Startpagina.
Reisverslagen.
Het schip.
Wie zijn wij.
Het plan!.
Contact.

Verslag 8 > De Portugese westkust (1)


Viana de Castello > Povao de Varzim – 22 juli 2006
Het is gelukt! Wel veertig kleine rode zwemkrabben hebben zich vannacht laten verleiden door de kippenbotten die we in het aaszakje hadden gestopt. Het zijn schattige kleine roodkleurige krabbetjes die in plaats van puntige pootjes, platte vliesachtige uitstekels hebben waarmee ze zich snel en flexibel door het water bewegen. Deze voortbeweging maken ze grappig genoeg trouwens wel zijwaarts.
Triest is wel dat ze nadat ze de fuik waren ingezwommen niet meer bij het aaszakje konden komen dus ze krijgen hun voorgehangen prooi niet eens te pakken. Gelukkig voor hen zijn Jan en ik niet dol op ze in de zin van voedsel (te klein om vlees te bevatten) dus mogen ze na een duik van het zwemplateau het ruime sop weer in.
Na twee nachtjes in de haven van Viana de Castello gaan we door naar Povao de Varzim.
Jan is ondanks zijn liefhebbende doch hardvochtige dokter en dankzij alle goede wensen vanuit het thuisland weer aardig opgeknapt. Zijn vinger is dankzij massa’s trekzalf en sodabadjes eindelijk uitgemond in een flinke ontsteking die nu geneest, de brandwond is dicht gebleven en mooi ingedroogd, zijn nek en schouders spelen alleen op als ze gemasseerd willen worden dus het enige dat overblijft zijn die vervelende kieswortels die nog steeds zeuren. Als het in Lissabon nog niet over is gaan we op zoek naar een tandarts. Dat dreigement op zich is waarschijnlijk al voldoende om het over te laten zijn voor die tijd.
 
Povao de Varzim is een vrij nieuwe haven boven de rivier de Douro en volgens voorgangers is er een uitstekende verbinding tussen deze haven en de stad Oporto. De invaart van de haven levert een verassing op, in de vorm van een Zuidcardinale boei, zomaar plompverloren midden in de haven. Deze blijkt op geen kaart terug te vinden. Na enige twijfel, wat denkwerk en een ongepland overleg besluiten we last minute de boei toch ten zuiden te passeren.
GOED, WE MOGEN DOOR VOOR DE KOELKAST!!! Op de een of andere rare manier krijgt de kardinale ons steeds weer aan het twijfelen. Al snel blijkt dat we niet de enige zijn, als een Fransman op hetzelfde plekje de foute keuze maakt en vastloopt. Gelukkig is het een Ovni (type schip) die net als wij een intrekbare kiel heeft dus hij komt met de schrik vrij.

De haven ligt vol met schepen die er al wat langer liggen. Dit heeft mede te maken met de prijs blijkt al snel. Varzim is volgens een verweerde Engelse schipper, de vriendelijkste en goedkoopste haven van de Portugese kust. Dat is maar goed ook want het stadje zelf heeft weinig tot niets anders te bieden dan lelijke hoogbouw, een met houten zonnetentjes volgebouwd strand en heel veel te rood verbrande toeristen.

Het openbaar vervoer in Portugal is meer dan fantastisch. Tussen Oporto zoals de Portugesen hun tweede stad noemen en Varzim, ligt een uiterst moderne, door de Europese Unie bekostigde metrolijn waar je voor 1 euro 85 in veertig minuten naar het hartje van de stad wordt gereden.
De stad Oporto is een prachtige combinatie van modern, schoon, strak, ruimtelijk en oud, vuil, vergaan stijlvol chique stijlvol. Volgens Jan, een hoop oude stenen die mooi zijn gestapeld.
Eerst met een ‘hop on, hop off’ stadsrondrit een goede indruk gekregen van de stad waarna we er bij de oude stad zijn uitgestapt. Het oudste gedeelte ligt aan de rivier de Douro en bestaat uit een wirwar van steegjes en trappetjes met her en der een deur en zelfs in nisjes verstopte terrasjes, bestaande uit twee tafeltjes. Een wandeling hier is een avontuur op zich. Na een lunch aan de Douro, met uitzicht op de grote port- en sherryhuizen aan de overkant, gaan we op zoek naar de kerken top drie, de Kathedraal Se, met een origineel rozet raam uit de 13de eeuw, De boom van Jesse, (stamboom van Jesus) die levensgroot is uitgewerkt in houtsnijwerk en in de Sao Francisco staat en de Santa Clara die van buiten opgaat in de eenvoudige oude gladde kloostermuren maar van binnen is volgepropt met heel veel uitbundig, verguld houtsnijwerk.
Om een overkill te voorkomen houden we ons aan een maximum van drie kerken per dag dus na deze drie overdadige godshuizen gaan we op advies van de reisgids nog naar het Sao-Benton station. Dit blijkt een nog in werking zijnd treinstation met aan de wanden prachtige afbeeldingen van oude vervoersmiddelen, van paard en wagen tot de eerste stoomtrein. Deze zijn zoals alles in Portugal afgebeeld op azulejos (tegelpanelen) waarmee de wanden helemaal zijn bedekt. Heel fraai in zijn rustgevende eenvoud.
Oporto heeft zo veel te bieden dat het voor ons niet haalbaar blijkt om nog een bezoek te brengen aan een van de beroemde porthuizen. Een goede reden om nog eens terug te keren naar deze fraaie en vooral gezellige stad.

Povao de Varzim > Leixoes 25 juli 2006
Ondanks dat we niet veel goeds over Leixoes hebben gehoord, gaan we er toch naar toe in de hoop daar internet mogelijkheden te vinden om de website bij te werken en indien mogelijk weer eens lekker te skypen met ‘thuis’.
Op zich een goed plan blijkt en volgens zeggen tot een paar dagen geleden beslist haalbaar maar nu, na een fikse onweersbui die alle apparatuur in de haven heeft vernield is er jammer genoeg in de verre omtrek geen verbinding te krijgen.
Aangezien we weten dat er bij onze volgende bestemming geen internet mogelijkheden zijn, gaan we met de lokale bus, naar een groot winkelcentrum, in een dorp aan de andere kant van de rivier. Volgens zeggen is daar wireless internet mogelijk dus Jut en Jul met laptop onder de arm in de stadsbus op pad.
Dit kan trouwens pas nadat Jan een schoolklas Portugese kinderen in het Nederlands zeer overtuigend heeft uitgelegd dat het normaal is dat kinderen opstaan voor oude(re) mensen.
De Portugese oudjes die hier getuige van waren, spraken hier de rest van de reis in mompelend Portugees hun goedkeuring over uit.
Echt simpel was het niet maar na lang zoeken vonden we een koffie tentje op de bovenste verdieping waar we wireless konden oppikken en stroom uit de keuken kregen. Ondanks wat omwegen is het toch weer gelukt, nummer zeven staat op de website! Veel plezier ermee!

’s Middags besluiten we de komende nacht ‘buiten’ (dit is buiten de havenmuren) voor anker te gaan. Voor het eerst ankeren we, weggedoken achter de hoge pier naast de haven ingang, in die o zo grote Atlantische oceaan.
Onze blauwe fuikje wordt vanaf het zwemplateau uitgehangen. Nu met een makrelenkop achter het ritsje en het makrelenlijf los in de korf zodat hetgeen in de fuik kruipt ook iets echts te eten krijgt. .
Na zonsondergang kan ik uitgebreid oefenen in het herkennen van scheepsverlichting op de vele schepen die de haven van Leixoes in en uit gaan. Het is een drukte van jewelste waardoor er veel variatie is in het les aanbod.
De volgende ochtend blijken we zo’n  vijfhonderd slakachtige schelpdiertjes te hebben gevangen die zich de hele nacht tegoed hebben gedaan aan het makrelenlijf. Zelfs de graatjes zijn weg, het enige dat over is, is het velletje. Jammer dat we geen van beiden al overtuigde slakkeneters zijn want anders hadden we voor zeker twee dagen eten gehad. Na uitgebreide bestudering hoe ze zich omdraaien als ze verkeerd liggen en hoe ze uit hun slakkenhuisje kruipen als ze denken dat de kust veilig is, mogen ook deze makkers terug naar huis.

Leixoes > Aveiro - 27 juli 2006
Ons doel vandaag ligt in de kanaalmonding van kanaal Sao Jacinto in de vorm van een ankerbaai. Er is geen jacht- of vissershaven. Het is prachtig zeilweer met 16 knopen wind uit het noordwesten. Misschien iets te snel voor de makrelen maar wie weet kunnen we een daaronder zwemmende tonijn verleiden.
Sinds we voor de Portugese kust varen moeten we alert zijn op vissersvlaggen. Dit zijn vlaggetjes op een stok die op een stuk piepschuim zijn bevestigd. Onderaan dit stuk piepschuim hangt een lang touw met daaraan een reeks kreeftenfuiken. Zo’n fuik heeft de vorm van ons fuikje maar is ongeveer drie keer zo groot en gemaakt van staal zonder huis, tuin en keukenritsjes.
Beslist aantrekkelijke dingen zou je zeggen, ware het niet dat deze van de beroepsvissers zijn en het legen van deze in het strafrecht stropen wordt genoemd. Bijkomend aandachtspunt is dat deze lijnen met geen mogelijkheid met de hand omhoog te krijgen zijn, dus laten we ze maar met rust.
Ze leveren voor ons daarentegen wel degelijk gevaar op. Allereerst natuurlijk voor onze schroef die erin verstrikt kan raken  maar zolang we zeilen staat die in de vaanstand en loopt dus weinig gevaar.
Daarnaast kan zo’n lijn zich tussen schip en roer wringen waardoor je blijft hangen, beslist niet prettig, zeker niet als je zeilt en als laatste kunnen onze vislijnen er met hun haken in blijven hangen wat over het algemeen verlies betekend..
Het is gek maar vissersvlaggen hebben op onze Raaf dezelfde aantrekkingskracht als een dennenboom op een skipiste op mij heeft. Ook al staat er maar een op een hele grote piste, ik weet hem te vinden! Zo ook nu. Opeens gaat ons vis-alarm af. Dit is een belletje aan een lijntje dat losschiet als de lijn zich afrolt en ons daarmee waarschuwt. Jan begrijpt gelukkig direct wat er aan de hand is en gooit direct de schoten los. Daarna varen we met klapperende zeilen op de motor achteruit tot aan de lijn waar we gelukkig onze kostbare Spaanse met de handgemaakte tonijnhaak los kunnen krijgen. Sindsdien wijken we uit voor vissersvlaggen!
Na zes heerlijke uren zeilen moet de motor aan voor de invaart van het kanaal. Er staat een gigantische stroom in de mondig waarop kleine vissersbootjes zich naar binnen laten meedrijven terwijl ze aan het vissen zijn. In eerste instantie nogal verwarrend maar als het duidelijk is wat ze doen en waarom, is het een vermakelijk gezicht.
We blijken een voorbeeld voor twee Franse zeilschepen want die volgen ons al snel het kanaal in.
Op de kaart worden we gewaarschuwd voor een ondiepte bij de ingang van de baai dus we houden bij binnenkomst keurig bakboord. Onnodig, blijkt al snel want de baggeraars zijn sinds het tekenen van de kaart actief geweest en hebben een prachtige vaargeul uitgegraven zodat we keurig tussen de boeien de baai in kunnen varen tot vlak bij de luchtmacht basis. Een geweldige plek blijkt later want vanuit onze kuip kunnen we de wissel van de wacht uitstekend volgen.

Ik was al blij dat Jan goed kan ankeren maar na een presentatie; ‘ankeren, zo moet het zeker niet’, van een van de ons volgende Franse achtervolgers, ben ik niet alleen blij maar ook heel trots en dankbaar.
Ik weet dat leedvermaak niet hoort en ik ben dan ook helemaal niet trots op mezelf maar ayayay, wat was het leuk om naar te kijken en ayayayay, wat ben ik blij dat wij het niet zijn die ons anker op de bodem uitlaten terwijl we op de motor rondjes varen. Gelukkig lagen we ze niet in de weg op hun ploegroute. Anderen, moesten hun schip met waarschuwingskreten en stootwillen tegen ze beschermen.
Na twee nachten heerlijk rustig in de baai en een prachtige wandeling door een natuurreservaat aan de Atlantische kust besluiten we de rivier verder op te varen om te kijken of we een bezoek kunnen brengen aan de stad Aveiro. Volgens de gids was dit vroeger een welvarende stad met een grote vissersvloot die hun achterland gebruikten voor de winning van zeezout. Nu de rivier grotendeels is dichtgeslibd wordt er voor de visserij alleen gebruik gemaakt van kleine bootjes. Daarnaast hebben ze hun vangst aanpast en zijn overgaan op schelpdieren die ze tijdens eb, staande in het water, met de hand winnen. Zout wordt er nog steeds gewonnen al is het in kleine hoeveelheden, speciaal voor de toeristen.

Vanwege de verzanding van de rivier, vertrekken we vroeg, een uur na hoog water, langs nu al ondiepe oevers. Gelukkig liggen er groene en rode boeien die aangeven waar we veilig verder kunnen.
De Reeds, onze vaargids, is vrij onduidelijk over wat we kunnen verwachten bij de stad.en het is dan ook een verrassing als we een prachtige drijvende steiger ontwaren bij de bocht waar de Reeds over een sluis schrijft. De sluis blijkt een sluisje maar de steiger biedt voldoende ruimte dus daar stevenen we recht op af totdat we worden afgeremd door luid schreeuwende en fluitende vissers op de kade aan de overkant.
Ze wijzen op de overhangende elektriciteitsleiding waar we net onderdoor zijn gevaren. Jan kan de leiding vanonder onze bimini niet zien en ik, druk met lijnen en stootwillen, zie hem nu voor het eerst. Gelukkig is het geen hoog water! Soms zit het tegen, maar vandaag zit het beslist mee.

Het drijvende steiger is in beheer van een klein groepje enthousiaste zeilfanaten die ons alleraardigst ontvangen. Natuurlijk kunnen we overnachten en natuurlijk is er electra en water. Havengeld? Is 10 euro oké?
Op hun advies gaan we per dinghy naar de stad. Wie al eerder geschut is met zijn dinghy mag het zeggen, voor ons was het in ieder geval de eerste keer. De sluisdeur word keurig geopend zodra we met onze bijboot komen aanvaren en binnen in de sluis hangen touwen waar we ons tijdens het stijgen aan vast kunnen houden. Met van die hoge sluismuren om ons heen voelen we ons heel klein in ons bijbootje dat trouwens ondertussen de naam BBtje draagt. Van ervaren schippers hebben we gehoord dat het onverstandig is je bijboot te vernoemen naar je schip omdat iedereen aan de wal dan kan zien dat je niet aan boord bent. Je bijboot moet dus een andere liefst onherkenbaar afwijkende naam dragen. “Bijbootje” is het origineelste dat we totnogtoe kunnen bedenken maar BB kan natuurlijk ook staan voor , Boze Buurman, Brigitte Bardot of Buurma-Backertje. Wie een beter idee heeft is van harte uitgenodigd dit te laten weten.
Aveiro wordt ook wel klein Venetie genoemd. Op zich is dit een vrij ferme uitspraak want er zijn precies vier kanalen die de stad in stukken verdelen, maar dat ontneemt ons, het vaarplezier beslist niet. De stad stelt als extra service voor de toeristen gratis fietsen beschikbaar. Dus vanuit onze BB, op de fiets alle bezienswaardigheden afgefietst. Hartstikke leuk en beslist de moeite waard. Aveiro is een gezellige universiteitsstad met een prachtige oude kern met daaromheen de bezienswaardigheden zoals het gemeentehuis, de bibliotheek en de kathedraal. In de Kathedraal werden we verrast door een koor dat onder begeleiding van verschillende blaasinstrumenten en een piano, o.a. het halleluja van Handel aan het oefenen waren. Prachtig zoals die stemmen en klanken tot hun recht komen in de warme akoestiek van deze kerk. Na drie kwartier moesten we jammer genoeg echt weg omdat de huwelijksgasten met hun prachtige tenue's ons erg bewust maken van onze voor de gelegenheid beslist ongepaste outfits.

Voor mensen uit Venetie en waarschijnlijk ook voor een aantal Amsterdammers zal het waarschijnlijk heel normaal zijn om met de boot naar de film te gaan. Voor ons was dit de eerste keer. Na terugkeer - het was extreem laag water - hebben we voor de zekerheid onze Raaf alvast verhaald naar de andere kant van de elektriciteitsleiding, zodat we morgen op onze eigen tijd weg kunnen.  
.
Aveiro > Fiqueira da Foz - 30 juli 2006
Na een kort bezoek aan de ons omringende zoutvelden gooien we rond tien uur los en laten we ons met de stroom mee de rivier afzakken. Ook nu worden we bij het verlaten van de monding omringd door kleine bootjes die her en der rond om ons opstomen om een visje te verschalken.
Het is een beetje heiig met een windje 2/3 uit het noordwesten. Op grootzeil en genua zeilen we op ons gemakje naar Fiqueira da Foz dat zo’n 40 mijl zuidelijker ligt. Ondanks dat we geen van beiden veel alcohol hebben gedronken worden we allebei geplaagd door hoofdpijn. We geven de film ‘de Da Vinci code’, die we gisteravond hebben gezien, de schuld. Het was goed dat we beiden het boek hadden gelezen want de Portugese ondertiteling was net zo onbegrijpelijk als het in de film veelvuldig gesproken Latijn, Frans en Italiaans.
Rond 21.15 uur arriveren we bij de haven na een slalom traject door een visvlaggen-veld, recht voor de monding. Nadat we beloofd hebben om direct te komen inklaren mogen we eerst afmeren. Zodra we onze Raaf naast de reddingsbrigade hebben gelegd wordt de map gezocht. Eerst zoekt Jan zelf waarna hij mij met wat ongeduld in zijn stem vraagt of ik de map even wil pakken. Ook mijn zoektocht blijft onvervuld zodat de onrust nu bij beiden zijn intrede neemt. Waar is onze map? Het leek zo handig om alle belangrijke papieren bij elkaar in een map te bewaren maar dat is alleen zo als je hem gewoon kunt
pakken van de plek waar hij hoort te staan.
Paspoorten, scheepsregistratie, verzekeringsformulieren, ach wat niet? Samen puzzelen we uit dat we hem het laatste hebben gehad toen we gingen betalen in Aveiro. Waarschijnlijk hebben we hem tijdens het internetten, boven op het bureau laten liggen.
We schrijven onze gegevens over uit de computer en met dat velletje papier gaat Jan naar de haven instanties om uit te leggen dat onze map naar alle waarschijnlijkheid nog in het havenkantoor in Aveiro ligt. De haven instantie blijkt de bewaking van de haven te zijn. Deze jongens zijn in het geheel niet geïnteresseerd in onze paspoorten. Het enige dat ze willen weten is onze scheepsnaam en de lengte zodat ze kunnen vaststellen hoeveel we moeten betalen. Jan komt beteuterd terug met een rekening van, jawel 38 euro. En dat voor een steiger, electra en water, net zoals in Aveiro. Ondertussen heeft hij uitgevonden dat er zowel een bus als een trein naar Aveiro gaat dus we besluiten dat Jan morgen vroeg de map gaat ophalen terwijl ik de boodschappen voor het bezoek van Marianne en Steef alvast ga inslaan.

Jan is om half negen weg en ik verwacht hem zo rond 12.00 uur terug dus is het actie geblazen. Tot het moment dat ik een smsje krijg van een gedesillusioneerde Jan die ergens, in de middle of nowhere, stil staat met zijn trein omdat er ergens anders langs het spoor brand is. Alle tijd dus. Rond 12.30 uur krijg ik het bevrijdende bericht dat de map terecht is. Hij was bij het opruimen onderop een stapel tijdschriften terecht gekomen. Jan zal Jan niet zijn als hij het niet voor elkaar zou krijgen om ‘even’ afgezet te worden. Aan de ingang van de haven in Fiqueira da Foz wel te verstaan.
  
Fiqueira da Foz > Nazare - 31 juli 2006
We verlaten de haven door al dit geharrewar dus pas om vier uur ’s middags met als aandachtspunt dat we liever niet in het donker in een voor ons onbekende haven aankomen.
Met ruim 36 mijl voor de boeg wordt dit nog een hele uitdaging. Onhaalbaar onder zeil blijkt al snel want zodra we buiten zijn valt de wind die rondom de kaap nog een aardig vaartje bewerkstelligd, weg. Met een snelheid die al snel onder de vijf knopen wegzakt moet de motor worden gestart. Het gaat ons beiden aan het hart, maar in dit geval is het niet anders. Het gezegde, “wie zijn hoofd niet gebruikt, moet zijn benen gebruiken” dat mijn moeder, regelmatig bezigde, wordt vandaag omgevormd tot, ”wie zijn hoofd niet gebruikt, moet de motor gebruiken”.
Na een prachtige zonsondergang lopen we bij schemer de baai van Nazare binnen waar we worden opgewacht door Hans van Zwit en een Portugese politieagent.
Na de standaard zaken die geregeld moeten worden bij aankomst in een haven, worden we met open armen ontvangen op Zwit, waar we onder het genot van een glaasje ons weerzien vieren en uitgebreid bijpraten.
De volgende dag, 1 augustus, is voor Hans en Anneke de dag waarop ze opgehaald worden om een paar dagen bij kennissen in het binnenland te bivakkeren terwijl wij onze Raaf herindelen zodat Marianne en Steef erbij passen.
De enorme ruimte die we hebben in de voorpiek (dit is de voorkant onderdeks) heeft zich in de afgelopen tijd ongemerkt aardig opgevuld met de meest uiteenlopende spullen en nu is het zaak om naast de planning, wat hebben we de komende veertien dagen nodig, de boel zo te ordenen en te stouwen dat we een optimale bewegingsvrijheid overhouden.

Mar en Steef vliegen naar Lissabon en nemen van daaruit de trein. Jammer genoeg missen ze de internationale intercity waardoor ze met de regionale boemel ruimschoots de tijd krijgen om het Portugese binnenland te bewonderen. Rond zeven uur rollen ze afgepeigerd en hongerig - er was onderweg alleen een automaat met chips en chocolade die ze konden plunderen - uit de taxie, die ze voor de haven aflevert.
Beiden hebben onze rood wit blauwe masttop vanuit de taxie al herkend zodat ze precies konden aangeven waar ze eruit wilden.

Heerlijk om zulke lieve vertrouwde vrienden hier in Portugal te mogen ontvangen. Twee maanden geleden zaten ze nog aan onze de kajuittafel in Scheveningen voor een potje Catan en nu zijn ze hier in Nazare.
Als na het eten de koffer van Steef open gaat is het net sinterklaas. Naast een aantal technische zaken die we besteld hadden, kwamen er allerlei heerlijke dingen tevoorschijn in de vorm van Hollandse kaas en natuurlijk DROP. Schandalig veel overheerlijke zacht zoete drop. Dat wordt verstoppen want anders is het binnen de kortste keren op en Jan misselijk.
De meegegeven geschenken van de Sint blijven nog even dicht, op de washandjes na want die zijn met veel plezier in gebruik genomen. Dank je Sint!
Frappant trouwens dat je pas onderweg ontdekt dat een washandje iets typisch Nederlands is of in ieder geval niet iets is dat in de landen die we totnogtoe hebben aangedaan, wordt gebruikt.

Na een goede nachtrust en een uitgebreid ontbijt in de kuip gaan we op onderzoek uit. Mar heeft in Griekenland haar enkel verstuikt en beweegt zich zodoende voort op krukken. Te vermoeiend voor lange afstanden dus wordt er een fietsje opgetuigd waarmee Mar rondjes om ons heen rijdt.
Nazare blijkt een door toeristen overvallen vissersdorp dat vanaf een hoge rots langzaam vanuit de valei de baai in is gegroeid. Als je goed kijkt is de oude dorpskern nog vaag herkenbaar tussen de voor de toeristen goed bedoelde winkeltjes met onzin in de vorm van kleine fuikjes, bootjes, visjes op vuurtorentjes, schepjes, zeefjes en emmertjes.
De visdroogrekken die in rechte rijen op het strand staan worden gebruikt voor het drogen van verschillende soorten en maten vis. De vissenlijfjes liggen rij aan rij, doormidden opengesneden en opengeklapt, keurig schoon gemaakt, gezouten, in het zonnetje te drogen. Na drie dagen zijn ze ‘gaar’ en worden ze verkocht. De Portugezen blijken ze zowel droog te eten als te koken.

De fiets mag na wat spraakverwarring ook met de kabelbaan naar boven waar hij om de hoek wordt geparkeerd. Vanaf hier hebben we een prachtig uitzicht op de baai van Nazare met zijn rijen aan elkaar geplakte strandtentjes waar vanuit de strandgasten alleen uitzicht hebben op elkaar – er zit  4 meter tussen - en beslist geen zee kunnen ontwaren. ’s Landswijs, ‘s landseer, dit niet alleen in strandbezoek trouwens, maar ook in de bereiding van biefstuk.

Alvorens de opstart van het eerste spelletje Kolonisten van Catan wordt het reglement voor het ‘Portugees open’ vastgesteld. De competitie bestaande uit tien spellen, krijgt in overleg verzwarende factoren waardoor de wedstrijdspanning wordt opgevoerd en wordt verspreid over een langere periode. Jan wint de eerste pot en Mar de tweede. Gelukkig bieden de nieuw ingevoerde regels mij nog kansen op revanche. En hoe zit dat dan met Steef?

Nazare > Peniche 4 augustus 2006
De afgelopen dagen heeft het op de oceaan flink gewaaid maar vandaag staat er bij de uitvaart maar een knoop of 7. Lang niet voldoende om te zeilen dus wordt het motorzeilen. Dit betekend dat de zeilen op staan en de motor bijstaat. Deze levert dan net voldoende vermogen om de zeilen vol te varen.
De wind mag dan gekalmeerd zijn, de oceaan heeft hier nog geen last van.
De deining vormt prachtige hoogtes vanuit verschillende richtingen waardoor we als een speelbal omhoog en opzij rollen. Op de kermis moet je hier veel geld voor betalen om je maag er 4 minuten aan bloot te kunnen stellen. Hier krijgen we het gratis aangeboden van Neptunes. Voor Mar net iets teveel van het goede maar het is dan ook wat we een gemeen zeetje noemen.
Vooral op het hoekje van Cabo Carvoeiro staan muren van water die ons van achteren proberen in te halen en daarmee een spectaculair zicht bieden. Al met al is de oceaan nog te onrustig om te ankeren bij de eilanden voor de kust dus besluiten we eerst Peniche aan te doen en over een paar dagen te kijken of het wel kan.
Bij aankomst vangt Rob van de ‘Bold Black Bear’ uit Enkhuizen ons op. Dat is ondertussen al de vierde keer dat hij er staat om een lijntje van ons aan te nemen. Het gaat op een goede gewoonte lijken.
Dit weekend is in Peniche het havenfeest ter verering van de beschermvrouwe van de zee en op 30 km afstand ligt het dorp Obidos, dat beslist een bezoek waard blijkt, dus besluiten we hier een paar dagen te blijven. Dan kan ondertussen de oceaan nog wat uitrazen en wordt de kans op een geslaagd ankeravontuur veel groter.
De derde pot Catan wordt gewonnen door Jan, jawel, alweer! Gelukkig mag ik, doordat ik nu zwaar achter sta, morgen het spel bepalen dus daar ligt mijn kans.
De jongens, Jan en Steef hebben vandaag een klusdag ingelast. De lekkage op het achterschip wordt aangepakt, de uit Nederland meegebrachte speaker wordt vastgekit, de kop van de boom wordt gepopt en genageld en het lekke stootwil wordt geplakt, opgepompt en daarna gestorven verklaard.
Vanavond begint het feest en overal worden vissersschepen versierd met slingers, vlaggen en palmbladeren. Op de pier zijn mannen twee vrachtwagens met vuurwerk aan het uitpakken. Dat kan nog wat worden!

Ondertussen verzamelen zich steeds meer Portugese families die zich op en rond de pier installeren. met stoeltjes, tafeltjes en picknickmanden. Her en der worden grillroosters verkocht voor 2 euro per stuk. Midden op het grote plein worden grote barbecues aangestoken en al snel kringelt er overal rook op langs de oude kasteelmuren. Door dit beeld kan ik me goed indenken hoe er vroeger op open vuren gekookt werd onderaan de muren in de beschutting van de vesting. Rond vijf uur begint het festijn. Vanaf een kar worden sardientjes uitgedeeld die in de roosters op het vuur gaan. Overal worden in grote saamhorigheid sardientjes geroosterd en verorberd.
Ondanks dat de vis op is, neemt de hoeveelheid mensen in de haven toe. Als Mar en ik uit de douche komen, horen we de stem van de pastoor over het water schallen. Onder begeleiding van de plaatselijke drumband worden in een lange processie minstens vijf  heilige beelden,, waarvan we er minstens twee kunnen identificeren als Maria, aangedragen.
De verschillende beelden worden, na de zegen van de pastoor, met verschillende bootjes naar de speciaal daarvoor versierde schepen vervoerd.
Rond elf uur ’s avonds varen alle versierde schepen met hun heiligen uit naar volle zee. Daar wordt het vuurwerk dat is meegesleept op een speciaal ponton, afgestoken. Het is zover weg dat we de knallen niet kunnen horen. Hierdoor vormen de uiteenspattende kleurenballen een surrealistisch beeld.
Zodra alle heiligen veilig terug zijn in de haven wordt ter eren van hen het grote vuurwerk aan de havenmond afgestoken. Op zo’n 100 meter afstand, vanwaar wij liggen. Werkelijk geweldig want zo lijkt het alsof we middenin deze vuurpracht liggen en opgenomen worden door de knallen en het gejank van de gillende keukenmeiden. Gelukkig voor onze bimini, staat de wind aflandig waardoor de