijn bos toe. Gek genoeg, ondanks dat ik geen enkele ervaring heb, mag ik de schaar in haar haar zetten. Dank je voor je vertrouwen Fem!
Met z’n tweeën zittend op de net drooggevallen zandplaat trekken we veel bekijks van de plaatselijke kokkelvissers die lachend langsvaren maar daar laten we ons verder niet door afleiden.
Die avond willen we met z’n zessen BBQ-en dus snel nog even naar de markt voor vis, vlees en wijn en dan tegen schemer op zoek naar een windstil plekje.
Een prachtig, door rotsen ommuurd strandje biedt de ideale plek dus; de BBQ aan, BB-tjes erom heen als bankjes, de salades en sausen op de meegebrachte tafel van La Barraka en grillen maar. Guido is de expert op het gebied van vis dus hij begeleidt het marinade- en roostertraject van de verschillende visjes terwijl anderen zorgen voor de wijn en het vlees. Daar zitten we dan, zes Nederlandse wereldreizigers, mede samengebracht door het blad Zeilen, onder een imposante sterrenhemel met een helder oplichtende melkweg, genietend van heerlijk geroosterde visjes en een plaatselijk wijntje. Genieten met de hoofdletter G!

Alvor > Portimao – zondag 27 augustus 2006
De volgende ochtend gaat Rajac anker op, waarbij hij naast een grote kreeftenfuik, minstens vier grote lijnen aan zijn anker mee omhoog haalt.  Nadat we hem hebben losgesneden gaan we zelf met ons BB-tje een zijriviertje op om te kijken hoever we kunnen komen, maar het is ondertussen al vier uur na hoog water en dus te ondiep. Na een gesprek met een paar plaatselijke vissers die in de schaduw hun vangst schoonmaken gaan ook wij anker op richting Portimao.

Volgens Rolf kunnen we daar onze lege gasfles laten bijvullen en aangezien we weten dat het bijvullen van flessen alleen in Portugal kan, willen we deze kans niet aan ons voorbij laten gaan. Rolf heeft ook een lege fles wat het zoeken, een gedeelde en daardoor prettigere activiteit maakt.
Onze kiel is omhoog en met onze diepgang van maar een meter veertig zijn wij anders dan Rajac, niet afhankelijk van het tij. Na een laatste groet naar Guido en Evelien die even bij ons blijven tot we ons
anker omhoog hebben, varen we rustig richting de pieren waar we tot onze verbazing Rajac treffen die daar ligt te wachten op opkomend tij. Vanochtend liepen ze vast op de zanddrempel tussen de pieren dus zat er niets anders op dan anker uit en wachten. Buiten de pieren staat net voldoende wind voor de Genua waarmee we op ons gemakje de kust afzakken naar het vijf mijl verderop gelegen Portimao. Binnen de pieren ligt een reusachtig grote ankerbaai direct aan stuurboord. We kruipen zo dicht mogelijk naar het strand toe en liggen binnen de korte keer 20 meter van Rajac verwijderd achter ons anker.

De volgende ochtend gaan Jan en Rolf met ons BB-tje op jacht naar gas en Femke en ik in hun BB-tje op zoek naar een vermeende Lidl die achter de vissershaven zou liggen. Na een gezellige tocht door het havengebied besluiten we de BB aan een vissersschip vast te binden want aan de beschikbare trappen zijn overal scherpe randen en schelpen. De Lidl blijkt ongeveer 10 minuten lopen dus dat valt mee. Met maar een kar krijgen we toch een flinke lading boodschappen op de band waarvoor ik, dankzij Fem, voldoende geld bij me heb. Ondanks dat we er tijdens de rondgang op hebben gelet, is het toch vrij veel om te sjouwen dus nemen we de kar mee naar de haven tot aan BB. Na het lossen, rent Fem (voormalig fervente hardloopster) de kar terug naar de Lidl terwijl ik op haar wacht. Jan en Rolf hebben ondertussen volle gasflessen gescoord en zijn in dezelfde haven terecht gekomen. Ze hebben net Ronald (ook vertrekker) ontmoet die met zijn schip averij heeft opgelopen en nu op de kant staat voor reparatie. Hij heeft vanaf zijn vertrek uit Nederland onvoorstelbaar veel ellende voor zijn kiezen gehad en dat is natuurlijk des te moeilijker omdat hij solo vaart. Jammer dat we net boodschappen hebben gehaald want met vers vlees in de brandende zon, ontwikkelen de bacteriën zich waar we bijstaan en dus moeten we al snel terug aan boord.

Morgen gaan Rolf en Fem naar Lagos om te kijken of ze daar nog paar plekjes aan hun onderwaterschip kunnen verven en als het weer zich goed houdt steken ze overmorgen over naar Madera. Wij gaan door richting Gibraltar, dus jammer genoeg scheiden ook onze wegen zich. Reden genoeg voor een laatste borrel. Deze genieten we in de knusse kuip van Rajac. ’s Ochtends vroeg de laatste groet over het water, ook nu is afscheid weer van toepassing.

Portimao > Ayamonte – 29 augustus 2006
Voor ons staat er vandaag zo’n zestig mijl op het programma en met zonder wind komt dit neer op een
dagje motoren. Te snel voor de makrelen dus de vislijnen blijven binnen. In plaats daarvan fabriceer ik momenteel raambeschermende covers tegen de zon want sinds we in de Algarve zijn, realiseren we ons het gevaar van de zon die met zijn verzengende hitte een aanslag pleegt op alles wat er aan wordt bloot gesteld.
Rond zeven uur varen we, na toch nog twee uurtjes zeilen, de riviermonding van de Guadiana rivier op en leggen we onze Raaf in een box in een jachthaven in Ayamonte, aan de Spaanse kant. Chiao Portugal en ola Espanja.
De volgende ochtend wordt ons tijdens een uitermate onvriendelijk ontvangst door het haven personeel, duidelijk gemaakt dat we moeten verkassen naar een andere box waar we een nacht kunnen liggen. Daarna moeten we verhuizen naar een grotere box maar daarvoor moeten we dan ook meer betalen. Aangezien de Levante - een plaatselijke wind die zich vanuit oostelijke richting (dus pal tegen) met forse kracht door de straat van Gibraltar perst - zich momenteel uitleeft aldaar, besluiten wij, een kijkje te nemen op de rivier. Gelukkig hebben we de plaatselijke informatie over hoogten en diepte uit de Imray van Rajac gekopieerd want onze kaart op de computer kan ons hier weinig over melden.

Quadiana river > onder Pomarao – 31 augustus 2006
Met een brug van 20.5 meter hoog bij hoog water moeten we bij laag water vertrekken en dan met opkomend water de rivier mee op. Door de wissel van Portugese naar Spaanse tijd gaan we een uurtje te vroeg weg maar dit levert verder geen noemenswaardige problemen op.
In het begin zijn de oevers vrij vlak en modderig. Een heerlijk foerageer gebied voor ooievaars en lepelaars blijkt al snel want die lopen hier in grote getale langs de waterkant te kuieren. Langs de route passeren we een paar wit geschilderde dorpjes maar deze laten we letterlijk rechts en links liggen. Ons doel is om in 1 tij zover mogelijk omhoog te varen waarna we ons de komende dagen langzaam met de stroom mee kunnen laten afzakken. We varen tot Pomarao en laten ons daarna een bocht omlaag zakken.
Daar liggen we dan, in de momenteel overvolle Algarve, helemaal in ons eentje, op de grens tussen Portugal en Spanje. Geen huizen, geen mensen, geen telefonisch bereik, alleen het fluiten van de vogels dat ’s avonds worden afgewisseld door het tjirpen van de krekels.
Het enige intermenselijke contact dat we iedere ochtend en avond hebben is met het vertrekkersnet dat we via de korte golf radio onderhouden. Iedere ochtend en avond horen we hoe Rajac, Quibateau en La Barraka een stukje dichter bij Madera komen en hoe Douwe met zijn Johanna de volgende oversteek onderneemt. Jammer dat Zwit van de aardbodem verdwenen lijkt en dat terwijl ze hemelsbreed het dichtst bij ons ligt. Het blijven rare dingen, die etherfrequenties.

We liggen in het midden van de rivier en constateren dat net als in Oost en West Berlijn destijds, ook hier de vogels oversteken zonder zich iets aan te trekken van wetten, regels of cultuurverschillen. Al lijkt het er wel op dat de Spaanse vogels een uurtje eerder stil zijn, maar dat zal wel met het tijdsverschil te
maken hebben.
Op zo’n vijftig meter afstand ligt een klein zijriviertje. Te ondiep voor de Raaf dus gaan we met BB-tje op ontdekkingstocht. Een schildpad, een paar laag over het water scherende ijsvogels, een zwartwit gevlekte boomklever die zijn territorium verdedigd, er is van alles te zien op onze safari. Het is hier idyllisch mooi.
Door de stroom kunnen we actief zwemmen zonder dat we werkelijk vooruit komen. Zwemmen op de plaats! Het is vooral met de ebstroom (3 mijl) een uitdaging om een rondje schip te doen en hangen aan de ankerketting is een genot op zich. Het water is hierboven zoet. Een plezier voor al onze lijnen, die we gedurende een getijde overboord hangen zodat het zout eruit kan spoelen.
Het ‘gedrag’ van deze rivier gaat ons verstand ver te boven. ‘Normale’ rivieren stromen van land naar zee waarbij ze afhankelijk van de ligging een paar mijl getijde invloed hebben. Deze rivier doet het anders, eerst stroomt ze zes uur met zo’n twee mijl stroom opwaarts, waarna ze haar stroom kentert en daarna vol overgave zes uur met zo’n drie mijl stroom afwaarts stroomt. Een leuke rekenopgave zou kunnen bestaan uit het vraagstuk, ik gooi op 21 mijl mijn flessenpost in het water. Hoe lang drijft deze op de rivier heen en weer en wanneer bereikt hij de Atlantische oceaan? Wanneer krijgen we antwoord Paul?
Ondertussen hebben we vernomen dat het zoute oceaanwater (zwaarder dan het zoete) zich onder het zoete water bevind en zo voor de zoete opwaartse stroom zorgt. Gelukkig dus toch ‘normaal’ en wij weer een stukje wijzer.

Quadiana river > Alcoutin/Sanlucar – 2 september ‘06
Zaterdag 2 september besluiten we dit aardse paradijs te verlaten en af te zakken naar de plaatsjes Alcoutin (Portugees) en Sanlucar de Guadiana (Spaans) zodat we morgen, op de verjaardag van Jan, telefonisch bereikbaar zijn. Op hoogte van deze twee dorpen is in een ver verleden eens een vredesverdrag getekend tussen Portugal en Spanje en snuiftabak smokkelaars hebben hier een goed leven gehad totdat de douane er zijn focus op legde.
Aan de Portugese kant blijkt ergens een wifipunt te zijn dus ankeren we daar zo dicht mogelijk bij. Dit is wel lastig want juist aan die zijde van de rivier komen regelmatig party schepen hun passagiers voor een paar uur uitspugen waarna ze met een hoop kabaal aan het einde van de middag weer verdwijnen. ‘S middag laten we ons afbluffen door zo’n brulaap van een kapitein die vindt dat we in zijn weg liggen.
Oké anker op dus. Dit verliep allemaal vlot en we lagen na 5 minuten weer keurig achter ons anker, maar toen was de afstand naar het wifipunt te groot waardoor we geen verbinding meer konden krijgen. Dus weer anker op en terug naar ons oude plekje. Een prima plan, ware het niet dat we tijdens het draaien van de stroom over onze ankerbal en lijn zijn gedreven en bij het ophalen de lijn onder het schip blijft hangen. De motor dus onbruikbaar want de lijn kan in de schroef draaien, het anker onbruikbaar want dat hangt aan de ankerlijn ergens onder het schip en ondertussen sleept de stroom ons met drie mijl stroomafwaarts richting een aantal voor anker liggende jachten. De al bijna zestig jarige Jan, helder van geest als altijd, springt in BB en probeert ons met een lange lijn via het voorschip, stroomopwaarts te trekken naar een vrije ankerboei. Als dit niet lukt legt hij BB achter de Raaf om te duwen en jawel, langzaam maar gestaag remt hij eerst de achterwaartse snelheid waarna onze Raaf zich heel langzaam voorwaarts tegen de stroom in richting boei laat drukken. Nadat we een lijn om de boei hebben gekregen, ziet Jan kans om de ankerlijn los te krijgen waarna we met een gerust hart de schroef weer kunnen laten draaien en dus weer motorvermogen kunnen gebruiken. Tijdens dit spektakel staat er een man op de wal luidkeels te schreeuwen dat het zijn ankerboei is en dat we er - ik zal zijn woorden niet gebruiken omdat deze zeker niet geschikt zijn voor kleine oortjes -  af moesten blijven. Het blijkt om een wat oudere Engelsman te gaan die hier al jaren op zijn bootje woont en als de dood iss dat we zijn boei met zijn anker in zouden pikken. Jammer om te moeten constateren dat zelfs hier, op deze zo vredige rivier, het IK zegeviert boven de toegestoken hand .

Jan zijn verjaardag wordt ingeluid door een sms-je dat precies om 24.00 uur binnenkomt. Ondanks dat hij er niet aan wil is het nu toch echt een feit, Jan is 60! Natuurlijk wordt er gezongen en Witte Raaf laat zich versieren met minstens zestig vlaggetjes naar de top van de mast en terug. Terwijl Jan geniet van de verbinding waardoor we gebeld kunnen worden en zelf kunnen bellen trekt de geur van appeltaart door de kajuit. Ondanks dat Jan beslist niet jarig wil zijn, geniet hij intens van alle attenties die via sms, telefoon en internet binnenkomen. Echt geweldig, bedankt allemaal!

Volgens de weerberichten ziet het er naar uit dat de Lavente (lokale wind bij Gibraltar) aanstaande donderdag afneemt dus vanmiddag zakken we met de ebstroom mee omlaag, richting oceaan en de komende dagen gaan we via Cadiz richting Gibraltar. Over het hoe en wat daarover lezen jullie verder in ons volgende verslag.